Naar hoofdinhoud Naar navigatie
2 oktober 2026

Op de markt en in de supermarkt in Italië: bestellen zonder te wijzen

Wijzen werkt overal en ook op een Italiaanse markt kom je er een heel eind mee. Maar er is een moment waarop wijzen niet genoeg is. Het goede nieuws: met slechts drie of vier zinnen kun je jezelf verstaanbaar maken, zo legt docent Italiaans Alessio Are je in dit artikel uit.

Achter de kraam en aan de toonbank van de salumeria of delicatessenzaak wordt namelijk al honderd jaar hetzelfde gesprek gevoerd, met een verrassend makkelijk te leren woordenschat.

Wie is er aan de beurt?

Alessio: ‘In de supermarkt en bij de kaas- en vleesafdeling trek je een nummertje, il numerino. Wat je dan hoort is: chi è il prossimo? (wie is de volgende?) of, veel vaker: a chi tocca? (wie is er aan de beurt?).

Het antwoord daarop is: tocca a me, ik ben aan de beurt. Als je niet zeker weet of jij al aan de beurt bent, vraag je: sono dopo di lei? (ben ik na u?).

Op de markt hoef je meestal geen nummertje te trekken, maar moet je kijken wie er eerder stond en dus eerder aan de beurt is.

Is het jouw beurt, dan hoor je iets wat veel mensen uit hun evenwicht brengt: mi dica! Letterlijk: ‘zegt u het maar’ maar in de praktijk gewoon: ‘wat mag het zijn?’

Rekenen in etti in plaats van grammi

Dit is het woord waar alles om draait. Un etto is honderd gram. Italianen zeggen vrijwel nooit cento grammi, ze zeggen un etto, en ze rekenen er ook in. Dus:

un etto – 100 gram
un etto e mezzo –  150 gram
due etti – 200 gram
mezzo chilo – een pond / halve kilo
un chilo – een kilo

Voor vlees, kaas en ham bestel je in etti. Groente en fruit in etti of chili of, voor dingen die je kunt tellen, gewoon per stuk. Dus tre pesche (drie perziken) en due limoni (twee citroenen), maar due etti di spinaci of funghi.

Volzin voor een volledige bestelling

Vorrei un etto di prosciutto crudo is correct en beleefd. Maar de vorm die je op de markt het vaakst hoort is: Mi dà un etto di prosciutto crudo? (geeft u me een ons rauwe ham?). Dat klinkt in het Nederlands wat bruusk, maar is in het Italiaans juist normaal en vriendelijk.

Dan is er nog de elegantste variant, met dat kleine woordje ne, dat ervan betekent. Je wijst naar de kaas en zegt: me ne dia mezzo chilo (geeft u me daar een pond van). Zo klink je als een geboren Italiaan.

Bij vleeswaren en kaas komt er meestal nog een wens achteraan, zoals tagliato sottile (dun gesneden) of un po’ più spesso (wat dikker). Dat is geen detail, dat is voor Italianen essentieel.

Wat de verkoper vraagt

Terwijl de verkoper snijdt of weegt, komt er een vraag die vrijwel altijd hetzelfde is. Hij houdt het mes stil, kijkt op en zegt: Così va bene? (is het zo goed?). Hij bedoelt: is dit ongeveer de hoeveelheid die u wilde?

Daarop zijn er drie antwoorden mogelijk. Va bene così (prima zo), un po’ di più (iets meer) of un po’ di meno (iets minder).

Aan het eind volgt: altro? of le serve altro? (nog iets?). Het antwoord is het volgende wat je wil bestellen of, als je alles hebt: basta così, grazie (dat is genoeg, dank u).

Bij fruit en kaas krijg je soms een vraag die je kan overvallen: per oggi o per domani? (voor vandaag of voor morgen?). Dat is vakwerk: de verkoper checkt namelijk de rijpheid van wat hij je meegeeft. Antwoord gewoon eerlijk, per stasera of per domani, want zo krijg je het beste fruit voor dat moment.

Kijken met je ogen, niet met je handen

Eén ding waar bijna elke buitenlandse bezoeker tegenaan loopt: op de Italiaanse markt pak je het fruit niet zelf. De verkoper kiest en pakt. Zelf in de perziken knijpen of een appel bekijken is echt not done.

Wil je toch zelf uitzoeken, dan vraag je het: posso? (mag ik?). In een supermarkt liggen er handschoenen bij de groenteafdeling. Die zijn niet decoratief, die moet je gebruiken voor je groente en fruit aanraakt om af te wegen.

Quanto viene?

De vraag naar de prijs is: quanto viene? (wat komt het?). Dat klinkt vreemd vertaald, maar het is wat men op de markt zegt. Quanto costa is niet fout, alleen schoolser. Aan het eind vraag je: quant’è? (hoeveel is het?).

Op markten is contant geld nog steeds de norm, ook al is pinnen inmiddels op veel plekken mogelijk. Vraag het van tevoren: posso pagare con la carta?

Hoor je aan het eind facciamo dieci (laten we er tien van maken), dan rondt de verkoper het bedrag naar beneden af. Dat is geen korting waar je om moet vragen, dat is een klein cadeau. Het enige juiste antwoord is: grazie.

Woordenlijstje om te bewaren

A chi tocca? Tocca a me. – Wie is er aan de beurt? Ik.
Sono dopo di lei? – Kom ik na u?
Mi dà un etto di prosciutto crudo? – Mag ik honderd gram rauwe ham?
Me ne dia mezzo chilo. – Geeft u me daar een pond van.
Tagliato sottile, per favore. – Dun gesneden, alstublieft.
Va bene così. / Un po’ di più. – Zo is het goed. / Iets meer.
Basta così, grazie. – Dat is genoeg, dank u.
Posso? – Mag ik (zelf pakken)?
Quanto viene? / Quant’è? – Wat kost het? / Hoeveel is het?

Wat deze zinnen gemeen hebben met de rest van het Italiaans dat je echt nodig hebt: ze zijn kort, ze komen in een vaste volgorde, en je hoort ze allemaal binnen één gesprekje.

Ga een keer op een marktdag staan luisteren voordat je zelf bestelt. Twintig minuten en je hebt het hele gesprek te pakken.’

Extra fijn: Alessio maakte een pdf met alle zinnen uit dit artikel met wat extra’s, die je hier gratis kunt downloaden, voor bij je boodschappenlijstje!


Alessio Are is docent Italiaans, zowel tussen Ede en Amsterdam als online. Op thuisitaliaans.com schrijft hij over de taal zoals die echt gesproken wordt.

Regelmatig geeft hij op Ciao tutti tips voor het Italiaans dat je tijdens je vakantie nodig hebt, bijvoorbeeld in een restaurant of als je de weg wil vragen.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ciao tutti is hét startpunt voor je vakantie naar Italië, bomvol persoonlijke tips. Buon viaggio!