Download gratis de Ciao tutti app!

De jongen die met wolken speelde – Franco Faggiani

Na Het jaar dat Shizo Kanakuri verdween en Tussen twee werelden is de Italiaanse auteur Franco Faggiani terug met De jongen die met wolken speelde, waarin Filippo en Quintino een avontuurlijke reis maken om kunstwerken uit handen van de nazi’s te houden. Namens uitgeverij Signatuur mogen we een fragment delen uit dit nieuwe boek.

Rome, 1944. Archeoloog Filippo Cavalcanti heeft van de overheid de opdracht gekregen om een aantal kunstwerken naar Duitsland te verschepen. Cavalcanti gruwt bij het idee dat hij deze kostbare schilderijen en beeldhouwwerken aan de nazi’s moet geven.

Als de oude professor Quintino, een jongen van het eiland Ischia, ontmoet, besluiten de twee in een opwelling de kunstwerken naar Rome te smokkelen. Het is de start van een spannend avontuur, die het tweetal langs de bergen van de Apennijnen van het noorden naar het zuiden van Italië brengt.

In een poging de missie koste wat het kost te voltooien, verstoppen de twee mannen zich in het bos en zoeken ze onderdak in afgelegen kloosters. Ze komen mensen tegen die worstelen met oorlog, armoede en ontbering, in een van de donkerste tijden in de geschiedenis van Italië.

Een fragment
‘Professor Cavalcanti, het doet me oprecht deugd dat u er zo goed uitziet, als altijd onberispelijk elegant,’ zei hij terwijl hij me van top tot teen opnam, zonder op te staan en zonder een spoortje van oprechtheid in zijn stem. ‘Ik weet dat uw werk, hoe waardevol ook, nogal eenzaam en alledaags is. Ik kan me voorstellen dat u, nadat u tientallen jaren in de buitenlucht hebt gewerkt en archeologische opgravingen hebt verricht in bergen en woestijnen, wel weer eens zin hebt om schone lucht op te snuiven en in de zon te zitten.’

Ik hoorde hem aan alsof ik aan het hallucineren was. We hadden elkaar tot een paar weken daarvoor nog getutoyeerd, we hadden samen tientallen opgravingen gedaan, we hadden op graafterreinen aan dezelfde tafel brood met steengruis gegeten en in dezelfde tent geslapen, we waren bedekt geweest met hetzelfde zand van de woestijn waarin we belangrijke vondsten hadden gedaan, en nu praatte hij tegen me in die ambtelijke taal, alsof ik een vreemde was.

Maar ik bleef zwijgend staan en gaf hem slechts een knikje om te laten merken dat ik had gehoord wat hij zei.

‘Mooi,’ vervolgde hij, en hij schonk me een opgeluchte grijns. ‘Ik heb een klus voor u waardoor u een tijdje ver weg bent van kantoor, sterker nog, ver uit de buurt van Rome.’

Ik begon nieuwsgierig te worden. Vooral vanwege dat ‘ver uit de buurt van Rome’, waar in die tijd werkelijk dodelijk gevaar dreigde, zelfs als je alleen maar een steegje overstak.

Ik stemde er slechts mee in en had de indruk dat directeur Musmeci mijn gebrek aan verbale deelname wel prettig vond. ‘Zoals u ongetwijfeld hebt gehoord, heeft dit kantoor vorig jaar toestemming gegeven om een nieuwe partij kunstwerken, die tot de kostbaarste van ons erfgoed behoren, naar Duitsland te vervoeren om daar tentoongesteld te worden in belangrijke musea in Berlijn en andere Duitse steden, of om opgenomen te worden in enkele privécollecties. Schilderijen, kleine sculpturen, wat archeologische stukken… De laatste levering van die werken, de meest relevante vanuit artistiek oogpunt, waarvan ik u binnen een paar dagen een gedetailleerde lijst zal geven, is afgelopen december naar de omgeving van Bressanone gebracht en tijdelijk opgeslagen in een gebouw van een plaatselijke hoge functionaris van de fascistische partij, goed bewaakt door zwarthemden. Dit totdat de hooggelegen wegen vrij zijn van sneeuw en de lading de reis per vrachtwagen kan hervatten tot op de plaats van bestemming. Vervoer per trein is te gevaarlijk en…’

‘Diefstal die geautoriseerd wordt volgens het boekje,’ siste ik, terwijl de aderen in mijn hals zo dik werden als touwen, ‘die al sinds 1938 onophoudelijk aan de gang is. Maar ik kan er maar niet aan wennen.’

‘Sorry, Cavalcanti?’ Musmeci zat kaarsrecht als een cipres.
‘Ik herhaal: geautoriseerde diefstal. Ik geloof er niks van dat wij hun die kunstwerken uitlenen en ze dus op een dag terugkrijgen. Erger dan Napoleon, dan de Engelsen in de achttiende eeuw, dan al die hoge heren die hierheen zijn gekomen om onze kunst te leren kennen.

‘Dat zijn bijzonder zware woorden,’ reageerde Musmeci met een overslaande stem, terwijl hij om zich heen keek alsof hij zich ervan wilde vergewissen dat er niemand was. ‘Die manier van doen van u, dat voortdurende hardop uiten van uw ongenoegen, ook in bijzijn van vreemden, en die aantijgingen, dat is ongehoord. Denk maar eens aan hoe het in 1924 is afgelopen met Matteotti, vanwege…’

‘Laten we die redeneringen van u maar buiten beschouwing laten, want die maken deel uit van ideologieën die…’ Alberico Musmeci ploeterde verder in een poging er een overtuigende zin van te maken. ‘We zijn geen politici, maar openbare ambtenaren en we moeten slechts de aanwijzingen van onze meerderen opvolgen. Uw taak, om tot de kern te komen, zal extreem gemakkelijk zijn. U moet controleren of de verpakkingen van de kunstwerken niet beschadigd zijn door onachtzaamheid of door bijzonder strenge weersomstandigheden, en mocht dat onverhoopt wel zo zijn, dan moet u ervoor zorgen dat ze vervangen worden om een veilig, beschermd transport te garanderen. Professor, geniet maar van de komende dagen zolang het nog kan, want hier in Rome wordt het steeds erger.’

Op dat punt gaf ik hem gelijk. Ik knikte heel even instemmend, om hem niet op het laatste moment het genoegen te schenken van een gesprek. Ik zette drie stappen naar achteren en draaide me om naar de deur. Ik stond al bijna op de drempel toen hij me terugriep op een toon die misschien vriendelijk had moeten lijken: ‘Filippo.’

‘Zeg het eens, meneer de directeur.’

‘Aangezien je het toch op de gedetailleerde lijst met werken zult zien staan, kan ik het je maar beter meteen zeggen: onder de archeologische vondsten bevindt zich ook jóúw sarcofaag, die van de jongen die met wolken speelde. Ik weet dat je er erg aan gehecht bent, maar ik kon niets doen om… Het spijt me.’

Ik draaide me om en liep weg zonder blijk te geven van de scheuren in mijn hart, dat in stukken brak.

De jongen die met wolken speelde | Franco Faggiani | vertaald door Saskia Peterzon-Kotte | ISBN 9789056726836 | € 20,99 | uitgeverij Signatuur | bestel dit boek bij je lokale boekhandel of via deze link bij bol.com

Schrijf je (gratis) in voor de Ciao tutti nieuwsbrief

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *