Na Het eiland van de zielen en Een steek door het hart verschijnt begin maart het derde deel van de serie Echo’s van het kwaad van Piergiorgio Pulixi: De zevende maan.
Namens A.W. Bruna Uitgevers mogen we alvast een voorproefje delen én trakteren op deze spannende thriller of – voor wie de serie nog niet kent – het hele trio.

Op een terras op Sardinië vieren commissaris Vito Strega, Eva Croce en Mara Rais de oprichting van een eenheid voor seriemoorden. Dan komt er een telefoontje dat hen abrupt terugroept naar het vasteland: in de moerassen van Lombardije is het lichaam van een jong meisje gevonden, vastgebonden en met een mysterieus masker op.
Het tafereel doet denken aan een oude, onopgeloste zaak uit Sardinië die Eva en Mara maar al te goed kennen. Terwijl de aanwijzingen zich opstapelen, rijst één onheilspellende vraag: jagen zij op de moordenaar, of jaagt hij op hen?
Lees alvast een fragment uit De zevende maan
Dit fragment voert je mee naar speakeasy Minnie The Moocher 1930 in Cagliari:
‘Strega stak met zijn gestalte boven de aanwezigen uit en trok alle aandacht. Hij droeg een elegant pak zonder stropdas. Zijn witte overhemd contrasteerde sterk met zijn donkere huid. Over zijn linkerarm hing een nette beige jas. In zijn rechterhand hield hij een antiek glas met een zilveren steel, dat bijna tot de rand was gevuld met een dampende smaragdgroene vloeistof: absint, goed aangelengd met water, zoals hij had verzocht.
‘Wordt het zo niet te slap met al dat water?’ had de in gilet en vlinderdas gestoken barkeeper gevraagd, die constateerde dat de ogen van de donkere man dezelfde kleur hadden als het drankje dat hij had besteld.
‘Dat is maar beter ook. Ik heb slechte ervaringen met de groene fee,’ had Strega geantwoord, wat de barman een glimlach had ontlokt.
‘Zal ik uw jas naar de garderobe brengen?’ vroeg een bedieningsmedewerker die gekleed was als een oude gangster uit Chicago. Strega wilde haar zijn jas geven, maar schudde op het laatste moment zijn hoofd: even was hij vergeten dat in de grote binnenzak zijn pistool zat, dat hij sinds de zaak met de Tandarts nooit ver weg legde.
‘Nee, ik hou hem liever bij me. Bedankt.’
Hij bleef een paar minuten staan luisteren naar het jazztrio dat vlak bij de klanten onder de boog met gebarsten pleisterwerk optrad en liep vervolgens de salon in, die naar Lucky Luciano was vernoemd. Hij liep vlak langs de mahoniehouten blackjack- en pokertafels en voegde zich bij zijn collega’s achter in de zaal, waar het licht was gedempt. Met elke stap werd het gevoel dat hij terugging in de tijd sterker.
‘Eindelijk. We dachten dat je verdwaald was,’ zei Mara Rais, die hem vanaf een oude damasten bank opnam. Ze was gekleed als een filmster uit de jaren dertig. Voor de gelegenheid had ze haar haar korter laten knippen en haar coupe werd door een band van parels en kant bij elkaar gehouden. Het kapsel paste perfect bij de vorm van haar gezicht.
Strega had haar bijna een maand niet gezien en hij merkte meteen op dat ze was afgevallen. Het stond haar niet slecht, integendeel: door de paar kilo’s minder waren haar jukbeenderen minder uitgesproken en hadden haar ogen, waarvan het azuurblauw zo veranderlijk was als de zee, een katachtige vorm gekregen.
‘Toen ik je vroeg een rustig plekje uit te zoeken, had ik niet bepaald zoiets als dit in gedachten.’
‘O gelukkig, ook hij heeft dus tekortkomingen,’ zei Rais tegen haar collega. ‘Hij vraagt je om een gunst en is dan net als negenennegentig procent van alle mannen ontevreden met het resultaat. Het is fijn om te weten dat jij ook maar een mens bent, Strega. Je vindt het dus maar niks hier?’
‘Het is hier prachtig, Rais. En ik heb veel tekortkomingen, geloof me… Je bent afgevallen,’ zei Strega, terwijl hij zijn jas op de stoel legde en haar op de wang kuste.
‘Ja, ik heb het enige dieet gevolgd dat werkt,’ antwoordde Mara, die gretig de geur van de man opsnoof.
‘En dat is?’
‘Dat van de onbeantwoorde liefde,’ zei de vrouw uit Cagliari plagerig.
Strega schudde zijn hoofd en kuste ook Eva, die in een leren fauteuil zat. In haar fraaie avondjurk was ze bijna onherkenbaar. Haar rode haar was netjes gekamd en met gel naar achteren gestyled, wat haar verfijnde gelaatstrekken accentueerde. Haar litteken bij haar haarlijn was goed verborgen met foundation. Strega realiseerde zich dat hij de inspecteur vóór deze avond nog nooit met make-up had gezien.
‘Hoe gaat het, Croce?’
‘Alsjeblieft, haal me hier weg,’ smeekte de rechercheur, waarbij ze een komisch pruillipje trok.
‘Let maar niet op deze spelbreker. Zie je hoe knap ze is als ze zich kleedt als een dame?’ zei Rais. ‘Dat is natuurlijk wel dankzij mij. Als ze zelf had mogen kiezen, hadden ze haar niet eens binnengelaten…’
‘Accabbadda, kappen nou,’ antwoordde Croce in het Sardijns, de taal die ze zich tegen heug en meug eigen had moeten maken om zich tegen de verbale aanvallen van haar partner te kunnen verdedigen.
‘Jullie zien er prachtig uit, dames,’ zei Strega galant als altijd, terwijl hij plaatsnam op een fluwelen bankje.
Rais besefte hoezeer ze die warme stem die haar leek te omhelzen, te verwarmen en te kalmeren, had gemist.
Strega keek om zich heen: hij had nooit kunnen vermoeden dat er in dit adellijke stadspaleis in de wijk Castello – de oude citadel van Cagliari – een speakeasy gevestigd was, vergelijkbaar met de oude clandestiene clubs uit de jaren van de Amerikaanse drooglegging, waar gesmokkelde alcohol werd gedronken en werd gegokt.
Om binnen te komen, had de hoofdinspecteur door een luikje het wachtwoord moeten uitspreken dat Rais hem had toegestuurd; pas toen opende een portier in livrei de deur van de privéclub zonder uithangborden, die verborgen was in een van de smalle straatjes van het labyrint in de hooggelegen wijk.
Eenmaal binnen was hij gegrepen door de jazzmuziek van het orkest dat stond te spelen op een podium. Zijn blik werd meteen naar de zwart-witfoto’s aan de muren getrokken; heel vrijmoedig hingen er afbeeldingen van jazzmuzikanten als Duke Ellington, Cab Calloway en legendarische zangers als Ella Fitzgerald en Nina Simone, naast portretten van gangsters uit die tijd: Lucky Luciano, Bugsy Siegel en Al Capone.
De kelners brachten cocktails op zilveren dienbladen die schitterden in het licht van de kristallen kroonluchters. De verschillende salons waren ingericht met meubilair van destijds en verfraaid met enorme Perzische tapijten en oude schilderijen aan de muren. In de ruimte hing een symfonie aan verschillende mannelijke en vrouwelijke geuren. Strega had zich meteen thuis gevoeld in deze romantische, clandestiene sfeer.’
Lees verder in

De zevende maan | Piergiorgio Pulixi | vertaald door Guanita Milder-Wolbers, Saskia Peterzon-Kotte (oorspronkelijke titel: La settima luna) ISBN 9789400519701 | € 22,99 | A.W. Bruna Uitgevers | bestel De zevende maan bij je lokale boekhandel of reserveer alvast een exemplaar via bol.com (ook verkrijgbaar als e-book)
Geïnspireerd door L’ultima luna van Lucio Dalla
Leuk om te weten: In het verhaal komen de termen ‘de zevende maan’ en ‘de laatste maan’ voor. Deze zijn afkomstig uit het nummer L’ultima luna van Lucio Dalla, dat is uitgebracht in 1979. Dalla gebruikt de maan als metafoor om verschillende facetten van het leven te beschrijven.
Maak kans op de boeken van Piergiorgio Pulixi!
Namens A.W. Bruna Uitgevers mogen we drie lezers blij maken met De zevende maan. Ook mogen we één lezer trakteren op de drie tot nu toe in het Nederlands vertaalde boeken van Pulixi: Het eiland van de zielen, Een steek door het hart en De zevende maan.

Kans maken? Vul dan voor 15 maart onderstaand mail&winformulier in o.v.v. Pulixi. Geef ook duidelijk aan of je kans wil maken op De zevende maan of op alle drie de boeken. De prijswinnaars krijgen na afloop persoonlijk bericht.
Mail & win