Home » Boeken: Lezen over Italië » Dwaal door Genua met Ilja Leonard Pfeijffer
Ga op pad met de Ciao tutti City Walks!

Dwaal door Genua met Ilja Leonard Pfeijffer

Na meer dan tien jaar is schrijver Ilja Leonard Pfeijffer nog steeds niet uitgekeken op zijn geliefde Genua. ‘Deze stad is als een stijlvolle oude dame, vol geheimen waarover ze nooit zal vertellen,’ zo vertelt hij aan Vivian de Gier en Marc Brester, die samen met hem door het onbekende Genua wandelen.

Hij zou er één, misschien twee maanden blijven wonen. Dat idee borrelde spontaan op toen Ilja Leonard Pfeijffer in 2008 tijdens een fietstocht van Nederland naar Italië in Genua belandde. Voordat hij zich fulltime aan het schrijven ging wijden, werkte hij als classicus aan de universiteit van Leiden. Italië was dus geen vreemde voor hem; hij voelde zich er zelfs thuis. Maar met Genua was het liefde op het eerste gezicht.

‘Het labyrint van het historische centrum, al die kleine steegjes… Ik vond het een magische plek,’ vertelt hij bevlogen. ‘Destijds werd ik halsoverkop verliefd – en eigenlijk ben ik dat nog steeds. Genua blijft fascineren. Dat komt waarschijnlijk ook doordat deze stad driedimensionaal is. Ga je het centrum uit, dan loop je meteen steil omhoog; veel wijken liggen in de heuvels.’

Ilja besloot een appartementje te huren. Hij verlengde zijn contract nog eens, en nog eens. De maanden regen zich al snel aaneen, en nu, ruim tien jaar later, woont de schrijver nog altijd in hartje Genua. Hij wil er nooit meer weg.

Caffè e acqua frizzante, per favore,’ bestelt hij bij de serveerster van Bar 28 Erbe op het Piazza delle Erbe, op een steenworp afstand van het palazzo waarin hij woont. ‘Natuurlijk ben ik niet meer vierentwintig uur per dag zo betoverd als toen, maar dat gevoel komt nog wel regelmatig terug.

Toen ik hier net woonde, had ik op een dag een leuk barretje ontdekt. Het duurde een maand voordat ik het weer terugvond. Verdwalen lukt tegenwoordig helaas niet meer, ik loop nu overal zo naartoe. Maar deze stad kan me nog wel steeds verrassen en verbazen.

Zo kwam ik laatst ineens bij een soort binnentuin bij een kerk, de Santa Maria in Passione,’ vertelt hij, wijzend naar de heuvel verderop. ‘Dat is hemelsbreed maar tweehonderd meter van mijn huis. Tijdens mijn eerste jaren hier woonde ik er zelfs direct om de hoek, maar toch was die tuin me nog nooit eerder opgevallen. Een mooie stille plek, waarvan een groot deel helaas is verwoest tijdens de Tweede Wereldoorlog. In Nederland zou zoiets onmiddellijk worden herbouwd, hier laten ze het gewoon zo.’

Ondanks de drukkende warmte draagt Ilja een prachtig blauw pak. Sinds hij in Italië woont, gaat hij beter gekleed, vertelt hij – of beter gezegd: vooral sinds hij samen is met zijn vriendin Stella. In het Genuese straatbeeld is hij een opvallende verschijning, met zijn lange, robuuste gestalte, flinke snor en lange haren.

Hij gaat nooit de deur uit zonder een Moleskine-notitieboekje in zijn borstzak, waarin hij met vulpen in een sierlijk, klassiek handschrift zijn boeken schrijft. ‘Deze pen heb ik van Stella gekregen. Ik werk altijd met de hand, ik vind het prettig dat mijn boek letterlijk – fysiek – uit mijn handen komt. En zo heb ik bovendien overal mijn kantoor bij me.’

Hij dwaalt van terras naar terras. Zo schrijft hij zich een weg door de stad, op zwarte koffie en bronwater, ’s winters gehuld in een spectaculaire bontjas. ‘Er zijn eigenlijk maar twee of drie weken per jaar dat je niet buiten kunt zitten.’

Hij staart even dromerig voor zich uit. ‘Deze stad is als een stijlvolle, oude dame die veel geheimen heeft waarover ze nooit zal vertellen. Haar kleren zijn weliswaar een beetje vaal en versleten, maar ze rinkelt nog met al haar juwelen.

Genua is spannender, authentieker en vreemder dan Rome, vindt hij. ‘Deze stad geeft zich niet onmiddellijk gewonnen, zoals Rome – o, daar is het Colosseum, daar het Pantheon. Hier heerst de mentaliteit van zeevaarders, van handelaars: die laten nooit het achterste van hun tong zien. Dat geldt ook voor de stad zelf. Als je als toerist in Genua komt, moet je je best doen om de stad te ontdekken. Je moet haar willen veroveren.’

Naast de brede, lichte straten zoals de Via San Lorenzo en de Via Garibaldi en majestueuze pleinen als het Piazza de’ Ferrari of het Piazza Giacomo Matteotti, is het vooral de wirwar aan kleine straatjes die Genua zo charmant en bijzonder maakt. Nergens is het doolhof aan steegjes zó uitgebreid als hier – vandaar ook dat het historische centrum van Genua is uitgeroepen tot Unesco Werelderfgoed.

De keerzijde is dat je eenvoudig in kringetjes kunt lopen als je de weg niet kent – en dat er veel aan het oog onttrokken blijft. De San Lorenzo-kathedraal of het Palazzo Ducale vind je nog wel, maar er zijn ook tal van mooie plekken in Genua die vrijwel niemand kent.

Juist die ondoorgrondelijke structuur is de redding van de stad, denkt Ilja. Zijn meest recente roman, Grand Hotel Europa, speelt zich af in Venetië en gaat onder meer over massatoerisme. ‘Wat zo fijn is aan Genua, is dat de stad haar authenticiteit heeft weten te behouden.

In veel grote Italiaanse steden is het centrum verworden tot een openluchtmuseum. Ik was laatst een paar dagen in Florence, omdat Stella daar moest zijn voor haar werk. Het centrum is natuurlijk schitterend, maar eigenlijk is Florence geen echte stad meer.

In Venetië is dat nog veel erger, vervolgt hij. ‘Daar wonen nog maar vijftigduizend mensen en dat aantal daalt elke dag. In dit tempo woont er in 2030 niemand meer; de hele binnenstad wordt verhuurd aan toeristen. Het is een pretpark geworden. Een pak melk kopen lukt je niet meer. Zoek je daarentegen een plastic gondelbootje met knipperlichtjes of een authentiek Venetiaans carnavalsmasker, Made in China, dan kun je overal terecht.

Ook in Genua groeit het toerisme, maar hier wonen nog echt mensen. De meeste toeristen blijven in de omgeving van de kathedraal en de Via Garibaldi, die wagen zich niet al te veel de kleine steegjes in. Zo beschermt de stad zichzelf als het ware.’

Vanaf de Giardini Emanuele Luzzatti kijken we uit op de achthoekige toren van de twaalfde-eeuwse kerk San Donato – een van zijn favoriete onbekende plekjes in Genua. ‘Ze hebben er ook een mooi drieluik van schilder Joost van Cleve.’

Links, rechts, links, rechtdoor gaat het verder naar het oudste kerkje van Genua, San Cosimo. ‘En dat kent vrijwel niemand,’ zegt hij verheugd. Het kerkje dateert van 900 na Christus en ziet er van buiten charmant uit. Je zou er gemakkelijk aan voorbij lopen, want het staat een beetje verstopt op een piepklein plein. Ilja wijst naar de gevels op drie meter afstand van de kerkdeur. ‘s Avonds vind je hier een restaurant en een barretje, heel gezellig.’

We wandelen verder, langs viswinkels, groentezaakjes, een pruikenwinkel. In zijn roman La Superba, waarmee hij maar liefst drie literaire prijzen won, beschrijft hij ook de rauwe randen van zijn stad; de drugshandel en de prostitutie die eveneens in zulke kleine straatjes plaatsvinden. Het is juist die levendige combinatie van uitersten die maakt dat het een stad is om van te houden.

‘Mocht je denken dat het mensen afschrikt om naar Genua te komen: het tegendeel is waar,’ grinnikt Ilja. ‘Ik heb juist heel veel mensen gesproken die vanwege het boek graag Genua wilden bezoeken.’

Als grootste havenstad van Italië staat Genua open voor vreemdelingen. ‘Het is altijd een stad geweest van aankomst en vertrek. Ten tijde van de massa-emigratie van Italianen, aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw, vertrokken miljoenen Italianen vanuit Genua naar Amerika.

Nu er veel Afrikaanse immigranten naar Italië komen, beseffen veel inwoners: honderd jaar geleden zaten wij in hetzelfde schuitje. Dat maakt Genua tamelijk tolerant. De stad ligt met haar gezicht naar de zee. Daarmee heeft men historisch gezien meer banden dan met Milaan, ginds achter de bergen.’

Hoe langer hij hier is, hoe sterker hij beseft dat Italië toch echt heel anders is dan Nederland. ‘Je denkt wellicht: Ach, het is Noord-Italië, dit land maakt deel uit van de Europese Unie, het zal wel meevallen met de cultuurverschillen. Maar het sociale systeem werkt heel anders. Alles draait om contacten, vriendschappen, gunsten en wederdiensten.

In Nederland ben je gewend dat je iets voor elkaar kunt krijgen als je je meldt bij een bevoegde instantie: je gaat naar het stadhuis en krijgt een vergunning. Hier lukt iets alleen als je de juiste contacten hebt. Daarin moet je investeren, want je kunt met je Hollandse hoofd wel denken: ik betaal je toch, doe gewoon je werk – maar zo werkt het hier dus niet.’

In Nederland zijn is dan ook elke keer weer een mini-cultuurshock, lacht hij. ‘Als ik vanaf Schiphol de trein naar Leiden neem, vind ik het telkens weer zo stíl! Mensen praten nauwelijks met elkaar in de trein. Maar ook in onze steden is het vergeleken met Genua heel stil op straat.

Ik houd ervan om buiten te leven. In Nederland moet ik er elke keer weer aan wennen dat ik een afspraak moet maken om mijn vrienden te zien. Hier is dat niet zo, je komt iedereen op straat tegen. Maar ja, in Italië is nu eenmaal alles wat belangrijk is mooier: de mensen, de huizen, het weer.’

We wandelen naar de kerk Santa Maria di Castello, om de hoek bij het eerste appartementje dat Ilja huurde, in de Vico Alabardieri, het oudste deel van de stad. Het voormalige klooster bij de kerk is alleen onder begeleiding toegankelijk. Nu is het verlaten, maar tot voor kort leefden hier nog een paar broeders.

Ooit wandelden zelfs meer dan honderd monniken door de Loggia dell’Annunciazione, met indrukwekkende fresco’s van onder meer Giusto da Ravensburg uit 1451. Hoewel de haven op slechts een steenworp afstand ligt, wijst niets erop dat we ons midden in een drukke stad bevinden. Ook in de binnentuin ademt alles een serene rust – een perfecte plek om te schrijven.

Weer buiten zien we de Torre degli Embriaci, een middeleeuwse bakstenen toren die zich lijkt te verstoppen. Pas als je ernaast staat en omhoog kijkt, zie je hem boven de omringende huizen uittorenen. Genua geeft haar geheimen inderdaad niet zomaar prijs.

Op het Piazza San Giorgio wijst Ilja naar een kerk die haast tussen de huizen gepropt lijkt te zijn. ‘Valt je niets op?’ vraagt hij met een twinkeling in de ogen. En ja, dan zien we het: de kerktoren staat niet op de kerk zelf, maar op het naastgelegen palazzo.

‘Omdat er niet voldoende plek was, hebben ze ‘m daar maar neergezet,’ lacht Ilja. Het doorgangetje naar de kerk, hoog boven straatniveau, was voor de familie die in het palazzo woonde en veel geld aan de kerk afdroeg. Zo konden ze de diensten bijwonen zonder zich met het gepeupel te hoeven mengen.

Zo zijn er voor de aandachtige waarnemers meer bizarre dingen te zien, zoals de wonderschone Chiesa di San Pietro in Banchi op het Piazza Banchi, die boven op een grote ijzerwarenwinkel staat. Ilja grijnst: ‘Maar wel een héél goede ijzerwarenwinkel.’

We strijken neer op een terrasje, waar de eersten al aan een Spritz of Negroni zitten. Bij ons komt wederom caffè en acqua frizzante op tafel. ‘Uiteindelijk heb ik veel aan Genua te danken,’ mijmert Ilja. ‘Ik heb er La Superba geschreven, waarvoor ik de Libris Literatuurprijs kreeg, en Brieven uit Genua. Genua heeft me mijn vriendin Stella gegeven, maar vooral een thuis waar ik voorlopig nog niet op uitgekeken ben.’

4x genieten van Genua in de stijl van Ilja Leonard Pfeijffer
*Le Café des Artistes (Via San Vicenzo 89R), een mooie bar met prachtige oude fresco’s op de plafonds

*Café Libreria di Piazza delle Erbe (Piazza delle Erbe 25) – boeken en een bar, wat wil een mens nog meer?!

*Restaurant Ombre Rosse (Vico degli Indoratori 20R), een heerlijke plek voor levensgenieters en lezers

*La Goletta (Magazzini del Cotone 3), waar je met uitzicht op de haven geniet van de ondergaande zon met een cocktail, biertje of glas wijn, waar je heel veel lekkere hapjes bij geserveerd krijgt

foto’s: Marc Brester | A Quattro Mani

2x per week Italiaanse inspiratie

Meld je aan voor de Ciao tutti nieuwsbrief - en ontvang de digitale editie van onze City Walk Klassiek Rome als cadeautje:

Ontdek de mooiste vakantieadressen in Italië

2 reacties

  1. dit jaar waren we drie keer in genua. Eerst een dag, veel te kort, dus toen drie dagen- ook te kort, toen een ruime week.

    genua blijft een stad om steeds weer te ontdekken

    we logeerden in Boccadasse, een piepklein strandje. Moet Ciao ook eens doen.

    hartelijk dank voor de uitgebreide informatie,

  2. Ciao Teun, Boccadasse is inderdaad een aanrader, we waren er ook al én schreven erover, zie https://ciaotutti.nl/reizen-door-italie/reizen-door-italie-ligurie/buongiorno-da-boccadasse/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *