Naar hoofdinhoud Naar navigatie
2 januari 2026

San Nicolò l’Arena – de grootste kerk van Catania met het Museo delle Candelore

Naast het Monastero dei Benedettini in Catania verrijst de kerk die ooit bij het klooster hoorde, maar tegenwoordig apart te bezoeken is: de San Nicolò l’Arena.

Dit is de grootste kerk van Catania, met een koepel die maar liefst tweeënzestig meter hoog is. Binnen bewonder je een schitterende collectie candelore, gigantische ‘kaarsen’ met overdadige decoraties, zoals vergulde cherubijnen, heiligen, martelaars, bloemen en vlaggen.

Een onvoltooide kerk

De San Nicolò l’Arena werd in 1687 gebouwd aan het Piazza Dante, naar een ontwerp van Giovanni Battista Contini.

Voor de naam van de kerk koos men een verwijzing naar de heilige Nicolaas uit Bari. De Benedictijner monniken die het naastgelegen klooster en de kerk stichtten, kwamen namelijk uit Nicolosi, op de flanken van de Etna.

Na de uitbarsting van de Etna in 1669 en de aardbeving van 1693 werden de werkzaamheden voortgezet door verschillende architecten, onder wie Carmelo Battaglia Santangelo en Stefano Ittar, maar de voorgevel bleef uiteindelijk onvoltooid, zoals je ook ziet aan de onafgewerkte zuilen.

Dat kwam deels door een groot gebrek aan geld, maar ook omdat het technisch een enorme uitdaging bleek, waardoor de kerk een uniek en enigszins vreemd uiterlijk kreeg.

Uitzicht op Catania en de Etna

De koepel werd wél voltooid. Dankzij Ittar steekt de cupola ruim zestig meter uit boven de daken van Catania.

Na je bezoek aan de kerk raden we je aan om een kaartje (tijdens ons bezoek in 2025 drie euro) te kopen voor het dak van de kerk, het hoogste openbare uitkijkpunt van Catania. Na honderdvijftig treden geniet je van een prachtig uitzicht, met bij helder weer uiteraard ook de Etna in beeld.

Een orgel als volledig orkest

Met een lengte van ruim honderd meter en een breedte van bijna vijftig meter zijn de afmetingen van de kerk indrukwekkend. Binnen valt naast deze grootsheid vooral het heldere, diffuse licht op, dat door de hoge ramen naar binnen valt.

Als je de kerk binnenkomt, volstaat één blik om de hele immense ruimte, de opeenvolging van de arcades en de gewelven in lijn met het hoofdaltaar te bewonderen, gehuld in een diffuse lichtheid die wordt versterkt door de bijna volledige afwezigheid van meubilair.

In het rechter- en linkerschip bevinden zich achter elegante balustrades halfronde kapellen, gewijd aan onder anderen Sint Nicolaas uit Bari, de heilige Agata en Jozef.

Rondom het hoofdaltaar staan houten koorstoelen, gesneden door Nicolò Bagnasco uit Palermo, maar indrukwekkend is vooral het zeventiende-eeuwse vergulde houten orgel van Donato del Piano.

Alle snaar- en blaasinstrumenten zijn nauwkeurig nagebootst. Het orgel had tweeënzeventig registers, vijf klavieren en bijna drieduizend pijpen. Je hoorde de piccolo, de viool en de contrabas, maar ook de trommel en de zampogna (een soort doedelzak).

Ook Goethe luisterde tijdens zijn bezoek aan Catania, in 1787, naar de magische muziek die dit orgel voortbracht. ‘We gingen naar de immense kerk,’ zo schrijft hij, ‘en de monnik bespeelde het prachtige instrument, waardoor verborgen hoeken zachtjes ademden of juist dreunden van de krachtigste donderslagen.’

Bijna veertig meter lange meridiaan

Staat er geen reis naar Sicilië op de planning? Dan kun je alvast genieten van een virtueel bezoek aan de kerk.

Dan zie je ook de bijna veertig meter lange meridiaan, die in 1841 gemaakt door de Duitse astronomen Wolfrang Sartorius en Cristiano Peters. Het spectrum van de zon heeft in de winter een diameter van ruim negenhonderd millimeter en in de zomer een kleinere diameter van nog geen dertig millimeter. Op de marmeren platen met de sterrenbeelden lees je meer informatie over de meridiaan.

Museo delle Candelore

De San Nicolò l’Arena herbergt nog meer schatten, dankzij het Museo delle Candelore dat in de kerk gevestigd is. De candelore of cerei zijn de vergulde ‘kaarsen’ die tijdens het Festa di Sant’Agata door de stad worden gedragen, nu als traditie, maar ooit om de weg te verlichten.

Elke beroepsgroep heeft zijn eigen candelora, van de bakkers tot de visverkopers, de een nog uitbundiger versierd met bloemen, beelden en vlaggen dan de ander. De candelore wegen tussen de vijfhonderd en duizend kilo. Bizar om te bedenken dat ze tijdens de processie ter ere van de heilige Agata door een aantal gespierde portatori op de schouders worden genomen om ze, stukje voor stukje, door de stad te dragen.

Oorspronkelijk bestond een candelora uit een bundel zeer lange kaarsen, die zo waren gegroepeerd dat ze één enkele fakkel vormden, die in een houten constructie werd geplaatst zodat men het op de schouders door de stad kon dragen. Deze constructies werden versierd met scènes uit het leven van heiligen of bijbelse verhalen.

Later werd de fakkel vervangen door een nepkaars met een gekleurde bol als symbool voor de brandende vlam. De kunstwerken werden nog gedetailleerder en gedecoreerd met bloemenslingers, engelen, vaandels en vlaggen.

Vijftien verschillende candelore

In 1514 waren er tweeëntwintig candelore. De eerste zou die van het gilde van de confettieri zijn geweest, versierd met suikerwerk. De Siciliaanse schrijver Giuseppe Pitrè noteert in zijn Biblioteca delle tradizioni popolari siciliane dat er zestien candelore zijn, waarvan er begin twintigste eeuw nog dertien over waren.

Na de Tweede Wereldoorlog worden er elf candelore door de stad gedragen tijdens het feest van Sant’Agata, tot in 2012, als de candelora Villaggio Sant’Agata aan de collectie wordt toegevoegd.

Later komen er ook nog een candelora voor de maestri artigiani (2017), de devoti (2022) en commendatore Luigi Maina (2024) bij, hetgeen het totaal op vijftien candelore brengt, die bijna allemaal in de San Nicolò l’Arena tentoon worden gesteld.

Hier bewonder je onder meer de candelore van de bloemisten, visverkopers, groenteboeren, slagers, pastamakers, kruideniers, herbergiers en akkers.

La mamma, la regina & la signorina

Een paar leuke weetjes: de kaars van de pastamakers valt op door zijn eenvoud en elegantie. Het is de enige zonder ‘verhalen’ die worden uitgebeeld, maar ook de enige die de originele kaars nog in z’n binnenste bewaart.

De kaars van de bakkers, die door de locals ook wel la mamma wordt genoemd, is de zwaarste van allemaal en wordt tijdens de processie door maar liefst twaalf dragers op de schouders genomen. Daarentegen is de hoogste candelora die van de herbergiers.

Die van de giardinieri, de tuinders, wordt ook wel la regina, de koningin, genoemd, vanwege de kroon die het geheel siert. De candelora van de groenteboeren is la signorina, de jonge dame, omdat de kaars de dragers dwingt tot een stijlvolle tred.

Meer achtergrondinformatie, feiten en foto’s vind je op de informatieborden in de kerk, maar als je de candelore in volle glorie wil zien, dan moet je begin februari een keer het feest van de heilige Agata meemaken!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ciao tutti is hét startpunt voor je vakantie naar Italië, bomvol persoonlijke tips. Buon viaggio!