De Via Belgica is een oude Romeinse weg die ongeveer vierhonderd kilometer besloeg. Van het Franse Boulogne-sur-Mer meanderde deze weg via Arras, Bavay, Tongeren, Maastricht en Heerlen naar Keulen.
Tweeduizend jaar nadat de Romeinen hier liepen, kun je nog altijd in hun voetsporen treden. Simone wandelde het Zuid-Limburgse gedeelte van de Via Belgica, van Maastricht tot Rimburg.
In net geen zeventig kilometer wandel je langs diverse Romeinse invloeden en kijk je je ogen uit dankzij het prachtige Limburgse landschap. Wandel je mee?

Simone: ‘Het Zuid-Limburgse gedeelte van de Via Belgica is eigenlijk in vijf etappes verdeeld, maar ik loop deze route in drie dagen. Dat komt neer op zo’n drieëntwintig kilometer per dag.
Naast deze langeafstandswandeling kun je ook kortere wandelingen over de Via Belgica maken. Zo zijn er verschillende audiowandelingen waarin zeven Romeinse figuren je meenemen naar hun tijd. Ook leuk om met kinderen te doen!

Start in Romeins Maastricht
De Via Belgica voert langs steden, dorpen, villa’s, boerderijen en grafheuvels, maar ook langs plekken waar ooit Romeinse wachttorens en mijlpalen stonden.
Startpunt voor het Limburgse stuk van de route is Maastricht of Mosa Trajectum, zoals de Romeinen de stad noemden. Ze stichtten hier in de eerste eeuw na Christus een castellum, bij een doorwaardbare plaats in de Maas.
Vanaf het station wandel ik richting het centrum van de stad. Ik heb de route in GPX gedownload en ook een beschrijving bij de hand. Daarnaast volg ik de zwarte bordjes van de Via Belgica, die me de Maas over wijzen.



Het eerste Romeinse tintje dat ik in Maastricht tegenkom, is het Onze Lieve Vrouweplein. Op de plek van dit sfeervolle plein lag ooit het Romeinse castellum, omgeven door een brede gracht.
Het castellum bestreek bijna het hele huidige Stokstraatkwartier. Het fort had een dikke muur met tien verdedigingstorens en twee toegangspoorten. In het castellum stond een monumentale zuil met daarop een levensgroot beeld van Jupiter. Ter herinnering hieraan staat er op het plein een beeld van Jupiter te paard, hoog op een zuil.
Even verderop stond de tempel van Jupiter, maar daarvan is helaas niets teruggevonden. Deze resten bevinden zich waarschijnlijk onder de Onze Lieve Vrouwebasiliek, waar ik een kaarsje brand in de kapel. Daarna haal ik een stukje kersenvlaai bij De Bisschopsmolen, dat ik bewaar voor later op de route.


Van het Romeinse badhuis naar de Romeinse brugwachter
Naast de kerk ontdek ik nog meer Romeinse historie, in het souterrain van het Derlon Hotel. De Romeinse schatten die hier worden bewaard, werden ontdekt in 1983, toen het hotel gesloopt zou worden.

Even verderop verwijst de naam van Op de Thermen naar de vroegere functie van dit pleintje: een badhuis. Op de tegels is aangegeven waar dit Romeinse badhuis heeft gelegen.

Ik dwaal verder door het historisch centrum van Maastricht en kom uit op de Houtmaas. Hier geven ronde metalen plaatjes de contouren van het Romeinse castellum aan.
Vandaar ga ik richting de Maas, waar een zuil aan de oever een belangrijk punt uit de Romeinse geschiedenis markeert. De stenen leeuw geeft namelijk de plek aan waar ooit een Romeinse brug lag.

Langs de Maas de stad uit
Ik steek de Sint-Servaasbrug over en wandel verder langs de Maas. Aan deze kant van de rivier staan nu twee reliëfs die oorspronkelijk op de Wilhelminabrug te zien waren, met afbeeldingen uit de geschiedenis van Maastricht, waaronder de komst van de Romeinen.

Langzaam laat ik de stad achter me. Ik loop door het groen, langs Teaching Hotel Château Bethlehem en de Kanjelbeek. Aan het einde van het pad staat een Via Belgica-bankje, met meer informatie over de Romeinse sporen in dit gebied.

De route voert verder langs station Maastricht-Noord. Hier was ten tijde van de Romeinen een soort wegrestaurant te vinden. Door een met beuken omzoomde laan kom ik uit bij Landgoed Vaeshartelt, waar je even kunt pauzeren.


Ik vervolg de Via Belgica naar Meerssen, Saskia’s geboorteplaats. Niet gek dat er nog een beetje Romeins bloed door haar aderen stroomt, want onder het Proosdijpark liggen vermoedelijk resten van een Romeinse villa.
Helaas is er geen zichtbare herinnering aan dit verleden. Dat geldt ook voor de plek waar Villa Onderste Herkenberg ooit lag. De resten van deze Romeinse villa liggen eveneens verborgen onder de Meerssense bodem. Als markering staat hier wel een Via Belgica-bankje, een perfecte plek voor mijn eerder gekochte stukje kersenvlaai.


Langs de Geul naar Valkenburg
Langs de Geul loop ik verder, door een bosrijk gebied, waarschijnlijk lang geleden het strijdtoneel van een veldslag tussen de Romeinen en Eburonen.
Langs De Nachtegaal, de Curfsgroeve en de Geulhemermolen (met fijne opties voor een pauze) loop ik richting het imposante Château St. Gerlach, met de St. Gerlachuskerk en een uitgestrekte beeldentuin. Ideaal voor een korte pauze, net als het volgende Via Belgica-bankje.

Valkenburg is het eindpunt van mijn eerste etappe. Ik word onthaald door dansende Alledaagse mensen, die hier dit voorjaar neer waren gestreken. Ze geven het charmante centrum van Valkenburg nog wat extra sfeer.




Ik heb er helaas geen tijd voor, maar eigenlijk mag je Valkenburg niet verlaten zonder een bezoek aan de Romeinse Katakomben. Ook bekend is het Openluchttheater, waarvoor architect Pierre Cuypers zich liet inspireren door een Romeins amfitheater.

Na dik twintig kilometer wil ik vooral mijn voeten even rust gunnen. Ik dineer en logeer bij La Casa, een kleurrijk restaurant met hotel midden in het centrum. Met een mediterraan diner is het hier heerlijk bijkomen van deze eerste Romeinse kilometers.

De grootste Romeinse villa van Nederland
Na een uitgebreid ontbijt bij La Casa wandel ik al snel de natuur in, een kleine heuvel op, met als beloning prachtig uitzicht over het groene heuvellandschap. Ik waan me echt even in het buitenland!
Een smal pad brengt me op de Goudsberg, waar in de Romeinse tijd een wachttoren stond. Nu vind je er een Via Belgica-bankje met meer uitleg.

De route gaat verder door het groen, langs uitgestrekte grasvelden een bosrijk gebied in. Ik kom in het dorpje Klimmen aan. Waar nu de Heilige Remigiuskerk staat, stond ook een Romeinse wachttoren. Een strategische locatie, met goed uitzicht op de Via Belgica en het Geuldal.

Langs Villa de Proosdij sla ik de Barrierweg in, die zijn naam dankt aan het Franse woord barrière. Hier werd in de Romeinse tijd namelijk tol geheven. Iedereen die de weg wilde gebruiken, moest een deel van zijn oogst afstaan.

De volgende Romeinse plek op de route is de voormalige Villa Ten Hove. Op deze akker stond ooit de grootste Romeinse villa van ons land. Het indrukwekkende landbouwbedrijf was nog tien keer groter dan de gemiddelde boerderij van nu.
De gigantische façade met een bijna tweehonderd meter brede zuilengalerij liet zien hoe rijk je kon worden van het telen van spelt in Zuid-Limburg.

Niet ver hiervandaan ligt Brasserie Hoenshuis, een fijne plek voor de lunchpauze. Ik kies voor de Limburgse mosterdsoep en uiteraard nog een stuk vlaai.

Wandel over de originele Via Belgica
Met een goed gevulde maag wandel ik richting Kasteel Haeren, een indrukwekkend gebouw om van buiten te bewonderen.

Het hoogtepunt van de route is echter te vinden in het dorp Kunrade, waar op een halve meter onder de grond een stuk van de Via Belgica is opgegraven. Deze plek is gemarkeerd met voetstappen en paardenhoeven op het asfalt.

Ik stap door naar het Land van Kalk, waar de Kunradersteengroeve ligt. Deze steensoort werd ook in de Romeinse tijd al gebruikt. Tegenover de groeve ga ik de bossen in en wandel in alle rust door het groene heuvellandschap.

Voorjaar bij Van der Valk
Na een klim de Kunderberg op loop ik bergafwaarts richting Heerlen. Via een parkje en wat woonwijken komt mijn eindpunt in zicht, Hotel Van der Valk Heerlen. Een klein stukje van de route af, maar een fijne plek om te overnachten omdat je ’s avonds de deur niet uit hoeft om te dineren, want dat kan gewoon in het restaurant van het hotel.
Ik kies voor de asperges met ei, ham en krieltjes; een verrukkelijk voorjaarsgerecht waar ik me al de hele dag op verheugde. Na een kopje koffie met verschillende dolci geef ik mijn voeten rust, zodat ik helemaal fit ben voor de derde en laatste etappe.


Een rondje door het Romeins Kwartier in Heerlen
De laatste dag wacht de langste etappe, dus ik geniet van een uitgebreid ontbijt. Ik pak de route weer op in het centrum van Heerlen, het Romeinse Coriovallum.

Al snel loop ik het Romeins kwartier in, waar op de rotonde bij huisnummer 17 een Romeinse kelder is gevonden. Door een klein raampje kun je de resten zien. Vlakbij komt in 2028 het nieuwe Thermenmuseum, waar je een Romeins badhuis kunt bewonderen.

Verderop herinneren De Vondst, het centrum voor archeologie, en de Coriovallumzuil aan het Romeinse verleden. Ik loop langs het Luciushof, een voormalig klooster waar je nu onder meer De Twee Gezusters vindt, een restaurant waar je Romeins kunt eten.

In het centrum is de wegbewijzering van de Via Belgica overigens niet overal even goed aangegeven, dus volg ik hier vooral mijn GPX.
Die brengt me naar een kunstwerk dat gemaakt is ter ere van het tweeduizend-jarig bestaan van Tongeren. Eenzelfde kopie staat ook in Aken, Bavay, Doornik, Keulen, Maastricht, Metz, Nijmegen, Rome en Trier, allemaal steden met een Romeins verleden.

Het hoogste punt van de Via Belgica
Door bossen, een woonwijk en langs oude mijnwerkershuisjes wandel ik het bos weer in. Ik loop langs de Leender Kapel en volg de Via Belgica richting Landgraaf.

Vlak voor ik Bakkerij Aroma passeer, ruik ik al dat er een lekker adresje wacht. Hier bakt de familie Bekkers met Kollenberger spelt, een graansoort die de Romeinen naar Limburg brachten.

Ook kom ik langs de paal die het hoogste punt van de Via Belgica aangeeft en langs een vrouwengraf uit de Romeinse tijd, waarop nu een bronzen kunstwerk met een geblinddoekte vrouw prijkt.


Extra tip van trouwe Ciao tutti-lezer Angela: als je van Landgraaf door het veld naar Eygelshoven wandelt (over de Haanweg) stuit je nog op een mooi kunstwerk ter ere van de Via Belgica:

Romeinse mijlpalen bij Eygelshoven
De Via Belgica-route leidt je door bossen en over landwegen richting station Eygelshoven, waar het eerste deel van de etappe erop zit. Van hieruit maak je nog een rondwandeling naar Rimburg.
Het kerkje van Eygelshoven is een bijzondere plek aan de Via Belgica. Hier zijn twee Romeinse mijlpalen gevonden, die zullen worden opgenomen in de collectie van het nieuwe Romeins museum in Heerlen.

Al snel doemt de Watertoren van Rimburg op, een iconisch monument dat overal bovenuit steekt en me de weg wijst. In de bossen kom ik een ree tegen, die me een blik toewerpt en er dan vandoor gaat.
Na een aantal klimmetjes wandel ik het authentieke Rimburg binnen. Dit dorp ligt aan de rivier de Worm en was in de Romeinse tijd een en al bedrijvigheid, met veel ambachtslieden en winkels. Het is nog steeds een sfeervol dorpje, met een café, een kerk en charmante huizen aan klinkerwegen.

Weer de bewoonde wereld in
Rimburg is ook het eindpunt van de Via Belgica op Nederlands grondgebied. Ik wandel van hieruit rustig terug richting Eygelshoven, alsmaar langs de Worm tot aan de bewoonde wereld.

Pauzeren kan nog even bij Camping de Watertoren of bij de Rimburgerhoeve, voor de laatste stappen er echt op zitten. Mijn Romeinse avontuur is voor nu ten einde, maar wie weet wandel ik later nog wel eens de internationale delen van de Via Belgica.’

Meer weten over de Via Belgica en alle etappes? Op de websites van Via Belgica en Visit Zuid-Limburg lees je er alles over.