Inspiratie voor een Italiaanse kerst

Het einde van het lied – in de voetsporen van Hadrianus

Ciao tutti-lezer Geert tipte ons het boek Het einde van het lied, van Willem du Gardijn. Een prachtige leestip, die wij op onze beurt graag met jullie delen.

Nadat Adriaan zijn vrouw Aimée heeft verloren, vertrekt hij naar Italië om verder te werken aan een project waar hij al jaren mee bezig is: hij wil de laatste weken beschrijven van het leven van keizer Hadrianus – de periode die Marguerite Yourcenar in Mémoires d’Hadrien heeft nagelaten te vertellen.

Hij treedt in de voetsporen van Hadrianus en verblijft in Rome, Napels en ten slotte in Baia, de oude Romeinse badplaats waar de keizer volgens overlevering op 10 juli 138 stierf. Terwijl hij werkt aan de beschrijving van de laatste reis van de keizer, dringen gedachten aan Aimée zich steeds sterker aan hem op en durft hij het eindelijk aan in haar nagelaten dagboeken te lezen.

Het einde van het lied is een prachtige tour de force over liefde, noodlot en aanvaarding, waarin Willem du Gardijn je op verschillende vlakken meeneemt op reis.

We delen alvast een fragment: ‘Met blote voeten stond ik op de bank in de keuken van appartement 4C. Napolitaans palazzo, kamers net onder het dak, stikheet, soms een beetje wind. Met plakband probeerde ik twee regionale kaarten van Italië zo op de muur te hangen dat de wegen aansloten.

De eerste keer ging het mis. Ik moest de kaart van Napels en omgeving losmaken van de Romeinse kaart en dat leidde tot scheuren. Breuklijn bij Venafro, Maiorisi en Casalina, de S6, de S67 en de S85. Kon me niets schelen. Ik wilde naar de kaarten kunnen kijken als ik aan het mijmeren was.

De weg van Tivoli naar Baia kleurde ik met een potlood rood, honderdtachtig rode kilometers, in een ogen blik gedaan. Ik had besloten dat de zieke keizer vier dagen nodig had om in zijn villa aan zee te komen.

De logica van een aantal geografische en psychologische feiten overtuigde mij ervan dat hij de Via Latina had genomen, de oostelijke route, niet de Via Appia, die dicht langs de Mare Tirreno liep. Over zee reizen was geen optie. Een man in zijn conditie wenste zich niet bloot te stellen aan de onvoorspelbaarheid van de baren.

Natuurlijk, er waren antieke bronnen. Historia Augusta en Dio Cassius waren de belangrijkste. Er waren de overgeleverde geschriften, er waren citaten bewaard gebleven uit geschriften die verloren waren gegaan. De keizer had met hulp van zijn secretaris Phlegon een autobiografie geschreven, helaas verloren gegaan.

Andere teksten van de keizer waren wel bewaard gebleven, zelfs poëzie. […] En nu kwam ik. Belangrijke vraag was of ik de tekst zou beginnen met het vertrek uit de Villa Adriana in Tibur of dat ik de keizer eerst in die villa zou situeren om de lezers in te lichten over zijn situatie in de zomer van 138 alvorens hem weg te sturen naar zijn villa aan zee. […]

Ik legde alle aantekeningen die ik de afgelopen weken gemaakt had over het begin van Hadrianus’ reis op een rijtje op de vloer van mijn werkkamer. Fles met koud water op tafel. Ik moest meer lezen, ik kon niet alle aantekeningen vinden. Sommige waren alleen met pen geschreven, nog geen uitdraai.

Het vertrek van de keizer in juni 138 uit Tibur kon ik me redelijk goed voorstellen. Ik was meerdere keren in de villa geweest en had me daar met hulp van de conservator uitgebreid gedocumenteerd. De wegen in en rondom het complex waren de laatste achttienhonderdvijftig jaar niet veranderd. Het was met logische zekerheid vast te stellen over welke weg, zelfs over welke stenen, de zieke vorst de villa uit was gereden. Eén weg moest het zijn, zoals er maar één villa was waar hij gestorven kon zijn.

[…]

Aan het einde van de middag ging ik het archief in van het Archeologisch Museum. Het was nog geen honderd meter van mijn palazzo verwijderd. In het gebouw was het koel. Ik bleef tot sluitingstijd, negen uur ’s avonds. Ik kopieerde een aantal documenten, schreef een paar bladzijdes met nieuwe aantekeningen in een van mijn schriften, schreef twee alinea’s primaire tekst waarover ik niet ontevreden was.

Het was niet moeilijk om geconcentreerd te zijn omdat het in de studiezaal met hoge klassieke vensterramen volledig stil was. Er was die oude grijze man die achter een hoge teakhouten balie zat, hij had me geholpen, maar was aan het begin van de avond in slaap gevallen. Verder was er niemand. In dit monumentale gebouw werd ieder mens klein en onderworpen aan een groter plan met een omvang niet van een mensenleven maar van eeuwen.

Van achter mijn raam aan een glimmende oude houten tafel op de eerste verdieping zag ik de gevels van de herenhuizen aan de overzijde. Ik zag trams die elke keer met diezelfde slinger over Piazza Museo reden, van binnen verlicht, zodat de gezichten van de passagiers enkele momenten helder waarneembaar waren.

Na een korte mijmering over de wens van ons allen om telkens van plaats te veranderen en terug te keren, richtte ik me op de tekst die ik tot stand wilde laten komen, hopend vanuit mijn hart dat ik woorden kon opstellen die net zo sterk en duurzaam waren als de stenen van het gebouw waarin ik zat.

Onmiddellijk riep ik mezelf ter verantwoording, want uitzichten en inzichten konden mooi zijn, maar snel een bijdrage leveren aan de duurzaamheid der dingen was een vorm van overmoed. Hybris. En toch dacht ik het weer: wat Yourcenar wist kon ik ook weten, ik kon zelfs verder gaan, naar Baia. De plaats waar de keizer gestorven was.

Om half tien liep ik de binnenplaats van mijn palazzo op. Drie voetballende kinderen, twee stationair lopende scooters. Geen lift, wel een versleten trappenhuis met honderdtwintig versleten traptreden, een dozijn raamloze getraliede vensters waarin planten en zelfs bomen groeiden. Elke keer had ik een paar minuten nodig om boven te komen.’

Lees verder in

Het einde van het lied | Willem du Gardijn | ISBN 9789083089836 | € 21,50 | uitgeverij Koppernik | bestel Het einde van het lied bij je lokale boekhandel of via deze link bij bol.com

Schrijf je (gratis) in voor de Ciao tutti nieuwsbrief

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *