Naar hoofdinhoud Naar navigatie
7 oktober 2026

In liefde en in oorlog – het derde deel van De kathedraal van de zee

Duik in het meesterlijke derde boek in de historische bestsellerserie De kathedraal van de zee: In liefde en in oorlog.

Ildefonso Falcones neemt je in dit derde deel mee naar het Napels van de vijftiende eeuw. Arnau Estanyol, kleinzoon van een van de grootste bouwmeesters van Spanje, dient de koning van Aragon bij de verovering van Napels. Het prachtige paleis waar hij is ingetrokken kan hem echter niet beschermen tegen zijn grootste vijand: zijn halfbroer.

Hij heeft namelijk een complot tegen Arnau gesmeed en is bereid hem alles af te nemen. Zijn aanvallen treffen de mensen die Arnau het dierbaarst zijn, te beginnen met zijn stiefdochter, de jonge Marina. In deze donkere tijden zal Arnau zien hoe de wereld om hem heen verandert en hoe de liefde zelfs het ongevoeligste hart kan raken…

Lees alvast een fragment

Dit voorproefje neemt je mee naar Napels, op 2 juni 1442: ‘Waarschijnlijk al sinds Parthenope de verdrinkingsdood was gestorven in de baai van Napels, nadat Odysseus het even verleidelijke als gevaarlijke gezang van de sirenen had weerstaan, krioelde het in deze stad van de waterlopen die gaandeweg het uitgebreide, ingewik­kelde netwerk van tunnels en aquaducten waren gaan vormen van het ondergrondse Napels.

De vijfentwintigjarige Arnau, graaf van Navarcles en Castellví de Rosanes, generaal in het leger van koning Alfons van Aragón en gewapend met het zwaard waar zijn vader zo vaak mee had gezwaaid, liep bij toortslicht behoedzaam door een van die aquaducten, terwijl hij ervoor zorgde dat de rest van zijn wapenrusting, zijn harnas, helm en sporen, geen geluid maakte…

De jonge krijgsman liep aan het hoofd van zijn gelid, met achter zich diverse oversten en tweehonderd soldaten, de meesten schutters, die zich gespannen voortbewogen en el­kaar bij het geringste geluid toesisten en gebaarden stil te zijn terwijl ze het water in de gaten hielden dat langs hun voeten stroomde.

Soms leunden ze op elkaar om niet uit te glijden in de modder en ze onderdrukten de neiging om naar de verraste, krijsende ratten tussen hun benen te trappen.

Voor Arnau uit liep Paolo, een Napolitaanse vijftienjarige jongen die om de paar stappen aarzelend achteromkeek om vast te stellen wat hij al wist: dat het leger van Aragón hem volgde. In het licht van de flakkerende toortsen glinsterden zijn tanden in zijn uitgemergelde, door ellende getekende gezicht boven zijn magere, vuile, in lompen gehulde lichaam en zijn blote voeten en benen die tot de knieën onder de modder zaten.

Paolo gebruikte evenmin woorden. Weifelend gebaarde hij Arnau en de anderen dat ze zich moesten haasten terwijl hij hen door het onbekende onderaardse universum loodste.

‘Denk jij dat die jongen de weg weet?’ had Arnau zijn over­sten aan elkaar horen vragen.
‘Ik zou daar niet zo zeker van zijn,’ antwoordde er eentje.
‘We kunnen hem niet vertrouwen,’ meende een ander.
‘Stilte!’ beval Arnau.

Hij moest wel op de verlegen jongen vertrouwen want koning Alfons had dat ook gedaan toen de jongen, in gezel­schap van zijn moeder Orsolina – een broodbakster die gebukt ging onder het juk van het bestuur van koning René I van Anjou – met trillende stem en zijn handen krampachtig voor zich houdend, de koning had verteld hoe ze binnen de muren konden komen.

‘Hij heeft hier altijd beneden rondgelopen,’ zei Orsolina toen de koning en zijn oversten zwijgend de woorden van de jongen op zich lieten inwerken. ‘Zijn vader was metselaar… Hij deed het onderhoud en de reparatie van aquaducten,’ voegde ze eraan toe als verklaring.

Sinds de wispelturige koningin Johanna II van Anjou in 1421 Alfons V van Aragón tot erfgenaam van het koninkrijk Napels had benoemd en Alfons zegevierend zijn intocht in de stad had gemaakt om slechts twee jaar later alweer onterfd te worden, waren er eenentwintig jaar van oorlogen en conflicten met de Fransen verstreken.

In 1432 had Alfons definitief zijn andere grondgebieden verlaten: de koninkrijken Aragón, Sardinië, Sicilië, Valencia en Majorca, evenals het vorstendom Catalonië, om zich te richten op de verovering van het grootste koninkrijk op het Italiaanse schiereiland: Napels. Tien jaar lang hadden de Catalanen – zo werden ze generaliserend en minachtend door de Napolitanen genoemd – oorlog gevoerd tegen de Fransen om het koninkrijk in hun bezit te krijgen.

Sommigen waren bondgenoten van Napolitaanse landsheren en edelen en Italiaanse condottieri, van wie velen huurlingen waren die met hemeltergend gemak van vlag wisselden. Ze moesten echter ook oorlog voeren tegen paus Eugenius IV, tegen de Genuezen en tegen Francesco Sforza, heer van Ancona, die zich er allemaal tegen kantten dat Alfons een koninkrijk zou veroveren dat zo belangrijk en uitgestrekt was als Napels.

Na vele overwinningen op het immense grondgebied omsingelde Alfons in het jaar 1442 de hoofdstad, die achter haar muren trots en stoïcijns verzet bood met hulp over zee van de Genuezen, die met hun schepen vol proviand voor anker gingen liggen in de schitterende baai aan de voet van de Vesuvius.

Op dat moment wreef de koning, nog steeds zwijgend, zich bij de aanblik van zijn verwachtingsvolle generaals over zijn kin, met zijn ogen strak op de in elkaar gedoken, bevende jongen gericht die steun zocht bij zijn moeder vlak naast hem, die echter even bang was als haar zoon.

Alfons en zijn troepen bleven in Campovecchio gelegerd, op de vlakte die zich uitstrekte tegenover Porta Capuana en de onneembare muren van de stad Napels, en deze jongen bood hem de kans op de overwinning, die hij niet wist te behalen met uithongering of vuurgevechten.

Dat de stralen van de mediterrane zon de doorgewinterde soldaten streelden, was een goed teken.’

Lees verder in

In liefde en in oorlog | Ildefonso Falcones | ISBN 9789021058870 | € 31,99 | uitgeverij Luitingh Sijthoff | koop In liefde en in oorlog bij je lokale boekhandel of bij bol.com (ook beschikbaar als e-book)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ciao tutti is hét startpunt voor je vakantie naar Italië, bomvol persoonlijke tips. Buon viaggio!