Duik in Ciao tutti's puzzelboekjes over Italië!

Lees De stof in haar handen & reis mee naar Sardinië

Tijdens onze Zomerlezen Zesdaagse tippen we elke dag een nieuw boek, perfect voor in de koffer maar net zo heerlijk om thuis bij weg te dromen en te genieten van Italiaanse sferen. Vandaag delen we een fragment uit het nieuwe boek De stof in haar handen van Bianca Pitzorno, dat zich afspeelt op Sardinië.

Begin twintigste eeuw is het op Sardinië nog meer dan normaal dat alle kledingstukken op maat gemaakt worden. Een meisje leert alle kneepjes van het vak van haar grootmoeder: van zomen tot het aanbrengen van veters en knoopsgaten. Daarna begint ze als naaister aan huis te werken om zo haar eigen geld te verdienen. Haar naaimachine is haar weg naar vrijheid.

In elk huis, tijdens het opmeten, het knippen, het naaien, luistert ze naar de verhalen van eigengereide vrouwen om haar heen: de eigenzinnige Esther, die paardrijdt als een man en natuurkunde studeert, de vrijgevochten Amerikaanse Lily Rose die een pistool in haar korset verstopt en de hebzuchtige zussen Provera. Zal ze ooit net zo vrij zijn?

Een fragment
‘Ik was zeven toen mijn oma de eenvoudigste afwerking van de kledingstukken die ze thuis voor haar klanten naaide aan mij overliet, in de periodes dat ze geen aanvragen kreeg om op hun eigen adres te komen werken. Van onze familie waren alleen wij tweeën nog overgebleven na de cholera-epidemie, die zonder voorkeur voor geslacht mijn ouders, mijn broertjes en zusjes en alle andere kinderen en kleinkinderen van mijn oma had weggenomen, dus al mijn ooms en tantes en mijn neven en nichten. Hoe wij tweeën de dans ontsprongen is me nog steeds een raadsel.

We waren arm, maar dat waren we voor de epidemie ook al geweest. Onze familie had nooit enige bezittingen gehad, afgezien van de kracht van de mannenarmen en de vaardigheid van de vrouwenvingers. Mijn oma en haar dochters en schoondochters stonden in de stad bekend om hun bekwaamheid en precisie op het gebied van naaien en borduren, en om de eerlijkheid, reinheid en betrouwbaarheid die ze tentoonspreidden bij het huishoudelijk werk in de herenhuizen.

Daar werkten ze met een zekere gratie als dienstmeisje en bekommerden zich om de garderobe. Bovendien waren het vrijwel allemaal goede kokkinnen. De mannen werkten overdag als metselaar, kruier of tuinman. Er waren in onze stad nog maar weinig industrieën waarin ze fabrieksarbeiders nodig hadden, maar bij de brouwerij, de olijvenperserij en de molen zochten ze vaak niet-gespecialiseerde hulpkrachten, evenals bij de eeuwige graafwerkzaamheden voor het aquaduct.

Voor zover ik me herinner, hebben we nooit honger geleden, al moesten we wel vaak verhuizen en in schuurtjes of kelders in het historische centrum bivakkeren wanneer we de huur niet konden opbrengen van ons uiterst bescheiden appartementje, het type woning waarin mensen van onze stand woonden.

Toen wij alleen achterbleven, was ik vijf en mijn oma tweeënvijftig. Ze was nog sterk en zou in haar levensonderhoud kunnen voorzien door weer voltijds in dienst te treden bij een van de families waar ze had gewerkt toen ze jong was en waar ze goede herinneringen aan had. Maar bij geen daarvan zou ze mij bij zich kunnen houden, en ze wilde me niet in zo’n weeshuis bij de nonnen stoppen, die er wel waren in de stad, maar die een vreselijk slechte naam hadden. Ook als ze maar halve diensten zou draaien, zou ze niet weten waar ze mij overdag onder moest brengen.

Dus wedde ze met zichzelf dat ze ons allebei zou kunnen onderhouden met slechts haar naaiwerk, en dat lukte haar zo goed dat ik me niet kan herinneren dat ik in die jaren ooit iets tekort ben gekomen. We woonden in twee kamertjes in het souterrain van een herenhuis, in een nauw keienstraatje in het historische centrum, waar we de huur in natura betaalden met de dagelijkse schoonmaak van de hal en het trappenhuis tot aan de vierde verdieping.

Daar was mijn oma elke ochtend tweeënhalf uur mee bezig; ze stond in het donker op, en pas nadat ze de emmers, de dweilen en de bezem had opgeruimd, begon ze aan haar naaiwerk. Ze had een van de twee kamertjes zo keurig netjes ingericht dat ze er haar klanten kon ontvangen, die bestellingen kwamen doorgeven en soms de kleding die ze maakte kwamen passen, al ging zij vrijwel altijd naar hen toe met de geregen kleren over haar arm, die ter bescherming in een laken gewikkeld waren waar ze ook het speldenkussen aan had bevestigd, terwijl er een schaar aan een lint op haar borst bungelde.

Bij zulke gelegenheden nam ze mij mee, nadat ze me duizend keer had gewaarschuwd dat ik rustig in een hoekje moest gaan zitten. Dat deed ze omdat ze niet wist waar ze me moest laten, maar ook omdat ik door naar haar te kijken iets zou opsteken.

Mijn oma’s specialiteit was linnengoed: complete uitrustingen voor het huis – lakens, tafellakens en gordijnen – maar ook mannen- en vrouwenoverhemden, ondergoed en babyuitzetten. In die tijd waren er maar een paar luxe winkels waar dergelijke kledingstukken kant-en-klaar werden verkocht. Onze grote rivalen op dit gebied waren de karmelieter nonnen, die vooral heel goed waren in borduren.

Maar mijn oma kon ook dagelijkse kleding en avondkleding maken, en jassen en mantels. Allemaal voor vrouwen. En voor kinderen natuurlijk, als ze de maat aanpaste. Ik ging dan ook altijd schoon en netjes gekleed, in tegenstelling tot de andere straatschoffies. Toch werd zij, ondanks haar leeftijd, beschouwd als een ‘naaistertje’ waar je alleen naartoe ging voor simpele, alledaagse dingen.

Er waren in de stad twee belangrijke naaisters, die elkaar beconcurreerden en de rijkste, meest modieuze dames bedienden, en die hadden allebei een atelier en verschillende medewerkers. Ze kregen patronenboeken uit de stad, en in sommige gevallen ook stoffen. Het kostte een fortuin om bij hen een jurk te laten maken. Van dat bedrag zouden mijn oma en ik twee jaar lang riant kunnen leven, en misschien nog wel langer.

Dan was er nog de familie van advocaat Provera, die de baljurken en de feestkleding voor zijn vrouw en twee dochters helemaal uit Parijs liet komen. Echt heel extravagant, want het was algemeen bekend dat advocaat Provera, ook waar het zijn eigen garderobe betrof, verder een echte gierigaard was, al had hij een van de grootste vermogens van de hele stad. ‘Hoe rijker, hoe gekker,’ verzuchtte mijn oma, die als meisje had gewerkt voor de ouders van zijn echtgenote, eveneens schatrijke huiseigenaren.

Ze hadden hun enige dochter Teresa voor haar huwelijk voorzien van een enorme uitzet, die een Amerikaanse erfgename niet zou misstaan, ook weer uit Parijs, en ze hadden haar daarbovenop nog een vorstelijke bruidsschat meegegeven. Maar hun schoonzoon was blijkbaar alleen bereid geld neer te tellen voor de elegantie van zijn vrouwen, niet die van hemzelf.

Zoals alle heren maakte de advocaat voor zijn eigen kleding gebruik van een herenkleermaker, maar het beroep van kleermaker was heel iets anders dan het onze: andere stoffen, andere snit, andere naaitechnieken, andere regels voor het leerlingschap. Geen vrouw werd ooit in de leer genomen, misschien omdat men te preuts was om toe te staan dat wij een mannenlijf zouden aanraken om de maat te nemen, ik weet het niet, maar zo was de eeuwenoude traditie. Twee volkomen gescheiden werelden.’

Lees verder in

De stof in haar handen | Bianca Pitzorno | vertaald door Saskia Peterzon-Kotte | ISBN 9789056726553 | € 21,99 | uitgeverij Signatuur | bestel De stof in haar handen via deze link bij bol.com (ook verkrijgbaar als e-book)

Wil je het boek liever in het Italiaans lezen? Bestel dan via deze link het e-book Il sogno della macchina da cucire (De droom van de naaimachine).

Steun Ciao tutti & onze Italiaanse partners

5 reacties

  1. Mijn droom is mijn Amica stretta mee te nemen naar bella italia en te dwalen door Toscane , en dan naar beneden af te dalen naar verdere prachtige delen van ons geliefde italia!
    Mijn Amica is slechts 51 jaar en heeft in mei haar liefde van haar leven verloren aan een ongeneeslijke ziekte, haar zoons zijn hun zo dierbare en onmisbare vader verloren. Ik zei kort geleden tegen mijn Amica in haar ontroostbare verdriet , konden we maar saampjes zo 3 maanden reizen door Italië , ohhh zei ze dat zou ik echt graag willen maar dat kan niet want wij zijn gezegend met dierbare kinderen en familie , wij kunnen hun niet in de steek laten ! Italië was ook hun favoriete vakantie bestemming!
    Dus blijft het een droom maar daar kun je toch soms even een momentje je zelf in verstoppen zeker mijn Liefste Amica stretta , die in zo ongelofelijk moeilijke tijd van haar leven zit wat je alleen kunt begrijpen als het je overkomt , zij moet accepteren zonder haar liefde van haar leven door te gaan en proberen van la vita weer enigszins een dolce vita te maken al is het maar een fractie dolce Ik en al haar dierbare vrienden zullen haar daarbij helpen en ook onze droom zal haar soms even een momentje afleiden van haar grote verdriet !

  2. Marion van Ratingen

    In mijn dromen van Italië droom ik van een huisje in Puglia, dichtbij zee en olijvengaarden. Waar ik temidden van de mooie natuur de sfeer van de Italiaanse cultuur kan opsnuiven en lekker kan tekenen op een pleintje of in een haventje van wat Italië te bieden heeft. Wanneer ik dan ook nog mijn pasta kan verdienen met het stylen van masseria’s en vakantiehuisjes in een sfeervolle, mix van Italiaanse stijl en mijn stijl, maak je me helemaal gelukkig!

  3. Cornelis Annemie

    Mooie prijzen!!!

  4. Patrick Mertens

    Super, doe heel graag mee!!

  5. Cornelis Annemie

    Mooi boek, doe heel graag mee!!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *