Download gratis de Ciao tutti app!

In de omhelzing van de rivier – een prachtig verhaal over vriendschap in Rome

Na het boek De laatste zomer in de stad van Gianfranco Calligarich, dat al verscheen in 1973 maar in de zomer van 2020 opnieuw werd uitgegeven door Wereldbibliotheek, duik je nu in zijn In de omhelzing van de rivier, een prachtig verhaal over vriendschap in het zinderende decor van Rome en de jaren zeventig, dat hij als geen ander weet te vangen in schilderachtige zinnen.

Vier vrienden in Rome

Het is 1968 en vier jonge mensen leren elkaar kennen in een café in Rome, de Eeuwige Stad. Een klant, de barman en een pianist, en het gezelschap is compleet wanneer op een avond een vrouw komt aangewaaid, die de pianist het hoofd volledig op hol brengt. Een betoverende vrouw, een raadsel, maar ook uitdagend en ontwrichtend.

Er ontspint zich een verhouding tussen deze twee aan elkaar gewaagde karakters. Het is een intense liefdesrelatie, die onverbiddelijk wordt geremd door hun tragische verleden. Wat kunnen de andere twee vrienden anders dan toekijken hoe zij gaandeweg verstrikt raken, hoe het noodlot zich voltrekt?

Lees alvast een fragment

We delen alvast een voorproefje van In de omhelzing van de rivier:

‘Wat betreft de plek van onze ontmoeting, een drankgelegenheid genaamd De Hervonden Tijd verscholen in de steegjes rondom dat weidse, langwerpige plein met kerken, cafés en klaterende fonteinen – en middelpunt van het sociale leven in die wijk – dat op de plattegronden van de Hoofdstad wordt aangeduid als Piazza Navona.

Drankgelegenheid, de onderhavige, gerund door die stevige pijprokende vijftiger die de oude Santandrea destijds was, nog ver verwijderd van de spitse bomen. Een lange, robuuste, witbesnorde alcoholische godheid in tweed kleding die vanachter een geboend mahoniehouten altaar vol met keurig gerangschikte flessen bezig was vloeibare zegeningen te verspreiden onder zijn gevluchte stamgasten.

Aldus de oude Santandrea destijds, nog ver verwijderd van de spitse bomen. Bezig om zijn zaak tot een propere, goed verlichte plek te maken, zoals ze dat vroeger zeiden, waar ik de gewoonte had opgevat ’s avonds een glas te nemen als opwarmertje voordat ik me per taxi zou begeven naar bepaalde appartementen op strategische plekken in de omliggende stad om plaats te nemen aan de tafels van mijn levensonderhoud.

Wat betreft die twee in kwestie – Tommaso en Alessandra, want aldus hun namen – is het misschien de moeite waard te vertellen waardoor ik ze uiteindelijk had opgemerkt, tussen de andere verbannen kosmopolieten in De Hervonden Tijd.

Nou, laten we zeggen dat terwijl hij – een zwijgzame dertiger die er door de stroming van zijn bestaan toe was gebracht vanuit de Ligurische regiohoofdstad waar zijn familie een belangrijke staalfabriek bezat aan te meren in de hoofdstad, om aan de slag te gaan als pianist in opnamestudio’s alsmede de jongere compagnon van Santandrea te worden bij het uitbaten van de zaak – ongeveer het formaat van een kleerkast had waardoor je hem niet gauw over het hoofd zag, en wat haar betreft, tja, feit was dat hetzelfde voor haar gold, maar dan om andere redenen.

Misschien wat al te overtuigd van haar schoonheid, eerlijk gezegd. Dat was beslist ook een feit. Maar ook, voor de rest, voorzien van een lichaam dat zo compact en vol gereserveerde beloften was onder haar steevast witte jurken, en met zo’n sterke geur van wat-ertoe-doet om zich heen hangend aangezien ze – zoals ik te zijner tijd zou vernemen, wat net zo goed geldt voor veel andere details in dit verhaal, waarvan ik sommige zelfs pas jaren later te weten zou komen – de enige dochter was van een Zwitserse bankier, dat je onmogelijk naar haar kon kijken zonder onmiddellijk te snappen dat het hoogst haalbare wat je van haar kon krijgen de speld was die ze dwars door je heen zou prikken voordat ze je bijplaatste in haar toch al overvolle verzamelaarsvitrine.

Zo’n type dus. En dan haar glimlach. Spottend. Om fors uitgevallen mond. De glimlach van iemand die bezig is met een persoonlijke uitdaging tot iets wat alleen zijzelf weet, en wil inschatten in hoeverre jij in staat bent diezelfde uitdaging aan te gaan. Blind.

Zonder te weten waar het om zou kunnen gaan en ongeacht je voorraad wat-ertoe-doet. Zo’n glimlach. Die haar, samen met al het andere, maakte tot iemand die je moeilijk níét kon bestuderen, zij het wel met enige behoedzaamheid gezien het formaat van de kleerkast die haar vergezelde.

Je hoefde namelijk maar te zien hoe ook hij naar haar keek – geblokkeerd alsof hij hoewel ze een stel vormden zelf net zo goed nog steeds probeerde te begrijpen welke uitdaging hij was aangegaan door iets met haar te beginnen – om te snappen dat hij geen enkele inmenging op prijs zou stellen.

Vandaar dat ik me net als de anderen in de zaak alleen daartoe beperkte. Haar met de nodige behoedzaamheid vanaf de barkrukken aan de toog te bestuderen, totdat zij op een avond degene was die – als een ironische, knipperende verschijning door het spel van licht en schaduw in de zaak – naar mij toe kwam daar op die barkrukken.

Met het voorstel – dat ondanks de algehele kameraadschap in de zaak nogal onthutsend was – dat ik samen met Santandrea getuige zou zijn bij het huwelijk met haar kleerkast.

Aldus haar voorstel, nogal onthutsend zelfs gezien de algehele kameraadschap in de zaak. Deels te wijten aan haar gewoonte om onthutsende voorstellen te doen die ik later zou opmerken, maar bij die gelegenheid vooral als provocerende reactie op mijn toch zo behoedzame bestuderingen.

Want dat was meteen duidelijk als je die spottende glimlach om die fors uitgevallen mond zag. Glimlach die elke mogelijk niet-kameraadschappelijke omgang tussen haar en jou uitsloot, en je uitdaagde om te bewijzen dat je tegen de situatie was opgewassen.

Wat ik dan ook deed om vervolgens, nadat ik het gewenste antwoord had gegeven, naar haar te blijven kijken terwijl ze terugliep naar haar kleerkast die ons in afwachting tussen de tafeltjes had staan observeren. Voordat ze met hem de zaak verliet. Haastig. Alsof ze allebei te laat waren voor een belangrijke afspraak in de steegjes en mij aan mijn lot overlieten daar op die krukken. Opgesloten in mijn vitrinekast, zeg maar.

Zodat de stem van Santandrea me als het ware door een ruit bereikte toen hij me op mijn verzoek inlichtte over de voorgeschiedenis van dat huwelijk. Valt weinig over te zeggen, begon Santandrea.’

Lees verder in

In de omhelzing van de rivier | Gianfranco Calligarich | vertaald door Manon Smits (oorspronkelijke titel: Privati abissi) | ISBN 9789028452428 | € 22,99 | uitgeverij Wereldbibliotheek | bestel In de omhelzing van de rivier bij je lokale boekhandel of via deze link bij bol.com (ook verkrijgbaar als e-book)

Schrijf je (gratis) in voor de Ciao tutti nieuwsbrief

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.