Download gratis de Ciao tutti app!

Antonio’s oog – historische roman over de eenwording van Italië en de opkomst van fotografie

Antonio groeit op in een weeshuis in Genua. Hij wordt flink gepest en de kans dat hij door een familie geadopteerd wordt of door een boer als knecht wordt gekozen, is klein. Want wie zit er nou te wachten op Antonio, die aan één oog blind is?

Op zijn twaalfde wordt hij tot zijn verbazing door fotograaf Alessandro Pavia als assistent gekozen. Samen reizen ze door Italië, om portretten te maken van de soldaten die samen met Garibaldi strijden voor de Italiaanse eenwording.

Als Antonio zijn eerste foto’s mag maken en door de lens naar de geportretteerde kijkt, begint zijn blinde oog te flikkeren en ziet hij hoe die persoon zal gaan sterven. Hoe zal Antonio’s leven beïnvloed worden door deze vreemde gave?

Geniet alvast van een voorproefje
‘Voor de kraam van de schoenlapper op Piazza della Nunziata had de baas er niet veel woorden aan vuilgemaakt: ‘Wil je het ver schoppen? Dan heb je schoenen nodig.’

Ook door dit zoveelste, grandioze voorbeeld van ‘baaslijkheid’ neemt de jongen zich voor om vol te houden. ’s Avonds smeert hij zijn voeten in met walvisvet en bewerkt hij het bovenleer met wat hij heeft: korrels was of visolie.

De stank is ook de volgende ochtend nog misselijkmakend en van de wijk La Maddalena tot aan de Piazza San Lorenzo zijn de katten niet bij hem weg te slaan. Hij heeft er schijt aan, boodschappen doen is de leukste van zijn taken.

Verse ansjovis, of gebakken of gezouten. Kikkererwtenkoek in vettig papier. Ingewanden die Giuse in de koekenpan klaarmaakt met knoflook, azijn en peterselie. Kaarsen. Olijfolie. Lampolie.

Muziekpapier en afdrukpapier, van dat heel dunne, fijnkorrelige. Eieren met dozijnen tegelijk: de dooier wordt geklopt, gebakken en opgegeten, het eiwit wordt rijkelijk met zout bestrooid en opgeklopt tot schuim. Wat onder het schuim achterblijft, de heldergele vloeistof, gaat in een teiltje.

Een voor een worden de vellen papier voorzichtig op de vloeistof gelegd en daar moeten ze, als bladeren op het water, blijven drijven. Een delicaat klusje dat om pincetten, wasknijpers en geduld vraagt.

Op het juiste moment til je het papier op, laat je het afdruipen en hang je het op om te drogen, totdat de hele zolderverdieping zich vult met grote, maagdelijk witte vlinders die bij het eerste zuchtje wind dansen aan de draden.

Dan volgt nog een laatste bad in een oplossing van zilvernitraat, maar dat doet de baas zelf, opgesloten in het rode duister van het heilige der heiligen, met handschoenen aan en een grote schort van zeildoek voor.

En ze zijn ook prachtig, zijn nieuwe schoenen, met die kleine stiksels, net een rij mieren die achter elkaar aan lopen, en met al die glimmende siernagels langs de rand. Daarom weet de jongen niet hoe snel hij zijn voet moet wegtrekken om aan de straal van de baas te ontkomen.

Maar terwijl hij dat doet verliest hij zijn evenwicht en wankelt, waardoor zijn iele straaltje – wat er bij hem uitkomt is niets vergeleken bij de waterval die naast hem neerklettert – dat kleine beetje pies net de neus van zijn andere schoen raakt. Schande.

De baas merkt het gelukkig niet, anders zou hij een van die onbehouwen lachsalvo’s laten horen, naar zijn dingetje wijzen en hem een pets in zijn nek geven. Met dezelfde hand waarmee hij zijn ding vasthoudt. Zo’n tik die, als je er niet op bedacht bent, je tanden laat klapperen en dan verandert de lach van de baas in gebulder. Maar de jongen weet inmiddels hoe laat het is en zijn tanden klapperen niet meer, de tik komt trouwens ook niet.

Pies van kinderen is totaal iets anders. Die smaakt naar kool en uien. Antonio kan in elk geval instaan voor de smaak van de urine van Michele Casagrande. Hij veronderstelt dat de pies van alle bastaards van het Pammatone precies hetzelfde smaakt. De oorzaak is, gezien het menu, niet moeilijk te raden.

Kool, uien, een enkele aardappel, kool, uien, een handvol bonen of doperwten, kool, uien, heel soms een ei en een toetje van droog brood. Maar alleen op zondag. Pies drinken is verplicht. En trouwens, voordat je het doorslikt – op uitspugen staat een straf – voordat je het in één keer doorslikt alsof het water uit de fontein is ben je allang aan pies gewend.

Je lééft in de koolpies. Het zweeft rond, vermengd met het gelige zweet van de ruwe lakens, de opgedroogde kots, de stank van nooit goed schoongeveegde billen. De ziekmakende lucht hangt in de latrines. Vult elke hoek. Doordrenkt je strozak.

In de winter, wanneer de ramen dicht blijven vanwege de tramontane, de koude noordwestenwind. In de zomer, wanneer de sirocco, de hete wind uit het zuiden, de muren laat gloeien.’

Antonio’s oog | Raffaella Romagnolo | vertaald door Hilde Schraa | ISBN 9789056726980 | € 22,99 | uitgeverij Signatuur | bestel Antonio’s oog bij je lokale boekhandel of via deze link bij bol.com (ook beschikbaar als e-book)

Een verloren vriendin
Raffaella Romagnolo schreef eerder het prachtige boek Een verloren vriendin, dat genomineerd werd voor de Premio Strega 2019. Wij schreven: ‘Er zijn van die boeken die voelen als een goede vriend(in), omdat je ze niet kunt wegleggen en met elke pagina een hechtere band voelt met de personen tussen de pagina’s. Een verloren vriendin van Raffaella Romagnolo is zo’n verhaal.’

Ook Antonio’s oog is zo’n meeslepend verhaal, waarbij je de kleine Antonio onmiddellijk in je hart sluit om nog lang nadat de echo van de woorden van de laatste pagina is verstomd aan hem te denken…

Schrijf je (gratis) in voor de Ciao tutti nieuwsbrief

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *