Ga op pad met onze City Walks!

De schoonheid en de hel

De schoonheid en de hel, dat is de titel van het meest recente boek van Roberto Saviano, de auteur van Gomorra, waarvan wereldwijd miljoenen exemplaren werden verkocht en waarmee Saviano belangrijke prijzen in de wacht sleepte. De schoonheid en de hel is tegelijkertijd ook de typering van het leven dat Saviano na het verschijnen van Gomorra leidt. Sinds 26 oktober 2006 zit Saviano namelijk continu ondergedoken. Hij reist van hotelkamer naar hotelkamer, met af en toe een tussenstop voor een nachtje op het bureau van de carabinieri of in een donkere eenpersoonskamer in een afgelegen straatje.

Zelf schrijft hij hierover in de inleiding van De schoonheid en de hel: ‘Schrijven was voor mij de enige manier om te kunnen bestaan. Verslagen en reportages. Verhalen en hoofdartikelen. Werk dat voor mij niet alleen werk betekende. Het was mijn leven. Maar als iemand hoopte dat de hachelijke situatie waarin ik noodgedwongen leef me ertoe zou kunnen verleiden mijn woorden weg te stoppen, dan had hij het mis. Ik heb ze niet weggestopt, ik heb ze niet verloren. Al heb ik daarvoor moeten strijden, dagelijks, in stilte, hard tegen hard, een schaduwstrijd. Schrijven, mijn woorden niet verbergen, betekende dat ik mezelf niet verloor. Me niet gewonnen gaf. Niet wanhopig werd.
Ik schreef vanuit misschien wel tien verschillende huizen, nergens woonde ik langer dan een paar maanden. Huizen, klein of piepklein, en allemaal, echt stuk voor stuk, verdomd donker.’

Wie te diep in de wereld van de maffia graaft, moet daarvoor een hoge tol betalen, dat moet Saviano nog elke dag aan den lijve ondervinden. Dat hij van tevoren wist wat de consequenties waren, doet geen afbreuk aan de beperkingen die hij zichzelf heeft opgelegd door de verhalen van de camorra te publiceren. Saviano doet gedetailleerd verslag van de ondergang van Napels onder de heerschappij van de camorra. Hij legt zowel de economische als de militaristische werkwijze van Het Systeem (zoals de camorra wordt genoemd) bloot, hij onthult hoe de bevolking wordt geronseld, ingezet en omgekocht, en door wie. Hij durft het aan de grote en kleinere maffiabazen met naam en toenaam te noemen.

Hiermee heeft hij de camorra tegen zich in het harnas gejaagd. Saviano ontving dreigbrieven en zwijgende telefoontjes. Collega-schrijvers namen het voor hem op. Onder leiding van Massimo Carlotto en Giancarlo De Cataldo werden handtekeningen verzameld. Ook werd er een manifest opgesteld: ‘[…] ze houden je stil, creëren wantrouwen om je heen, brengen je in diskrediet, beledigen je, verwijderen iedereen uit je leven. Door angst te zaaien, creëren ze een woestijn om je heen. En dus moeten er andere stemmen klinken.’ Op 15 oktober 2006 riep Umberto Eco de regering op Saviano niet alleen te laten, ‘zoals we bij Falcone en Borsellino hebben gedaan. Een beroep op de solidariteit van schrijvers heeft nu geen zin. Hier is een interventie van de staat nodig. We weten waar de bedreigingen vandaan komen. De voor- en achternamen van degenen die ze uiten, zijn bekend.’ De minister van Binnenlandse Zaken trok zich Saviano’s geval persoonlijk aan en niet lang daarna kreeg de schrijver dag en nacht bewaking.

Als eerbetoon voor alle mensen die hem zijn blijven steunen, die in hem zijn blijven geloven, bewerkte Saviano eerder opgetekende verhalen over de camorra tot een verbijsterend relaas over de schoonheid en de hel. Tussen deze twee tegenpolen strekt zich het krachtenveld uit waarop Saviano zich begeeft, het krachtenveld dat verantwoordelijk is voor zijn visie op het leven, het werk en de kunst. Of Roberto Saviano nu de jongen is die zijn eerste, al volwassen schreden zet in de wereld van de literatuur en het antimaffiaverzet, of de succesvolle schrijver die samen met Salman Rushdie wordt uitgenodigd door de Nobel Academie in Stockholm, of omarmd door de slachtoffers van de aardbeving in de Abruzzen, hij blijft altijd zichzelf.

In De schoonheid en de hel getuigt hij van de zekerheid dat ‘de waarheid, ondanks alles, bestaat’, als hij vertelt over voetbalheld Lionel Messi, die de allergrootste overwinning heeft behaald, namelijk die op zijn eigen lichaam, maar ook als hij het verhaal van Anna Politkovskaja optekent, die werd vermoord omdat er geen andere manier was om haar het zwijgen op te leggen. Hij strijdt voor de waarheid als hij schrijft over de boksers uit Marcianise (een plaatsje in Campanië), over Enzo Biagi, die hem interviewde tijdens diens laatste uitzending, en over Felicia, de moeder van antimaffia-activist Peppino Impastato, die twintig jaar lang de moordenaar van haar zoon in de ogen heeft moeten kijken voordat ze gerechtigheid kreeg. Saviano schrijft over en strijdt voor hen en voor talloze andere mensen die hij tegenkwam in zijn turbulente leven, op de pagina’s van de boeken, rapporten en documenten die hij las. Pagina voor pagina zet Saviano zijn vertrouwen kracht bij.

Zoals hij het zelf verwoordt: ‘De titel van dit boek betekent iets heel eenvoudigs. Ik wil ermee zeggen dat aan de ene kant de nodige vrijheid en schoonheid voor wie schrijft en leeft echt bestaan; aan de andere kant bestaat het tegenovergestelde, de ontkenning ervan ook: de hel die alsmaar de boventoon lijkt te voeren. In een van zijn belangrijkste werken, L’homme révolté, vertelt Albert Camus, een van mijn favoriete schrijvers, het volgende verhaal. Hij heeft het over een Duitse onderluitenant die in Siberië is beland, in een kamp waar kou en honger heersten en die ‘met houten toetsen zelf een stille piano had gebouwd. Daar, in de steeds ellendiger misère, te midden van haveloze troep, componeerde hij een vreemd muziekstuk dat alleen hijzelf horen kon. Zo zullen mysterieuze melodieën en wrede beelden van vervlogen schoonheid, vanuit de hel waar ze in gesmeten zijn, ons voor altijd de echo brengen van die harmonieuze opstand die door de eeuwen heen getuigt van de menselijke grootsheid.’ Direct aansluitend voegt hij een kort zinnetje toe dat hijzelf schijnbaar niet zo belangrijk vindt, maar dat dat voor mij wel geworden is. Ook omdat het me doet denken aan de onvergetelijke woorden van Giovanni Falcone, die ooit zei dat de maffia een menselijk fenomeen is en dat het zoals alle menselijke fenomenen een begin kent en dus ook een einde. En om Camus nog eens aan te halen: ‘Maar de hel kent slechts één tijd, op een dag zal het leven opnieuw beginnen.’ Dat is wat ook ik geloof, hoop, wil en wens.’

Voor wie meer wil lezen: naast De schoonheid en de hel en Gomorra schreef Roberto Saviano Het tegenovergestelde van dood.

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *