Naar hoofdinhoud Naar navigatie
13 mei 2026

Malaparte. Een Dood Zoals Ik – de bekroonde thriller van Monaldi & Sorti voert je mee naar Capri

Na een vijftien jaar lange afwezigheid in Nederland en Vlaanderen zijn Monaldi & Sorti terug met een historische thriller. Aldus Boek Compagnie lanceert vandaag de Nederlandstalige editie van hun succesvolle roman over de Italiaanse schrijver Curzio Malaparte, die je meeneemt naar het eiland Capri aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.

Tijdens een schitterend feest onder de sterrenhemel, waar aristocraten, naziofficieren en Amerikaanse miljonairs elkaar ontmoeten, wordt schrijver en vrouwenversierder Curzio Malaparte (1898-1957) – op dat moment een internationale bekendheid – aangesproken door de geheime politie van Mussolini: hij wordt beschuldigd van de moord op een jong Engels meisje, dat een paar jaar eerder op mysterieuze wijze van een klif is gevallen.

Wie probeert Malaparte erin te luizen? Zou het de SS-officier zijn met zijn onafscheidelijke bloeddorstige dobermann? En wat heeft het vreselijke (en ware) geheim uit het verleden van Adolf Hitler te maken met het complot tegen hem?

Lees alvast een fragment

‘Il Fortino, zo heette de residentie van Mona Williams, was een van de meest exclusieve uithoeken van Capri, en de fundamenten stonden nota bene op de ruïnes van een villa van de Romeinse keizer Augustus.

In de loop der eeuwen hadden deze muren onderdak geboden aan de meest illustere tweevoeters ter wereld: gekroonde hoofden, staatslieden, bankiers en kunstenaars van naam en faam. De vrouw des huizes mocht graag langs haar neus weg memoreren dat het de woning van Bizet was geweest, en dat Bizet voor de operamuziek van Carmen inspiratie had opgedaan door het geluid van de brekende golven op het privéstrand.

Meer nog dan een villa was il Fortino een ranch, een ranch die geen kudden herbergde, maar één schitterend merrieveulen uit Kentucky. Il Fortino strekte zich uit op een groot terrasvormig terrein dat schuin afliep naar de zeearm tussen Capri en Napels, en telde drie aparte gebouwen en een weelderig park van vijfentwintigduizend vierkante meter.

Het lag aan de noordoostkant van Capri en gaf een grandioos uitzicht op de hele Golf van Napels, tot aan de Vesuvius. Naar het binnenland toe bood het zover het oog reikte een panorama over de glooiende heuvels van Capri, met tal van witte huisjes met een koepeldak, alle ontworpen in die onmiskenbaar Caprese stijl die ik altijd zo heerlijk saai heb gevonden.

Mona had van il Fortino haar persoonlijk rijkje gemaakt. Omheind als een fort, onmogelijk van de buitenkant te fotograferen, omvatte het een kustgedeelte waarvandaan de vrouw des huizes het vasteland kon bereiken zonder voet te zetten op de rest van het eiland en zich onder de gewone mensen te mengen.

Ze hoefde anderen ook niet om water te vragen, want Mona ving het regenwater op in enorme cisternes waarin ze baadde, en dat was naar haar zeggen het geheim van haar schoonheid, alleen maar baden in regenwater. Signora Harrison Williams, zoals Mona door Vogue werd genoemd, was vervolgens besmet geraakt door het tuinvirus, en ze had het park gevuld met zo veel variëteiten dat het soms leek of je in een Amazonewoud terecht was gekomen.

Om goed te begrijpen wat ik schrijf, moet je minstens één keer in een grote villa op Capri geweest zijn, met zijn tuin, zijn bloeiende perken en met bomen omzoomde lanen. Op Capri groeit elke plantensoort twee keer zo groot als normaal, als een prehistorisch monster, en de planten- en bloemengeur is zo idioot intens dat je versuft dreigt te raken en flauw zal vallen.

Als je voor het eerst op Capri landt is het, als je geurgevoelig bent, beter om je neus te dichten met een kurk of iets dergelijks. Die avond dreigde de uitwaseming van de blauweregen, de rozen, de magnolia’s en de pas gemaaide weiden van il Fortino, vermengd met zweepslagen zeewind die naar zout, algen en wit zeeschuim rook, me bijna de adem te benemen. De wind woei tussen de kruinen van de bomen als een fluitorkest en er kwam een lieflijke zucht uit, welhaast een gelispel, een geheimzinnig vrouwengemurmel.

‘Zie je dat? Dat is Malaparte,’ hoorde ik een groepje Amerikaanse meisjes fluisteren toen ik langsliep.
‘Malaparte? Wie is dat?’
Achter een boom zocht ik beschutting tegen de wind om een sigaret op te steken, terwijl de meisjes roddelden.

‘Die mooie man in smoking, met de brillantine en de slobkousen. Ken je hem echt niet? Hij is een fenomeen.’
‘Wat is er zo bijzonder aan hem?’
‘Hij is een schrijver. En hij is compleet gestoord. Met zestien jaar liep hij van huis weg om dienst te nemen in de Grote Oorlog. Na de wapenstilstand werd hij een fanatieke fascist, maar toen durfde hij in een paar romans Hitler en Mussolini voor de gek te houden. Ze zeggen dat de nazi’s in Duitsland zijn werken hebben laten verbranden.

Hij is naar Frankrijk gevlucht, maar de Italianen hebben hem gearresteerd. Mussolini laat hem nu vrij, maar alleen omdat hij als schrijver zo succesvol is. In het begin wilde niet één uitgever zijn werk publiceren en moest hij het in eigen beheer doen, de censuur nam zijn boeken in beslag. Nu is hij een beroemdheid, vrouwen zijn gek op hem. Als iemand hem beledigt, daagt hij hem uit voor een duel, met een degen. En hij wint altijd.’

Ik liep door over de oprijlaan, die door twee rijen fakkels werd beschenen. De lucht waar nog zonlicht kwam, werd doorkliefd door lagen gelige wolken, amberkleurige wolken, dik en plakkerig. De stroom gasten die van de oprijlaan kwam was onstuitbaar, het gekwebbel en gelach leken op het gezoem van een zwerm reusachtige wespen.

De in de avondwind flakkerende fakkels vervormden de gezichten en veranderden ze in langwerpige, zwartige maskers, Afrikaanse maskers, Javaanse maskers, van Dajak koppensnellers uit Borneo.

‘Ciao, Malaparte! Ik moet je de groeten doen van Bernard Grasset uit Parijs.’
Ik groette in het wilde weg terug, zwaaiend naar die groteske gezichten, zonder ze te herkennen; misschien was het hertog Diaz, of markies Medici del Vascello of een van de ontelbare neven en nichten van de Italiaanse koning die graag Capri aandoen: de hertog van Pistoia, de hertog van Ancona, de hertog van Bergamo of de hertog van Spoleto, allemaal zeer geëerd en allemaal hetzelfde, als de eieren van de beroemde kwartels op Capri.’

Lees verder in

Malaparte. Een Dood Zoals Ik | Monaldi & Sorti | vertaald door Fred Baggen (oorspronkelijke titel: Malaparte. Morto come me) | ISBN 9789492819390 | € 24,99 | Aldus Boek Compagnie | bestel Malaparte. Een Dood Zoals Ik bij je lokale boekhandel of via deze link bij Aldus Boek Compagnie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ciao tutti is hét startpunt voor je vakantie naar Italië, bomvol persoonlijke tips. Buon viaggio!