Ga op pad met onze City Walks!

Gevallen engel

David Hewson, een van onze favoriete-schrijvers-over-Italië heeft een nieuwe thriller met inspecteur Nic Costa en la bella Roma in de hoofdrol geschreven: Gevallen engel.

Gevallen-engel-Hewson

De Britse academicus Malise Gabriel valt uit zijn Romeins appartement en overlijdt. Inspecteur Nic Costa komt er al snel achter dat er meer schuilgaat achter het ongeluk dan op het eerste oog lijkt. Zijn interesse wordt helemaal gewekt op het moment dat een familiegeheim, stammend uit de zestiendede eeuw, de sleutel tot de oplossing lijkt te zijn. Een fragment:

‘Het was de laatste zaterdag van augustus, even na middernacht. Nic Costa zat op een lage, halfronde stenen bank halverwege de Ponte Garibaldi te luisteren naar het gemurmel van de Tiber onder hem, die als een soort oude geest leek te mopperen over de herrie en de troep van de stad.

Links van hem, in Trastevere, bracht een gestage stroom van auto’s en overvolle avondbussen mensen naar de buitenwijken – medewerkers van hotels en restaurants, en eters en drinkers die te moe waren geworden of te weinig geld overhadden om nog langer in de stad te blijven. Aan de overkant van de rivier, waar dit gedeelte van de weg de naam Lungotevere de’ Cenci droeg, stroomde het verkeer richting het centrum en was het op dit tijdstip van de avond een stuk rustiger. Rome begon zich langzaam, zij het met enige weerzin, voor te bereiden op de slaap.

Als hij zijn ogen sloot, kon hij zich bijna voorstellen dat hij thuis was, op het platteland langs de Via Appia, en luisterde naar niets meer dan de verre echo van een paar slapeloze uilen. Maar toen weerklonk, van beide zijden van de rivier, het bekende weekendgeluid: luide, benevelde stemmen, in het Engels, Duits, Amerikaans en nog een paar talen die hij niet kon thuisbrengen. De vele drukke bars van Trastevere en het Campo dei Fiori begonnen hun klanten uit te braken, en de komende uren zouden de geüniformeerde agenten en carabinieri in de nachtdienst zich onledig moeten houden met de nasleep van een alcoholcultuur die hunzelf volkomen vreemd was. De meeste Romeinen hielden er immers niet van om dronken te worden; dat soort uitspattingen werd gezien als sociaal verwerpelijk en beschamend. Costa had die avond flink meer wijn gedronken dan normaal, waar hij overigens geen moment spijt van had.

Verderop langs de Tiber zag hij een luidruchtig groepje jonge mannen en vrouwen over de oude voetgangersbrug stommelen, die Trastevere ter hoogte van de Piazza Trilussa met het centro storico verbond. Hij wilde dat hij de tijd en de fut had om erheen te lopen, en zelfs nog wat verder, zodat hij het verlichte Castel Sant’Angelo kon zien liggen als een plompe stenen trommel, achtergelaten door vergeetachtige reuzenkinderen. Rome leek altijd magisch, een sprookjesstad, op dit soort soezerige avonden. En er lagen zo veel herinneringen besloten in al deze straten en lanen, huizen, kerken en paleizen rondom hem. Zowel goede als slechte: sommige nog vers, sommige reeds verbleekt tot de verstilde, gelaten aanvaarding die hij was gaan herkennen als iets wat hoorde bij het ouder worden.

‘Mag ik het nog eens vragen? Wat is er precies in Calabrië gebeurd?’ vroeg de vrouw die naast hem zat.
Niets aangenamer dan een nachtelijke gelato in de buitenlucht. Zijn zomervakantie, die hem was opgedrongen door de volhardende humanresourcesafdeling van de politie, was nu drie dagen aan de gang. Hij begon zich al een beetje te vervelen, toen zich onverwacht gezelschap had aangediend.

Hij likte aan zijn hoorntje met pure chocolade en pittige rode peper, dacht even na en zei toen: ‘Dat heeft allemaal in de krant gestaan.’

‘De krant! Deels, ja. Over jou en Leo en de rest: dat jullie een stel boeven en politici achter de tralies hebben gezet en daarna in het Palazzo del Quirinale zijn gehuldigd door Dario Sordi. Met medailles van de president van Italië.’
‘Het was maar één medaille,’ zei hij. ‘Een heel kleintje ook nog.’
‘Maar waarom moesten jullie het dan vieren?’

Dat was een goede vraag. Dat had voor hem ook niet per se gehoeven. Het waren zijn collega’s van de Questura geweest die die avond een privéfeestje hadden georganiseerd in een vermaard restaurant bij het Pantheon. En daar was hij dus toevallig – van zijn kant althans – de vrouw tegen het lijf gelopen die nu met matig enthousiasme naast hem aan een pistache-ijsje likte. Teresa Lupo had haar zonder hem daarvan op de hoogte te stellen uitgenodigd en hem bij haar binnenkomst als een ouderwetse stripfiguur een veelbetekenende knipoog gegeven. Hij was er zeker van dat hij toen had gebloosd en hoopte dat dat niemand was opgevallen. Vervolgens had hij de rest van de avond met bijna niemand anders meer gepraat.

‘Ik vind het beangstigend,’ ging ze verder. ‘Ik draai me heel even om en opeens is alles anders.’
‘Je bent bijna twee jaar weg geweest, niet “heel even”. Natuurlijk zijn de dingen dan veranderd.’

Lees verder in

Gevallen-engel-Hewson

Gevallen engel | David Hewson | vertaald door Willeke Lempens | ISBN 9789026129957 | € 19,95 | uitgeverij De Fontein | bestel Gevallen engel via deze link bij bol.com

 

 

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *