Ga op pad met onze City Walks!

De geboorte van Venus

Florence, 1528. Het is de tijd van de De’ Medici, overdadige luxe, verblindende kunst en seksuele uitspattingen. Maar ook de tijd van de hellepreken van de religieuze fanaticus Savonarola en de toenemende macht van de weelde- en nachtpolitie.

De vader van de jonge Alessandra, een rijke stoffenhandelaar, besluit een schilder in huis te nemen om de familiekapel in het palazzo te beschilderen. Een belangrijk moment, dat bepalend zal zijn voor de toekomst van Alessandra, die in het geheim haar hart verpand heeft aan de schilderkunst. Volgens familiegewoonte wordt zij uitgehuwelijkt. Zij trouwt met Cristoforo, de beste vriend van haar broer Tomaso. Maar tijdens het huwelijk blijkt dat Cristoforo een relatie met haar broer onderhoudt.

Ondanks de schok en het gevoel bedrogen te zijn door haar familie besluit zij toch bij hem te blijven. De onverwachte vrijheid die haar als getrouwde vrouw ten deel valt, grijpt zij met beide handen aan. Ze pakt haar oude passie, het schilderen, weer op en ontmoet opnieuw de jonge schilder uit haar jeugd, Michelangelo. Er ontwikkelt zich een liefdesrelatie die dramatische gevolgen heeft…

De-geboorte-van-Venus
Een fragment:

‘Wanneer ik er nu op terugkijk, zie ik het eerder als trots dan als vriendelijkheid dat mijn vader dat voorjaar die jonge schilder mee terugbracht uit het noorden. De kapel in ons palazzo was niet zo lang daarvoor gereedgekomen, en al enige maanden was hij op zoek geweest naar het juiste paar handen voor de altaarfresco’s. Niet dat Florence zelf over onvoldoende schilders beschikte. De stad was vervuld van de geur van verf en van het krassen van inkt op de contracten. Het kwam voor dat je niet op straat kon lopen uit vrees in een of andere modderkuil van bouwwerken te vallen. Iedereen die geld bezat, wilde niets liever dan God en de republiek eren door mogelijkheden te creëren voor kunst. Wat ik zelfs nu al hoor beschrijven als een Gouden Eeuw was destijds gewoon de mode van die tijd. Maar ik was toen nog jong, en als tal van anderen begoocheld door al die feestelijkheid.

De kerken waren het mooist. God was aanwezig tot in het pleisterwerk dat op de muren werd aangebracht in afwachting van de fresco’s: vleesgeworden evangelieverhalen voor ieder met ogen om te zien. Alleen degenen die keken, zagen nog iets anders bovendien. Leven en dood van Onze Heer mogen zich dan hebben afgespeeld in Galilea, maar zijn leven werd herschapen in de stad Florence. De aartsengel Gabriël bracht Gods boodschap over aan Maria onder de bogen van een loggia van Brunelleschi, de Drie Koningen liepen vooraan bij processies door het Toscaanse landschap en de wonderen van Christus speelden zich af binnen de stadsmuren, de zondaars en de zieken in Florentijnse kleding en de groepen getuigen met bekende gezichten; een massa hoogwaardigheidsbekleders met onderkinnen en een dikke neus staarde vanaf de fresco’s neer op hun levende tegenhangers in de voorste banken.

Ik was bijna tien toen Domenico Ghirlandaio zijn fresco’s voor de familieTornabuoni in de middenkapel van de Santa Maria Novella voltooide. Dat kan ik me nog zo goed herinneren, omdat mijn moeder het me had opgedragen. ‘Dit moment moet je onthouden, Alessandra,’ zei ze. ‘Die schilderingen zullen onze stad grote roem bezorgen.’ En allen die ze zagen dachten dat eveneens.

Mijn vaders fortuin wolkte destijds omhoog in de stoom van de verfvaten in de achterstraatjes van Santa Croce. De geur van cochenille herinnert me nog steeds aan hem, wanneer hij terugkwam uit het pakhuis, met het stof van vermalen insecten uit verre landen diep in zijn kleding. Tegen de tijd dat de schilder bij ons kwam wonen, in 1492 – ik herinner me dat jaartal omdat Lorenzo de’ Medici dat voorjaar gestorven was – had de Florentijnse voorkeur voor flamboyant gekleurde lakense stoffen ons rijk gemaakt.

Ons pas voltooide palazzo lag in het oosten van de stad, tussen de grote kathedraal van Santa Maria del Fiore en de kerk van Sant’ Ambrogio. Het telde drie etages, had twee binnenplaatsen, een eigen kleine, ommuurde tuin, en een ruimte voor mijn vaders bedrijf op de benedenverdieping. Ons wapen sierde de buitenmuren, en hoewel de goede smaak van mijn moeder een groot deel van de overdrijving die met nieuw geld gepaard gaat onder controle wist te houden, wisten we allemaal dat het slechts een kwestie van tijd was voordat ook wij zouden poseren voor onze eigen evangelieportretten, zij het ook dat die dan voor onze privé-kapel bestemd waren.’

Lees meer in

De-geboorte-van-Venus

De geboorte van Venus | Sarah Dunant | vertaald door Petra C. van der Eerden | ISBN 9789022960172 | € 10,00 |
uitgeverij Orlando | Bestel De geboorte van Venus via deze link bij bol.com

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Een reactie

  1. winactie: De geboorte van Venus

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *