Home » Boeken: Lezen over Italië » De menselijke maat – een interview met schrijver Roberto Camurri
Ga op pad met de Ciao tutti City Walks!

De menselijke maat – een interview met schrijver Roberto Camurri

Als een kind in de speeltuin, zo vol verwondering en enthousiasme loopt Roberto Camurri (37) rond op het literaire festival Crossing Border in Den Haag, waar Vivian met hem sprak.

Sinds zijn debuut De menselijke maatA misura d’uomo in het Italiaans – is verschenen, is zijn leven nogal veranderd. In Italië werd het boek een bestseller, en ook elders waar er vertalingen verschijnen, zoals in Nederland en België, wordt Camurri’s roman lovend besproken.

Sindsdien rijgen de boekpresentaties, optredens en uitnodigingen voor interviews en festivals zich aaneen. ‘Ik was nog nooit buiten de regio Emilia-Romagna geweest voor ik dit boek publiceerde,’ lacht Camurri. ‘Toen het verscheen, heb ik door heel Italië gereisd. Ik kwam terug uit Vicenza en zei tegen mijn vrouw: ‘Vicenza is prachtig!’ Ze antwoordde: ‘Je bent een eikel. Ik wil al jaren naar andere plaatsen en jij wilt nooit met me mee!’ Dat klopt, ik reis liever vanaf de bank.’

Hij neemt een slok van zijn biertje, de sigaretten liggen te wachten op tafel. Ook zijn personages houden wel van een borrel en een peuk. De menselijke maat speelt in het dorpje waar Camurri werd geboren, Fabbrico, in de buurt van zijn huidige woonplaats Parma.

Zesduizend inwoners, een paar straten, wat kroegen en een kerk, dat vat het wel zo’n beetje samen. Hoewel inwoners van het huidige Fabbrico een beetje mopperden op Camurri, vertelt hij – ‘Het is niet zoals je beschrijft, zeiden ze, we hebben méér dan maar twee wegen en vier huizen, het dorp is veel groter’ –, heeft hij het wel geschilderd naar zijn herinneringen.

‘Je had het gevoel dat Fabbrico uit maar vier huizen bestond, omdat er één grote weg is die het dorp verbindt met andere plaatsen. Als we op vrijdagavond uit wilden, moesten we met de auto ergens anders heen, want in Fabbrico was er gewoon niets. Ja, wel bars – meer bars dan mensen, zou ik haast zeggen.’

Camurri lacht. ‘Als we dan in Correggio of Carpi uit waren en een meisje aan mij of een van mijn vrienden vroeg waar we vandaan kwamen en we noemden Fabbrico, dan zei ze: ‘Dat spijt me voor je.’ Ik houd van mijn geboortedorp, maar ik wilde er ook weg, omdat de wereld groter is.

Maar nu woon ik in Parma, maar veertig kilometer van Fabbrico vandaan. Erg ver weg ben ik dus niet gegaan. Het is fijn te weten dat ik als dat ik daar zin in heb, terug kan naar Fabbrico. Ik heb er vrienden en familie, zij brengen mijn ego tot bedaren. Toen ik vertelde dat mijn boek ook in Nederland uitkwam, zeiden ze: ‘Maar jij blijft toch nog steeds de idioot die we al van kleins af aan kennen.’ Zo blijf ik met beide benen op de grond staan, dat is belangrijk.’

Waarom hij dan toch over zo’n klein, onbeduidend dorp een roman wilde schrijven? Nou, juist daarom, grijnst Camurri. ‘Omdat iedereen altijd grappen over ons maakte, terwijl wij in Fabbrico vonden dat we de beste zijn. Een vriend van me heeft Made in Fabbrico op zijn borst getatoeëerd, ik de postcode op mijn arm. Voor ons was Fabbrico toch het centrum van de wereld.’

Roberto Camurri werkt al jaren als begeleider van mensen die geestelijk in de war zijn. Sommigen wonen in een tehuis, anderen wonen op zichzelf maar krijgen intensieve hulp bij de dagelijkse bezigheden. ‘Ik vertel ze dat ze afwas moeten doen of een douche moeten nemen, soms moet ik ze daarbij helpen zodat ze het na verloop van tijd zelf kunnen. Het is geestelijk vrij zwaar werk; als ik thuiskom, ben ik niet zozeer fysiek moe, maar wel moe in mijn hoofd.’

De afgelopen jaren verlangde hij steeds meer naar iets naast zijn werk. ‘De eerste keer dat ik schreef was op school, ik was acht jaar oud. Ik vond het fantastisch, maar toen de les afgelopen was en de lerares het vel papier innam, vond ik dat vreselijk. In het dorp waar ik vandaan kom, was schrijven voor je beroep geen optie. Als ik tegen mijn ouders had gezegd dat ik schrijver wilde worden, hadden ze me aangekeken alsof ik gek geworden was. Je moest een echte baan hebben waarmee je je gezin kon onderhouden.’

Camurri kwam in de gezondheidszorg terecht. Maar een paar jaar geleden keek hij naar zijn spelende dochter Ludovica en dacht hij: zij verdient een gelukkige vader. ‘Op dat moment ontving ik van iemand op Facebook een uitnodiging om deel te nemen aan zijn schrijflessen – een perfect toeval. Ik verlangde naar diezelfde sensatie als toen ik acht jaar oud was. En nu, nog maar twee jaar later, ben ik hier.’

Hoewel het boek een liefdesverklaring is aan Fabbrico, herkennen ook lezers uit andere regio’s zich in het boek, hoort Camurri overal waar hij optreedt. Het leven in een klein dorpje, waar de inwoners elkaar allemaal kennen, maar toch ook vaak helemaal niet, de zwijgzaamheid en stilte van zo’n plek, is universeel.

De vorm en vooral de toon van de roman zijn goed getroffen. Het is geen boek met een plot van begin tot einde; eigenlijk zijn het elf verhalen die op zichzelf staan, maar ook een groter verband aangaan. Drie personages vormen daarin de spil: Davide, zijn vriend Valerio en de knappe Anela, op wie beiden verliefd zijn.

Davide blijft zijn hele leven in het dorp, werkt in een fabriek en drinkt zich intussen te pletter. Ook aan Valerio lijkt het geluk niet besteed. Camurri geeft inkijkjes in hun levens en dat van andere dorpsbewoners, zoals Paolo en Maddalena, Mario en Elena, veteraan Giuseppe en bareigenaresse Bice.

Heel even zien we ook een schim van heden en verleden van het plaatsje, als de spanningen tijdens de jaarlijkse herdenking van de Slag bij Fabbrico hoog oplopen. De herdenking van de dag dat de partizanen de fascisten overwonnen, wordt ruw verstoord door zwarthemden omdat een donkere man een praatje zal houden.

Camurri kleurt niet alle vakjes in; hoe alle gebeurtenissen precies met elkaar samenhangen, laat hij voor een groot deel over aan de interpretatie van de lezer. De gemene deler is de menselijkheid waarmee de schrijver zijn personages opvoert, met al hun nukken en luimen, hun falen en tekortschieten.

‘Toen ik begon met schrijven, dacht ik dat Valerio een versie van mezelf zou worden, maar dan een véél betere versie. Maar tijdens het schrijven besefte ik dat een goede persoon helemaal niet interessant is als personage. Ik wilde schrijven over mannelijke kwetsbaarheid en zwijgzaamheid, omdat veel mannen niet hebben geleerd hun gevoelens onder woorden te brengen.

Om een voorbeeld te geven: mijn vader zegt nooit tegen mij dat hij van me houdt. Maar toen mijn boek verscheen, vertelde mijn moeder me dat hij een speciale salame had gekocht om met mij van te genieten. Dat is zijn manier om te zeggen dat hij trots op me is en van me houdt.

Mijn vader zegt ook nooit tegen mijn moeder dat hij van haar houdt, maar inmiddels heb ik hun gebaren leren begrijpen, waarmee ze elkaar vertellen wat ze niet hardop kunnen zeggen. Liefde is het spannendste wat er bestaat. Zo’n personage als Giuseppe, bijvoorbeeld, was niet bang om het geweer te pakken en als partizaan ten strijde te trekken tegen de fascisten. Maar aan Bice bekennen dat hij van haar houdt, durft hij niet.’

Het is een liefdevol boek geworden, over verschillende vormen van liefde; die tussen partners, maar ook tussen vrienden. Camurri wilde een oordeel over het handelen van de personages achterwege laten. ‘Dat was niet altijd even makkelijk, want het personage Paolo bijvoorbeeld vond ik in het begin maar een eikel. Bij hem heb ik echt moeten zoeken naar de reden waarom hij zich zo gedroeg, naar zijn menselijkheid.

Dat vond ik belangrijk, juist in deze tijd waarin iedereen denkt alle antwoorden te weten en al meteen met zijn opgeheven vinger klaarstaat om een ander te veroordelen. Ik hou daar niet van. Als iemand om acht uur ‘s ochtends al aan een gin-tonic zit, wil ik liever weten wat iemand daartoe beweegt. Van zulke mensen blijven we liever verre, maar ook zij hebben een verhaal en waardigheid.’

Camurri gaat even naar buiten om een sigaret te roken. Met een brede grijs vertelt hij dat er ook weleens wat kritiek komt op zijn roman. Een weerwoord, daar houdt hij wel van. ‘Na afloop van een boekpresentatie kwam er een vrouw op me af, die zei dat ze het een slecht boek vond. Toen ik vroeg waarom, zei ze: ‘Ik sloeg het dicht en dacht: en nu? Hoe zit het precies?’ Ik beschouwde dat als een compliment.

Wij mensen zijn complexe wezens en het was mijn bedoeling die complexiteit in emoties recht te doen. Ik wilde geen antwoorden geven, maar vragen stellen. Als mensen me vragen wat er precies met Davide is gebeurd, vraag ik: wat denk jij? Voor mij is elke interpretatie die een lezer aan het verhaal geeft, de juiste.’

De menselijke maat | Roberto Camurri | vertaald door Manon Smits | ISBN 9789403172804 |  € 21,99 | De Bezige Bij | bestel De menselijke maat via deze link bij bol.com (ook verkrijgbaar als e-book)

Lees je liever het origineel in het Italiaans? Bestel het e-book van A misura d’uomo dan via deze link bij bol.com.

2x per week Italiaanse inspiratie

Meld je aan voor de Ciao tutti nieuwsbrief - en ontvang de digitale editie van onze City Walk Klassiek Rome als cadeautje:

Ontdek de mooiste vakantieadressen in Italië

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *