Cimitero Monumentale di Bonaria – de beeldende historische begraafplaats van Cagliari
Als je aan Sardinië denkt, zie je waarschijnlijk paradijselijke stranden en baaitjes voor je die niet zouden misstaan in de tropen. Ideaal voor een verfrissende duik nadat je de prachtige natuur van het eiland hebt verkend.
Sardinië heeft namelijk ook veel verrassende plekken voor natuurliefhebbers, van ruige berglandschappen en diepe kloven tot onbewoonde eilandjes. Sandra, reisexpert bij Better Places, is half Sardijns en wijst je graag de weg naar de allermooiste plekken in de natuur, zodat je er in alle rust van kunt genieten.
Nadat ze opgroeide in België, volgde Sandra haar roots terug naar haar geliefde Sardinië. Ze weet dan ook precies waar je moet zijn voor bijzondere belevingen. In dit artikel deelt ze alvast een aantal tips om de natuur op Sardinië te ontdekken.

Sandra: ‘In het uiterste noordoosten van Sardinië ligt het Parco Nazionale dell’Arcipelago di la Maddalena. Het bestaat uit zeven grotere en ruim vijftig kleinere eilanden, waarvan de meeste onbewoond zijn.
Je kunt de archipel makkelijk per boot bereiken en vanaf hoofdeiland La Maddalena eilandhoppen, maar als je de mooiste plekken wil zien, kun je de toeristenboten beter overslaan en de eilanden van de archipel te voet ontdekken.
De oude militaire paden nemen je mee door een uniek landschap, zoals de route naar Punta Tegge, met adembenemende uitzichten op de kustlijn. Neem een duik in zee vanaf een van de mooie stranden of wandel naar Batteria Arbuticci, een voormalig fort.
Ik raad je aan om op pad te gaan met een lokale gids, die je onderweg van alles kan vertellen over dit bijzondere eiland, haar natuur, geschiedenis en cultuur.’

De Monte Gennargentu is de ideale bestemming voor wandelaars die de ruige natuur en authentieke Sardijnse cultuur willen ontdekken. Dit bergmassief vormt het ruige hart van Sardinië, met oude herderspaden die je langs rotsen en door eikenbossen voeren. Onderweg kun je hier en daar nog herders tegenkomen die hun kuddes begeleiden.
In het gebergte vind je traditionele dorpjes zoals Tiana, dat bekend staat om de historische molens, en het hooggelegen Fonni.
Oliena, aan de voet van Monte Corrasi, vormt een mooie uitvalsbasis voor wandelingen richting de Supramonte. Van hieruit kun je zowel de bergen als de indrukwekkende kloven in trekken.

Daarnaast staat Oliena bekend om de Cannonau, een van de beste wijnen van Sardinië – en onderdeel van het dieet in de befaamde Blue Zones op het eiland.

Zoals we al schreven, heeft Sardinië schitterende stranden, met idyllische baaien in alle tinten blauw. De hele kustlijn van Sardinië is prachtig, dus je kunt aan elke kant van het eiland de mooiste baaien ontdekken.
Sandra raadt je aan om in elk geval de stranden Is Arutas en Putzu Idu niet over te slaan. Het kilometerslange strand van Is Arutas bestaat uit witte kwarts, wat een uniek wit, roze en lichtgroen strand oplevert.

Bij het witte zandstrand Putzu Idu vind je nog een aantal zoutvlaktes, waar je met een beetje geluk flamingo’s kunt spotten.

Als reisexpert bij reisorganisatie Better Places, stelt Sandra rondreizen op maat samen. Volledig op basis van haar kennis van Sardinië en jouw wensen. Laat je inspireren door de voorbeelden van rondreizen op Sardinië of vraag bij Sandra vrijblijvend een reisvoorstel op maat aan.
De Grotta di Nettuno, ligt bij Capo Caccia in het noordwesten van Sardinië, vlak bij Alghero. Volgens de legende werd deze Grot van Neptunus ontdekt door vissers, die geloofden dat de zeegod hier woonde. De enorme zalen met stalactieten en stalagmieten zouden zijn paleis vormen.
De grot is van binnen schitterend om te zien, maar ook een van de drukste natuurlijke bezienswaardigheden op het eiland. Wil je een kijkje nemen, ga dan zo vroeg mogelijk op de dag om de drukte voor te zijn.
Je kunt de grot per boot bereiken maar te voet is een leukere optie. Je loopt dan naar beneden via een trap langs de steile rotsen. De trap heeft maar liefst zeshonderdvierenvijftig treden, maar als beloning heb je al wandelend prachtig uitzicht over zee.


In het ruige binnenland van Sardinië, tussen de streken Supramonte en Ogliastra, ligt de Gola di Gorropu. Deze kloof wordt ook wel de Grand Canyon van Europa genoemd. Over een lengte van vijftienhonderd meter wandel je tussen rotsen die ruim vijfhonderd meter boven je uit torenen, een waar spektakel!
Je kunt kiezen uit twee verschillende wandelroutes, een korter maar zwaar pad en een langer pad dat wat makkelijker is.
Bij de zwaarste route, Ghenna Silana, daal je in ongeveer anderhalf tot twee uur af naar de kloof via een rotsachtig pad. Dat betekent wel dat je op de terugweg ook weer zevenhonderd meter omhoog moet, dus houd daar rekening mee. Het is veruit de mooiste route, dus de extra inspanning meer dan waard!
