Naar hoofdinhoud Naar navigatie
28 augustus 2025

Val di Non – een vallei vol verrassingen in het noorden van Italië

Tijdens een verblijf bij Gasthof Zum Hirschen kun je je hart ophalen aan de schoonheid van Val di Non. Erwin neemt jullie mee naar een aantal verrassende plekken in de vallei, van een klaterende waterval tot een bunker vol kaas en een kelder vol speck.

Cascata di Tret

Erwin: ‘Tussen de dorpjes San Felice en Tret tref je een spectaculaire waterval, de Cascate di Tret. Je kunt dit prachtige natuurfenomeen zowel van boven als van beneden bewonderen.

De wandeling naar de waterval start in het dorpje Tret, waar ik de auto parkeer aan de Via Cantone. Vanaf hier start de wandeling naar zowel de basis als de top van de waterval.

Ik start met de wandeling naar de top, een eenvoudige route over een goed begaanbaar pad met aan de linkerzijde het bos waarin de waterval zich schuilhoudt. Nog niets doet vermoeden wat ik te zien krijg.

Na een kleine tien minuten arriveer ik bij het uitzichtpunt op de waterval. Een smal pad leidt naar een magisch uitzicht op een enorme kloof met het gebulder van de waterval op de achtergrond. Hier stort de Rio Novella met veel geweld zeventig meter naar beneden.

Hoe mooi het uitzicht hier ook is, een bezoek aan de basis van de waterval mag je zeker niet overslaan. Hiervoor loop ik dezelfde route terug naar de auto en sla dan rechtsaf.

Net als de vorige wandelroute is dit ook een fijn breed pad dat deels door het bos voert. Het maakt deel uit van de honderdzeventig kilometer lange Cammino Jacopeo d’Anaunia, maar in tegenstelling tot het vorige pad loopt het behoorlijk naar beneden.

Het laatste deel van het pad is echter steil, met veel traptreden die de route aanzienlijk zwaarder maken, maar de beloning is des te groter als ik aan de voet van de waterval arriveer, waar ik word begroet met een lichte neveldouche.

Het uitzicht is spectaculair, met bijna helemaal rondom de waterval steile rotswanden. Het water van de Rio Novella heeft deze spectaculaire kloof door de tijd uitgesleten en stroomt hiervandaan verder. Er zijn niet veel plekjes waar je rustig kunt zitten in de smalle kloof en door de nevel is ook alles nat, dus na de nodige foto’s loop ik terug naar de auto.’

Stille getuige uit de Tweede Wereldoorlog

Wanneer je over de Passo delle Palade rijdt, passeer je de ingang van de Bunker del Passo Palade (Gampen Bunker), een bunker uit de Tweede Wereldoorlog. Mirko van Hotel Zum Hirschen neemt Erwin mee voor een kijkje in de bunker, waar naast militaire historie ook een interessant natuurfenomeen te ontdekken is.

Erwin: ‘Om een beter beeld van de bunker te krijgen, duiken we eerst in de geschiedenis. Men start in het voorjaar van 1940 met de bouw van de bunker, als onderdeel van de Italiaanse verdedigingslinie Vallo Alpino, tijdens de toenemende spanningen op het Europese continent.

De bunker moest vooral de nog niet zo lang daarvoor geopende Passo delle Palade bewaken. Nog geen jaar later besluit men echter de bouw stop te zetten en de bunker, met inmiddels ruim anderhalve kilometer aan tunnels en galerijen verdeeld over vier verdiepingen, te ontmantelen, nog voordat hij in gebruik is genomen.

Omdat de bouw van de bunker in het geheim plaatsvond, belandde deze al snel in de vergetelheid, tot twee Duitse toeristen in 1956 een ingang vinden en in een oude schacht vallen, helaas met dodelijke afloop.

Het ongeval zorgt ervoor dat alle ingangen worden gesloten tot de bunker is overgedragen aan de gemeentes Senale en San Felice. Nadat de bunker veilig is gesteld en er een nieuwe ingang is gerealiseerd, met een houten brug die de connectie tussen het voornamelijk Duitstalige Zuid-Tirol en het Italiaanssprekende Trentino symboliseert, opent de bunker in de zomer van 2010 de deuren voor het publiek.

Precies op de Periadriatische lijn

De rondleiding door de bunker start met een zestig meter lange tunnel waar tegenwoordig een foto-expositie is te zien over de bouw van de Passo delle Palade, de Vallo Alpino en de bunker zelf.

Aan het einde van de expositie wandel je links door een tweehonderd meter lange verbindingstunnel waar je al snel de temperatuur voelt dalen naar een constante zes tot acht graden Celsius. De luchtvochtigheid is hoog, waardoor het raadzaam is om warme kleding te dragen.

Aan het einde van de tunnel arriveer je in een grote zaal die ook wel la grotta, de grot, wordt genoemd. Het is hier muisstil, met alleen het geluid van waterdruppels die van het plafond op de vloer vallen.

Deze ruimte is extra speciaal omdat hier een geologisch fenomeen waarneembaar is, de Periadriatische lijn. Precies op deze plek ontmoeten de Euraziatische en Afrikaanse tektonische platen elkaar. De verschillende gesteentelagen van porfier en kalksteen zijn duidelijk zichtbaar.

In deze ruimte zie je ook het zuidelijke trappenhuis en het ventilatiekanaal naar de bovenliggende verdieping en de observatietoren op de top van de berg.

Mineralen en schietgaten

Vanuit de ‘grot’ lopen we dieper de berg in, waar in een bredere gang een enorme collectie mineralen van Toni Kiem uit Appiano te zien is, uit alle hoeken van Europa.

De brede gang komt uit bij het noordelijke trappenhuis dat nooit is afgerond. Het was bedoeld om naar de twee lagergelegen verdiepingen te komen, die tegenwoordig niet meer toegankelijk zijn.

Vanaf het trappenhuis lopen diverse tunnels naar verschillende schietgaten die de Passo delle Palade moesten beschermen. Met de zaklamp schijn ik bij, omdat er aan beide kanten kanalen lopen waar kabels en telefoonlijnen hadden moeten komen.

De schietgaten zijn gerealiseerd uit viereneenhalve meter dik en versterkt massief beton. De grootste artilleriestukken die geplaatst moesten worden, zouden tot wel acht kilometer ver kunnen schieten in de richting van Lana en Merano.

Door het vocht dat door de muren komt, ontstaan er stalactieten uit de kalkafzettingen. Deze groeien gemiddeld met een millimeter per jaar.

Bunkerkaas van Latteria Sociale di Fondo

In een van de tunnels wacht een verrassing. In plaats van oorlogstuig liggen hier sinds april 2022 verschillende kaaswielen van Latteria Sociale di Fondo te rijpen. De constante temperatuur en luchtvochtigheid zijn ideaal voor de kazen.

De Monte Mais Kofel is dan ook vernoemd naar de berg waar de bunker zich in bevindt, al noemt men de kaas in de volksmond gewoon ‘bunkerkaas’.

Na het bezoek aan deze kaasmakerij is het tijd om terug naar het startpunt te lopen. Eenmaal buiten warmen we ons aan de zon.

Wil jij deze indrukwekkende bunker ook bezoeken? Via deze link vind je alle details waaronder de actuele openingstijden.

Zuid-Tiroler speck van Widumhof

Niet ver van Gasthof Zum Hirschen staat Widumhof, de boerderij van Mirko’s oom, voormalig topkok Eugen Kofler.

Erwin dook samen met Eugen in de wondere wereld van Zuid-Tiroler speck. Aansluitend mocht hij natuurlijk proeven van het speciale spek, dat acht maanden heeft gerijpt in de natuurstenen kelder van Widumhof.

Opvallend detail bij Widumhof zijn de zwartgeblakerde houten elementen. Dit zijn overblijfselen van de rokerij die vroeger op de derde verdieping van het huidige Gasthof Zum Hirschen te vinden was.

met dank aan Widumhof voor een aantal foto’s

Duik in de wondere wereld van wilde kruiden

Heb jij je ooit afgevraagd wat je allemaal wel niet kunt doen met de wilde kruiden die langs de weg of in het weiland staan? Tijdens een workshop met Anita, die gekscherend ook wel de ‘kruidenheks’ wordt genoemd, duik je in de fascinerende wereld van medicinale kruiden en leer je meer over de verschillende toepassingen voor in de keuken, je medicijnkastje of als natuurlijke cosmetica.

Erwin: ‘Op nog geen vijf minuten rijden van Gasthof Zum Hirschen, ligt het gehucht Malgasott, dat niet meer is dan een aantal boerderijen langs de weg. Bij aankomst wacht Anita mij al op bij haar woonhuis annex boerderij waar ze me meeneemt naar haar keuken waar ik de aankomende anderhalf à twee uur de wondere wereld van de wilde kruiden ga ontdekken.

Anita is jaren geleden in de wereld van de kruiden gedoken en heeft een opleiding gevolgd bij de gerenommeerde Gottfried Hochgruber en deelt sindsdien graag haar passie.

Terwijl Anita de laatste spullen klaarlegt, geniet ik van het adembenemende uitzicht vanuit het keukenraam op de besneeuwde toppen van de Dolomiti di Brenta.

Crème van paardenbloembladeren

De workshop start met het maken van een crème voor de gevoelige huid en tegen acne. Anita neemt me stap voor stap mee in het maken van de crème op basis van paardenbloemblad, raapolie (of koolzaadolie) en bijenwas.

De dag voor de workshop heeft Anita al wat voorwerk gedaan door de paardenbloembladeren fijn te snijden en te laten trekken in de olie. Om het hele proces mee te maken, start ik met het snijden van de bladeren om ze vervolgens in de olie te laten trekken. Van deze olie zal Anita morgen nieuwe crème maken.

Ik ga voor de volgende stap verder met de olie die Anita gisteren heeft laten trekken. Anita warmt de olie op door het mengsel dat in een glazen maatbeker zit op te warmen door de beker in een pan met heet water te plaatsen.

Als het mengsel is verwarmd, filteren we het olie/bladmengsel zodat alleen de olie overblijft. De volgende stap is om exact tien procent pure bijenwas toe te voegen. Een precies werkje waar we dan ook de weegschaal voor gebruiken.

Als dit proces klaar is, zetten we de olie met de bijenwas weer in de pan met warm water zodat de bijenwas oplost en zich mengt met de olie. In de tussentijd desinfecteren we de glazen potjes waar de crème in zal gaan met zesennegentig procent alcohol.

Zodra de olie klaar is, giet Anita deze over in de potjes waarna de olie vrij snel indikt, totdat er een crème met een prachtige goudgele kleur ontstaat. Je kunt de crème redelijk lang bewaren als je hem in de koelkast zet.

Verfrissend drankje van brandnetel

Vervolgens maken we een drankje van brandnetelbladeren, dat rijk is aan ijzer, vitamine K, calcium, magnesium en eiwitten en bovendien een ontstekingsremmende werking heeft. Het is heel eenvoudig te maken door de bladeren klein te snijden en bijvoorbeeld in een hoog glas samen met wat water en een staafmixer heel fijn te malen.

Vervolgens giet je het geheel door een zeef zodat de fijne stukjes blad niet in je glas komen. Zo tover je in een handomdraai een voor ons vaak ongenode gast om tot een verfrissend drankje.

Dit kun je overigens ook doen met de bladeren van de paardenbloem, die de spijsvertering ondersteunen en de lever helpen met ontgifting. Daarnaast geeft het blad van zowel brandnetel als paardenbloem rust en energie.

Boost voor de weerstand

Als laatste verwerken we zevenblad dat we fijnsnijden met salgemma (zout gewonnen uit zoutmijnen). Beide gaan in een mixer om een hele fijne substantie te krijgen. Het is noodzakelijk om daarna het zoutmengsel goed te laten drogen zodat er geen schimmelvorming ontstaat.

Je kunt dit zoutmengsel gebruiken bij het koken. Zevenblad – dat wij meestal zien als vervelend onkruid – bevat namelijk een grote hoeveelheid antioxidanten zoals flavonoïden, vitaminen en mineralen die de weerstand een boost kunnen geven. Ook wordt zevenblad gebruikt om urineweginfecties en reumatische aandoeningen te verlichten.

Tijdens de workshop laat Anita zien dat veel planten die wij als onkruid beschouwen eigenlijk een meerwaarde hebben bij alledaagse ongemakken. Wil jij ook meer weten over de wereld van kruiden dan kun je via Gasthof Zum Hirschen een workshop met Anita boeken.’

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ciao tutti is hét startpunt voor je vakantie naar Italië, bomvol persoonlijke tips. Buon viaggio!

autohuur italië
Bol AlgemeenBol Algemeen