Naar hoofdinhoud Naar navigatie
5 oktober 2026

Het hart van Sardinië – meeslepende debuutroman van Maria Laura Berlinguer

Net als De boekhandel van de zwarte katten neemt Het hart van Sardinië je mee naar Sardinië. Perfect om ter plekke te lezen of thuis weg te dromen naar dit heerlijke eiland!

‘Tijdens de koude herfstdagen vertelden de ouderen bij het haardvuur aan de kinderen dat de dood niet het einde van het leven markeerde, maar het begin van een reis waarin de zielen van dierbaren bleven voortbestaan.

Wanneer de dagen korter werden en de aarde klaar was om te worden ingezaaid, werd de grens tussen de wereld van de levenden en die van de doden ijler, waardoor de zielen konden terugkeren naar hun huis.

Of alles wat er tijdens sa chena pro sos mortos gebeurde werkelijkheid was of slechts volksgeloof, wist Iride Dessì nog steeds niet.’

Familiegeheimen in Padria

Elke familie heeft haar geheimen, ontdekt Iride Dessì als ze jaren na de dood van haar vader terugkeert naar Padria, het dorp op Sardinië waar ze opgroeide.

In het statige familiehuis is alles nog zoals het vroeger was: van de geluiden van de nacht tot de oude, vergeelde foto’s aan de muur.

Vooral een foto van twee jonge vrouwen intrigeert haar, waardoor ze meer te weten wil komen over het verleden van haar familie. Zo komt ze achter het ontroerende verhaal van haar rebelse betovergrootmoeder Mimì en haar grote verboden liefde…

Fragment uit Het hart van Sardinië

We delen alvast een voorproefje van het boek:

‘De poort viel met een doffe dreun achter hen dicht. Nu alles voorbij was, nam de stilte bezit van de kamers. Diezelfde stilte die haar ooit had verwelkomd als een frisse windvlaag bezorgde haar nu slechts een gevoel van eenzaamheid en spijt.

Als een mistbank steeg die stilte op vanaf de terracotta vloer en omhulde het hele huis; ze reikte tot aan de hoge plafonds, likte aan de schaduw van een fresco dat de vochtigheid had overleefd, wikkelde zich rond de oude trap die naar de studeerkamer van haar vader leidde, klampte zich vast aan de ijzeren balustrade, de stille getuige van vrolijke kinderspelletjes, en reikte tot aan de binnentuin, ooit het kloppende hart van het familieleven.

Tata had die tuin veranderd in een uitbundige kruidentuin en had zelfs het fonteintje in het midden van het ronde vijvertje behouden. Maar van de goudvissen die er vroeger vrolijk rondzwommen was geen spoor meer te bekennen.

De woning van trachiet en kalksteen, met architraven waar door de plaatselijke picapedras motieven van de Catalaanse school waren uitgehakt, sloot de deur en slokte haar op.

Er verscheen een kleine rimpel tussen Irides ogen toen ze terugdacht aan haar onverwachte ontmoeting met Piero, en aan de emotie die ze had gevoeld zodra hun blikken elkaar kruisten, alsof de tijd niet was verstreken. En toch was de tijd voor haar wél voorbijgegaan, opgebruikt door een verkeerde geschiedenis.

Ze dacht terug aan hoe ze samen speelden in de binnentuin van het huis, op de zonnige middagen die hun vakanties bepaalden, op zoek naar het glanzendste blad of naar rijpe bessen. Op die geheime, magische plek, waar alles leek te zweven, voelde Piero al aan wat Tata wilde voordat ze dat uitsprak en koos hij de aroma’s uit die het beste pasten bij wat ze bereidde.

Ze herinnerde zich nog goed dat Piero’s moeder niet wilde dat hij bij hen over de vloer kwam, en hem altijd uit hun buurt probeerde te houden. Destijds had Iride gedacht dat zijn moeder haar niet mocht. Nu begreep ze echter dat er misschien iets anders speelde. Maar wat dat was, wist ze nog niet.

Tata was niet de enige die dol was op Piero. Soms had Iride ook de indruk gehad dat haar vader meer plezier met hem had dan met haar, alsof er tussen hen een diepe verstandhouding bestond, een band die verder ging dan zomaar sympathie.

We waren zo verschillend, dacht ze. Ze hadden een volkomen tegengestelde opvoeding gekregen, en toch bewoog hij zich met een natuurlijke vanzelfsprekendheid tussen de volwassenen bij haar in huis, hij nam deel aan de gesprekken en gaf altijd verrassend zelfverzekerd uiting aan wat hij dacht, zonder de minste angst of schroom. Misschien was dat wel precies de reden dat ze hem toen al fascinerend had gevonden.

Hoe zou zijn leven zijn verlopen? Misschien was hij wel getrouwd en had hij kinderen.

In de keuken bewogen de handen van tzia, tante, Manuella vlug: koelkast, aanrecht, pannen, gootsteen. Ze liep naar de voorraadkast en opende die om een pakketje te pakken dat zo groot was als een baby.

Een witte linnen doek omhulde de chibarzu, een brood van harde tarwe met een natuurlijke gisting, rond van vorm en met een knapperige korst. Ze sneed het in dikke plakken, legde die op een bakplaat en bestrooide ze met zout en olie. Later zou ze ze roosteren op de gloeiende kolen, en op het rooster zou ze biefstukjes grillen.

Ze lieten zich verwarmen door het vuur dat knetterde in de grote open haard, Iride zittend op het lage krukje, Tata bij de gootsteen, waar ze de bernagie waste, droogde en in een pan met gezouten kokend water liet glijden.

Een paar minuten later goot ze hem af en maakte hem aan in een terracotta kom met olie, zout en citroen.
‘Het eten is zo klaar,’ zei ze zonder zich om te draaien, terwijl ze druk in de weer bleef.

Iride stond langzaam op en liep de keuken uit. Ze stak de binnenplaats over, langs de wasruimte, de voorraadkamer en wat ooit de stallen waren geweest, waar Vincenzo zorgvuldig een oude koets en een karretje bewaarde, symbolen van welstand uit vervlogen eeuwen.

In een impuls ging ze terug naar de gang en liep de trap op. Aarzelend bleef ze staan voor de schuilplaats van haar vader, zijn geliefde plek om zich terug te trekken, en bijna bang om een intimiteit te schenden die niet meer bestond, duwde ze de deur zachtjes op een kier. Achter de dubbele deuren, ooit met de hand beschilderd maar nu verbleekt en door de tijd getekend, lag zijn rijk verborgen.

De grote boekenkast, de eikenhouten schrijftafel en, op het groene leren bureaublad met fijne gouden versieringen, de rekeningen en de onbeantwoorde correspondentie.

Ze bleef op de drempel staan en keek naar de vergeelde foto’s, vertrouwde figuren vereeuwigd in statische poses. Hoe moet ik dit doen? Ze barstte in snikken uit.

Vanaf de muren van de grote kamer keken de gezichten van haar voorouders zwijgend op haar neer.’

Lees verder in

Het hart van Sardinië | Maria Laura Berlinguer | vertaald door Saskia Peterzon-Kotte (oorspronkelijke titel: La cena delle anime) | ISBN 9789402721553 | € 24,99 | uitgeverij Harper Collins | bestel Het hart van Sardinië bij je lokale boekhandel of bij bol.com (ook beschikbaar als e-book)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ciao tutti is hét startpunt voor je vakantie naar Italië, bomvol persoonlijke tips. Buon viaggio!