Ontdek Italië op een Vespa!

Het Rome van Caravaggio

Tijdens ons verblijf bij Campo Marzio Suites worden we elke ochtend begroet door Sara’s brede glimlach. Bij de eerste cappuccino van de dag trakteert ze ons op fijne tips, van bijzondere bezienswaardigheden buiten de gebaande paden tot prachtige anekdotes.

De dertigjarige Sara blijkt naast receptioniste en gastvrouw namelijk ook archeologe en gids te zijn. Ze weet ontzettend veel over Rome en onder de noemer A Spasso con Sara (‘op pad met Sara’) neemt ze je graag mee om Rome te ontdekken. Onderweg vertelt ze zo enthousiast en in detail over de geschiedenis van de stad, dat het oude Rome voor je ogen lijkt te verrijzen.

Tijdens een zonnige voorjaarsmiddag neemt Sara Saskia mee op pad in de wijk Campo Marzio, de vierde wijk van Rome, ten noorden van het Pantheon. De wijk omvat onder meer Piazza di Spagna, met de beroemde Spaanse Trappen, de Ara Pacis en een stukje van de Pincio-heuvel en Villa Borghese. Saskia en Sara duiken echter in het spinnenweb van kleine straatjes rondom het Piazza di Firenze, waar Caravaggio woonde en werkte.

Saskia: ‘Vanaf Campo Marzio Suites wandelen we naar het Piazza della Torretta, waar Caravaggio in 1596 ongeveer acht maanden werkte, als hulpjongen in de werkplaats van Cavalier d’Arpino. Hij zou op een strozak hebben moeten slapen, terwijl hij lange dagen maakte.

Net als Caravaggio is onze volgende bestemming de Vicolo del Divino Amore, de ‘steeg van de goddelijke liefde’. Een misleidende naam, zoals blijkt. Op 8 mei van het jaar 1604 zette Caravaggio hier zijn handtekening onder een huurcontract voor een woning aan deze steeg, die toen nog de Vicolo San Biagio heette, naar de SS. Cecilia e Biagio.

Deze kerk werd in de achttiende eeuw overgedragen aan de Confraternità del Divino Amore. Ondanks de schandalen die Caravaggio met hem mee de steeg in bracht, is de straat tot op de dag van vandaag naar de broeders van de Goddelijke Liefde vernoemd.

Na zijn eerste jaren in Rome bewoog Caravaggio zich langzaam steeds meer in de juiste kringen en wist hij met zijn onmiskenbare talent de aandacht van potentiële opdrachtgevers te trekken. Dankzij zijn groeiende netwerk wist hij in 1604 een mooi, pas gerenoveerd huurhuis voor zichzelf te regelen. Een ogenschijnlijk oninteressant detail, ware het niet dat er veel geweldige details zijn overgeleverd van deze verhuizing. De nabijgelegen parochie van de San Nicola dei Prefetti hield namelijk nauwkeurig een archief bij van wie kwam en ging in de buurt.

street art-portret van Caravaggio aan de Vicolo del Divino Amore

In die oude archieven werd bij de jaartallen 1604-1606 niet alleen de naam Caravaggio gevonden als geregistreerde huurder. Leerling Francesco – inmiddels kon Caravaggio zich zijn eigen hulpje veroorloven – stond eveneens ingeschreven.

Caravaggio en zijn leerling kwamen echter in huis bij een hoofdhuurder: Prudenzia Bruni. Ook haar ‘situatie’ wordt omschreven: ze was getrouwd met Bonifacio Sinibaldi, schoenmaker en handelaar in kippen. Op basis van de documenten kan men reconstrueren dat, vanaf de San Nicola dei Prefetti gezien, het eerste palazzo aan je rechterhand het huis was dat op naam van Prudenzia Bruni stond (het huidige nummer 19).

Dezelfde papieren registreren een verbouwing en restauratie van dat pand in de jaren 1601 tot 1604. Bij die gelegenheid werd de beschikbare woonruimte in twee aparte woningen gesplitst. Bruni verhuurde dus op 8 mei 1604 de helft van het huis aan Caravaggio.

De eigenaar van het palazzo was Laerzio Cherubini, de edelman die hem de opdracht gaf om de Morte della Vergine te schilderen, tegenwoordig in het Louvre in Parijs. Maar ook andere lijntjes zijn te volgen: Prudenzia en haar man waren kennissen van Pietropaolo Pellegrini, het hulpje van de plaatselijke kapper Marco.

Dat hulpje werd in juli van het jaar 1597 door de politie ondervraagd, in verband met een opstootje. Het verslag van die ondervraging is bewaard gebleven. De jongen beweerde Caravaggio al sinds 1596 goed te kennen.

In het huurcontract dat Caravaggio op 8 mei ondertekende, liet hij nog iets toevoegen. Hij wilde een verzoek op schrift stellen waarin hem officieel werd toegestaan de helft van de door hem gehuurde ruimte open te breken. Bruni was daar mee akkoord gegaan, op voorwaarde dat Caravaggio de boel op eigen kosten weer in originele staat zou herstellen voor het einde van zijn huurtermijn. De interpretatie van Caravaggio’s verzoek is aan de fantasie van de lezer: wilde hij zijn plafond deels laten openbreken om meer licht binnen te krijgen, of zocht hij misschien naar mogelijkheden om aan gigantische doeken te werken?

Prudenzia Bruni duikt weer in de officiële archieven op als ze haar medehuurder een jaar later aanklaagt. Tot eind januari 1605 betaalde Caravaggio zijn huur regelmatig, maar daarna stopte hij daar ineens mee. In de maanden tussen februari en juli bouwde hij zo een flinke betalingsachterstand op. Bruni richtte zich tot het tribunaal en kreeg een dwangbevel mee waarmee ze spullen uit zijn woning rechtmatig kon confisqueren.

Het was niet de enige keer dat Caravaggio in aanraking kwam met justitie. Zijn geruchtmakende talent ging samen met een al even geruchtmakende opvliegendheid. In zijn korte leven had hij keer op keer aanvaringen met de politie. In de Romeinse tavernen kwam hij vaak in de problemen; meerdere malen draaide het op gevechten uit.

Het moest een keer misgaan. Op de avond van 28 mei 1606 ontstond er in de verderop gelegen Via di Pallacorda een handgemeen tussen Caravaggio en Ranuccio Tomasoni, die hem nog tien scudi verschuldigd was na een weddenschap rondom een tenniswedstrijd. De twee begonnen te bekvechten en al snel trokken ze hun wapens, waarna Caravaggio zijn tegenstander dodelijk verwondde. De meester van het chiaroscuro, het spel van licht en donker, had nu een prijs op zijn hoofd staan en moest vluchten uit Rome.

Mattheüs in the spotlights in de San Luigi dei Francesi
Gelukkig herinnert er nog veel aan Caravaggio in de buurt waar hij ooit woonde en werkte, zoals in de San Luigi dei Francesi. In de Cappella Contarelli vind je drie schitterende schilderijen van Caravaggio. De kunstenaar voorzag de kapel tussen 1597 en 1602 in opdracht van kardinaal Del Monte van drie grootse schilderijen met scènes uit het leven van Mattheüs. In het midden zie je Mattheüs en de engel, links daarvan De roeping van Mattheüs en rechts Het martelaarschap van Mattheüs.

Op De roeping van Mattheüs zie je Mattheüs aan tafel met zijn vier assistenten. Hij telt de opbrengst van die dag. Christus, met aureool als teken van zijn Goddelijkheid, komt samen met Petrus de ruimte binnen. Met een gebaar van zijn rechterhand ontbiedt hij Mattheüs. Verrast en misschien verblind door het plotselinge licht van de net geopende deur, trekt Mattheüs zich terug en gebaart naar zichzelf met zijn linkerhand.

Vieze voeten in de Sant’Agostino
Onze volgende ontmoeting met Caravagio is in de relatief onbekende Sant’Agostino, in de eerste kapel links in de kerk. Hier hangt zijn Madonna di Loreto (1605), beter bekend als Madonna dei Pellegrini, ‘Maria van alle pelgrims’.

Caravaggio zou het doek hier ter plekke hebben geschilderd, omdat hij in de kerk asiel zocht vanwege een begane misdaad. Toen het doek zijn voltooiing naderde, gingen de eerste kritische stemmen al op. Was Jezus niet veel te groot afgebeeld? Waarom zag Maria eruit alsof ze een gewone Romeinse volksvrouw was? En die vieze voeten van die pelgrims in beeld: dat hoorde toch niet?

Caravaggio werd vanwege de laatste constatering beschuldigd van het gebrek aan respect voor de kerk. ‘De meest vieze voeten in de hele kunstgeschiedenis,’ zo worden de voeten van deze man en vrouw, misschien wel zoon en moeder, vaak spottend genoemd. De paters waren echter maar wat blij met het werk en hingen het gelijk op in de Cavaletti-kapel.

Niet vreemd, want de ontroering en de aandoenlijkheid spatten werkelijk van het werk af. De deur van het Heilige Huis is voor de pelgrims even de poort naar de hemel geworden. Een prachtig voorbeeld van pure volksdevotie, waardoor het werk zich op een hellend vlak begeeft. Net een traantje meer en het doek wordt pure kitsch.

Petrus, Paulus en paardenbillen in de Santa Maria del Popolo
In het noorden van de wijk Campo Marzio wachten nog twee Caravaggio’s, in de Santa Maria del Popolo. De stichtingslegende van de kerk vertelt dat Paus Paschalis II de vele verhalen zat was over de kwade geest van Nero, die op deze plek zou rondspoken. Om de ‘demon’ eens en voor altijd te verdrijven wijdde hij in 1099 een Maria-kerk in.

De bouw zou volledig zijn gefinancierd door de heffing van belastingen; omdat het volk er dus indirect zelf voor betaalde, werd de kerk Santa Maria del Popolo genoemd, ‘de heilige Maria van het volk’.

Monsignor Tiberio Cerasi, die in 1600 een kapel in de kerk had gekocht, besloot daarom een rijzende ster aan het kunstfirmament te vragen voor de decoratie van deze kapel: Caravaggio. Een uitzonderlijke kans voor de temperamentvolle kunstenaar. Zou Caravaggio zich ervan bewust zijn geweest dat miljoenen pelgrims in de loop der eeuwen zijn schilderijen van Petrus en Paulus, de meest geliefde apostelen, zouden zien?

Caravaggio’s eerste poging om de heiligen te vereeuwigen, werd door Cerasi verworpen. De schilderijen moesten worden uitgevoerd op cipressenhout in plaats van op het gebruikelijke linnen, dus de schilder zal flink hebben geworsteld in zijn creatieve proces.

Voor zijn tweede De bekering van Paulus begon Caravaggio van voren af aan. Hij ging terug tot het verhaal van Paulus uit de Bijbel. Tijdens Paulus’ bekering ‘werd hij omstraald door een licht uit de hemel’. Dat licht zie je precies terug in Caravaggio’s werk; Paulus ziet letterlijk het licht in een soort goddelijk visioen.

Het schilderij straalt een ongekende rust en sereniteit uit. De soldaat Saulus van Tarsus, die tegen de christenen vocht, is veranderd in een heilige. Paulus ligt op de grond, haast verlamd van liefde, terwijl de hoeven van het paard hem bijna vertrappen. Zijn begeleider, een oude man met een gegroefd gelaat, slaat het tafereel gade.

Waarom koppelt Caravaggio Paulus, die herboren wordt, aan de andere grote apostel, Petrus, die op het punt staat te sterven? Juist die wedergeboorte legt de connectie tussen beide schilderijen. Paulus verlaat het heidense leven en wordt een christen, terwijl Petrus het aardse leven achter zich laat en kiest voor het hemelse voortbestaan. Het rotsblok op de voorgrond is de letterlijke weergave van zijn rotsvaste vertrouwen en geloof in Christus. Petrus werd, op eigen verzoek, ondersteboven gekruisigd.

Caravaggio schilderde beide werken in alledaagse, goedkope kleuren: oker, omber, roetzwart, loodwit en kopergroen. Zowel De bekering van Paulus als De kruisiging van Petrus is gemaakt om de gewone mens aan te spreken. Geen ingewikkelde symbolen en voer voor kunstkenners: dit begrepen de ongeletterde pelgrims die Rome aandeden voor een bedevaart in een oogopslag.

Tussen Caravaggio en de schilder van het centrale altaarstuk in de Cerasi-kapel, Annibale Carracci, bestond een gezonde rivaliteit. Om zijn afschuw uit te spreken over zijn altaarstuk, verzon Caravaggio een listige belediging: de billen van het paard dat is afgebeeld op De bekering van Paulus zijn duidelijk naar Carracci’s Tenhemelopening van Maria gericht.

A Spasso con Sara
Wil je ook met Sara op pad om een unieke wandeling door Rome te maken? Op de website A Spasso con Sara vind je meer informatie over de tours die Sara aanbiedt. Sara spreekt naast Italiaans ook perfect Engels.

2x per week Italiaanse inspiratie

Meld je aan voor de Ciao tutti nieuwsbrief - en ontvang de digitale editie van onze City Walk Klassiek Rome als cadeautje:

Ontdek onze City Walks

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *