Ga op pad met onze City Walks!

Marina Bellezza – echoënde eenzaamheid in Piemonte

Afgelopen dagen brachten we een paar uur door in de verlaten bergen van Piemonte, dankzij het nieuwe boek van Silvia Avallone, Marina Bellezza.

Silvia-Avallone-Marina Bellezza

Hoewel het boek van een intrigerende schoonheid is, met dank aan Avallones rake woorden en de juiste toon die de vertaler ook in het Nederlands heeft weten te vinden, is de situatie die wordt geschetst allesbehalve mooi. Na elke zin die we lezen, echoot de verlatenheid nog even na. Niet alleen het lege landschap weerklinkt door het boek, ook de eenzaamheid van de hoofdpersonen grijpt je tussen de regels door naar de keel – en soms zelfs midden in een zin. We zouden niet willen ruilen met de jongeren in de berggehuchtjes waar dromen vaak niet verder reiken dan de volgende bocht.

Net als in haar vorige boek, Staal, zijn de hoofdpersonen die Silvia Avallone tot leven heeft gewekt in Marina Bellezza dus niet te benijden. Ze hebben hun dromen, zoals wij allemaal, maar om die te verwezenlijken moeten er letterlijk en figuurlijk bergen worden overwonnen. Keken Anna en Francesca in Staal nog uit op het zonnige, veelbelovende Elba, de bergen van Piemonte benemen Andrea en Marina, naar wie het boek is vernoemd, het uitzicht op meer dan het kleine gebied waarin hun levens zich afspelen.

Maar hoewel de situatie verre van rooskleurig is, duik je er dankzij Avallones verteltalent midden in. Na de eerste zin ben je verkocht en wil je steeds terug naar de bergen, naar Andrea, naar Marina, naar de eenzaamheid – en naar de schoonheid van het verhaal dat Avallone heeft opgetekend over de regio waar ze zelf geboren is.

Avallone-Silvia-foto-Stefano-Loreficefoto: Stefano Lorefice

Wees dus gewaarschuwd als je onderstaand fragment leest…

‘Een vaag schijnsel flakkerde ergens midden in de bossen, op een kilometer of tien van de provinciale weg SP100, die ligt ingeklemd tussen twee gigantische zwarte bergen. Het was het enige teken dat er nog wel een vorm van leven bestond in deze vallei aan de woeste, vergeten grens van de provincie.

Door de voorruit zagen ze het opdoemen, als knipperend lokaas in de diepte. Toen, bij de volgende bocht, verloren ze het uit het oog.

Ze minderden vaart voor een kruising omringd door het niets, bij wat er over was van een restaurant. Twee getraliede ramen en een bord waarop een vervaagd vast menu en andere inmiddels onleesbare woorden stonden. Een van hen herinnerde zich dat hij daar zijn eerste communie had gevierd. Twintig jaar later restten voornamelijk nog het dak en de tralies. Twintig jaar later was alles voorbij.

Ze reden door, nu weer sneller. Er waren geen straatlantaarns langs deze weg, er was geen stalen net om hen te beschermen tegen de dreigend uitstekende rotspunten. De koplampen beschenen stukken steile rots begroeid met doornstruiken, af en toe een vervallen boerderij. Zelfs de bewegwijzering ging verloren daarboven, in de lege avond.

Ze waren de enigen die onderweg waren op de SP100, tussen het dal en de verlatenheid. In een oude Volvo stationcar slingerden ze omhoog langs de afgronden, over die haarspeldbochten die ze hun leven al als hun broekzak kenden. Naarmate ze hoger kwamen werden de breedbladige bomen steeds spookachtiger. De wanden van de vallei daalden loodrecht af naar het riviertje, en door de geopende raampjes klonk alleen het monotoon schurende water.

Daar verscheen het schijnsel weer, zwak, half verscholen achter een bergrug. Ze keken er opnieuw naar, maar zeiden niets.

Ze kwamen in Andorno aan. De oranje verkeerslichten knipperden met regelmatige tussenpozen, en de Volvo scheurde met negentig per uur door zonder acht te slaan op stopborden of voorrangsregels.

Na de begraafplaats, na wat er over was van het trapveldje waar ze waren opgegroeid, zagen ze daar het vervallen silhouet van Bar Sirena, die hen opwachtte met gedoofde neonbak. Ze parkeerden, stapten uit. Eentje was lang, eentje klein en eentje had twee ogen nog zwarter dan olie. Ze liepen naar de deur; binnen klonk geen enkel geluid. Evengoed probeerden ze de deur te openen.

‘Ze zijn gesloten.’
Sebastiano, de lange, bleef als verstijfd voor de ingang staan. Hij keek nijdig naar die deur, gaf er een trap tegenaan, en toen nog een. De terrastafeltjes waren opgestapeld en met een touw vastgebonden, alsof er iemand op het idee zou komen om ze te jatten. Op de grond lagen verfrommelde sigarettenpakjes. Luca, de kleine, liep om het gebouw heen en inspecteerde de achterkant.
‘Niks, ze zijn echt gesloten.’
‘Kom, we gaan,’ zei Andrea. Hij was kalm. Zijn ogen waren onverstoorbaar en doorboorden de duisternis.’

Lees verder in

Silvia-Avallone-Marina Bellezza

Marina Bellezza | Silvia Avallone | vertaald door Manon Smits | ISBN 9789023486138 | € 22,90 | uitgeverij De Bezige Bij | Bestel Marina Bellezza via deze link bij bol.com | ook verkrijgbaar als e-book

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *