Download gratis de Ciao tutti app!

De geur van de vrijheid – de magische reis van Sicilië naar Amerika

In het nieuwe boek De geur van de vrijheid van Giovanna Giordano reis je met een jonge Siciliaan mee naar Amerika. Het is het begin van een magische reis naar de vrijheid.

Van Sicilië naar de Verenigde Staten

In het voorjaar van 1923 stapt een zachtmoedige jongen van twintig jaar oud aan boord van een schip dat hem van Sicilië naar de Verenigde Staten moet brengen. Hij heet Antonio Grillo, hij houdt zielsveel van zijn eiland maar de roep van het onbekende is te sterk.

In zijn koffer neemt hij stukjes van zijn geboortegrond mee: puimsteen voor lichtheid, zwavel voor energie en een kussensloop met de woorden ‘wees altijd gelukkig’ erop geborduurd. Het is het begin van een reis vol onverwachte ontmoetingen en bijzondere belevenissen; zijn tocht is als een omgekeerde odyssee, weg van huis en op zoek naar vrijheid.

Hij komt in aanraking met piraten en rovers, wordt getroffen door onheil, maar ziet ook barmhartigheid en liefde. In de wervelstorm waarin zijn leven tijdens de tocht naar Amerika belandt, vraagt hij zich voortdurend af hoe hij zijn zachtmoedigheid en vertrouwen kan bewaren. Misschien wel door zijn openhartige en onbevooroordeelde blik te behouden.

Met haar constante verwondering over de schoonheid en het mysterie van de wereld betovert Giovanna Giordano de lezer. Ze vermengt wijsheid met subtiele humor, ernst met poëzie, en over alles ligt een lichtheid die zelfs de somberste momenten draaglijk maakt. Een magisch verhaal dat je alles om je heen doet vergeten…

Een fragment uit De geur van vrijheid

‘Er was eens en er is nog steeds een huis op een heuvel in Gesso op Sicilië, met uitzicht op de zee van de Eolische Eilanden, en daar woonde in 1923 een onschuldige jongen genaamd Antonio Grillo.

Hij had een mooie en wijze merrie genaamd Aurora, twee witte ganzen waaraan hij erg gehecht was en een hartstocht voor de vrijheid.

Hij was knap, als het je smaak was, had twee opvallende blauwe ogen en was kort van stof, hij werd nooit boos, had een hekel aan oorlog en keek met vertederde blik naar de wereld. Hij hield van vrouwen, de kroeg en gokken. Hij meed vechtpartijen als de pest en zodra hij er in het dorp een zag, galoppeerde hij op zijn merrie weg naar de zee, en volgens velen praatte hij tegen dieren.

Als iemand tot hier heeft gelezen en nu denkt: Antonio Grillo uit Gesso is een sprookjesfiguur, kan hij dit boek wegleggen en een ander openslaan. Wie daarentegen van het verhaal houdt van een twintigjarige jongen die eenvoudig van geest is, kan verder lezen.

Het is geschreven voor mannen en vrouwen zoals hij. Van groot belang is een aantal oude familiepapieren geweest, bewaard in een kersenhouten ladekast, zestien laatjes vol brieven, documenten en foto’s, nog altijd in het huis op het platteland met uitzicht op zee. Antonio Grillo was de broer van mijn opa Placido, van hen weet ik veel en de rest verzin ik.

Nu kan het verhaal beginnen.

Het was de eerste dag van de lente, 21 maart 1923, en Antonio werd twintig. De familie was bijeengekomen op het terras van het huis op de heuvel in het dorp Gesso en in de lucht hing die middag de warmte van de sirocco, Stromboli rookte en een wolk vogels vloog door de boomgaard over de amandelboom en over de ruïnes van het Byzantijnse kasteel dat nu nog steeds afbrokkelt, elke dag een beetje. De Eolische Eilanden kalm op het water.

Toen wendde Antonio, die opvallende blauwe ogen had, zich tot zijn vader.
‘Vader van me, vandaag, 21 maart, word ik twintig en over een tijdje zal ik voorgoed vertrekken,’ zei hij, uitkijkend over zee.
‘En voor wat verlaat je het dorp Gesso en Sicilië dan, mijn zoon?’ vroeg zijn vader, Lio Grillo, vervuld van angst.
‘Voor Amerika.’

‘Voor een vader zijn deze woorden als dolksteken in de borst. Waarom wil je weg?’
‘Vanwege een droom die vrijheid heet.’
‘En dan?’
‘Dan ga ik op zoek naar wonderen in de wereld.’
‘Wat is vrijheid?’

‘Iets heel zoets, denk ik, alsof je een tros sterren in je buik hebt. Iemand die de vrijheid heeft, is een blauwe walvis in de zee, en iemand die haar niet heeft, is een kikker in een kokendhete poel,’ zei Antonio toen.
‘Vertrekken? Voorgoed?’
‘Ja, ik ga voorgoed naar Amerika,’ zei Antonio.

Zijn vader sloot zijn ogen en plofte zwijgend neer op de rieten stoel. Een zonnestraal viel op het porselein en de zilveren lepels op tafel, in de lucht daglicht en geluiden van paarden en vogels en boven hun hoofden wijnranken nog zonder bladeren en druiven. Drie spinnen weefden een spinnenweb en een merel vloog naar zijn nest in de wittevijgenboom.

Antonio keek naar de wolken. Zijn vader keek naar het niets. Zijn vaders echtgenote raapte haar op de grond gevallen haaknaald op, terwijl de katten al meteen met de strengen katoen speelden, en zijn broer Placido had een hoopje rode kersen in zijn hand en een hoopje herinneringen in zijn hoofd.

Verder zeiden de Grillo’s niets, in de zon die de hemel boven de Eolische Eilanden en boven de wijnkleurige zee ontkleurde. Zo gaat dat op Sicilië na een onthulling: óf stilte óf tragedie. Die nacht zeiden ze niets. Ieder met andere gedachten.

Een streepje maan kwam tevoorschijn. De tedere nacht viel over het platteland. De nacht is altijd teder. Een ransuil zat al te roepen in de reusachtige amandelboom. Die nacht in het dorp Gesso gaf de kerktoren, zoals elke nacht, de uren aan, de kerkklok luidde, de ezels balkten, de baby’s huilden en ineens hield alles op.

Antonio kon die nacht onder de linnen lakens niet slapen, hij wikkelde zich in een brij van blijdschap vreugde hoop doodsangst die iemand die de reis van zijn leven gaat maken omhult. Als een brandende vulkaan van eindeloze emoties.

Toen sperde hij zijn ogen open naar de vallei, die opvallende blauwe ogen die van kleur veranderden, afhankelijk van waar hij naar keek. Blauw als hij naar de zee keek. Azuurblauw als hij naar de hemel keek. Nachtgroen in de nacht. Grijs als hij wanhopig was.

Transparant als hij was vervuld van verwondering. Verwondering was zijn lievelingswereld, meer dan de wereld zelf. Hij sperde dus zijn ogen open naar de vallei. De heuvels baadden in het maanlicht en de nabijgelegen dorpen grepen zich eraan vast als krabben, er zaten een heleboel kikkers in de poelen, en het riviertje de Gallo kronkelde naar de zee als een veldslang die wil ontsnappen.

Op de Etna in de verte lag een korstje lava en een vleugje sneeuw, uit een oud kasteel schalde een trompet, het rook er naar koelte en naar stal en er klonken klokken en belletjes van schapen en geiten.

De ganzen snaterden naar de sterren, de merrie trappelde in de stal en een dwergooruil riep zijn tjuu tjuu. ’s Nachts hebben sommigen dromen. ’s Nachts hebben sommigen nachtmerries.

Maar de nacht, goed of slecht, gaat altijd voorbij en de familie kwam de volgende ochtend bijeen op het terras bij een kop versgemolken geitenmelk en een met kaneel besprenkelde ciambella. De hemel rooskleurig, de eilanden kalm, maar dat kon je van de mensen niet zeggen.’

Lees verder in

De geur van vrijheid | Giovanna Giordano | vertaald door Miriam Bunnik & Mara Schepers (oorspronkelijke titel: Il profumo della libertà) | ISBN 9789028452060 | € 27,50 | uitgeverij Wereldbibliotheek | bestel De geur van vrijheid bij je lokale boekhandel of via deze link bij bol.com (ook beschikbaar als e-book)

Schrijf je (gratis) in voor de Ciao tutti nieuwsbrief

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.