Download gratis de Ciao tutti app!

Een tijdloze liefde – de nieuwste roman van Santa Montefiore

In haar nieuwste roman Een tijdloze liefde deelt Santa Montefiore een prachtig verhaal over de vele vormen van liefde – maar vooral over die ene, ware, eeuwigdurende amore… Namens uitgeverij Boekerij mogen we alvast een fragment uit dit boek delen.

Een tijdloze liefde

Evelina groeit in het Noord-Italië van de jaren dertig op, als de jongste dochter van de familie Pierangelini. Ze is verliefd op Ezra Zanotti, de muzikaal getalenteerde zoon van een joodse stoffenhandelaar.

Tussen de twee ontluikt een geheime romance, maar als Mussolini in 1939  een verbond sluit met Hitler komt hun toekomst op losse schroeven te staan.

Als overtuigd patriot denkt Ezra’s vader dat de nazi’s hem en zijn familie met rust zullen laten maar ze worden allemaal gevangengenomen. Als niemand van hen na de oorlog terugkomt, vertrekt Evelina met een gebroken hart naar Amerika.

Evelina weet dat ze Ezra nooit zal kunnen vergeten, maar vastberaden om ondanks alles toch weer gelukkig te worden slaagt ze erin een nieuw bestaan op te bouwen en opnieuw de liefde te vinden. Maar dan, op een regenachtige dag in oktober 1959, wordt de grond onder dat nieuwe bestaan weggeslagen.

Lees alvast een fragment

Noord-Italië, juli 1934
‘Evelina snoof genietend de geur van rozemarijn op. De struiken met hun altijd groene naalden en paarse bloemetjes groeiden overal rond de villa. Het landgoed was een waar bloemenparadijs.

Er stonden reusachtige terracotta potten met bougainville, tijm woekerde welig, er groeide oleander in alle denkbare kleuren, en de jasmijn die de kalkstenen muren bedekte, parfumeerde de kamers met zijn verrukkelijke aroma.

Maar de geur die het landgoed karakteriseerde, was die van rozemarijn. Houtachtig, rijk en zwoel, prikkelend. Voor de zeventienjarige Evelina was het de geur van thuis.

Met het takje nog tussen haar vingers haastte ze zich de tuin door naar de zestiende-eeuwse villa. Het huis bood een majestueuze aanblik, maar het oogde ook vermoeid door het vele achterstallige onderhoud. Onderhoud waarvoor Evelina’s vader niet het geld had. Of waarvan hij de noodzaak weigerde in te zien.

Gaetano Pierangelini, die door iedereen Tani werd genoemd, was schrijver en leidde een kluizenaarsbestaan; hij was meer geïnteresseerd in het geschreven woord dan in de zorg voor zijn huis. Tani sleet het merendeel van zijn dagen in zijn studeerkamer.

In driedelig pak en met een onafscheidelijke sigaret tussen zijn lippen werkte hij aan zijn literaire romans. Boeken waarvan het schrijven hem jaren kostte, maar die nauwelijks geld in het laatje brachten. Zelf hechtte hij meer waarde aan de prijzen die hij ermee won en aan het respect dat zijn werk hem opleverde, dan aan materiële zaken.

Artemisia daarentegen, zijn twaalf jaar jongere vrouw, omringde zich met kunst en andere mooie spullen die ze verzamelde met de gretigheid van een ekster. Als beeldschone bohemienne kon ze het niet laten ook haar wereld te vullen met schoonheid, alsof de villa een verlengstuk was van haarzelf. Daarbij liet ze zich niet ontmoedigen door de sjofele staat waarin het huis verkeerde.

Integendeel, daarin zag ze een uitdaging, ervan overtuigd dat niemand die met zo veel flair en creativiteit het hoofd zou weten te bieden als zij dat kon. Scheuren in de muren bedekte ze met wandkleden, de kaal gesleten tegelvloer verborg ze onder Perzische tapijten, en alle andere onvolkomenheden camoufleerde ze met weelderige boeketten, met grote planten in fraaie potten en met de talloze schilderijen en marmeren bustes die ze in de loop der jaren had verzameld.

Ze had er niet alleen kijk op, ze had bovendien een neus voor koopjes en kwaliteit. Stukken die ze voor een spotprijs op de kop had weten te tikken, bleken soms werken van grote meesters te zijn. Of in elk geval van kunstenaars van naam en faam.

Het was aan die aankopen te danken dat Villa L’Ambrosiana en haar bewoners zich staande wisten te houden en dat Tani zich aan zijn grote liefde kon wijden zonder zich zorgen te hoeven maken over geld.

Artemisia mocht zich gelukkig prijzen met de betoverende, zestiende-eeuwse grandeur die de villa nog altijd uitstraalde. Daaraan kon zelfs het achterstallige onderhoud geen afbreuk doen.

De fresco’s met allegorische en landelijke taferelen waren weliswaar door vocht aangetast en zouden dringend gerestaureerd moeten worden, maar ze hadden hun delicate schoonheid behouden. De vertrekken met hun hoge plafonds en grote ramen waren harmonieus van afmetingen, met elkaar verbonden door dubbele deuren omlijst door roze marmer en trompe-l’oeils.

De villa bezat een lome charme, een stille waakzaamheid, alsof bewoners en bezoekers er slechts te gast waren maar er niet echt deel van uitmaakten; alsof ze vluchtige passanten waren wier kleine drama’s, die voor hén wereldschokkend leken, uiteindelijk als onbeduidend in de vergetelheid zouden raken.

Generaties kwamen en gingen, maar de muren getuigden onveranderlijk van de kortstondigheid en de broosheid van het leven, zonder de zin van dat leven te doorgronden, want wat wisten muren van wat het hart bewoog? Wat wisten muren van de liefde die van alle tijden is?

Evelina danste de treden op naar het brede terras aan de achterkant van de villa. Tussen reusachtige potten met citroenbomen liep ze via de openslaande deuren het huis binnen. Daar was het aangenaam koel. Uit de muziekkamer drongen pianoklanken tot haar door. Benedetta, haar oudere zus, zat te spelen.

Vanboven klonk gegil. Dat was Bruno, haar kleine broertje. Blijkbaar was hij op zijn kamer met de hond aan het stoeien. Op de overloop werd gezongen. Het was Bruno’s kindermeisje, Romina, die de was opvouwde.

In het koele hart van de villa deden Nonna Pierangelini, Evelina’s grootmoeder, en Costanza, Nonna’s vrijgezelle zus, hun middagdutje. Na een uitgebreide lunch hadden ze zich teruggetrokken, loom van de hitte en moe van het kaarten, waarbij ze zoals altijd de ene sigaret met de andere hadden aangestoken.

Evelina liep van kamer naar kamer naar de voorkant van de villa, waar ze op de treden ging staan en vol verwachting de oprijlaan af tuurde. De vijver glinsterde in de zon. De fontein in het midden, in de vorm van een Venusfiguur, deed het al jaren niet meer en was bedekt met mos en aanslag.

Aan weerskanten van de oprijlaan stond een sokkel met daarop een naakte man in contrapost, uitgevoerd in marmer, omringd door potten met paarse bougainville en slordig gesnoeide taxusbollen.

Na lang wachten ontdekte Evelina aan het eind van de cipressenlaan een paard-en-wagen. Het tweewielige rijtuigje met daarin signora Ferraro kwam in de schaduwen van de bomen langzaam dichterbij.

Opgewonden wiebelde Evelina van de ene voet op de andere, totdat ze het gezicht van haar schilderlerares kon onderscheiden. Ze stak haar hand op en zwaaide uitbundig. Fioruccia Ferraro zwaaide lachend terug; de linten van haar hoed dansten in de wind.

De schilderlessen waren voor Evelina het hoogtepunt van de week. Want ze hield van schilderen, en ze hield van signora Ferraro. De jonge lerares was grappig en straalde een en al warmte en hartelijkheid uit. Iets wat Evelina miste bij haar narcistische moeder, die nauwelijks oog voor haar had. Vandaar dat ze genoot van de uren met signora Ferraro.

De tuinen van Villa L’Ambrosiana boden volop inspiratie om te tekenen en te schilderen. Behalve de planten, de bomen, de struiken en de bloemen, waren er bustes en beelden, stenen bogen, met mos begroeide grotten, fonteinen en zuilengangen, en natuurlijk de fraaie kas waarin Nonna Pierangelini haar tomaten kweekte.

Bovendien stond er, verborgen tussen de pijnbomen, een neogotische kapel waar de bewoners in vroeger tijden hun geloof hadden beleden, maar waar nu de elementen vrij spel hadden, en niet te vergeten Bruno en zijn vriendjes. Het was een heerlijke plek om verstoppertje te spelen en geheime bijeenkomsten te houden.

Evelina en haar lerares zetten hun kruk bij een beeld van een mollige harpspelende cherubijn en gingen aan het werk. Het was stil in deze verre uithoek van het landgoed, tussen eeuwenoude bomen en marmeren beelden van reeds lang vergeten voorouders.

De hitte drong zelfs tot in de schaduwen door. Signora Ferraro had haar hoed afgezet, haar lange donkere krullen vielen tot over haar schouders. Ze droeg een witte jurk met een enigszins verbleekte roze ceintuur.

Haar sjaal, met roze en gele bloemetjes en versierd met kwastjes, had ze afgedaan. Ze had scherp afgetekende jukbeenderen, een volle, gevoelige mond en donkere, amandelvormige ogen, omlijst door lange wimpers. Haar huid had de kleur van koffie met een flinke scheut melk.

Behalve haar ingetogen schoonheid bezat ze een groot artistiek talent. Niemand was voor Evelina zo’n bron van inspiratie als signora Ferraro, en ze droomde ervan later net zo te worden als zij.’

Lees verder in

Een tijdloze liefde | Santa Montefiore | vertaald door Erica Feberwee | ISBN 9789022583753 | € 20,99 | uitgeverij Boekerij | bestel Een tijdloze liefde via je lokale boekhandel of via deze link bij bol.com

Zin in nog meer Italiaanse boeken van Santa Montefiore? Lees dan ook Onder de Italiaanse zon, Villa Magdalena en Valentina’s laatste reis.

Schrijf je (gratis) in voor de Ciao tutti nieuwsbrief

2 reacties

  1. Lijkt me een superleuk boek!

  2. Altijd heel mooi hoe beeldend deze schrijfster de omgeving en personen beschrijft, alsof je er zelf bent, heerlijk!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *