Download gratis de Ciao tutti app!

De beet van de tarantula – een nieuwe zaak voor Luigi Gelsomino

Na In jouw bloed komt commissaris Gelsomino, een creatie van de Italiaanse schrijver Marco Lugli, terug in De beet van de tarantula, samen met zijn assistent Colazzo en voormalig politie-inspecteur Anna Fontana.

In Sulrano, in het uiterste zuiden van Puglia, sterven nog steeds mensen aan de beet van de tarantula-spin. Dat is althans de verklaring die de dorpelingen geven aan de sterfgevallen die plaatsvinden tijdens onder meer het feest van San Paolo.

Autopsies bevestigen de aanwezigheid van een spinnengif, maar Gelsomino is ervan overtuigd dat Sulrano een dorp is dat door de geschiedenis en de vooruitgang is overgeslagen en waar, in de schaduw van de onwetendheid van de bewoners, iemand ongestoord aan het moorden is.

De politieman wordt tegen zijn wil gekatapulteerd in een achtergebleven en zwijgzame gemeenschap. Hij wordt gedwongen nooit eerder begane onderzoekspaden te bewandelen en te beslissen of de plotselinge afbrokkeling van zijn eigen morele en professionele integriteit een billijke prijs is om achter de waarheid te komen.

foto: Anna Fedorova

Lees alvast een fragment
‘De stilte werd doorbroken door de tamboerijn waarvan eerst het met bloed bevlekte trommelvel klonk, beroerd door de geoefende hand van Salvatore Ricchiuti. Vervolgens werd het opnieuw stil, ondanks de menigte.

Daarna liet de muzikant het gespannen vel in een nog hogere frequentie trillen door er met zijn vochtige duim over te strijken. Na de tweede slag waardoor ook de schelringen rinkelden, vielen ook de accordeon en de viool in en begaf iedereen zich op de dansvloer.

Vanaf het bordes van het Palazzo Ducale verspreidde het geluid zich in concentrische cirkels. Voordat het op het plein neerdaalde streek het langs de enkels van Sint Andreas, die te stevig in de bodem van dit zuidelijkste puntje van Italië waren verankerd om zich te bekommeren om de dans van de tarantella.

Het zou moeilijk vast te stellen zijn wie van de duizend zielen in dit dorp afwezig waren. Misschien omdat ze er allemaal waren of misschien omdat het hart van de dans als de krater van een vulkaan alle blikken naar zich toetrok en afleidde van het tellen.

Al meer dan een uur, vrijwel vanaf het begin van het concert danste een jonge brunette langs de rand van de dansvloer. Als gevolg van het ritme en de warme siroccowind stroomden de zweetdruppels langs haar hals en doordrenkten haar jurk tussen haar borsten en schouderbladen.

Ze gunde haar gezelschap aan iedereen die naar voren stapte en die het aandurfde om zich te onderwerpen aan het oordeel van de dicht opeengepakte toeschouwers wier ogen verrukt keken naar haar vochtige borsten, het indiscreet zwieren van haar rok en haar betoverende kuiten.

Het waren voor het merendeels oudere mannen, die zich weer jong voelden door het verlangen, door de vervoering van de dans. Maar ook leeftijdgenoten die zich overgaven aan enkele danspasjes, in de hoop de charmes van de danseres na te bootsen, voordat ze hun kinderen een duwtje naar voren gaven om ze al dansend de kunst te laten afkijken.

Even later verloor de brunette haar evenwicht. Ze werd opzij gedrukt en struikelde over een lichaam van een veel oudere vrouw die op haar rug op de straatstenen gevallen was waardoor de menigte een pas achteruit deed alsof de klap van haar val hen achteruitduwde.

In de plotselinge stilte bleef het lichaam even stilliggen om daarna meteen te verkrampen. De vrouw sperde haar ogen open als antwoord op de onnatuurlijke manier waarop haar rug werd gebogen, steunend op de schouders en het heiligbeen.

‘Hij heeft me gebeten,’ krijste het oudje met rauwe stem. Een rumoer van schrik en verbazing was de reactie op die onverwachte kreet, dat daarna plaats maakte voor een kakafonie van luidkeels geuite meningen.

‘Wie is het? Varkensviller?’
‘Maak eens wat ruimte!’
‘Een laken, een laken!’
‘Haal de muzikanten hiernaartoe!’

Ruimte werd er echter niet gemaakt. De menigte drong om het oudje heen. Degene die een wit laken bracht moest zich met zijn ellebogen naar voren werken. Net als de drie muzikanten vanaf het bordes.

Ze kwamen bij de vrouw toen zij al in de greep van de stuiptrekkingen was, zelfs zonder dat ze nog het ritme hoorde. Ze hield de handen op de buik en kromde, draaide en spande haar rug van de pijn, als was ze een klein meisje.

‘Ja, het is inderdaad Concetta Varkensviller,’ fluisterde iemand. ‘Leg haar op het laken,’ zei een ander waarna ze haar onder de oksels en bij de enkels vastpakten en er een wit laken onder haar werd geschoven.

De menigte stond nu in een rechthoek om haar heen. ‘Laat haar de muziek horen!’ schreeuwde iemand. ‘Roep de muzikanten!’

De eerste rij draaide zich om naar de muzikanten. Naar Ricchiuti die gewoonlijk de maat aangaf. Hij keek op zijn beurt naar Durante die de meeste ervaring had. Deze knikte naar zijn collega, zakte op zijn knieën, bracht zijn viool naar het oor van de ongelukkige en begon te spelen.

De jonge danseres met het donkere haar was intussen opgestaan. Ze keek met een verbijsterde blik naar haar geschaafde knieën. Gevangen tussen de mensen, werd ze een paar meter mee geduwd naar het centrum van de actie.

Ze probeerde om zich heen te kijken. Klein van gestalte, bukte ze en probeerde tussen de benen door te kijken van degenen die voor haar stonden. Zij zag niets dat het tumult verklaarde dat haar had overvallen, en ook niet de muziek die luid in haar oor klonk, hoewel die niet langer uit de luidsprekers op het podium kwam.

Rechtop, op zoek naar frisse lucht, maakte zij zich los en volgde de blikken die nu niet meer naar haar keken en kwam bijna op het laken te staan. In het midden ervan zag zij een oude vrouw liggen, roerloos, met haar tong uit de mond.

De mensen schudden hun hoofd en de drie muzikanten lieten hun instrumenten zakken, een laatste noot in de lucht achterlatend.’

Lees verder in

De beet van de tarantula | Marco Lugli | vertaald door Nico Boots | ISBN 9789464432008 | € 23,95 | bestel De beet van de tarantula bij je lokale boekhandel of via deze link bij bol.com (ook verkrijgbaar als e-book)

Heb je het eerste deel nog niet gelezen? Check dan ook:

In jouw bloed | Marco Lugli | vertaald door Nico Boots | ISBN 9789464067576 | € 19,95 | bestel In jouw bloed bij je lokale boekhandel of via deze link bij bol.com (ook verkrijgbaar als e-book)

Logeren bij de auteur
Wil je het decor van beide boeken bezoeken, dan kun je logeren bij B&B Capperi, de bed & breakfast waar Marco Lugli de moord situeerde, die wordt gerund door niemand minder dan Marco zelf. Samen met zijn vrouw heeft hij er een prachtige plek van gemaakt, waar je je even helemaal onder kunt dompelen in de gastvrijheid van de Salento.

Schrijf je (gratis) in voor de Ciao tutti nieuwsbrief

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *