Home » Boeken: Lezen over Italië » Giftige tongen – het nieuwe boek van Rosa Ventrella
Ga op pad met de Ciao tutti City Walks!

Giftige tongen – het nieuwe boek van Rosa Ventrella

Na Een fatsoenlijke familie schreef Rosa Ventrella, door velen geroemd als de Elena Ferrante van Puglia, opnieuw een meeslepend familieverhaal: Giftige tongen. Namens Xander Uitgevers mogen we een fragment delen.

Je reist terug in de tijd, naar het Puglia van 1945. De twee zusjes Teresa en Angelina groeien op in een arme boerenfamilie. Ze zijn in alles verschillend: Teresa is stil en kwetsbaar en Angelina is uitbundig en onbeschaamd.

Wanneer hun vader naar het front moet en de armoede echt toeslaat, zwicht hun moeder Caterina voor het verleidelijke aanbod van de machtige landeigenaar Personè. De veilige gemeenschap verandert in een slangenkuil van giftige roddels.

De schande van Caterina’s keuze besmet de hele familie, maar heeft het tegenovergestelde effect op Angelina: zij weigert zich te schikken. Liever verliest zij zich in de sprookjes in haar hoofd. Met verstrekkende gevolgen.

Een fragment
‘Het huis bestond uit één kamer, in tweeën gedeeld door een gordijn dat het slaap-van het woongedeelte scheidde. De matras­sen van het keukengerei. In het deel dat het dichtst bij de voordeur was, stond een tafel met vier stoelen. Eén raam keek uit op straat, het andere op de binnenplaats die werd opgefleurd door een aard­beiboom. En door kippenstront op de grond.

Ik was als kind graatmager. Een vogeltje, vel over been. Mama en oma wrongen zich in allerlei bochten om iets bij me naar binnen te krijgen. Ik duwde het in mijn wang en bewaarde het goed, maar ik kreeg het niet doorgeslikt. Oma Assunta ging tekeer tegen mijn moeder: ‘Wat had je dan verwacht? Ze heeft een lintworm, of het boze oog. Iets mankeert ze. Normaal is ze in elk geval niet.’ Stil was ik ook.

Ik hield van een paar dingen. Orde was er een van. In de eerste klas streek ik met mijn handen de kreukels uit mijn smetteloze schort, schikte mijn gesteven strik en maakte met mijn vingers mijn fijne, zijdeachtige haar glad, dat zo strak in twee staarten was verdeeld dat mijn hoofdhuid haast leek te scheuren. Als ik voelde dat ze losser gingen zitten, trok ik de elastiekjes zo stevig aan dat het mijn ogen onnatuurlijk uitrekte.

Iets anders waar ik van hield, was naar mijn moeder kijken, naar haar manier van lopen. Ze bewoog zich met de gratie van een blootsvoetse ballerina, op haar tenen en met haar nek bijna verticaal. Mijn zusje en ik deden haar hooghartige houding vaak na. Zo liep ze ook over straat en trok er de aandacht van de mannen, die aan het kielzog van haar schoonheid snoven, en van de vrouwen, die haar tersluiks begluurden. Ook de buurvrouwen bekeken haar jaloers, al was dat verborgen achter goede manieren.

De roddels achtervolgden mijn moeder overal, bij elke stap die ze zette moest ze ze ontwijken, ze liepen door de steegjes, over de smalle trappen die naar het plein leidden, botsten tegen de oliefles­sen naast de olijvenpers, prikten in de ogen van de ezels voor de fruitkarren, besmetten de sardineverkoper, de bakker, de fruitverkoper, de buurvrouwen in hun deuropeningen, de masciara met haar donkere ogen, de voerman die ijzerresten of stukken baksteen verzamelde en over straat riep met zijn diepe keelstem, als een rommelpot, die je al van verre hoorde aankomen.

Mijn moeder schoof voorbij, langzaam om de blik te omzeilen van de cimmiruta, een afzichtelijke, tandeloze opoe met een enor­me bochel die haar dwong voortdurend omlaag te kijken. Onder het legen van haar po, in de stenen goot waar de karrenwielen overheen rolden, keek ze, met haar misvormde gezicht, schuins naar mama. Als Angelina, mama en ik haar passeerden, spuugde ze op de grond, gehuld in een bruine sjaal die de po aan het zicht onttrok.

Ook moest mijn moeder de blik van baron Personè ontwijken, de eigenaar van alle landbouwgronden rond Copertino en zo schichtig als een raspaard, licht ontvlambaar en zwaarmoedig, die als hij haar zag echter glimlachte als een kind en zijn hoofd naar haar neigde zoals de boeren naar hem deden als ze hem tegenkwamen. Oma Assunta zei dat het onze familievloek was, mijn moeders schoonheid. Een vloek die ook mijn zus zou treffen.

Giulietta, de vroedvrouw die alle kinderen van Copertino had gehaald en vele andere naar de andere wereld had geholpen, met haar peterselie-infusies en breinaalden, had bij Angelina’s geboorte georakeld: ‘Dat kind heeft de Moorse ogen van haar moeder.’ Toen had ze naar mij gekeken en haar dunne lippen hadden zich in een lichte glimlach geplooid: ‘Kleintje toch, niet zo beschroomd. Kom eens hier, kom eens naar je zusje kijken.’

Met korte pasjes was ik dichterbij gegaan. Ik was bang voor Giulietta. Ze was dik en wanstaltig. Haar ogen werden overschaduwd door een stel dikke wenkbrauwen. Ik was ook bang voor haar man. In het dorp werd hij ‘de bok’ genoemd. Er werd gefluisterd dat hij het met geiten deed en Pasquina de masciara, de tovenares – ze had donkere ogen zoals sommige oosterse vrouwen – zwoer zelfs dat ze het hem met de duivel had zien doen. ‘Die was in de gedaante van een vrouw,’ vertelde ze, ‘maar zijn vel was vuurrood en smeulde als kooltjes. Wat ik je zeg, brandende, gloeiende kooltjes. Met hoorns en een buffelstaart.’

In de winter, wanneer de wind tekeerging en deuren en ramen in hun sponningen trilden en alles piepte en kraakte, zaten we in een kringetje rond de vuurschaal, ik, Angelina, papa en mama, opa Armando en oma Assunta. Mijn magere lichaam was stijf van de kou. Af en toe zette ik mijn voet op de grond en de ijskoude vloer deed me van top tot teen huiveren.

Papa was zwijgzaam, net als opa Armando. Soms zuchtte hij, alsof grote zorgen zijn knappe gezicht lelijk maakten. De maan was rond en helder. De bomen bogen zo ver door dat ze de aarde raakten. De aardbeiboom op de binnenplaats kreunde onder de heftige windstoten. Papa’s ogen schitterden in het flakkerlicht van de vlammen. Ze waren groen als de velden rond Copertino in het voorjaar.

Opa Armando keek steels naar hem en zuchtte dan ook. Dan liet hij zijn kleine, levendige ogen even op ieders gezicht rustten. Hij stopte wat gedroogde kikkererwten in zijn mond en schraapte zijn keel. ‘Heb ik jullie al eens verteld over die keer dat de struikrovers bij de Torre del Cardo kwamen?’ vroeg hij terwijl hij zijn handen voor het vuur warm wreef. En zijn verhalen kwamen tot leven.

In het dorp ging het verhaal dat een bandietenbende eeuwen geleden een schat had verstopt in de Torre del Cardo. In opa’s verhalen werden de vierentwintig struikrovers die de schat van barones Maria d’Enghen hadden gestolen, telkens ietsje woester. Ik stelde me voor hoe ze over de stekelige velden van de Murgia dwaalden, tussen struiken en in bomen sliepen, kale vogels uit hun nesten plukten en wortels rauw uit de grond trokken, aten. Ik zag hoe ze stiekem hun buit verzamelden in de verborgen schuilplaats in de toren en hun hardvochtige vloek uitspraken.

‘Je in de buurt van de Cardo-schat wagen, is om verdoemenis vragen.’ De zielen van de bandieten scharrelden als donkere gedaanten rond het vuur, met hun lange haren, ruige baarden en duivels­hoorns op hun hoofd. De duivel met het vrouwengezicht en de rode, als kool smeulende huid, was er ook. Ik kneep mijn ogen dicht. Voelde mijn armen en benen zwaar worden.

Opa Armando had de gave van het verhalen vertellen. Mijn vader die van de stilte. Oma Assunta die van de boerenwijsheid. Mijn moeder en mijn zusje die van de schoonheid. En ik? Ik moest mijn gave nog ontdekken. Een groot deel van mijn kindertijd was ik enkel bezig met kijken.’

Lees verder in

Giftige tongen | Rosa Ventrella | vertaald door Dorette Zwaans & Rianne Aarts | ISBN 9789401612807 | € 21,99 | Xander Uitgevers | bestel Giftige tongen via deze link bij bol.com

Lees je dit boek liever in het Italiaans? Bestel dan via deze link het e-book La malalegna.

Ook nieuwsgierig naar Een fatsoenlijke familie? Via deze link lees je alvast een fragment. Het boek is nu te bestellen voor slechts € 10,-, onder meer via bol.com. Het Italiaanse e-book heet Storia di una famiglia per bene en is via deze link te bestellen.

2x per week Italiaanse inspiratie

Meld je aan voor de Ciao tutti nieuwsbrief - en ontvang de digitale editie van onze City Walk Klassiek Rome als cadeautje:

Steun Ciao tutti & Italië!

3 reacties

  1. Will Langenberg

    Ben heel benieuwd naar dit boek!

  2. Patrick Mertens

    Doe heel graag mee!!!

  3. Cornelis Annemie

    Wat een mooi boek, doe heel graag mee!!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *