In Portret van een onbekende vrouw verbeeldt Camille de Peretti het lot van Martha, wellicht de vrouw op het schilderij van Klimt dat prachtig op de cover prijkt.

Op verbluffende wijze neemt ze je mee in het leven van Martha en de generaties na haar, van de straten van Wenen begin twintigste eeuw tot het Texas van de jaren tachtig, van Manhattan tijdens de Great Depression tot hedendaags Italië.
Ze creëert een meesterlijk fresco waarin familiegeheimen, gedoemde liefdes en mysterieuze verdwijningen met elkaar worden verweven.
De onbekende vrouw van Klimt
‘In 1910 schilderde Gustav Klimt een portret van een jong meisje in driekwart aanzicht, met losse haren, een grote bruine hoed op haar hoofd, een bontstola om haar nek en ontblote schouders. Dit schilderij, getiteld Backfisch (bakvis), werd in 1916 tentoongesteld in Galerie Miethke in Wenen en gekocht door een onbekende, van wie in de registers van die tijd geen gegevens bewaard zijn gebleven,’ zo begint Camille de Peretti haar verhaal.
Saskia is nu in Piacenza en mocht een reproductie van dit eerste werk zien:

‘In 1917, een jaar voor de dood van Klimt, werd het schilderij om onduidelijke redenen opnieuw door de meester bewerkt: de bontstola en de hoed werden overgeschilderd, om de schouders kwam een witte bloemensjaal te liggen en het haar werd opgestoken in een keurige chignon.
In 1925 kocht de Galleria Ricci Oddi in het Italiaanse Piacenza een schilderij van Klimt met de titel Portret van een dame, zonder te weten dat het een overschildering was van Backfisch.’

Hier leidt het werk tot 1996 een rustig bestaan. In dat jaar ontdekt Claudia Maga, een middelbare scholier uit Piacenza, bij het doorbladeren van een boek over de kunstenaar een portret van een meisje dat als verloren werd beschouwd, en waarin haar enkele elementen opvallen die een ongelooflijke gelijkenis vertonen met het schilderij in de Galleria Ricci Oddi.
Wat blijkt: Klimt heeft zijn portret van een vrouw over dat van een meisje heen geschilderd, waarbij hij de achtergrond en het gezicht van het onderliggende schilderij heeft behouden, maar de rest resoluut heeft aangepast, zodat het oorspronkelijke schilderij een ware transformatie onderging die zijn gelijke niet kent in andere werken van de kunstenaar.
Als je goed kijkt, zie je hier en daar nog wat schaduwen van het eerste portret, zo ontdekte Saskia tijdens haar bezoek aan de Galleria Ricci Oddi:


Dan wordt de onbekende vrouw ontvreemd…
Deze uitzonderlijke ontdekking zou op zich al voldoende zijn om het schilderij tot het perfecte onderwerp van een roman te maken, maar er gebeurt meer. Op 22 februari 1997 verdwijnt het doek van Klimt; het wordt ontvreemd op een manier die men nooit heeft kunnen ophelderen.
Het duurt maar liefst tweeëntwintig jaar voordat het schilderij weer opduikt en, als dat mogelijk is, is de vondst nog raadselachtiger dan de diefstal: op 10 december 2019 vinden er tuinwerkzaamheden plaats langs de buitenmuur van het museum. Hier vindt men, in een kleine ruimte, achter een deurtje zonder slot, een vuilniszak met daarin het Portret van een dame van Klimt.
Museummedewerker Dario was de eerste die de vuilniszak in handen kreeg en ontdekte welke schat erin verborgen zat. Hij neemt Saskia mee naar de tuin, waar hij haar het deurtje en de ruimte erachter laat zien.


Sinds deze vondst prijkt Klimts dame weer in de Galleria Ricci Oddi in Piacenza – en nu speelt ze dus ook de hoofdrol in een prachtig boek, waaruit we alvast een fragment delen.
Een fragment uit Portret van een onbekende vrouw
‘Donkere schaduwen overspoelden de kamer op de tweede verdieping en verpletterden met hun gewicht de moeder en het kindje dat met zijn mondje open sliep. Martha hoorde de angelusklok luiden: het was zes uur.
Ze reikte naar de geïmproviseerde wieg die de aardige buurman op de eerste verdieping voor haar had geknutseld van een oud kratje en tilde haar baby eruit. Ze trok haar nachthemd omhoog en legde het nog slapende kind aan haar borst, warm van leven.
Mollige handjes grepen naar de tepel en er kwam een druppel melk uit. Stil begon het kind te zogen. Het was een baby die niet huilde, die nooit had gehuild. Toen hij geboren werd, dacht Martha zelfs dat hij niet levensvatbaar was omdat hij geen enkel geluid had voortgebracht. Misschien was dat voor hen allebei wel beter geweest.
Ze trok het beddengoed wat hoger; het was koud. De baby kneep hard nu – een even pijnlijke als lieflijke sensatie. Ze keek uit het enige raampje van het vertrek; de dageraad was nog niet aangebroken. Het zuigen werd minder; het kind was bijna voldaan. Ze wachtte nog een paar minuten, stelde het moment uit waarop ze haar voeten op de koude vloer zou moeten zetten die al het stof vasthield. Nog steeds slaperig tastte ze naar de kaars en stak hem aan met een lucifer.
De kamer lichtte op en de omtrekken van de tafel in de hoek en de kast waarin Martha haar linnengoed en haar eten bewaarde werden zichtbaar. Ze bukte zich om de kachel op te stoken. Elke avond dekte ze het vuur af en ’s morgens legde ze er een klein kooltje op, dat was genoeg – de baby was acht maanden oud en hij was stevig gebouwd.
Ze zette de ketel op het rooster om koffie te zetten. Aan de andere kant van de muur hoorde ze de buurman grommen. De man was een bruut die zijn vrouw sloeg en zich voortdurend aan haar vergreep. Martha verschoonde de baby en kleedde hem aan.
Haar handen jeukten. Hoe zorgvuldig ze die ’s avonds ook met boter insmeerde, vooral het gewricht onderaan haar duimen, haar huid bleef schilferen van het eczeem. Nieuwkomers in de fabriek werden bij de vaten gezet en de chemicaliën die ze daar in het water stopten, veroorzaakten rode plekken die ondraaglijk jeukten. Martha wist dat krabben het alleen maar erger maakte. Ze knipte haar nagels al heel kort, maar ’s nachts in haar dromen kreeg ze jeuk. In de ochtend waren haar handen bebloed en zaten er vlekken op de lakens.
Ze waste zich snel; haar haar reikte tot haar heupen, dus rolde ze dat op in een strakke knot boven op haar hoofd, en van het koude water dat ze daarna in haar gezicht plensde, werd ze eindelijk echt wakker. Daarna sneed ze een snee af van het brood, vouwde de rest weer in de theedoek en dronk haar koffie staande, met de baby op haar heup. Ze trok het kind een dikke trui aan en wierp een sjaal over haar schouders; opschieten nu.
Het huis van de oppas stond, heel praktisch, recht tegenover de fabriek. De vrouw was zo mager als een kat die op het nippertje van de verdrinkingsdood was gered en had de zorg voor zeven kinderen, zonen en dochters van verenwerkers. Ze was geen slechte oppas, maar wel humeurig: soms vrolijk en energiek, dan weer uitgeput en overspannen, altijd in een lang blauw schort vol vlekken – van tranen en snot, omdat de kleintjes er beurtelings in uithuilden en hun snot eraan afveegden.’
Lees verder in

Portret van een onbekende vrouw | Camille de Peretti | vertaald uit het Frans door Marga Blankestijn | ISBN 9789026372957 | € 23,99 | uitgeverij Ambo Anthos | koop Portret van een onbekende vrouw bij je lokale boekhandel of bij bol.com (ook beschikbaar als e-book)
