Ontdek Ciao tutti's droomplekken!

Kwellende liefde – het ontroerende debuut van Elena Ferrante

Sinds we de eerste pagina’s van De geniale vriendin lazen, waren we verkocht. De schrijfstijl van Elena Ferrante, haar intrigerende hoofdpersonen en het decor – Napels – zorgden ervoor dat we dit boek – net als de opvolger, De nieuwe achternaam, niet weg konden leggen tot de laatste pagina was gelezen.

Voor het derde deel van deze trilogie verschijnt, brengt uitgeverij Wereldbibliotheek eerst Ferrantes debuut uit: Kwellende liefde, dat begin jaren negentig in het Italiaans verscheen. Elena Ferrante schrijft hierin over de thema’s die in haar latere romans terugkeren: het zoeken naar een eigen identiteit, het besef van het menselijk onvermogen, de wil om het leven te lijf te gaan en de angst om alleen te staan. En dat alles in een glashelder, prachtig poëtische taal die van bijna elke zin een kunstwerkje maakt.

Elena-Ferrante-Kwellende-liefde-Wereldbibliotheek

Kwellende liefde vertelt het verhaal van Delia, een vrouw van begin dertig, die na de dood van haar moeder terugkeert naar Napels, de stad waar ze is opgegroeid. Ze wil achterhalen wat er is gebeurd in de nacht dat haar moeder verdronk.

Delia’s speurtocht verandert het beeld dat ze altijd van haar moeder heeft gehad, maar ook dat van haar eigen verleden. Was haar moeder wel die wispelturige, veeleisende vrouw, die aan de jaloerse blikken van haar man wilde ontsnappen? Hoe betrouwbaar zijn Delia’s herinneringen aan haar eigen jeugd?

Een fragment:

‘Het was de taal van mijn moeder, die ik tevergeefs had gepoogd te vergeten, samen met vele andere dingen van haar. Wanneer we elkaar bij mij thuis zagen, of wanneer ik naar Napels kwam voor bliksembezoekjes van een halve dag, forceerde zij zichzelf om een moeizaam Italiaans te bezigen, en stapte ik met tegenzin, alleen maar om haar te helpen, over op het dialect.

Geen vrolijk of nostalgisch dialect: een onnatuurlijk dialect, dat zonder ervaring werd gebruikt, hakkelend uitgesproken als een vreemde taal die je slecht beheerst. In de klanken die ik ongemakkelijk uitbracht, lag de echo van heftige ruzies tussen Amalia en mijn vader, tussen mijn vader en haar familieleden, tussen haar en de familieleden van mijn vader. Ik kon er niet tegen. Algauw keerde ik terug naar mijn Italiaans en nestelde zij zich in haar dialect. Nu ze dood was en ik het voor altijd had kunnen uitwissen, tezamen met de herinneringen die het met zich meebracht, raakte ik van streek bij het horen ervan.

Ik gebruikte die taal om een pizza fritta gevuld met ricotta te kopen. Ik at met smaak na dagen van bijna vasten, terwijl ik ronddwaalde door vervallen tuinen met miezerige oleanders, en de vele groepjes bejaarden bestudeerde. Het irritante komen en gaan van mensen en auto’s vlak bij de tuinen deed me besluiten naar het huis van mijn moeder te gaan.

Het appartement van Amalia bevond zich op de derde verdieping van een oud gebouw dat in de steigers stond. Het was zo’n gebouw in het centrum dat ’s nachts half verlaten was en overdag bewoond werd door beambten die rijbewijzen verlengen, uittreksels uit het geboorteregister of het bevolkingsregister verschaffen, computers raadplegen voor reserveringen of tickets voor vliegtuigen, treinen en schepen, verzekeringspolissen afsluiten voor diefstal, brand, ziekte, dood, en ingewikkelde salarisaangiften opstellen.

Er waren weinig gewone huurders, maar toen mijn vader ons meer dan twintig jaar geleden – toen Amalia tegen hem had gezegd dat ze van hem af wilde en wij dochters haar vastbesloten in die keus hadden gesteund – alle vier het huis uit had gejaagd, hadden we daar toevallig een appartementje te huur aangeboden gekregen. Ik had het nooit een prettig gebouw gevonden. Het maakte me onrustig, net als een gevangenis, een gerechtshof of een ziekenhuis.

Mijn moeder was er echter blij mee: ze vond het indrukwekkend. In werkelijkheid was het lelijk en smerig, al vanaf de grote deur die steevast werd geforceerd, telkens als de beheerder het slot had laten repareren. De deurstijlen waren stoffig, zwart van de uitlaatgassen, en de grote koperen knoppen waren sinds het begin van de eeuw niet meer gepoetst. In de lange, donkere en vochtige gang die op een binnenplaats uitkwam, zaten overdag altijd mensen: studenten, voorbijgangers die op de bus wachtten die drie meter verderop stopte, verkopers van aanstekers, van papieren zakdoekjes, van geroosterde maïskolven of gepofte kastanjes, toeristen die het warm hadden of die voor de regen schuilden, wrokkige mannen in alle soorten en maten die onafgebroken verzonken waren in de vitrines die langs de beide wanden liepen. Die laatste groep verlichtte over het algemeen het wachten op weet ik wat door te staren naar de artistieke foto’s van een bejaarde fotograaf die zijn studio in het gebouw had: een officieel uitgedost bruidspaar, stralend glimlachende meisjes, jongens in uniform die er brutaal uitzagen. Jaren geleden had er ook een paar dagen een pasfoto van Amalia gehangen. Ik had de fotograaf gesommeerd die weg te halen, voordat mijn vader als hij er voorbijkwam in woede zou uitbarsten en de vitrine zou vernielen.

Ik stak met neergeslagen blik de binnenplaats over en beklom het kleine trapje dat naar de glazen deur van trapportaal B leidde. De portier was er niet en daar was ik blij om. Ik stapte vlug in de lift. Het was de enige plek in dat hele gebouw waar ik me prettig voelde. Over het algemeen was ik niet dol op die metalen sarcofagen die snel omhooggingen of omlaag stortten zodra je de knop aanraakte, waardoor je een wee gevoel in je maag kreeg. Maar deze had houten wanden, glazen deuren met grijze arabesken aan de randen, bewerkte koperen handgrepen, twee elegante bankjes tegenover elkaar, een spiegel, gedempte verlichting; en hij zette zich in beweging met een concert van gekraak, geleid door een rustgevende traagheid. Een muntautomaat uit de jaren vijftig, met een bolle buik en een gebogen bek die naar het plafond gericht was, klaar om muntjes op te slokken, liet op elke verdieping een metalen snik horen. Al tijden hoefde je alleen maar op een knop te drukken om de cabine in beweging te zetten, en dus was hij nutteloos aan de rechterwand blijven zitten. Maar ook al verstoorde de muntautomaat de bedaarde ouderdom van die ruimte, toch had ik er vanwege zijn ingetogen leegheid geen hekel aan.’

Geniet van Ferrantes meeslepende debuut!

Elena-Ferrante-Kwellende-liefde-Wereldbibliotheek

Kwellende liefde | Elena Ferrante | vertaald door Manon Smits | ISBN 9789028426603 | € 17,99 | uitgeverij Wereldbibliotheek | bestel Kwellende liefde via deze link bij bol.com

2x per week Italiaanse inspiratie

Meld je aan voor de Ciao tutti nieuwsbrief - en ontvang de digitale editie van onze City Walk Klassiek Rome als cadeautje:

Ga op pad met onze City Walks!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *