Naar hoofdinhoud Naar navigatie
1 juni 2026

Geloof mij maar – Rindert Kromhout, over nepnieuws en complotdenkers

Er is weer een fijne nieuwe (jeugd)roman van Rindert Kromhout, met Rome, zijn favoriete stad, als decor. Geloof mij maar gaat over Tommaso, die journalist wil worden. Hij gaat naar Rome om een artikel te schrijven over nepnieuws in het Italië van toen en nu.

Zijn onderzoek wordt ruw verstoord als hij zelf slachtoffer dreigt te worden van boosaardig nepnieuws. Hij gaat het gevecht met de complotdenkers aan, maar is die strijd te winnen? Is zijn relatie met zijn grote liefde, de mooie maar naïeve Giorgio, nog te redden?

Lees alvast een fragment

‘Ik, Tommaso Schouten, ben achttien en afgelopen zomer heb ik mijn vwo-diploma gehaald. Nu werk ik aan mijn toekomst, die ik al heel precies voor me zie.

Even voor de duidelijkheid: thuis in Amsterdam laat ik me Thomas noemen. Mijn naam wordt altijd fout gespeld door Nederlanders en al toen ik in groep drie zat, was ik het zat steeds weer iedereen te moeten verbeteren. Mijn naam schrijf je toch echt met dubbel m en één s en niet andersom. En zonder h!

Mijn vader Maarten is Nederlands, mijn moeder Cristina Italiaans. Ik heb het blonde haar van mijn vader en de amandelbruine ogen van mijn moeder en met die combinatie ben ik behoorlijk tevreden.

Mijn ouders kibbelden altijd over wie van de twee de ander had veroverd. In elk geval hadden ze elkaar voor het eerst gekust in de bosjes bij de Spaanse Trappen. Volgens de roddels van mijn Italiaanse tantes ben ik daar ook verwekt, maar ik betwijfel of dat waar is. Mijn vader is veel te preuts om buiten de slaapkamer te vrijen. Zelfs als hij doucht doet hij de deur van de badkamer op slot.

Ik ben geboren in een ziekenhuis in Rome, maar toen ik twee jaar was ben ik door mijn ouders meegenomen naar Nederland. Mijn vader kon niet aarden in Italië. Hij is meer het type van ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’ en daar hoef je in Italië echt niet mee aan te komen. We zijn in Amsterdam gaan wonen.

Mijn moeder had voor zover ik weet geen bezwaar gemaakt tegen de verhuizing en is docente geworden op een taalschool. Ze kookt Italiaans, spreekt tegen mij bijna uitsluitend Italiaans en gaat als ze zegt dat ze heimwee heeft – en dat is om de paar maanden – naar Rome om haar ouders en drie zussen te bezoeken.

Mijn vader heeft een platenzaak in Amsterdam, waar grammofoonplaten van vinyl worden verkocht. De winkel loopt goed.

Ik ben tweetalig opgevoed. Eerst was ik van plan daar gebruik van te maken door zelf ook leraar Italiaans te worden, of anders vertaler, maar de journalistiek trok me meer. Ik wil voor een krant gaan werken, het maakt me niet uit welke, en mooie stukken schrijven over het land waar ik ben geboren. ‘Door Tommaso Schouten, onze correspondent in Rome.’ Ik zie de voorpagina’s van NRC of de Volkskrant of Trouw al voor me. […]

Ik verkende de stad. Rome was nog rommeliger dan anders. Overal werd gewerkt. Vrijwel alle monumenten stonden in de steigers. Gaten in wegen werden hersteld, het centraal station Termini kreeg een grondige opknapbeurt.

Nonno vertelde me dat voor de zoveelste keer beloofd was dat de derde metrolijn, waar al jaren aan werd gewerkt, binnen een paar maanden klaar zou zijn. Alles moest piekfijn in orde zijn voor het jubeljaar 2025, als miljoenen pelgrims de stad zouden overspoelen om dit katholieke jaar van rust, vergeving en vernieuwing in de heilige stad zelf mee te beleven.

Nonno deed er zijn beklag over. ‘Alsof er normaal niet al meer dan genoeg toeristen komen. Waar is al die schoonmaakwoede voor nodig? De halve stad is opgebroken, je kunt geen stap meer zetten zonder ergens over te struikelen. En dat allemaal vanwege dat achterlijke geloof.’

Nu viel het in Trastevere reuze mee als je het vergeleek met de rest van de stad, vond ik. Nonno overdreef weer eens. Bij ons in de straat was er geen afzetting of werkman te bekennen.

Scheuren en kuilen in het plaveisel, losgeraakte stoeptegels en verveloze voordeuren hoorden gewoon bij het straatbeeld in onze buurt en er was niemand die zich er druk om maakte, net zomin als over het door de wind verspreide vuilnis.

Er stonden wel overal afvalbakken, maar bijna niemand gebruikte die. De meeste Romeinen lieten hun rommel gewoon op straat vallen, geen mens die ervan opkeek.

En het zou hier een kale boel worden als je alle met verfspuiten aangebrachte kreten als Ti amo Giuseppe!, Ik hou van je, Giuseppe! Cristina, perché mi hai lasciato? Cristina, waarom heb je mij verlaten? of Forza Azzuri! Hup, Italiaans elftal! van de muren verwijderde, of de voor het stadsbestuur bedoelde beledigingen.

Een schoon Trastevere zou een onherkenbaar Trastevere zijn. Ondanks al die werkzaamheden vond ik het heerlijk door de stad te zwerven en met een cola of een biertje op een terras neer te strijken om naar voorbijgangers te kijken. Het was een soort hobby van me geworden van toeristen te raden uit welk land ze kwamen.

Daarvoor waren de kleren die ze droegen of het volume van hun stem meestal al genoeg. Nederlanders en Engelsen waren het slechtst gekleed, Amerikanen waren het luidruchtigst. Aziaten waren altijd in groepen die slaafs achter een gids met een omhooggestoken paraplu of vlaggetje aan liepen.

Uit welk land ze ook kwamen, toeristen voldeden bijna allemaal aan het stereotype beeld dat ik van ze had. Ik ben blij dat mijn moeder me haar Italiaanse smaak voor kleding heeft meegegeven. Hier in Rome wilde ik alles zijn, behalve een Nederlandse toerist. Hier was ik niet Thomas maar Tommaso!’

Lees verder in

Geloof mij maar | Rindert Kromhout | illustraties: Anna Grunske | ISBN 9789025890322 | € 17,99 | uitgeverij Leopold | bestel Geloof mij bij je lokale boekhandel of bij bol.com (ook verkrijgbaar als e-book en luisterboek)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ciao tutti is hét startpunt voor je vakantie naar Italië, bomvol persoonlijke tips. Buon viaggio!