Naar hoofdinhoud Naar navigatie
21 oktober 2026

De koffiebar in Perlarosa – hartverwarmend liefdesverhaal met zinderende familiegeheimen

Met De koffiebar in Perlarosa neemt Rosanna Ley, de auteur van Het Lemon Tree Hotel, je opnieuw mee naar Italië, in een hartverwarmend liefdesverhaal met zinderende familiegeheimen.

Op de cover prijkt Boccadasse, de kleurrijke visserswijk van Genua, maar het verhaal speelt zich grotendeels af aan een ander stukje van de kust van Ligurië, in een fictief dorpje aan de Golfo dei Poeti en in Camogli.

Het begint echter in Dorset, waar Marilyn droomt van een leven als kunstenaar. Ze zit echter vast door haar werk en familieverplichtingen. Wanneer ze de charmante Italiaan Bruno ontmoet, worden ze verliefd, maar hun tijd samen is beperkt.

Meer dan vijftig jaar later keert haar dochter Lily terug naar huis wanneer haar moeder ziek wordt. Na Marilyns overlijden ontdekt Lily een foto van een baby met de naam Josephine. Vastbesloten om de waarheid te achterhalen, reist ze naar Italië…

Geniet van een voorproefje

‘Het was een warme, zonnige dag in juli en Marilyn was aan het tekenen op Burton Beach.

Er was een bepaalde plek, een verborgen stukje, waar ze met haar rug naar Burton Cliff haar benen kon uitstrekken en dan mooi uitzicht had op de kustlijn die moeiteloos langs Cliff End en Burton Mere kronkelde, helemaal tot aan Portland.

De kust waar ze op uitkeek, was een mengeling van zandstrand en de kleine kiezels van Chesil Beach, en de golven kwamen aangestormd alsof ze de wereld wilden overnemen.

Ze keek ernaar – bruisend rolden ze over de kiezels in perfecte schuimbogen die in lucht oplosten, geabsorbeerd werden door het zand en dan weer weg waren, terwijl het getijde meedogenloos kwam en ging, golf na golf na golf. Dit was wat ze op haar tekenpapier moest vastleggen.

In de branding speelden twee kinderen in het ondiepe water en Marilyn had ook hen geschetst, als silhouetten. Ze had geprobeerd de ontspannen, gelukkige beweging van hun jonge lichamen te vangen, de elasticiteit van hun ledematen als ze de zee in holden, sprongen en krijsten en dan weer terugrenden, hand in hand, opgetogen lachend.

Het was nog een hele uitdaging om die zorgeloosheid, die vreugde en die ongeremdheid op de een of andere manier weer te geven in de lijnen van haar potlood en de fijne arceringen op het papier. Maar op een later moment zouden de waterverf, de streken van het penseel en de beweging van de verf haar daar misschien bij helpen.

Terwijl ze zo bezig was, verscheen er een man in beeld die langs de waterkant slenterde, zoals mensen vaker deden. Marilyn kneep haar ogen tot spleetjes tot hij minder echt leek, meer een bewegende schaduw dan een man, en volgde zijn voortgang.

Hij liep op blote voeten, voorzichtig vanwege de kiezels, en liet het water over zijn tenen stromen. Af en toe bleef hij staan om naar de golven te kijken. Moest ze hem in haar tekening opnemen?

Marilyn kantelde haar hoofd en bekeek hem aandachtig. Het zou zonde zijn om het niet te doen. Hij zag er interessant uit en was duidelijk niet van hier, en toch voelde ze dat hij affiniteit had met de zee.

Hij was jong, vermoedelijk ongeveer haar leeftijd, en had een doorsnee lengte. Zijn donkere, krullende haar was vochtig en leek te glinsteren in het zonlicht. Hij droeg een los vallende korte broek en een T-shirt dat misschien ooit rood was geweest, maar nu verbleekt was tot een soort lichtroze.

Hij liep langzaam en ontspannen, zijn sandalen bungelend in zijn hand, zelfverzekerd, alsof hij niet specifiek ergens naartoe moest. Marilyn keek op haar horloge. Ze had nog een half uur over van haar lunchpauze en het hotel was te bereiken in een vijfminutensprint.

Tijd genoeg dus. Ze keek hem met samengeknepen ogen na en zette een paar lijnen op papier. Dat viel niet mee, want hij liep alweer het beeld uit, het strand op. Opeens besefte ze dat hij haar kant op kwam – heel doelgericht zelfs – dus misschien had hij door waar ze mee bezig was en wilde hij bezwaar maken?

Ze had nog net tijd om de pagina van haar schetsboek om te slaan voordat hij bij haar was. Knipperend keek ze naar hem op. Hij had donkere ogen en volle lippen – hij was best knap, zag ze nu – en leek niet het bezwaarmakende type. Maar hij zei niets en dus knikte ze even naar hem.

Hij knikte terug. Hm. Ze had hem hier zonder enige twijfel nog nooit gezien. Hij was ongeschoren, zijn huid had een lichte olijfkleur en zijn ogen waren donkerbruin. Spaans misschien? Of Frans?

Hij stak een hand op. ‘Hoi,’ zei hij (met een accent, hoorde ze) en hij glimlachte.
Wauw, dacht Marilyn. Wat een glimlach. ‘Hoi,’ antwoordde ze.
Hij wees naar haar schetsboek. ‘Jij…?’ Hij maakte een tekenbeweging.
‘Tekenen? Ja.’

Ze had altijd getekend, had altijd geschilderd. Het was iets waar ze niet echt bij stilstond – ze had het gewoon altijd gedaan. Ze glimlachte naar hem. Hij sprak blijkbaar niet zo goed Engels. Hij zou het vast niet erg vinden in haar schets voor te komen; de meeste mensen hadden er geen bezwaar tegen. Misschien vonden ze het vleiend, dacht ze.

‘Ik kijken?’ Hij kwam naast haar zitten met hetzelfde relaxte zelfvertrouwen dat haar eerder al was opgevallen.
‘Natuurlijk.’ Marilyn sloeg het vel papier terug.
‘Ah, mooi,’ zei hij. ‘Heel goed, ja.’

Hij keek veel langer naar de schets dan mensen in de regel deden. Soms gaven ze haar werk een vluchtige blik, soms een goedkeurende glimlach (vaak nep, vermoedde Marilyn), meestal een nietszeggend knikje, of – als het haar baas was – de vermaning dat schetsboek weg te leggen en iets nuttigs te gaan doen.

Het was een van de voordelen van haar baan bij de receptie van het Cliff Hotel: Marilyn kon het komen en gaan van mensen gadeslaan en als ze niet te druk was, kon ze diezelfde mensen ook tekenen. […]

‘Ben je Spaans?’ vroeg ze de jongeman, die nu naast haar zat en zijn benen naast die van haar uitstrekte op een manier die vreemd intiem was.
Hij schudde zijn hoofd. ‘Sorry?’
‘Niet dus?’ Ze lachte. ‘Oké… Frans misschien?’
‘Nee…’

Nu ze erbij stilstond, leek hij wel een beetje Romeins. Van opzij had hij een behoorlijke haviksneus. ‘Italiaans,’ concludeerde ze.
‘Sì, sì.’ Hij leek onevenredig blij dat ze het goed had geraden als je bedacht dat het haar pas bij de derde keer lukte. ‘Ja,’ beaamde hij. ‘En wat doe je hier in Dorset?’ Hij woonde hier vast niet, want als hij dat deed, zou hij toch wel beter Engels spreken? En dan zou ze dat toch ook weten?

Marilyn zou willen dat er meer mensen van het continent naar West Dorset kwamen; het leek haar heerlijk om met hen te kunnen kletsen over waar ze vandaan kwamen.

Ze wilde graag meer te weten komen over de wereld en misschien zo kunnen beslissen waar ze naartoe op reis zou moeten gaan – als ze de kans kreeg, of als dat spannende ding waarop ze wachtte, eindelijk gebeurde. Maar Dorset was vooralsnog teleurstellend Brits gebleven.’

Lees verder in

De koffiebar in Perlarosa | Rosanna Ley | vertaald door Marijne Thomas | ISBN 9789020561180 | € 19,99 | uitgeverij Zomer & Keuning | koop De koffiebar in Perlarosa bij je lokale boekhandel of bij bol.com (ook beschikbaar als e-book)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ciao tutti is hét startpunt voor je vakantie naar Italië, bomvol persoonlijke tips. Buon viaggio!