Download de gratis Ciao tutti app voor nog meer tips

Een magische vlucht – de nieuwe roman van Giovanna Giordano

In Een magische vlucht neemt Giovanna Giordano je mee naar 1935. Italiaanse soldaten voeren ver van huis oorlog om land te veroveren. Italië heeft koloniën nodig om mee te tellen op het wereldtoneel, volgens leider Benito Mussolini.

De jonge Italiaanse piloot Giulio Giamò vertrekt naar Eritrea en Abessinië, het huidige Ethiopië. Met zijn vliegtuig brengt hij de soldaten nieuws en post, de sultans geheime berichten en bezorgt hij de koning van Abessinië de oorlogsverklaring van Italië.

Giulio ontmoet er bijzondere mensen, zoals de slaaf Tsahai, de melancholieke kapitein Mondio met zijn pratende papegaai Pappamondo, de hofnar Meleku. Vanuit de lucht ziet hij onder zich de verschrikkingen van de oorlog en de mysterieuze grootsheid van het land. Hij raakt voor altijd in de ban van het continent.

Wanneer hij in 1941 door de Britten gevangengenomen wordt en zijn dagen in een krijgsgevangenkamp slijt, vertelt hij ons via zijn belevenissen over die nutteloze en vergeefse oorlog, in de hoop opnieuw zin in het leven te krijgen en weer te kunnen vliegen, vrij als een vogel.

Een fragment uit Een magische vlucht

‘De nacht dat ik in Afrika aankwam was de mooiste die ik ooit had meegemaakt. Het was een groene nacht, zo’n nacht waarin het geluk bijna onverdraaglijk is. Ik was gek van het leven, gek van de lucht, gek van de wind en de zon. In de bedwelmende stilte hing de geur van de zomer.

Ik vloog vrij door de hemel, trok op in de lauwwarme luchtstroom en zweefde naar beneden; de heldere Afrikaanse sterren sprongen over de planeet. Ik bestuurde Vita Nuova, mijn Caproni 133. Het was 24 juni 1935. Bestemming: Eritrea. Missie: geheim. Meer wist ik niet over mijn reis.

Doorgaan, dacht ik, niet stoppen. Voorwaarts, vanaf nu zal het leven buitengewoon zijn, alsmaar naar het zuiden, alsmaar naar het zuiden, wie weet wat je te wachten staat. Mijn hoofd tolde van verwondering, de vliegtuigromp streek over stormachtige zeeën, bosjes palmbomen, saffraangele duinen in de woestijn, de Egyptische piramides en de Rode Zee.

Wat was de Piramide van Cheops machtig, onder de buik van mijn lichte driemotorige vliegtuig. En ook ik was licht, ongedurig, een zwerfkat boven de wolken, opgewonden bij elke beweging van het hoogteroer.

Ik speelde met de wind, op en neer tussen de zee en de ruimte: ik steeg naar grote hoogte om de sterren weer te zien en daalde neer om te likken aan de lippen van de Rode Zee vol vissen en walvissen.

Ik vloog, ik vloog vrij en keek vooruit, zonder herinneringen want wanneer je leeft heb je geen tijd voor herinneringen, en dus leefde ik. Ja, ik leefde. Ik was jong.

In die groene nacht dreven op zee sambuks van de Danakil en er voeren schepen van de Italianen, beladen met bommen.

In die groene nacht vermaalde de propeller de naar kaneel geurende lucht boven het Abessijnse land, machtig en rood als de planeet aan het begin der tijden: afgronden, ravijnen, stroomversnellingen, bergkloven, wouden, zebra’s, giraffen, leeuwen en gazellen op de vlucht. Toen, steeds dichterbij, zag ik rubberplanten, kandelaarvormige wolfsmelk, sappige agaven, de aardbeirode lichtbakens van het vliegveld en het zand, fijn als dat van de maan.

In Otumlo, na een spiraallanding, was de stilte magisch, maar vervolgens hoorde ik een explosie van trompetterende olifanten en zingende vrouwen. De liederen kwamen beetje bij beetje dichterbij, als timide vuurvliegjes in de zomer, en langzaamaan groeide ook mijn angst.

Angst vreet je hart op wanneer hij te groot wordt. Ik moet moedig zijn, dacht ik, ik ben een man met vleugels en geen droevig schaap. De belletjes van de kamelen deinden met het gezang mee en op de kamelen deinden teder de heupen van tien naakte zwarte vrouwen.

Het waren de eerste zwarte lichamen die ik zag: prachtige bronzen beelden in het maanlicht. Op de laatste kameel reisde, in een draagstoel, een kapitein van het Italiaanse leger samen met een groen-rood-gele papegaai met een spitse snavel.

De man droeg een tropenhelm, had een brede glimlach en een weemoedige uitstraling, als van iemand die enkel en alleen van het moment geniet.

‘Ik ben kapitein Beba Mondio en wie ben jij?’
‘Vliegenier Giulio Giamò, meneer.’
‘Ik verwachtte je al. Ben je geboren op Stromboli in 1912?’
‘Ja, meneer.’
‘Word je Mug genoemd?’
‘Ja, meneer.’
‘Waarom?’
‘Ik land overal en ik ben stil.’

‘Weet je wat oorlog is?’
‘Alleen van de bioscoop.’
‘Ik ook, maar dat kun je beter niet laten merken.’
De papegaai vlooide zijn gekleurde veren en keek me scheef aan.

‘Denk je dat je speciaal bent omdat je vliegt? Je hebt geen veren en ook geen vleugels: je bent maar voor de helft vogel.’ Dat was de eerste pratende papegaai van mijn leven. Wat was dit voor magie? Mondio stelde me gerust.

‘Wees niet bang, hij is kort van stof.’

‘Ik heb nog nooit een pratende papegaai gezien.’
‘Verwonder je nergens over, want in Afrika is alles een wonder. Ik stel hem aan je voor: hij heet Pappamondo.’
‘Wat betekent dat?’
‘Hij papt met de hele wereld aan.’

Pappamondo keek me nog steeds scheef aan. De vuurvliegjes poedelden in de heldere lucht, de vrouwen keken me liefdevol aan vanachter hun lange fluwelen wimpers als toneelgordijnen. Maar het schouwspel was, in die groene nacht, geen luchtspiegeling.

De planten en de insecten schreeuwden, de sterren vielen als hagel uit de hemel, alles lachte of trilde en de geluiden doorbraken de duisternis. In wat voor wereld was ik terechtgekomen?’

Lees verder in

Een magische vlucht | Giovanna Giordano | vertaald door Miriam Bunnik & Mara Schepers (oorspronkelijke titel: Un volo magico) | ISBN 9789028453081| € 22,99 | uitgeverij Wereldbibliotheek | bestel Een magische vlucht bij je lokale boekhandel of via deze link bij bol.com (ook beschikbaar als e-book)

Lees ook De geur van vrijheid, waarin Giovanna Giordano vertelt over een magische reis van Sicilië naar Amerika. In deze blog delen we een fragment.

Ontdek onze digitale reisgidsen voor nóg meer tips

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *