Home » Boeken: Lezen over Italië » Zonen uit het zuiden – over de georganiseerde misdaad in Calabrië
Ga op pad met de Ciao tutti City Walks!

Zonen uit het zuiden – over de georganiseerde misdaad in Calabrië

Zonen uit het zuiden van Gioacchino Criaco vertelt over de georganiseerde misdaad in Calabrië, de ’Ndrangheta. Namens Karakter Uitgevers mogen we als voorproefje alvast een fragment uit dit boek delen.

In het afgelegen Aspromonte-gebergte, in het zuiden van Calabrië, beginnen drie goede vrienden aan een leven van misdaad en geweld, zodat ze de armoede van hun jeugd kunnen ontvluchten.

De slimme Luciano, de intrigant achter de schermen, stond er al op jonge leeftijd alleen voor, toen de plaatselijke maffiabaas zijn vader liet vermoorden. De luie, gemoedelijke Luigi heeft geleerd dat het geen zin heeft om je aan de regels te houden.

De naamloze verteller maakt het drietal compleet. Uit zijn zwarte ziel komt de inspiratie en de energie voor alle criminele projecten, van ontvoeringen en gewapende overvallen, tot handel in heroïne en huurmoorden.

Tegen de achtergrond van de geboorteplaats van de ’Ndrangheta, de meedogenloze, alomtegenwoordige maffia, is Zonen uit het zuiden geïnspireerd op de overlevering van struikroverij, de geschiedenis van de boerenopstand, de mythologie van de bergen en het koloniale lijden. Het resultaat is een aangrijpend verhaal over hoe geweld meer geweld uitlokt.

Een fragment
‘Drie gewone leerlingen. Dat leken we tenminste. Op school was Luigi, zoals met alles in het leven, een meeloper; ik behoorde tot de middenmoot, en Luciano was de klassieke studiebol: er bestond geen onderwerp dat hij niet bestudeerd en geen boek dat hij niet gelezen had.

Drie brave jongens, en niet omdat we deden alsof: we waren altijd al braaf en beleefd geweest, nooit arrogant. Maar onze wereld begon en eindigde bij ons drieën: we waren geboren en getogen op hetzelfde lapje grond, een buurtje met zestien gezinnen, zo’n tachtig mensen, dat bekendstond als de Aurora, vanwege de straat die er dwars doorheen liep.

Samen hadden we de kleuterschool, de basisschool en de middelbare school doorlopen en zo zou het in de toekomst ook gaan, dat hadden we gezworen. Niets zou ons ooit kunnen scheiden.

Op de middelbare school werden we maandenlang, zelfs jarenlang met de nek aangekeken. Waarom deden deze herderskinderen de moeite om verder te leren na de basisschool? Dat was wat iedereen dacht. Uiteindelijk werden we zelfs door onze klasgenoten geaccepteerd omdat mensen na verloop van tijd nu eenmaal aan alles gewend raken.

Maar we dachten niet net als zij, de kinderen van mensen met een normaal beroep of uit de middenklasse. Onze ontbijten, buskaarten, boeken, kleren, uitjes en school, alles betaalden we zelf. We hadden kunnen eindigen in een of andere werkplaats of kapperszaak, ons uitslovend tegen een hongerloontje, of in de leer bij een metselaar, of erger nog, als herder.

Maar al sinds onze kindertijd hadden we een plan voor onszelf. Wij hadden andere ambities. Iedereen wist dat er een oude wapensmid in de stad woonde, wiens enige vereiste contant geld was. Na wat kleine diefstalletjes, berovingen van huizen of kleine winkels, arriveerden we met zevenhonderdduizend lire bij de heer Attilio Fera, de wapensmid in kwestie.

We vertrokken met een legendarische Colt Cobra 38 kaliber Special en een al even mythische Beretta 7.65 kaliber, model 70, met automatisch uitwerpmechanisme. En zo begon onze jacht naar geld, in combinatie met het waarmaken van onze dromen.

Het enige waarin Luigi beter was dan wie dan ook was autorijden. We leerden al snel hoe je een auto zonder sleutel kon starten en dus hadden we er altijd ergens eentje tot onze beschikking, verborgen in een steegje of achter een struik.

Minstens één keer per maand lieten we onze schoolbanken voor wat ze waren om op rooftocht te gaan op plekken als postkantoren in de buitenwijken, kleine banken op het platteland, gemeentekassen en goudsmeden.

We hadden inmiddels meer kleren en zorgden dat we elke dag iets anders droegen. We kleedden ons als de rest, of beter nog, terwijl de familie thuis steeds beter te eten kreeg en ik een eigen bed had, helemaal voor mij alleen.

Toen ik voor het eerst met geld thuiskwam, huilde mijn moeder de hele dag, alsof ze in de rouw was. Mijn vader boog zijn hoofd, sprak een hele week niet, en begon ten slotte met het houden van zwijnen.

In die tijd had je, naast de beruchte ontvoeringen, ook nog de minder bekende gijzelingen van bescheiden grondbezitters die meestal maar een paar dagen of hooguit een maand duurden en weinig opbrachten in verhouding tot de risico’s die ermee gepaard gingen. Maar voor wie niets had betekende een paar miljoen lire veel, zo niet alles.

Mijn vader begon ’s avonds bars te bezoeken, iets wat hij nog nooit eerder gedaan had. Na een tijdje kwamen enkele vrienden van hem langs bij ons geitenweitje. Vreemde mensen. Mannen die een geheel eigen taal spraken, oud, mysterieus en onverstaanbaar, en die het hadden over bekwame, getalenteerde mensen.

Plotseling ging er een heel nieuwe, onbekende wereld voor me open, een wereld vol vriendelijke liefkozingen en natte kussen, een dodelijke omhelzing. Een wereld waarvan ik later, alleen al bij de gedachte eraan, over m’n nek ging.

Aanvankelijk zag ik die donkere kant niet. We werden verliefd op deze mensen, mijn vader en ik. Alleen Luciano wist beter, hij kon ze niet uitstaan. Hij probeerde ons te waarschuwen, ons te vertellen hoe sneu ze eigenlijk waren, hoe onbetrouwbaar. Maar uiteindelijk volgde hij mijn voorbeeld, zoals hij dat altijd deed.

‘Die kerels’, zoals Luciano ze noemde, werden een constante aanwezigheid in ons leven en in onze kraal. Overvloedige maaltijden en zuippartijen op onze kosten waren aan de orde van de dag.

Een keer of drie, vier brachten ze ons gijzelaars om te bewaken, met de belofte dat ze weer opgehaald zouden worden zodra ze vrijgelaten konden worden. Onze arme nieuwe vrienden moesten voor zoveel mensen zorgen – treurende weduwen, gevangengenomen collaborateurs, voortvluchtigen – dat er nooit genoeg winst overbleef om met ons te kunnen delen. En dus gaven ze ons een paar miljoen lire met de belofte dat het de volgende keer meer zou zijn.

En dan werd er weer gefeest, we omhelsden en kusten elkaar en dronken op onze eeuwige vriendschap en wederzijdse steun, en spraken nog meer deals met elkaar af. Al onze winst ging op aan feesten, aan verplichtingen, zodat de peetvaders hun rondes konden doen, en zichzelf met uitpuilende enveloppen op de ene na de andere bruiloft konden laten zien.

Dankzij ‘die kerels’ verbleven er steeds vaker mensen in de kraal. Mensen die bij ons bekendstonden als ‘schaduwen’, mannen die gezocht werden, fuiùti, de onvindbaren, de vluchtelingen; er was altijd wel iemand om te bewaken.

Over het algemeen waren het goeie jongens met een zekere onschuld, die dankzij de peetvaders, ‘die kerels’, in de problemen geraakt waren, arme zielen die alleen geprobeerd hadden weg te komen uit hun donkere, bedompte huizen om in de bergen hun hoofden leeg te maken.’

Lees meer in

Zonen uit het zuiden | Gioacchino Criaco | vertaald door Hilke Makkink | ISBN 9789045216966 | € 17,99 | Karakter Uitgevers | bestel Zonen uit het zuiden via deze link bij bol.com

2x per week Italiaanse inspiratie

Meld je aan voor de Ciao tutti nieuwsbrief - en ontvang de digitale editie van onze City Walk Klassiek Rome als cadeautje:

Ontdek de mooiste vakantieadressen in Italië

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *