Op fietsvakantie in Lombardije – langs de Mincio en de Po naar Mantova en Grazie
Tim stapte op de pedalen voor een achtdaagse fietsvakantie in Lombardije. In dit artikel nam hij je al mee tijdens de eerste etappes rondom Mantova, in deze blog vervolgt hij zijn weg van Barbarossa’s kasteel in Redondesco naar het Gardameer.
Tim: ‘Na zo’n vijftien kilometer kom ik aan in Redondesco, een klein dorp met een groot kasteel, dat waarschijnlijk rond 1163 werd gebouwd in opdracht van keizer Barbarossa.
Het speelde een significante rol in de controle over de Via Postumia, de weg uit de Romeinse tijd die voornamelijk voor militaire en later ook commerciële doeleinden belangrijk was.

Tegenwoordig is het in gebruik als stadhuis. Er worden met enige regelmaat rondleidingen georganiseerd waarbij je ook de unieke ondergrondse ruimtes kunt verkennen.
Maar Redondesco heeft nog een andere belangrijke bezienswaardigheid. Een paar kilometer buiten de dorpskern ligt het Romitorio di San Pietro, de kluizenaarswoning van San Pietro.
Het charmante kerkje dateert van rond het jaar 1000. Je bewondert er prachtige fresco’s uit de vijftiende eeuw. De woning bij het kerkje biedt nog steeds onderdak aan een geestelijke.

Weer op de fiets zie ik in de verte een oude kasteeltoren. Die staat in het plaatsje Mariana Mantovana, met nog geen duizend inwoners. Voor de bouw van het kasteel werd in 1475 opdracht gegeven door markies Ludovico III Gonzaga.
Tegenwoordig zijn alleen de vierkante klokkentoren en de poorttoren van het kasteel nog intact, maar vroeger was het een indrukwekkende vesting met dikke muren en een brede slotgracht met ophaalbrug.

Aan het begin van de zestiende eeuw kende het plaatsje een relatief voorspoedige tijd. Een belangrijke bron van inkomsten was de productie van zijde. Het militaire belang van het kasteel verdween wat naar de achtergrond en al snel werd de slotgracht van het fort gedempt om plaats te maken voor moerbeibomen die nodig waren voor de teelt van de zijderups.
Het kasteel is afgesloten maar na een vriendelijk verzoek bij het naastgelegen stadhuis kun je met wat geluk de toren beklimmen en op de borstwering van achter de kantelen de omgeving bewonderen.

Een paar kilometer buiten het plaatsje ligt het Oratorio dei Campi Bonelli, vlak bij de plek waar volgens overlevering ooit een wonderbaarlijke bron lag, gewijd aan de Heilige Maagd Maria.
Het heiligdom is volledig opgetrokken uit terracotta en herbergt een mooie reeks fresco’s uit de veertiende eeuw.

Langs velden met klaprozen en uitgestrekte landbouwgronden fiets ik naar nóg een heilige plek, het Santuario Rosa Mistica.
Sinds 1966, het jaar waarin Maria naar verluidt aan de zieneres Pierina Gilli verscheen en haar naar deze plek leidde, is het een plaats van Mariaverering.
Maria verscheen onder de naam Rosa Mistica, Mater Ecclesia (Mystieke Roos, Moeder van de Kerk), met een witte, een rode en een gele roos op haar mantel, die respectievelijk gebed, offer en boetedoening symboliseren. Hoewel deze verschijning niet wordt erkend door de katholieke kerk, wordt deze locatie wel als heilige plek gezien.

Het bestaat uit een soort open theater met een kapel waar een eucharistieviering kan worden gehouden en een bassin gevuld met water met geneeskrachtige eigenschappen. De muur achter de bank bij het bassin hangt vol met dankbetuigingen.
Vlak bij de bron bevinden zich de Heilige Trappen, die de gelovigen knielend beklimmen om bij elke trede een Weesgegroetje te bidden. Volgens de zieneres Pierina Gilli beklom Maria zelf de trappen die van de straat naar de bron leiden.


Niet veel verder ligt Montichiari, het eindpunt van deze etappe. Ik logeer in een voormalig palazzo, dat sinds enkele jaren is omgebouwd tot Hotel Palazzo Novello.

Nadat ik heb ingecheckt, is er genoeg tijd om sfeer te proeven op het Piazza Santa Maria, waar ik neerstrijk op een van de terrasjes met uitzicht op de monumentale façade van de Duomo.

Als je naar binnen gaat, loop je over een schitterende vloer in wit Carrara-marmer. De koepel is van kilometers afstand te zien en heeft een imposante diameter van maar liefst achttien meter.
In de klokkentoren van de kathedraal hangt de zogenaamde Campana della Vita, de klok des levens. Deze wordt onder meer geluid om pasgeboren Montichiarini aan te kondigen.


Op de weg terug naar het hotel trekken een paar torens die boven de daken uitsteken de aandacht. Ook Montichiari heeft zijn eigen kasteel, het Castello Bonoris, met een heel andere geschiedenis dan de eeuwenoude kastelen die we tot nu toe hebben gezien.
Het staat op de plek van een middeleeuws fort, maar bestaat pas iets meer dan honderd jaar. Het oude kasteel is eeuwen geleden geplunderd en verwoest en het gebied waarop de ruïnes stonden is aan het einde van de negentiende eeuw verkocht.
De nieuwe eigenaar, Gaetano Bonoris, had bedacht dat er een neogotisch gebouw, gemodelleerd naar de middeleeuwse Italiaanse kastelen moest komen.
Van april tot oktober is het kasteel open voor bezoekers. Tijdens een rondleiding bewonder je de vele fresco’s en schilderijen van onder anderen Giuseppe Rollini.

De volgende ochtend ga ik na een goed ontbijt weer op weg, over mooie fietspaden en wegen, door bossen en langs snel stromende beken, langzaam maar zeker steeds hoger. Dan duikt in de verte het Gardameer op.

Na een tijdje kom ik aan in Padenghe, gebouwd op een aantal heuvels aan het Gardameer, met op een van die heuvels het Castello di Padenghe sul Garda.
Alleen al voor het uitzicht is het de moeite waard om erheen te gaan want het gebouw is gelegen op een schitterende panoramische locatie. Ik loop onder de twintig meter hoge vierkante verdedigingstoren door en neem een kijkje in de twee straten met de oudste burgerlijke bouwwerken van Padenghe, waar nog altijd mensen wonen.

Het Castello di Padenghe sul Garda was behalve een verdedigingswerk ook een toevluchtsoord waar de inwoners van de omliggende dorpen en het platteland in geval van gevaar hun toevlucht konden zoeken, zelfs met hun vee. Tegenwoordig is het kasteel deels een openluchttheater waar evenementen plaatsvinden.

Vervolgens is het nog maar een paar kilometer naar het centrum van Desenzano, met de gezellig drukke boulevard met terrassen en prachtig uitzicht op de haven en het Gardameer.
Een van de pittoreske plekken in het historisch centrum is de oude haven, il Porto Vecchio, die werd gebouwd tijdens de heerschappij van de Republiek Venetië.
Later werd de haven afgesloten, eerst door een ophaalbrug en sinds de jaren dertig van de vorige eeuw door een brug in Venetiaanse stijl, de Ponte alla Veneziana.

Natuurlijk heeft ook Desenzano een kasteel dat te bezoeken is. De openingstijden zijn beperkt maar het klimmetje naar boven is altijd de moeite waard, vanwege het uitzicht over Desenzano en het meer.

Op weg naar Pozzolengo, de eindbestemming van mijn etappe, kom ik langs een opvallende toren die boven op een heuvel midden in het landschap staat. Het is de Torre monumentale di San Martino della Battaglia uit 1880, die je kunt beklimmen voor een weids uitzicht.
Op de plek die je van bovenaf kunt overzien, vochten in 1859 de legers van het Koninkrijk Sardinië onder leiding van koning Vittorio Emanuele II tegen Oostenrijk, de bloedigste fase van de Slag bij San Martino. In deze blog lees je daar meer over.

Na nog een klein stukje op de pedalen bereik ik het dorpje Pozzolengo, op het kruispunt van drie provincies, Brescia, Mantova en Verona, en twee regio’s: Lombardije en Veneto.
Pozzolengo was in het verleden vooral bekend om zijn bronnen die verspreid over de gemeente lagen. Nu vormt het dorp een natuurlijk balkon met uitzicht over het uitgestrekte wijnbouwgebied van Lugana, wijn waar de Pozzolenghesi trots op zijn, net als op hun honing, salami en saffraan.
Ook hier ontbreekt een kasteel niet. Samen met de San Lorenzo Martire behoort het tot de belangrijkste toeristische bezienswaardigheden van Pozzolengo.

Mijn hotel is vernoemd naar de lokale beschermheilige, een mooie bijkomstigheid na al die heilige plekken op de route…
Hotel San Lorenzo serveert geen ontbijt, maar als je hier logeert, kun je aanschuiven bij Osteria Da Carlo, om met genoeg energie richting Peschiera del Garda te vertrekken. Daarover meer in een derde en laatste blog over deze fietsweek.’
