Inspiratie voor een Italiaanse kerst

Ticket naar de liefde – een betoverende ontmoeting aan het Comomeer

Een heerlijk winterse boekentip: Ticket naar de liefde – een betoverende ontmoeting van Isabelle Broom. Deze nieuwe, hartverwarmende roman voert je mee naar het Comomeer, een perfect decor voor een winterse romance…

Namens Park Uitgevers mogen we een fragment van dit romantische verhaal delen.

Een betoverende ontmoeting

Om haar slechte break-up te verwerken, neemt Agatha voor een paar maanden een baan aan als reisleider aan het Comomeer in Italië. Ze heeft het superdruk – veel te druk voor de populaire Marco die haar steeds mee uitvraagt. Ze is trouwens ook helemaal niet op zoek naar liefde.

Lucy arriveert vlak voor de kerstdagen met haar nieuwe vriendje. Het Comomeer is de meest romantische plek op aarde vindt ze – als hij zijn telefoon tenminste maar eens weg zou leggen.

Agatha en Lucy kennen elkaar nog niet, maar hebben veel gemeen. En terwijl het nieuwe jaar begint met vuurwerk, kunnen Agatha en Lucy niet vermoeden dat dit jaar alles anders zal lopen…

Geniet van een fragment uit dit boek

‘De winter komt eraan. Hij kruipt door de kieren van mijn sjaal en de lucht die mijn longen binnenstroomt voelt scherp en koel aan. Hij brengt helderheid en frisheid met zich mee. Ik voel me wakkerder, alerter, en adem heel diep in.

Ik ruik een vage dennengeur en nog iets wat ik niet thuis kan brengen. Misschien zijn het de planten achter de hoge stenen muur die ik niet kan zien maar waarvan ik weet dat ze er zijn, of misschien ruik ik het meer dat beneden me in zicht komt.

Het is stil, zoals altijd op dit vroege uur, en ik vraag me af of de vogels al wakker zijn. Als ik hier ’s middags loop, fladderen ze altijd rusteloos heen en weer tussen de boomtoppen, druk als ze zijn met het uitvoeren van welke belangrijke taak dan ook.

Het zou best fijn zijn een vogel te zijn, denk ik vluchtig. Weg te kunnen vliegen wanneer je maar wilt, en door de eindeloze blauwe lucht over het water te zweven alsof je gewichtloos bent. Aan de andere kant: die vogels zijn niet de enige schepsels die ontsnapt zijn.

Het geleidelijk dalende pad waarop ik loop eindigt abrupt, en iets verderop wordt een smalle strook strand zichtbaar. Daarachter ligt het spiegelgladde meer, geen rimpeltje verstoort het donkerblauwe oppervlak. Ik voel me meteen een stuk beter.

Ik staar een poosje naar de horizon en dan dwaalt mijn blik af naar het westen, waar in de verte de bergtoppen glinsteren in het ochtendlicht. Ik haal nog een keer diep adem. Zeker, de winter komt eraan. Nog even en er zullen dekens van rijp op de aarde liggen als ik wakker word, en er zullen rode bessen tevoorschijn komen uit de hulststruiken die tegen de buitenmuren van het hotel groeien.

Het zal koud en grimmig worden, maar de zon zal wel blijven schijnen. Als er sneeuw valt, zal de zon er een glanzende meringue van bakken en de wolken zullen elke dag maar heel even de kans krijgen, áls ze die al krijgen. Zo doet Moedertje Natuur dat hier aan het Comomeer, en ik zou het niet anders willen.

De schoonheid van het landschap werkt als een versterkend middel, de altijd aanwezige zon als een stralende clown die alle sombere gedachten verdrijft, en het rijke kleurenpalet van het contrasterende landschap heeft een troostende en kalmerende uitwerking op me. Dit is de plek waar alles bij elkaar komt. Dit strand, dit uitzicht, deze plek. Mijn plek.

Ik wrijf mijn bovenarmen warm en trek mijn schouders op om de kou uit mijn keel te weren. Mijn sjaal is een nuttig hulpmiddel maar het dunne katoenen materiaal is geen partij voor de kou, en in een vruchteloze poging meer huid te bedekken trek ik hem strakker om mijn nek.

Ik sla links af en volg het smalle kiezelpad; met mijn hand zoek ik steun tegen de hoge muur, tot ik bij de bocht kom. Voor me ligt een beekje waardoor het meer via een ondergrondse passage binnenstroomt, en daarachter ligt nog een breder stuk strand.

Op het zand ligt een verlaten roeiboot, en opeens voel ik een sterke drang erheen te lopen, mijn hand over het ruwe, rottende oppervlak te laten glijden en de verf onder mijn vingers af te voelen bladderen, maar ik aarzel.

Ik zou moeten springen, en vanaf de plek waar ik nu sta kan ik geen aanloopje nemen. En stel dat ik er wel heen kan, maar niet meer terug? Het is te koud om door het water terug te lopen en trouwens, mijn skinny jeans zit veel te strak om de pijpen op te kunnen rollen.

‘Wat ben je toch een watje,’ zeg ik hardop tegen mezelf, zoals ik vroeger als kind al deed. Kleine Taggie zou er geen seconde over na hebben gedacht. Zij zou meteen naar beneden zijn gesprongen en had al aan het roer van die boot gestaan en koers gezet naar een of andere avontuurlijke bestemming. Ik lach als ik me haar voor de geest haal, die stoere en dappere versie van mezelf. Had ik die kracht nog maar in me.

Ik neem een besluit, adem diep in en ga op mijn hurken zitten. Het plan is om in één soepele sprong over het beekje te springen. Ik aarzel, dan zet ik mijn handpalmen op het natte pad, duw me af met alle kracht die ik maar kan opbrengen, en met een hoge gil waag ik de sprong. Een fractie van een seconde voel ik opwinding, dan klinkt er een luide plons, gevolgd door ijselijke kou.’

 

Lees verder in

Ticket naar de liefde – een betoverende ontmoeting | Isabelle Broom | vertaald door Irene Paridaans & Anna Smolders | ISBN 9789046830215 | € 20,99 | Park Uitgevers| bestel deze roman bij je lokale boekhandel of via deze link bij bol.com (ook beschikbaar als e-book)

Schrijf je (gratis) in voor de Ciao tutti nieuwsbrief

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *