Ga op pad met onze City Walks!

Geschreven portretten – De levens van Italiaanse kunstenaars

Vandaag gaat de Boekenweek 2011 van start, een (ruime) week die in het teken staat van biografieën. Het motto dit jaar is Curriculum Vitae – Geschreven portretten. Een ideale gelegenheid om een van de mooiste biografieën uit de boekenkast te halen: Le vite de’ più eccellenti pittori, scultori e architettori van Giorgio Vasari, oftewel De levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten.

Al in 1550 verscheen de eerste editie van deze biografie van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten, geschreven door de schilder-architect Giorgio Vasari (1511-1574). In De levens beschrijft Vasari de levens van de grootste Italiaanse kunstenaars vanaf het einde van de dertiende eeuw tot en met Vasari’s eigen tijd. Cimabue, Giotto, Brunelleschi, Donatello, Leonardo, Rafael, Michelangelo, Botticelli, Titiaan en vele anderen passeren de revue. Vasari beschrijft hun jeugd, leeftijd, karakter, werk- en levenswijze en prestaties, en hij doet dat levendig, anekdotisch, aanschouwelijk en met kennis van zaken, want hij was zelf ook een groot kunstenaar.

Vasari vertelt hoe de kunst ten tijde van Giotto opnieuw werd geboren, hoe ze zich vervolgens steeds verder ontwikkelde en in de zestiende eeuw de volmaaktheid bereikte. Het hoogtepunt van deze artistieke evolutie in drie etappes is volgens Vasari het werk van de ‘goddelijke’ Michelangelo. Het evolutionaire perspectief dat in het boek wordt gepresenteerd bleek zo sterk, dat de visie op de kunst van de renaissance er blijvend door is bepaald. Voor kunsthistorici was en is De levens een uiterst belangrijke, zo niet unieke bron bij de bestudering van de kunst van de renaissance.

De Volkskrant schreef ooit over De levens: ‘Een allesoverheersend beeld blijft achter: dat van een Italië waarin óf kunst werd gemaakt en dat op het hoogste niveau, óf opdrachten tot kunst werden gegeven en dat vanaf het hoogste niveau: pausen, vorsten en kardinalen.’

Voor jullie koos ik vandaag als fragment Vasari’s biografie van Ambrogio Lorenzetti, een schilder uit Siena:

‘Als het zo is dat de kunstenaars de natuur veel dank verschuldigd zijn voor hun fraaie vernuft – en zo is het ongetwijfeld – dan dient onze dank jegens hen nog groter te zijn: wij zien immers hoe zij naarstig de steden vullen met achtenswaardige bouwwerken en met nuttige en fraaie reeksen taferelen, waarbij zijzelf meestentijds faam en rijkdom verwerven met hun werken, zoals de Sienese schilder Ambrogio Lorenzetti, die een fraaie en sterke inventie bezat waar het ging om het weloverwogen samenstellen en in taferelen plaatsen van figuren.

Een goed voorbeeld hiervan treft men te Siena bij de minderbroeders aan, in een door hem zeer bekoorlijk geschilderd tafereel in hun kloostergang, waar men ziet afgebeeld hoe een jongeman frater wordt en hoe hij en enige anderen zich naar de sultan begeven, waar ze worden overvallen, veroordeeld tot de galg, opgehangen aan een boom en ten slotte onthoofd, en dat ook nog bij een verschrikkelijke storm.

In deze schildering maakte Ambrogio met grote vaardigheid en vakmanschap de beroering in de lucht alsmede de onstuimigheid van wind en regen zichtbaar in het gezwoeg van de figuren, waaruit de moderne meesters het beginsel en de techniek van deze inventie hebben geleerd, en omdat dit alles voor zijn tijd niet werd toegepast, verdiende hij oneindig vee lof.

Ambrogio was een bekwaam frescoschilder en hij wist vaardig en met groot gemak om te gaan met tempera-verven, zoals nog te zien is aan de door hem te Siena vervaardigde panelen voor het kleine Gasthuis, dat het Mona Agnese wordt genoemd, waar hij een tafereel voltooide van een nieuwe en fraaie compositie. En op de gevel van het grote Gasthuis schilderde hij in fresco de geboorte van Onze-Lieve-Vrouw en haar gang naar de tempel, te midden van de maagden; en voor de fraters van de Sant’Agostino in diezelfde stad beschilderde hij de kapittelzaal, op het gewelf waarvan men de apostelen ziet weergegeven, elk met een papier in de hand, waarop steeds een deel van het Credo, en aan hun voeten steeds een tafereeltje waarop met schilderkunstige middelen datgene wordt uitgebeeld wat daarboven schriftelijk is aangegeven.

Voorts, op de belangrijkste wand, zijn er drie taferelen uit het leven van Sint-Catherina de Martelares, namelijk haar twistgesprek met de tiran in de tempel, en in het midden het lijden van Christus, met de gekruisigde rovers, en daaronder de beide Maria’s die de bezwijmde Maagd Maria ondersteunen; hij bracht hiermee zeer sierlijke werken tot stand, in een fraaie stijl.

Ook schilderde hij in een grote zaal in het palazzo van de Signoria van Siena de oorlog van Sinalunga en de daaropvolgende vrede en hoe deze uitwerkte, waarbij hij een voor die tijd volmaakte wereldkaart gaf; en in datzelfde palazzo bracht hij acht zeer zuivere taferelen in terra verde aan. Ook, naar men zegt, zond hij een paneel in tempera naar Volterra, waar het zeer veel lof ontving; en te Massa, in gezelschap van anderen, voorzag hij een kapel van fresco’s en schilderde hij een paneel in tempera, en hiermee maakte hij hun duidelijk wat zijn inzicht en vernuft op schilderkunstig gebied waard waren; en te Orvieto beschilderde hij in fresco de koorkapel van de Santa Maria.

Vervolgens, toen Ambrogio eens in Florence was, schilderde hij daar, om enige vrienden te plezieren die graag wilden zien hoe hij te werk ging, in de San Procolo een paneel en in een kapel taferelen uit het leven van Sint-Nicolaas, in kleine figuren, en hij voerde dit alles, ervaren als hij was, in zo korte tijd uit dat zijn naam en faam enorm vermeerderden. En dit laatste werk, op de predella waarvan hij zijn portret aanbracht, was er de oorzaak van dat hij in 1335 naar Cortona werd ontboden door bisschop Ubertini, destijds heer van die stad, waar Ambrogio in de Santa Margherita, kort voordien voor de franciscaner fraters gebouwd op de top van de berg, enige dingen vervaardigde, met name op de gewelven tot halverwege en de wanden, en hij deed dit zo goed dat men, ook al zijn ze tegenwoordig welhaast verteerd door de tand des tijds, in de figuren een keur aan gemoedsaandoeningen ontwaart, waaruit men begrijpt dat de lof die hij daarvoor ontving welverdiend was.

Fragment van het leven van Sint-Nicolaas – Ambrogio Lorenzetti

Toen hij dit werk af had, keerde Ambrogio terug naar Siena waar hij de rest van zijn leven doorbracht en eer ontving, niet alleen omdat hij een voortreffelijk meester in de schilderkunst was, maar ook omdat hij deze kunst op nuttige en aangename wijze vergezeld deed gaan van de letteren, waarin hij zich in zijn jonge jaren had verdiept, en zij vormden altijd zozeer het sieraad van zijn leven dat ze hem niet minder tot een beminnelijk en aangenaam mens maakten dan het schildervak dat deed; vandaar ook dat hij voortdurend met geleerde en getalenteerde mannen omging, en bovendien tot zijn grote eer en niet geringe voordeel werd ingeschakeld bij het bestuur van zijn republiek.

Ambrogio’s manieren waren in elk opzicht lofwaardig en veeleer die van een edelman en wijsgeer dan van een kunstenaar, en – een belangrijker teken van verstand – hij was in gemoede altijd bereid vrede te hebben met datgene wat hem in de wereld en de tijd gewerd, zodat hij rustig en gematigd zowel het kwade als het goede onderging dat de fortuin hem bracht. En het is voorwaar niet in woorden te vatten hoe goed bescheidenheid, voorkomende manieren en andere vormen van beschaafd gedrag samengaan met alle kunsten, maar vooral met die welke voorkomen uit het intellect en uit edele en verheven geesten, zodat een ieder zich evenzeer zou moeten tooien met goede manieren als met uitnemendheid op het gebied van de kunst.

Ten slotte, tegen het eind van zijn leven, schilderde Ambrogio voor het klooster van Monte Oliveto te Chiusuri een paneel waarvoor hij veel lof ontving, en kort nadien ging hij, drieëntachtig jaar oud, christelijk en blijmoedig over tot een beter leven. Zijn werken ontstonden omstreeks 1340.

Zoals gezegd kan men Ambrogio’s zelfportret vinden op de predella van zijn paneel in de San Procolo: hij draagt er een kap. En wat hij waard was als tekenaar ziet men in ons boek, waarin zich enige heel goede dingen van zijn hand bevinden.

Einde van het Leven van Ambrogio Lorenzetti’

In Siena en omgeving zijn nog veel meesterwerken van Lorenzetti te zien. Eerder schreef ik bijvoorbeeld al over zijn fresco’s over het goede en het slechte bestuur in het Palazzo Pubblico aan het Piazza del Campo in Siena: zie https://ciaotutti.nl/citta/een-goed-bestuur-doet-wonderen/

Lees meer over het leven van andere grote kunstenaars in

De levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten
Giorgio Vasari
vertaald door Anthonie Kee
ISBN 9789025434342
€ 17,50
uitgeverij Olympus

Ontdek onze droomplekken in Italië!

2 reacties

  1. Goede tip, inspirerend! En mooi geschreven, dank.

  2. Mooi item. Repost via mijn linkedin. Groet, eva

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *