Om Stefan en Stephan heen kreeg iedereen kinderen, huizen en toekomstplannen. Zij kregen… een identiteitscrisis. Gelukkig een met een goede afloop, maar die verklappen we nog niet. We geven het woord aan Stefan en Stephan, die hun avontuur graag met jullie delen!

Een oefening in overeind blijven
Stefan en Stephan: ‘We vroegen ons al jaren af wat eigenlijk ónze volgende stap moest zijn. Emigreren? Boer worden? Een B&B beginnen? We hadden het allemaal al eens hardop gezegd, meestal ’s avonds op de bank alsof het grapjes waren, maar stiekem meenden we het.
Toen we ineens allebei in een burn-out zaten van onze veel te hectische banen dachten we: laten we vooral iets doen om hier bovenop te komen wat totaal níét rustgevend is. Dat werd twee fietsen kopen en naar Rome fietsen.
Het was eind april toen we vertrokken, vanaf ons huis in Nieuwerkerk aan den IJssel. Onze fietsen waren bepakt met zo’n dertig kilo bagage per stuk: tent, slaapzakken, kookspullen en allerlei spullen waarvan je onderweg wel merkt of je ze nodig hebt of niet.
We slingerden de straat uit alsof we opnieuw moesten leren fietsen, terwijl we officieel op wereldreis waren. De eerste meters waren vooral een oefening in rechtop blijven.

De route was van tevoren duidelijk: België, Frankrijk, Zwitserland, Italië. We fietsten via de Ardennen en de Duitse Moezel richting Frankrijk en Zwitserland.
Tijdens de eerste dagen viel het weer nog mee, maar hoe verder we naar het zuiden kwamen, hoe slechter het werd. In het nieuws hoorden we over overstromingen in Italië, terwijl we uit Nederland foto’s kregen van zon, terrasjes en vijfentwintig graden.

Italië begint bij Chiavenna
En toen gebeurde het: we fietsten Italië binnen. Dat merkten we aan twee dingen: de plaatsnaamborden waren ineens Italiaans en de wegen werden slechter. Verder niets feestelijks. Gewoon twee natgeregende mensen met fietstassen die concludeerden: oké, we zijn er.
We kwamen binnen bij Chiavenna. Als je daar ooit bent geweest, weet je dat het iets magisch heeft. Chiavenna bestaat uit bergen, straatjes en water. En uit mensen die geen idee hadden dat wij net uit Nederland waren komen fietsen.

Onze eerste nacht was bij het Comomeer. Het regende alsof de wereld verging. Maar: we waren in Italië. En zelfs in apocalyptisch weer is het Comomeer nog steeds sprookjesachtig. Onze eerste Italiaanse pizza was pure extase. Dat we pas na achten konden eten, een lokale regel waar wij toen nog niks van wisten, namen we er graag bij. Het compenseerde bijna alles.

Bergamo, Milaan en het Gardameer
In Bergamo namen we een hotel. We hadden het even gehad met natte spullen en we moesten immers ook het Songfestival kijken en dat doe je met droge sokken. Vanuit Bergamo deden we een dagje Milaan per trein, zonder fiets, alsof we een normaal leven hadden.
Daarna reden we door naar het Gardameer. Prachtig natuurlijk. Een plek waar je vanzelf even langzamer gaat fietsen.
De Povlakte en de kunst van het wachten
Daarna volgde de Povlakte. Honderden kilometers vlak. Landbouwbedrijven. Weilanden. Nog meer weilanden.
Hier besloot een van onze fietsen ermee te stoppen. Precies rond lunchtijd. De fietsenmaker ging pas om drie uur weer open. Pranzo. Een nieuw cultureel begrip.
We zaten drie uur op een bankje in een dorpje te wachten. Lokale oude mannetjes kwamen naast ons zitten en begonnen uitgebreide gesprekken in het Italiaans. Wij knikten alsof we alles begrepen. Dat deden we niet.
We probeerden uit te leggen dat we vanuit Nederland hierheen waren gefietst, met handen, voeten en het woord Olanda. Ze keken ons aan alsof we van een andere planeet kwamen. Wie doet zoiets? Wij dus blijkbaar.
Een paar dagen later brak er opnieuw iets, midden op de Povlakte. Maar alsof het zo moest zijn, stonden er binnen een minuut twee Nederlanders naast ons, met precies de juiste onderdelen. Zo’n moment dat voelt als toeval met een randje magie.

Toscane: zwaar maar perfect
Omdat we stiekem al fantaseerden over een eigen B&B, vonden we dat we op z’n minst ook eens in een bed & breakfast moesten overnachten. Omdat het weer ondertussen structureel tegenzat, besloten we het kampeeridee los te laten.
Vanaf dat moment verruilden we de tent voor B&B’s. Niet alleen uit luxe, maar ook uit noodzaak: in dit deel van Italië waren campings schaars.
Onze eerste B&B lag in Toscane. Het zwaarste deel van de reis: heuvels, regen, nog meer heuvels. Maar ook het mooiste. In de Val d’Orcia voelde het alsof we door een schilderij fietsten. Alsof de wereld daar net iets te mooi is ingesteld.

Ook na de Toscaanse grens volgden dorpen die bijna oneerlijk fotogeniek zijn: Orvieto, Bagnoregio en Vitorchiano.


Rode loper in Rome
Toen kwam Rome in zicht. Die dag was het voor het eerst echt mooi weer. Alsof iemand boven Italië eindelijk de regenknop had uitgezet.
De weg van het Piazza Venezia naar het Colosseum was die dag afgesloten voor auto’s, maar open voor fietsers. Wij reden daar dus. Alleen, over een weg die duizenden jaren geschiedenis telt. Het voelde alsof Rome persoonlijk de rode loper voor ons had uitgerold.
Ons eindpunt was het Vaticaan. Na ruim drie weken fietsen stonden we daar. De reis was klaar, maar het antwoord op de vraag ‘Wat nu?’ hadden we nog niet.

Van Monterotondo naar Le Marche
De dag erna verbleven we in een B&B in Monterotondo, ten noorden van Rome. Met uitzicht, bloemen in terracottapotten, een zwembad en een gastvrouw die ons ontving alsof we familie waren. Daar gebeurde iets. We dachten ineens: ja… dit willen wij ook.
De terugweg naar Nederland bracht ons door de zonnebloemvelden van Le Marche. Daar gebeurde het opnieuw: datzelfde gevoel. Rust. Ruimte. Licht.
Eenmaal weer thuis gingen we kijken bij Nederlandse makelaars in Italië. We zagen een pand dat alles had wat we zochten: uitzicht, een tuin, een zwembad. Een week later zaten we in de auto richting Italië voor een bezichtiging. Daar wisten we het eigenlijk meteen: dit moest het worden.
Een eigen B&B in Cingoli
Het koopproces ging niet zonder slag of stoot, maar het lukte en inmiddels zijn we bijna twee jaar de trotse eigenaren van B&B Numero 7 in Cingoli.

We hebben alles wat we zochten en meer: kippen, een moestuin, uitzicht en vooral: een tweede leven. Wat begon als een fietsreis naar Rome werd iets veel groters. Niet omdat we precies wisten wat we deden, maar omdat we het gewoon deden.
Achteraf gezien was dat misschien wel genoeg. Zodat je later kunt zeggen: Kijk, dit heb ik gedaan. Iets wat veel mensen willen, maar niet durven. Het avontuur van je leven. En dat is het nog steeds!’
Benieuwd naar nog meer beelden van de reis? In onderstaande video fiets je met Stefan en Stephan mee naar Rome!