Ga op pad met onze City Walks!

Dood aan de Arno

‘Pas na vier dagen kwam er iemand aan zijn deur. Na vier lange stille dagen in het steeds valer wordende licht van een ongewoon milde novembermaand, die Sandro meer dan genoeg tijd gaven om uit te maken of de twee kamers die Luisa voor hem had gevonden als kantoor, hem bevielen. Als hij al niet bezig was te bedenken wat hij daarin eigenlijk zou moeten gaan doen.

Sandro had niet gedacht dat hij met zijn eerste klus meteen in het diepe gegooid zou worden. Hij had zich voorgesteld dat hij zich rustig zou kunnen inwerken. Maar zo zit de wereld niet in elkaar. Dat het leven je meestal niet eerst even komt waarschuwen, had hij al eerder kunnen weten.

De kamers die Luisa had gevonden waren op de tweede etage, vierkant, licht en eenvoudig, in een rustige straat bij de Piazza Tasso in de wijk San Frediano. Via del Leone, heette de straat. Op de hoek was een glazen schrijn met een Mariabeeldje ingemetseld waarin altijd minstens vier kaarsjes brandden: het merkteken van een godvrezend buurtje. Of, als je het op een andere manier wilde zien, bijgelovig. Sandro Cellini zat daar ergens tussenin. Katholiek opgevoed uiteraard, maar door dertig jaar politiewerk een rationalist. Het resultaat was dat hij zich er niet toe kon brengen om meer dan een paar keer per jaar naar de kerk te gaan, met Pasen, en als er een kind gedoopt werd. Maar die schrijn beviel hem toch. En waar God was, waren oude dametjes. Toen hij nog bij de politie werkte – met dat ‘toen’ had hij nog steeds moeite – had Sandro heel wat oude dametjes bereid gevonden tot zowel het geven van gedetailleerde ooggetuigenverklaringen als het ontsteken van kaarsjes om goddelijk ingrijpen af te smeken.

De gebouwen in de Via del Leone waren bescheiden, niet meer dan drie verdiepingen hoog. Daardoor was de straat zelf zonniger, en ook minder lawaaierig dan de buurt waarin hij woonde. Hier was de akoestiek wat milder voor het oor, als ’s morgens de eerste scootertjes op weg naar het centrum voorbijknetterden. Aangezien hij geboren en getogen was ten noorden van de rivier, in Santa Croce, een wijk met drukke, smalle straten waarin de zon niet wist door te dringen, betwijfelde hij toen hij op zijn eerste dag van achter zijn raam de straat in stond te kijken of hij er ooit aan zou wennen.

Het was Florence, daarover kon geen misverstand bestaan, maar het was niet de stad waarin hij nu al achtenvijftig jaar elke ochtend was wakker geworden. Dat was een Florence waarin niet meer dan een flard blauwe hemel zichtbaar was en waarin de straten vanaf zeven uur ’s morgens uit hun voegen barstten van de herrie. Een kakofonische opera samengesteld uit het gekletter van vuilniscontainers die worden geleegd, het gegier van de remmen van stadsbussen, het geraas van taxi’s, en de eerste groepen toeristen die ’s morgens op de hoek door hun gids luidkeels in het Spaans of Duits worden geïnformeerd over de plek waar Dante werd geboren of Galileo begraven.’

Sandro Cellini, een voormalig rechercheur van midden vijftig, is op aanraden van zijn vrouw Luisa een detectivebureautje begonnen. Op een regenachtige ochtend in november meldt zijn eerste klant zich: de treurende weduwe van een bejaarde architect. De vrouw gelooft niet dat haar man zelfmoord heeft gepleegd, zoals de politie denkt. Voor Sandro lijdt het echter geen twijfel dat deze Claudio Gentileschi, die zijn hele leven last had van depressies, zelfmoord heeft gepleegd door zich te verdrinken in de Arno. Maar wanneer hij in de stromende regen de laatste uren van de oude man probeert te reconstrueren, stuit Sandro op onverklaarbare zaken. Wanneer dan ook nog eens een jonge Engelse studente wordt vermist, lijkt de zaak er alleen maar complexer op te worden. Sandro bijt zich vast in het onderzoek. Terwijl het water van de Arno steeds verder stijgt en er gevreesd wordt voor een rampzalige overstroming, neemt zijn onderzoek een nieuwe en grimmige wending en begint een race tegen de klok – en tegen het wassende water.

Christobel Kent, de schrijfster van Dood aan de Arno, woonde een tijdlang in Italië, maar woont nu met haar man en vier kinderen in Cambridge. Eerder schreef ze Voorjaar in Florence, Een Italiaanse zomer, Ontmoeting op de Ponte Vecchio en Najaar in Toscane. Genoeg leesvoer om weken in Florence te vertoeven!

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *