Download gratis de Ciao tutti app!

Het laatste vaderland – Matteo Righetto

Afgelopen week verscheen Het laatste vaderland, dat je meevoert naar het noorden van Italië. Het boek omvat de drie korte romans Over de grens, Het laatste vaderland en Het beloofde land, die in Italië verschenen als de Trilogie van het vaderland. Namens uitgeverij Atlas Contact mogen we alvast een fragment delen.

In het titelverhaal maak je kennis met Jole, de vijftienjarige dochter van een tabaksboer in de hooggelegen, bergachtige grensstreek tussen Italië en Oostenrijk, die voor het eerst met haar vader meegaat om tabak over de grens te smokkelen. Zonder de extra inkomsten zal het gezin verhongeren.

Jole beseft hoe gevaarlijk de tocht zal zijn, met grenswachters, wilde dieren, hoge bergpassen en woeste weersomstandigheden, maar ze is ook razend trots dat haar vader haar meevraagt. Als hij echter op een gegeven moment niet terugkeert van een smokkeltocht, gaat Jole in haar eentje naar hem op zoek.

Een paar jaar later zal ze het heft – en haar vaders geweer – opnieuw in handen moeten nemen om het voortbestaan van haar familie veilig te stellen.

Lees alvast een fragment
We delen een fragment uit Over de grens: ‘Augusto en Agnese kregen drie kinderen. Jole werd in 1878 geboren, Antonia in 1883 en Sergio in 1886.

De oudste dochter leek sprekend op haar moeder, zowel uiterlijk als innerlijk, en daarom hield ze waarschijnlijk het meest van haar vader. Ze droeg haar blonde haar bijna altijd in een lange vlecht, die van onder aan haar nek tot tussen haar schouderbladen viel. Ze was tenger en had grote, lichte ogen die nooit dezelfde kleur hadden: soms leken ze groen als een lariks in de zomer, dan weer waren ze grijs als de wintervacht van een wolf, of waterblauw als een bergmeer in de lente.

Het meest hield Jole van paarden, en al van kleins af aan liep ze op blote voeten door bossen en over onbegaanbare paden om ze maar te kunnen zien. Ze was, vooral ’s zomers, in staat om ’s ochtends vroeg de deur uit te gaan en pas tegen zonsondergang weer thuis te komen, alleen maar om haar geliefde paarden achterna te gaan. Er waren twee plekken waar ze ze kon zien. In noordelijke richting op het weideland van Rendale, waar een heleboel boerenknollen achter de herders en hun Foza-schapen aan liepen, en in zuidelijke richting op de kammen van de Sasso, waar ze trekpaarden gebruikten om het marmer uit de marmergroeven te vervoeren.

Ze hield van alle paarden, of het nou ranke, snelle waren of boerenknollen. Als kind bleef ze altijd met open mond staan kijken, haar grote ogen opengesperd, als om een droom, een wonder te vangen.

Haar zusje Antonia wilde altijd kort haar, Agnese knipte het twee keer per jaar met een oude, ijzeren schaar, voorzichtig, om haar niet te verwonden, want tetanus was nog meedogenlozer dan honger. Antonia hielp haar moeder met het huishouden en ze vond het leuk om te koken, met het weinige dat er was. Ook zij was ’s zomers vaak in het bos te vinden. Ze luisterde er naar de geluiden van de wilde dieren en snoof er de heerlijke geuren van de bomen op.

Ze ving de hars die uit de schors van de sparren druppelde op in een oud blikje en gaf dat aan haar vader, die er dan kleine balletjes van kneedde om het haardvuur mee aan te steken. Maar Augusto hield altijd wat apart voor Antonia, die de hars gebruikte om er bloemen of uitzonderlijk mooie insecten voor haar verzameling in te conserveren.

Antonia oogstte niet alleen hars, maar ook bosaardbeitjes, frambozen en vlierbloesem, waar haar moeder een heerlijk dorstlessend sap van maakte, dat ze aanlengde met water uit de rivier. En die grote rivier, diep in het dal, was de favoriete plek van het jongste kind van de familie. Sergio liep vaak door het bos ten oosten van Nevada naar de overhangende rots die boven het Brentadal uittorende, en ging daar op de rand zitten kijken en luisteren naar het geluid van de rivier die naar Bassano del Grappa stroomde, en verder naar beneden, naar de vlakten van Veneto.

Sergio was schriel, blond, en zat nooit stil. Hij praatte het meest van allemaal, hij kletste maar door. Zijn moeder en zusjes plaagden hem altijd dat hij twee keer zo veel praatte omdat hij niet alleen zijn eigen stem liet horen, maar ook die van zijn vader.

Maar al leefden alle drie de kinderen het leven van elk jongetje of meisje van hun leeftijd, met de dromen en de zalige onwetendheid die daarbij horen, ze werkten zich ook samen met hun ouders krom op de tabaksvelden, want aan dat lot kon niemand ontsnappen.’

Lees verder in

Het laatste vaderland | Matteo Righetto | vertaald door Pietha de Voogd, Manon Smits & Pieter van der Drift | ISBN 9789025470463 | € 24,99 | uitgeverij Atlas Contact | bestel Het laatste vaderland bij je lokale boekhandel of via deze link bij bol.com (ook beschikbaar als e-book)

Schrijf je (gratis) in voor de Ciao tutti nieuwsbrief

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *