Ga op pad met onze City Walks!

Certosa di San Lorenzo in Padula – een leven in stilte in het grootste klooster van Zuid-Italië

Marga en Hans Pilon hebben hun hart verloren aan de Cilento. Ze vonden er een prachtige natuur, met zee en bergen, authentieke dorpjes, een heerlijke keuken en een vriendelijke gastvrije bevolking. Regelmatig delen ze een pareltje in deze streek, met vandaag het prachtige Certosa di San Lorenzo in Padula.

Marga: ‘Wandelend door de enorme kloostergang van San Lorenzo, probeer ik me voor te stellen hoe het leven in stilte en afzondering moet zijn geweest voor de Kartuizer monniken die hier leefden, volgens de regels van de strengste kloosterorde van West-Europa.

Om God en zichzelf te vinden, leefden de monniken iedere dag achttien uur in stilte om te werken, studeren, eten en slapen. De overige zes uur werden in de kerk doorgebracht, met het vieren van de eucharistie en het zingen van Gregoriaanse gezangen, afgewisseld met periodes van stilte.

Volgens een strak schema gebeurde dat om middernacht, om zes uur ’s morgens en bij de vespers van vier uur ‘s middags. Het motto van de orde is Stat Crux dum volvitur orbis (‘het kruis staat stil terwijl de aarde draait’).

Als ik denk aan hun leven dat stilstond op deze ene plek, zie ik het contrast met het leven vlakbij dat wel in beweging is.

De stad Padula, op de heuvel vlak naast het klooster, torent hoog boven de cellen uit. Ik loop langs hun vertrekken en zie naast de deur van elke cel een klein luikje om het eten door te geven, dat volgens de regels alleen in de cel werd opgegeten. Alleen op zon- en feestdagen werd er een gezamenlijke maaltijd in de refter gehouden.

Met elkaar spreken was maar één keer per week toegestaan, tijdens een gezamenlijke wandeling van vier uur over de galerij op de eerste verdieping. Aan het einde van de kloostergang zie ik in de hoek de twee prachtige monumentale trappen die de cellen van de benedenverdieping verbinden met de galerij daarboven, waar de prior ooit de wekelijkse nieuwtjes vertelde aan zijn biddende en met elkaar sprekende broeders.

De imponerende ellipsvormige trappen zijn rond 1780 ontworpen door een leerling van de beroemde architect van Nederlandse afkomst, Vanvitelli (Van Wittel), die de koninklijke paleizen van Caserta en Napels heeft ontworpen. Dankzij de doorkijkjes naar buiten lijkt het klooster één geheel te vormen met de enorme, parkachtige tuin rondom.

Na de wekelijkse ontmoeting keerden de broeders weer terug naar de totale afzondering en stilte in hun cel, die bestond uit twee vertrekken met een kleine loggia, die uitkwam op de moes- en kruidentuin.

Het eenvoudige, sobere kloosterleven stond in groot contrast met de pracht en praal van de  vertrekken van dit oudste klooster van Campanië, dat op de Werelderfgoedlijst van Unesco staat.

Met zijn oppervlakte van 51.500 vierkante meter is dit overigens ook een van de grootste kloosters van Europa. Het werd in 1306 gesticht als Kartuizer klooster, door Tommaso di San Severino, graaf van Marsico en hoffunctionaris van het koninkrijk Napels.

Het klooster kent een roerige geschiedenis. Door de plunderingen van het leger van Napoleon in 1806 moesten de kloosterlingen vluchten en kwam er een einde aan vijfhonderd jaar kloosterleven. Veel kunstschatten kwamen terecht in Napels.

In 1882 werd het door de Italiaanse staat uitgeroepen tot monument. Het werd daarna gebruikt als gevangenis, concentratiekamp en school voor wezen. In 1960 begon een grote restauratie om het complex weer in zijn oorspronkelijke staat terug te brengen. Nu is er het Archeologisch Museum gevestigd.

Als bezoeker van het kloostercomplex kom je via een poort binnen op het buitenhof, een aan alle kanten omsloten plein. Deze plek, de casa bassa, waar de broeders hun dagelijkse werkzaamheden deden, vormde de overgang naar de kerkelijke vertrekken en de stilte in de cellen van de monniken, de casa alta.

Hier waren de stallen, voorraadschuren, de bakkerij, de olijvenpers, de ruimtes van de handwerklieden en de kaasmakerij. Volgens de regels van de Kartuizer orde waren deze twee werelden strikt van elkaar gescheiden. De casa bassa was daarnaast de ontmoetingsplek waar de producten van de broeders aan de dorpelingen en bezoekers verkocht werden.

Een grote met fresco’s beschilderde hal, vormt de ingang naar het klooster en de gastenverblijven, op de bovenste verdieping van een kleine kloostergang met een fraai beschilderde loggia.

Daarnaast ligt de kerk die is gewijd aan San Lorenzo. Je komt er binnen door prachtig bewerkte deuren van cederhout met in houtsnijwerk voorstellingen uit het leven van de heilige. De vloer is deels bedekt met oude majolicategels en deels met een prachtig marmer in kubusmotief. Veel van de oude fresco’s zijn overgebracht naar het Museo del Palazzo Reale in Napels.

Ook de refter uit de achttiende eeuw heeft een met marmer ingelegde vloer. Tegen de zijwanden staan nog fraai bewerkte notenhouten stoelen. Op de achterwand is een groot schilderij uit 1749 te zien, dat de Bruiloft te Kana verbeeldt.

Een indrukwekkende ruimte is de oude keuken met zijn immense kap boven het grote fornuis. Hij stamt eveneens uit de achttiende eeuw en is voor een deel nog bekleed met oude majolicategels.

Een prachtig geconstrueerde cirkelvormige trap uit de vijftiende eeuw leidt naar de oude bibliotheek, die tot de vertrekken van de prior behoorde. Dit vertrek heeft een mooie majolicavloer. Vanwege deze kwetsbare vloer is de bibliotheek alleen op afspraak te bezoeken. De meeste manuscripten worden nu bewaard in de Nationale Bibliotheek van Napels.

Het bezoek aan het klooster eindigt bij de vertrekken van de prior. In deze ruimte zijn foto’s te zien van de andere Kartuizer kloosters in Europa, allemaal even indrukwekkend en gebouwd volgens een zelfde grondplan.

De romantische loggia is verfraaid met fresco’s, heeft een prachtig geschilderd plafond en komt uit op de binnentuin. Met dit romantische beeld nog in mijn hoofd loop ik het indrukwekkende klooster uit, de buitenwereld tegemoet.’

Een frittata van duizend eieren
Leuk voor wie het klooster in augustus bezoekt: elk jaar wordt dan het bezoek van een historische gast herdacht. In 1535 werd er namelijk een banket georganiseerd voor niemand minder dan Karel V, die samen met zijn gevolg vanuit Tunis weer huiswaarts keerde.

Ter gelegenheid van zijn komst werd er een enorme frittata van maar liefst duizend eieren gebakken. Deze geschiedenis wordt nog elke zomer tot leven gebracht tijdens een historisch feest van drie dagen, het Festa della Frittata delle mille uova, waarbij ook nu nog een gigantische frittata wordt gebakken op de binnenplaats.

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *