Naar hoofdinhoud Naar navigatie
10 juni 2026

Single in Toscane – zomerse feelgood roman die je meevoert naar de Chianti

Strijk neer in een tuinstoel, hangmat of strandstoel en geniet van Single in Toscane, een zomerse feelgoodroman over wijnmaker Francesca. Het verhaal voert je mee naar Belvedere, een charmant dorpje in de Chianti. Niet echt een plek voor singles, want die hebben het platteland massaal verruild voor de grote stad.

Wanneer Michael Davenport, vrijgezel en enige erfgenaam van de familie Ricasoli-Gucciardini, terugkeert naar zijn geboortedorp om een erfenis te claimen, zorgt dat dan ook voor veel opschudding.

Francesca is echter niet in hem geïnteresseerd. Vroeger waren ze bevriend, maar er is ruim vijftien jaar verstreken sinds ze elkaar voor het laatst hebben gezien. Hij lijkt een koude en arrogante zakenman te zijn geworden, zonder enige interesse in haar ware liefde: wijn. Of is dat schijn en schuilt er onder die façade nog iets van hun oude vriendschap?

Lees alvast een voorproefje

‘Een universeel geldend denkbeeld is dat een vrijgezel met een omvangrijk vermogen op zoek zou moeten zijn naar een echtgenote.

We zijn niet in Hertfordshire en het is geen 1812: Belvedere in Chianti is een dorp met ruim drieduizend inwoners op de grens van de provincies Florence en Siena en het is de eenentwintigste eeuw. Dat wijst althans de kalender aan, maar als je naar de gesprekken luistert zou je het soms niet denken.

Zoals het gesprek dat nu gaande is in de bakkerij – stampvol huisvrouwen zoals elke ochtend – waar Elisa Benetti zonder het te willen bij betrokken raakt.
‘Wanneer komt hij?’ vraagt Fiorella aan Giliola.
‘Hoe oud is hij?’ voegt Viola toe.

‘Ik moet dit meteen aan mijn Sara vertellen!’ roept Angela, terwijl ze de winkel zo snel verlaat dat ze bijna mij en mijn moeder omverloopt.
‘O, neem me niet kwalijk, ik zag jullie niet.’

‘Goeiemorgen Pietro, mag ik zoals altijd twee broden, alsjeblieft?’ zegt mijn moeder tegen de bakker, die het gekwebbel geamuseerd gadeslaat. ‘Wie moet er komen? De nieuwe pastoor?’ Ze doet niet onder voor de anderen, als er een nieuwtje is wil ze het meteen weten. Voor een dorp waar nooit wat gebeurt kan zoiets als dit dagenlang stof tot praten geven.

‘Nee joh, geen pastoor. Sinds Caterina’s kleindochter de vorige heeft ingepikt kijkt het bisdom wel beter uit dan dat ze een priester onder de vijftig sturen. De volgende die zijn intrek in de parochie neemt heeft eerder een verzorgster dan een huishoudster nodig!’

In Belvedere is geen vrijgezel veilig. Zelfs niet als hij een soutane draagt. Hier is de keuze beperkt tot een handvol vrijgezellen onder de pensioenleeftijd, en niets is heilig.

Moeders, oma’s, tantes en dochters hebben een haarfijne radar ontwikkeld waarmee ze een potentiële echtgenoot binnen een straal van een paar kilometer opmerken. De mijne vormt daarop geen uitzondering.

Don Marzio, die net van het seminarie kwam, heeft het vier maanden uitgehouden: Greta, de kleindochter van Caterina heeft hem het hof gemaakt met pappardelle met everzwijn en is toen met hem getrouwd.

‘Nou, wie is het? Is het een belangrijke man?’ vraagt moeder nieuwsgierig. Wee mij en wee het moment dat ik zei dat ik de boodschappen wel even met de Vespa thuis zou brengen.

‘Wat zeg je me nou?’ roept Viola uit. ‘Uitgerekend jullie weten het niet? Gianni, de notaris, is vertrokken om de achterneef van Ricasoli op te roepen, die het landgoed moet erven!’

Aha. Daarom dachten ze dat wij iets wisten: wij wonen en werken op het landgoed, Le Giuggiole. Graaf Umberto Ricasoli is een maand geleden overleden, aan een hartaanval die hem aan zijn vermoeiende renteniersleventje heeft onttrokken op de leeftijd van zesenvijftig jaar, en wij personeel wachten op aanwijzingen van de erven, die nog niet zijn komen opdagen.

‘Ik weet van niets,’ antwoordt mijn moeder gestoken. ‘Is hij naar de Ricasoli in Poggio a Caiano gegaan?’
Graaf Umberto had geen kinderen, dus Gianni zal zijn naaste familie aan het opsporen zijn. Toscane barst van de Ricasoli-Guicciardi’s, dus aan potentiële erfgenamen geen gebrek. ‘Mijn schoonzus woont in Poggio en zij heeft mij niets verteld.

Misschien is hij naar die in Pontassieve gegaan,’ oppert Giliola.
‘Ook in Pisa stikt het van de Ricasoli’s,’ zegt Fiorella.
‘Beter een dode in huis dan een Pisaan voor de deur!’ roept Duccio, de apotheker, die zijn fiets op de stoep laat vallen en de bakkerij binnenstapt, waar de dames al zitten te roddelen. ‘Goeiemorgen, comari. Over wie gaat het? Wie is die ongelukkige uit Pisa?’

‘De achterneef van Ricasoli, die Le Giuggiole moet erven, alleen weet niemand welke het is,’ verklaart Pietro.
‘Ach, wat, Pisa!’ roept Duccio. ‘Ik weet het, Fernanda heeft het me verteld, de buurvrouw van Gianni, toen ze zalf kwam halen voor een likdoorn.’

Je kon erop wachten dat Duccio het wist, omdat iedereen alles vertelt in de apotheek. Echt, alles.
‘Wie is het? Wie is het?’ vragen de gretige moeders in koor.

Duccio, die geniet van de aandacht, steekt zijn borst op in zijn witte jas. ‘Het is de achterneef van de oude Lanfranco Ricasoli, die ene die in Londen woont.’ Lanfranco was Umberto’s vader, die het landgoed vóór hem in bezit had. ‘Het is dus de zoon van zijn nicht Elena!’

De mededeling van Duccio verrast me zo dat ik achteruitdeins. ‘Bedoel je Carletto?’ Eigenlijk heet hij Charles. Zijn moeder, Elena Ricasoli, was getrouwd met een handelaar in Engelse stoffen, Richard Bingley, en Charles en zijn tweelingzus kwamen de zomers doorbrengen op het landgoed van hun oudoom.
‘Zeker!’ bevestigt Duccio. ‘Gianni is gisteravond vanaf Florence vertrokken met het vliegtuig.’

Ik wil mijn hand uitsteken om de broodzakken aan te pakken maar word besprongen door de comari van Chianti.
‘Ken jij hem dan? Is hij knap?’ vraagt Giliola aan me.
‘Is hij rijk?’ wil Fiorella van me weten.
‘Is hij charmant?’ Angela, die net was weggegaan is weer in de deuropening verschenen, hongerig naar details. Ik zei al dat de vrouwen in Belvedere hun radar aanzetten als het om mannen gaat.

‘We hebben al jaren geen contact meer, eigenlijk,’ antwoord ik, in een poging te ontsnappen uit het wespennest waarin ik me heb gewaagd.

‘Laten we hopen dat hij van de dames is, anders staan jullie straks nog steeds met lege handen,’ grappen Pietro en Duccio. ‘Als hij homoseksueel is mag hij in Londen blijven,’ verkondigt Viola. ‘We hebben hier geen tijd te verliezen.’
Van wat ik me herinner is Carletto zeker geen homoseksueel. Tenminste, vijftien jaar geleden niet.

‘Mariana,’ zegt Giliola en ze trekt mijn moeder aan haar mouw. ‘Wil je mij een plezier doen? Als hij aankomt, waarschuw je ons dan?’
‘Jullie waarschuwen?’ Ze doet of ze het niet begrijpt, maar ze weet precies wat ze willen. ‘Waarom?’
‘Dan kunnen we met een smoes naar Le Giuggiole komen en hem ontmoeten!’

‘Goed idee,’ vindt Fiorella. ‘Dan bakt mijn Paola haar cantucci!’
Paola’s beruchte cantucci, beter bekend als gewapend beton.
‘Ik laat chocoladesoesjes voor hem maken!’ echoot Angela.
Kijk, nu kiezen ze dus voor de aanpak ‘we pakken hem bij de keel’. Maar dan meer in de zin dat hij wurging riskeert als hij hun dochters niet mee uit vraagt.

‘Och, wat een ideeën. Wij moeten werken, we hebben helemaal geen tijd voor dit soort gekkigheid…’ verweert ze zich. Als ik haar goed ken, heeft ze absoluut geen zin om zulk soort waardevolle informatie met hen te delen.

‘Kom, Elisa, zeg tegen je moeder dat ze ons dat plezier moet doen. Mariana, wees niet zelfzuchtig!’ dringt Viola aan.
‘Ik zal haar wel overhalen,’ jok ik, omdat ik weet dat ik zonder een ja nooit wegkom.
‘Goed zo.’

Als we naar de deur lopen pakt mijn moeder me bij mijn arm en fluistert in mijn oor: ‘Als je het maar uit je hoofd laat om ook maar een woord tegen ze te zeggen, hoor.

We moeten meteen naar huis om schoon te maken, ook onder de meubels, en de gastvertrekken klaarmaken, twee taarten bakken, of nee: drie, en Giada waarschuwen, dat ze haar haar doet. En haar mooie jurk, die ene waar haar ogen zo mooi bij uitkomen, die moeten we strijken! En jij ook, Elisa, doe eens moeite, maak jezelf mooi, voor de verandering…’

‘Mama, alsjeblieft, begin jij nu niet ook…’ verzucht ik.
Als we al met een voet buiten de winkel staan komt Fiorella op me af met een opgerold briefje van tien, heel stiekem. ‘Doe me een lol en vertel het als eerste aan mij,’ zegt ze, en ze loopt weg met een samenzweerderige knipoog.

Ik kan er niet meer tegen. Dit soort huwelijksgezever is niets voor mij. Ik spring op mijn blauwe Vespa Rally zonder mijn helm vast te gespen en rijd vol gas weg.

Een ploffende rookwolk uit de uitlaat verspreidt de stank van verbrande olie in de lucht, wat een ‘Heilige Maagd Maria!’ ontlokt aan de ouwetjes die voor de bar van Mario zitten en mijn moeder roept vanaf de drempel: ‘Sufferd, je vergeet het brood!’
Maar ik neem niet de moeite om terug te rijden.’

Lees verder in

Single in Toscane | Felicia Kingsley | vertaald door Irene Goes | ISBN 9789401627528 | € 22,99 | Xander Uitgevers | bestel Single in Toscane bij je lokale boekhandel of bij bol.com (ook beschikbaar als e-book)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ciao tutti is hét startpunt voor je vakantie naar Italië, bomvol persoonlijke tips. Buon viaggio!