Inspiratie voor een Italiaanse kerst

Het boek van de huizen – van een Romeins souterrain tot een Parijse zolder

In Het boek van de huizen – een van de finalisten voor de Premio Strega 2021 – vertelt Andrea Bajani het levensverhaal van een man aan de hand van de huizen waar hij gewoond heeft. Zijn verhaal springt van huis naar huis, van boven naar beneden, van noord naar zuid en door de jaren heen. Elk huis vormt een stukje van de puzzel van een halve eeuw Italiaanse geschiedenis.

Welke huizen bewaren de ontbrekende stukjes van onszelf?

De verteller is de jonge minnaar van een getrouwde vrouw in een flat in de provincie, een baby die achter een schildpad aan kruipt in een Romeins souterrain, een echtgenoot in een appartement in Turijn, een bohémien op een Parijse zolder, een tiener die in een vakantiehuisje door zijn vader wordt geslagen en een jonge student die op een morsig matras slaapt. En soms is hij iemand die de deur van een lege woning achter zich dichttrekt.

Welke huizen bewaren de ontbrekende stukjes van onszelf? Welke geschiedenis vertellen zij? Bewaren zij een herinnering aan ons en aan degenen die er vóór ons leefden? Bajani’s virtuoze roman toont alle verhalen die in de ogenschijnlijke stilte van de dingen besloten liggen.

Een fragment: Huis onder de Grond

We delen alvast een fragment uit Het boek van de huizen, waarin Bajani de lezer meevoert naar het Huis onder de Grond (1976):

‘Het eerste huis heeft drie slaapkamers, een woonkamer, een keuken en een badkamer. De slaapkamer van de baby, die we voor het gemak zullen aanduiden met Ik, is eigenlijk een berghok met een ledikant. Het is er wat vochtig, net als in het hele huis trouwens. Het kamertje heeft geen ramen, maar het is knus en dicht bij de keuken.

Het gerammel van de vaat, het regelmatige getik van het mes op de snijplank, het water dat langdurig in de gootsteen stroomt – die dingen maken waarschijnlijk deel uit van Iks eerste herinneringen, ook al herinnert hij ze zich niet. Net zomin als hij zich de gedempte plof herinnert waarmee de koelkastdeur dichtgaat, of de schoksgewijze weerstand als die wordt geopend.

Dat is de kleine polyfonie van de keuken: percussie van diverse metalen en contrapunten gevormd door aardewerk, waterstralen, koelkastgezoem, de waaier van de afzuigkap boven het fornuis.

Het huis bevindt zich onder het straatniveau. Om bij het appartement te komen, moet je via een wenteltrap afdalen naar de eerste verdieping onder de grond, of je neemt de lift. De geur die in de hal van het gebouw hangt, waar een rode loper naar de trap begint, is heel anders dan die in het souterrain, waar de vochtigheid een kelderlucht veroorzaakt.

De kelders zijn trouwens ook op dezelfde verdieping als het appartement van Ik, evenals twee massief houten deuren waarachter niet nader gespecificeerde gezinnen wonen.

Het Huis onder de Grond ligt echter niet volledig onder het straatniveau. De eetkamer, de keuken, de badkamer en de slaapkamers kijken namelijk uit op twee binnenplaatsen. Woonkamer, keuken en badkamer aan de ene kant, de slaapkamers aan de andere.

De binnenplaatsen, of betonnen tuinen, zijn omsloten door een aantal appartementengebouwen van vijf of zes verdiepingen uit de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw. Als je op de binnenplaats komt kijk je onwillekeurig omhoog.

De oma van Ik – van nu af aan Oma – voert elke ochtend dezelfde procedure uit: ze gaat naar buiten, strekt haar hals en kijkt loodrecht omhoog naar de hemel om te kijken wat voor weer het is. Dan gaat ze weer naar binnen. Binnen in het Huis onder de Grond krijg je het idee dat het altijd bewolkt is. De ramen die uitkijken op de twee betonnen tuinen volstaan niet om daglicht in de kamers te brengen.

Daarom doen ze als ze het huis binnenkomen altijd een schemerlamp aan in de gang.

In die duisternis begint Ik zich voor het eerst te verplaatsen.

De spullen en de meubels duwen hun schaduwen over de vloer, ze dringen het appartement binnen, overstromen het; ze klimmen op de tafels, op de vensterbanken, op de keramieken fruitmand die altijd op het midden van de tafel staat.

Ik leert zich te verplaatsen tussen die schaduwen, ze te vertrappen, erdoor te worden omvergeduwd. Kruipend door het huis verdwijnt hij soms helemaal in een schaduw, of hij laat er alleen een handje buiten, of een voetje, dat dan achterblijft in het licht; Ik wordt in stukken gehakt door de duisternis, hij laat stukken van zichzelf achter op het tapijt.

In het Huis onder de Grond worden de lampen alleen uitgedaan om te gaan slapen of als ze weggaan: dan wordt de ruimte weer overgeleverd aan de duisternis, zijn natuurlijke element.

De deur viermaal op slot gedraaid, kabaal op de trap en dan stilte. Op dat moment maken de schaduwen zich in hun geheel los van de spullen, ze gooien zich op de vloer, onderwerpen elke centimeter, veroveren het huis.

Op de binnenplaats waar de keuken, badkamer en eetkamer op uitkijken woont Schildpad. Hij leeft voornamelijk weggedoken achter de bloempotten of in zijn schild. Je ziet hem niet vaak uit zijn schuilplaats komen.

Alleen als Oma buiten komt rent hij haar onhandig tegemoet over de binnenplaats; hij botst telkens met zijn schild tegen de grond, de immer identieke ritmiek van zijn blijdschap. Oma tilt hem op en praat tegen hem; hij spartelt met zijn vier rimpelige pootjes en ervaart zo een begeleide vlucht tussen die gebouwen die de hemel samenpersen tot een vierkant.

Dan kruipt hij weer achter de bloempotten en sleept het slablaadje mee dat Oma hem heeft gebracht en waar hij zuinig van zal eten, het met zijn hoornen bek versnipperend tot het op is.

Schildpad is het eerste dier met wie Ik te maken heeft gekregen in het Huis onder de Grond. Ik is trouwens de enige mens – afgezien van Oma – aan wie Schildpad zich laat zien door zijn kopje uit zijn schild te steken.’

Lees verder in

Het boek van de huizen | Andrea Bajani | vertaald door Manon Smits (oorspronkelijke titel: Il libro delle case) | ISBN 9789028223233 | € 23,50 | uitgeverij Van Oorschot | bestel Het boek van de huizen bij je lokale boekhandel of via deze link bij bol.com

Ontmoet Andrea Bajani in Amsterdam

Op maandag 31 oktober 2022 is Andrea Bajani te gast bij Boekhandel het Martyrium aan de Van Baerlestraat 170-172 in Amsterdam. Hij zal worden geïnterviewd door Frederike Doppenberg. De avond start om 20.00 uur, inloop vanaf 19.30 uur. De toegang is gratis. Aanmelden voor deze avond kan via contact@vanoorschot.nl.

Schrijf je (gratis) in voor de Ciao tutti nieuwsbrief

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.