Download de gratis Ciao tutti app voor nog meer tips

Gemaakt op reis – Nederlandse jongeren op Grand Tour in de zeventiende eeuw

Rijke jongeren gingen in de zeventiende eeuw op Grand Tour. Deze educatieve reis bracht hen onder andere naar Frankrijk en Italië. Vaak hielden de jonge reizigers een reisjournaal bij, waarin ze schreven over hun ervaringen met nieuwe en vreemde personen, plaatsen en culturen.

Alan Moss dook in een groot aantal van deze reisjournalen. In Gemaakt op reis brengt hij in kaart hoe jonge reizigers reflecteerden op hun eigen identiteit en hoe zij een gunstig beeld van zichzelf presenteerden, als wereldburger en vrome protestant, voor familie die thuis meelas en meeleefde.

Buiten zichzelf van verrukking

We delen een fragment uit Gemaakt op reis, waarin Alan verslag doet van opera- en theateravonden:

‘Reizigers bezochten ’s avonds de komedie of de opera om zich te vermaken met de laatste toneelstukken en zich te mengen met de plaatselijke elite. Ze deden uitgebreid verslag van de concerten en musici die ze bezochten. Journalen zijn volgens de Italiaanse musicoloog Dinko Fabris dan ook een uitstekende en tamelijk onontgonnen bron voor vroegmoderne muziekbelevenis.

De kunst uit het zuiden kon een blijvende invloed hebben op een jonge reiziger. De titels, dramaturgen en acteurs van een toneelstuk werden zorgvuldig neergepend in een journaal.

[…]

Reizigers kwamen ook in contact met professionele musici. Constantijn Huygens, die op jonge leeftijd al viola da gamba, luit, klavecimbel en orgel had leren bespelen, kwam tijdens zijn diplomatenreis naar Venetië in 1620 voor de eerste keer persoonlijk in aanraking met Italiaanse muziek.

Naast zijn bezoek aan diverse concerten zag hij op 24 juni van dat jaar tijdens de vespers de beroemde componist Claudio Monteverdi (1567-1643):

‘Het was de volmaakste muziek die ik ooit in mijn leven heb mogen aanhoren. De componist van het stuk, de wijdvermaarde Claudio Monteverdi, maestro di cappella van San Marco, was ook de dirigent van deze uitvoering, gespeeld door vier theorben, twee fagotten, twee violen, een contrabas van reusachtig formaat, het orgel en andere instrumenten, het één nog mooier bespeeld dan het ander. Verder was er een koor van tien of twaalf stemmen, die me buiten mezelf van verrukking brachten.’

Hoewel zijn vracht met Italiaanse bladmuziek op zee werd gekaapt, bleef het zuiden zijn hele leven lang invloed uitoefenen, zoals blijkt uit zijn Italiaanse gedichten en zijn muzikale composities in Pathodia sacra et profana ui 1647.

Coenraad Ruysch kwam dankzij de connecties van Jacob-Ferdinand-Voet, schilder van de Romeinse beau monde, in contact met signora Margarita Pia, ‘de beste en de aldergerenomeerste contatrice [zangeres] van gans Italien’ – een muzikale ontmoeting die hem ‘het grootste contentement van de wereld’ gaf.

Ook ontmoette hij componisten Lelio Colista (1629-1680) en Carlo Ambrogio Lonati (ca. 1645-1712). Lonati werd vanwege zijn bochel en zijn mecenas Christina van Zweden in de volksmond ook wel Il Gobo dela Regina genoemd, de gebochelde van de koningin.

Ruysch was eerder op zijn reis uiterst gecharmeerd geweest van Lonati’s muziek in de Venetiaanse opera. In Rome vergezelde hij een reisgenoot naar Lonati’s huis om wat merveilles, muzikale wonderwerkjes, te maken en om adressen uit te wisselen, opdat de gevierde componist tijdens zijn reis naar het noorden ook de Republiek zou bezoeken.

Ten slotte werd Ruysch in een brief van Constantijn Huygens op het hart gedrukt om te informeren naar signora Anna Bergerotti (ca. 1630-1700), een operazangeres die hij in Parijs had leren kennen en met wie hij sindsdien correspondeerde.

[…]

Reizigers hadden oog voor vernieuwende theatertechnieken in het buitenland. […] De Ridder van Groenesteijn, die in Milaan in de zomer van 1666 meerdere keren het hertogelijke theater in het Palazzo Reale bezocht, had aandacht voor de diverse toneelmachinerieën die het Italiaanse toneel rijk was.

Hij zag een opvoering van Pietro Andrea Ziani’s Annibale in Capua, waar het niet alleen vermeldenswaardig was dat de balkons ‘bloncken van juweelen’ van de rijke toeschouwers maar ook dat ‘diverse schoone prospectiven’ en ‘diverse schoone machines’ werden ingezet.

In Venetië kwam Johannes Lieshoud in 1652 voor de eerste keer in aanraking met een levensechte toneelmechanica in de vorm van beweegbare decors, zinkluiken en een klein arsenaal aan katrollen, dat acteurs boven de planken liet zweven.

Op uitnodiging van een ander – Lieshoud was als zoon van een Amsterdamse boekbinder niet verzekerd van toegang – bezocht hij het Venetiaanse theater in het doorluchtige gezelschap van Carlo III Gonzaga (1629-1665), hertog van Mantua, en diens echtgenote Isabella Clara van Habsburg (1629-1685).

Daar zag hij een spel vol kunst- en vliegwerk: ‘Den 16 dito [mei] hebbe hier een comedie sien spelen. Dit geschieden voor den hertog van Mantua en Tirol. Het was een groote gonst dat wy daar in quamen want met gelt was daar niet te doen.

Dese plaats was by naa even als het schouwburg te Amsterdam dog was langer maar soo breet niet. Het was een heerlyk werck. Het toneel wiert wel 20 maal verandert, dat al sonder de voorste tapyten toe te doen en het veranderen geschieden in een ogenblick.

Het eerste toneel was een zee casteel met veel galyen. Op dit water quam een boot aanroeyen. Het tweede was een perspecktief vane en galdery die scheen meer als een uer lang te syn.

Hiernaar een tuijn van de selfde lengte. Hierna een bosch, daar naar een turcks palys met wel 2000 beelden. Hiernaar een palys. Hierna een kamer met stoelen en banken en andere versierselen. Hier naar een drie dubbelde galdery en veel andere dingen meer.

Als het toneel veranderde soo verandere het verhemelte van gelyke. Daar werden drie persoonen seer aardig omhoog getrocken, andere daalde weder, andere neer op draken. Ook quamen der vier paarden en vier buffels en vier luypaarden dansen.

Op dese comedie wiert niet gesproken maar altyt gesongen. Ik hebben van veel reysigers die overal geweest waren verstaan dat sy nooyt diergelyk gesien hadden.’

Voor Lieshoud was het Venetiaanse toneel volledig nieuw. Het was de eerste keer dat hij kennismaakte met de Italiaanse opera, een begrip dat hij overigens pas maanden later op zijn reis voor het eerst bezigde.’

Duik in meer prachtige observaties uit reisjournalen in

Gemaakt op reis | Alan Moss | ISBN 9789464550047 | € 45,- | uitgeverij Verloren | bestel Gemaakt op reis bij je lokale boekhandel of via deze link bij bol.com

Ontdek onze digitale reisgidsen voor nóg meer tips

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *