Download de gratis Ciao tutti app voor nog meer tips

Het zal nooit meer kaviaar zijn – culinaire maffiathriller mét recepten

Een heerlijke boekentip: Het zal nooit meer kaviaar zijn van Marja West en Anna Bontekoe. Dit auteursduo – moeder en dochter – neemt je in deze eerste culinaire maffiathriller van Nederlandse bodem mee naar de maffiawereld in New York in de jaren zeventig, met recepten die de maffiabazen doen verlangen naar de keukens van hun grootmoeders in Palermo.

Het boek is een ode aan het in 1960 verschenen Het kan niet altijd kaviaar zijn, geschreven door de Oostenrijkse auteur Johannes Mario Simmel. In dit verhaal raakt een bankier betrokken bij activiteiten van geheime diensten uit verschillende landen.

Door spionnen heerlijke maaltijden voor te schotelen, weet hij hen loslippig te maken en rolt zo een spionagenetwerk op. Simmel nam de recepten van de kokende bankier op in zijn boek, dat een wereldwijde bestseller werd.

Geniet van een voorproefje

In Het zal nooit meer kaviaar zijn infiltreert de Nederlands-Italiaanse Sofia in de beruchte maffiafamilie Gambino, met aan het hoofd ‘Big Paul’ Castellano. Door heerlijke maaltijden te bereiden, wint ze zijn vertrouwen en ontrafelt ze de diepste geheimen van de New Yorkse maffiawereld.

‘Drie uur gaf me twee uur de tijd om iets voor Castellano klaar te maken waarmee ik hem kon overtuigen van mijn kookkunst. Een hele maaltijd leek me te veel van het goede – ook gezien het tijdstip van onze afspraak –, maar iets kleins, iets wat Castellano over de streep zou trekken om me aan te nemen.

Een hapje, voor bij de borrel, of als voorafje. In gedachten ging ik alle familierecepten na, ik bleef steken bij gekonfijte tomaten met knoflook en tijm. Dat kon ik in zo’n korte tijd maken, bovendien had ik een paar dingen al in huis, zoals olijfolie, knoflook en verse tijm, alleen zoete tomaten nog niet.

Het liefst gebruikte ik van die kleintjes. Een paar straten bij mijn appartement vandaan zat een Italiaanse groenteboer, Mario’s. De kans was groot dat ik daar de juiste zou vinden. Weer een paar winkels voorbij zijn zaak was de beste bakker van de wijk gevestigd, misschien had hij nog een ciabatta in de schappen liggen.

Opgetogen nam ik een taxi naar Brooklyn, bijna rennend ging ik naar Mario’s en koos daar de meest rode zoete tomaten die hij had Struikelend over mijn eigen voeten kwam ik de bakker binnen voor het laatste brood.

Even later snelde ik de trappen omhoog op. Sharon stond als gebruikelijk in haar deuropening te roken. ‘Zijn neef woont er nu.’ Ze keek kort naar boven. Eigenlijk had ik helemaal geen zin om mijn pas in te houden. ‘Leuk voor hem.’

Sharon nam een laatste hijs van haar Marlboro. ‘De een z’n dood…’ Ze gooide haar peuk op de grond en trapte hem uit. Toen keek ze me treurig aan, als een gekooide papegaai. Zonder iets te zeggen rende ik verder, ik kon Sharons problemen niet oplossen.

In mijn keukenkastje stond nog een weckpot, eentje die ik onlangs had gekocht bij Bowery’s. Terwijl de oven voorverwarmde, waste ik hem af en trok er een droge doek doorheen. Daarna pelde ik de knoflookteentjes en zette die in een steelpannetje met een beetje olijfolie op het gas.

Dit moest even pruttelen voor het samen met de tomaten en de verse tijm de oven in zou gaan. De ciabatta was nog heerlijk vers. Ik sneed er een paar dunne plakjes vanaf en verpakte die in aluminiumfolie.

Om halfdrie liep ik met een weckpotje vol gekonfijte tomaatjes en de ciabatta naar het huis van Paul Castellano. Met iedere stap die ik zette sloeg de twijfel verder toe. Ik was een financieel expert, hooguit een goede kok, maar inderdaad geen detective, zoals Donnie al had opgemerkt, en al helemaal geen FBI-agent.

Wat ik dacht te vinden in Castellano’s huis lag vast niet voor het grijpen en ik was niet van plan om bureaulades te forceren of een kluis op te blazen. Was dit werkelijk zo’n goed idee? Eén foute stap en ik lag inderdaad voor eeuwig naast de bovenbuurman.

Voor ik het wist stond ik bij zijn huis, waar een trap naar de voordeur leidde. Ik keek omhoog en op dat moment schoot een jong meisje huilend de deur uit. ‘Je kunt nu nog weggaan,’ zei ze. Kennelijk was haar sollicitatie niet goed verlopen.

Tree voor tree ging ik naar boven. Daar aangekomen nam ik een diepe teug lucht in een poging kalm te worden. Er gebeurt niets, hield ik mezelf voor. Ik zou geen gekke dingen gaan doen. Als ik na een maand of twee geen cent wijzer was geworden, zou ik gewoon ontslag nemen, mijn vaders appartement verkopen en naar de westkust trekken.

Met kloppend hart duwde ik op de bel, er klonk een schorre toon en even later deed Big Paul in eigen persoon open. De familie Castellano, had er in de advertentie gestaan, alleen al om die reden was het vreemd dit criminele kopstuk op de mat te zien staan en niet zijn vrouw.

‘Ik kom solliciteren,’ zei ik zo neutraal mogelijk. Hij deed een stap achteruit zodat ik verder kon lopen. Het huis rook naar bijenwas en sigaren en was gevuld met donkere meubels die zo te zien door een timmerman waren vervaardigd. De sfeer binnen was rustig en gespannen tegelijk, het zou me niets verbaasd hebben als er een massagraf in de kelder lag.

‘En wie ben jij?’ vroeg hij.
Ik stak mijn hand uit. ‘Sofia Vermeer.’ Hij negeerde het gebaar. ‘De Nederlandse die in Italië gewoond heeft,’ vulde hij in plaats daarvan aan.
‘Sicilië, eigenlijk,’ zei ik. ‘Palermo.’
De lach die verscheen klaarde zijn gezicht op. ‘Palermo.’ Hij sprak de naam van de stad uit alsof het een delicatesse was.

‘Kom maar binnen.’ Achter Big Paul aan liep ik dieper het huis in. Uiteindelijk opende hij een deur en liet me binnen. Er stonden boekenkasten langs de wanden met werken van Dante, Carducci en Deledda.

Aan de andere muur hingen schilderijen van zijn voorvaderen, aan de neuzen te zien, en in een asbak lag een cubaan te roken. Op een antiek kabinetje stonden een kristallen karaf en bijpassende glazen.

Big Paul ging achter zijn bureau zitten, waar een grijze telefoon op stond met een zwart mapje eronder, vermoedelijk zijn adresboek. ‘Sofia,’ zei hij. Het klonk niet als een vraag. Ik zette de weckpot voor hem neer, samen met het ingepakte brood.

Hij keek er kort naar, toen verscheen er een glimlach op zijn gezicht. ‘Open maar,’ zei hij. Ik trok de beugel omhoog en klapte het deksel om, zo liet ik de pot staan. De geur van zoete tomaat en tijm steeg omhoog. Daarna pakte ik het brood uit en deed een stapje naar achteren.

Castellano boog naar voren en pakte een sneetje ciabatta. ‘Zelf gebakken?’ vroeg hij. Ik schudde in alle eerlijkheid mijn hoofd. ‘Daarvoor was het te kort dag. Ik heb het gehaald bij Il Fornaretto.’

Kennelijk had de bakker zijn goedkeuring. Hij haalde een briefopener uit zijn la. Die stak hij in de weckpot en smeerde wat van de tomatenprut op het broodje. Dat bood hij mij aan. ‘Alsjeblieft.’

Ik wilde het afslaan, maar bedacht toen dat dit een test was, zoals koningen vroeger hun voorproevers hadden, was ook Big Paul niet voornemens zich te laten vergiftigen door een undercover sollicitant.

Ik nam het met een glimlach aan en at het op. Pas toen ik de laatste hap nam, smeerde hij een broodje voor zichzelf. Terwijl Big Paul at bleef hij mij aankijken en kort, heel kort, bekroop me het gevoel dat hij me herkende als de typiste van Chase Manhattan.

Uiterlijk bleef ik stoïcijns, maar vanbinnen brak de hel los. Ik wilde me het liefst omdraaien en zijn huis uit rennen, maar ik deed niets en wachtte tot hij klaar was met eten. Nadat hij de laatste hap had doorgeslikt viel er een stilte, eentje die met de seconde ongemakkelijker werd.

Voor mijn gevoel duurde het uren voordat die stilte werd doorbroken. Niet door Castellano’s stem, of de mijne, maar door het geluid van metaal tegen glas. Big Paul stak namelijk zijn briefopener nogmaals in de weckpot en lepelde zo zeker de helft van de inhoud naar binnen. Op dat moment wist ik zeker wat hij even later zou zeggen.’

Het zal nooit meer kaviaar zijn  omvat achttien kleurrijke vega(n) recepten geïnspireerd op de Italiaanse keuken (waaronder dat voor de gekonfijte tomaatjes die Sofia in dit fragment maakt).

Lees verder in

Het zal nooit meer kaviaar zijn | Marja West en Anna Bontekoe | ISBN 9789461097378 | € 21,99 | De Crime Compagnie | bestel Het zal nooit meer kaviaar zijn bij je lokale boekhandel of via deze link bij bol.com (ook verkrijgbaar als e-book)

Ontdek onze digitale reisgidsen voor nóg meer tips

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *