Ga op pad met onze City Walks!

De binnenste cirkel – David Hewson

David Hewson komt met een nieuw deel in zijn spannende serie met Nic Costa: De binnenste cirkel. Dit keer moet Costa undercover om invloedrijke leiders en corrupte politiechefs te ontmaskeren.

Vanuit een onherbergzame streek in Italië stuurt een maffiabaas een geheime boodschap aan de president van het land. Hij wil zich aan de politie overgeven en zo een aantal hooggeplaatste criminelen verklikken, maar vooral ook invloedrijke politieke leiders en corrupte politiechefs ontmaskeren.

Niemand minder dan Nic Costa krijgt de taak om met een klein team naar de kuststreek van Calabrië af te reizen om op zoek te gaan naar deze anonieme man, een prominent lid van de ’Ndrangheta. Costa zal het vertrouwen van deze bende moeten winnen om zo toegang te krijgen tot de binnenste cirkel zodat hij de overloper naar Rome kan brengen. Als blijkt dat er in Rome mensen van zijn undercoveropdracht weten, is niemand zijn leven meer zeker – er is een verrader…

Een fragment uit De binnenste cirkel
Op een smoorhete nazomermiddag om drie uur zat Emmanuel Akindele achter de toog van de Zanzibar en gaf het dwergzijdeaapje Jackson zijn eerste straffe cocktail van die dag. De voorafgaande lente was Emmanuel als schriele, pezige, dertigjarige gered voor de kust van Lampedusa. Het had hem tweeduizend dollar gekost om de Libische mensensmokkelaars te betalen, vrijwel het complete vermogen van zijn familie, die in een krottenwijk in Lagos woonde. Hij had gevreesd het er niet levend af te brengen, maar toen was het Rode Kruis-schip verschenen dat hem uit zee had gehaald, een zee zo koud dat zijn gebeente van ijs had geleken.

In het ‘leven’ dat hij nu leidde bracht hij zijn tijd door met dit meelijwekkende, valse diertje, een miezerig hoopje botten en haar, amper zo groot als een kat. Een hulpeloos schepsel in een roestige metalen kooi dat het waarschijnlijk niet lang meer zou maken. Jackson stak steeds opnieuw een mager armpje tussen de tralies door met in zijn hand een groezelig shotglas. Een aan alcohol verslaafde aap. Emmanuel vroeg zich wel eens af of hij niet beter zijn eigen zintuigen kon afstompen in plaats van die van het dier.

Hij had Jackson geërfd toen de baas hem negen maanden geleden in de Zanzibar had neergezet omdat hij – zoals de bendeleden dat noemden – promotie had gemaakt na een tijdje goedkope namaakmerktassen te hebben verkocht aan toeristen op het strand van Locri. Het diertje maakte deel uit van het meubilair in het claustrofobische kroegje zonder ramen, evenals de Playboy-flipperkast, de prullerige schilderijen van Marilyn Monroe en de satelliet-tv met illegale smartcard voor het ontvangen van internationale sportzenders waarvoor je normaal gesproken moest betalen.

Hij had overwogen het aapje zijn vrijheid te schenken. De auto te pakken, de grauwe, naar alle kanten uitgroeiende stad achter zich te laten en een binnenweg te nemen naar de verlate heuvels die oprezen achter de kust. De spaarzame stukjes bruine, mistroostige vegetatie herinnerden hem aan het platteland thuis. Hij zag zich in gedachten de kooi al uit de kofferbak halen, waarna het broodmagere, zieke diertje weg zou strompelen, de dorre, kale voetheuvels van de Aspromonte in, de uitgestrekte bergformatie die in het puntje van de Italiaanse laars oprees als de gebochelde rug van een slapende reus.

Jackson zou binnen enkele uren het loodje leggen, hooguit na een dag. Wat in deze troosteloze wildernis niet zijn oorsprong had, overleefde het niet. Voor sommige dingen was de reis ernaartoe al te veel.

De mannen die hem in dienst hadden genomen – leden van de Calabrese maffia, de ’Ndrangheta – zagen het woeste gebied vol slangen, spinnen en, zo werd gezegd, zelfs wolven, als hun natuurlijke habitat. Het ergste wat je hier kon overkomen was als je gezegd werd dat je een ‘wandeling in de heuvels’ ging maken. Dan wist je zeker dat je niet meer terugkwam.

De maffia nam er zijn slachtoffers mee naartoe. Ze verborgen er de mannen en vrouwen die ze voor geld ontvoerden en sneden hen een vinger of een oor af als het nodig was om wat extra druk uit te oefenen. Zelfs leven in een kooi, smeken om een drankje en uitgelachen worden door het schorem dat de Zanzibar doorgaans bevolkte was beter dan achtergelaten worden in die woeste, onherbergzame uitgestrektheid van troosteloze rotsen en doornstruiken.

De bar was leeg, zoals meestal ’s middags rond deze tijd. De klanten kwamen pas om een uur of vijf, en ze bleven niet hangen als ze hun zaken hadden afgehandeld. Hij had bier en wijn en merkloze flessen sterke drank waarmee hij in een handomdraai goedkope cocktails kon maken. Er waren zelfs wat panini en verpakte kaas en vleeswaren uit de supermarkt voor het geval deze of gene trek zou krijgen. Niet dat dat er werkelijk toe deed.

De Zanzibar was een geheime handelsmarkt, en hij was de inschikkelijke gastheer. Hij hoefde alleen zijn klanten maar te bedienen, verder niets, en het was al helemaal niet de bedoeling dat hij naar ze luisterde, want dat zou wel eens levensgevaarlijk kunnen blijken.

Dit eenzame kroegje – een bedompte, omgebouwde opslagruimte in een achterafbuurtje van het uitwoekerende Reggio – deed dienst als illegale effectenbeurs waar soms deals van miljoenen dollars werden gesloten bij een paar glazen warme Negroni en met een handdruk. Op vijf minuten lopen over een smalle industrieweg bevond zich de haven, waar grote en kleine schepen, al dan niet legaal, kwamen en gingen via de Straat van Messina, langs Sicilië, om vervolgens Europa te verlaten.

Sommige voeren naar het oosten, naar de Balkan, Turkije en verder, en ze kwamen terug met narcotica, asielzoekers, vrouwen en goedkope arbeidskrachten voor de zwarte markt. Andere gingen naar het zuiden, naar Afrika, zíjn continent, dat, en dat zei hij regelmatig tegen zichzelf, dichter bij Reggio lag dan Rome. Voor zover hij dat kon beoordelen, kwamen die schepen met min of meer dezelfde zaken terug, maar alleen in een andere kleur en met een nóg perverser prijskaartje.

Soms vond de handelswaar zijn weg naar de Zanzibar. Hij vond dat geen prettig idee. De dope die in de voorraadkamer was verstopt kon hem een jarenlange gevangenisstraf opleveren, hoewel hij na de verkoop ervan geen cent van de opbrengst te zien kreeg. De mannen en vrouwen die hij soms moest verbergen… Hij was gewend geraakt aan de blik in hun ogen, een mengeling van angst en zelfhaat. Ze waren net als hij naïef en vertwijfeld, maar hoopvol aan de reis naar Europa begonnen, gewoon op zoek naar wat voor elk mens een recht zou moeten zijn: een enigszins respectabele manier om een fatsoenlijk bestaan op te bouwen.

Die droom eindigde in de achterbuurten van Reggio, waar de schellen hen uiteindelijk van de ogen vielen. De onmiskenbare angst in de gezichten van de vrouwen was het ergst. Ze gebruikten hen nooit om neptassen aan toeristen te verkopen of zakjes met dope af te leveren bij de dealers. Ze waren hier maar om één reden.

Hij haatte de Zanzibar en het groezelige kamertje erboven, dat niet eens een raam had en waar hij gedwongen was te wonen. Als hij weer thuis was – niet rijk, maar ook niet meer straatarm – zou hij de waarheid van de daken schreeuwen. Over de mannen die je overhaalden je familie te verlaten, die je gouden bergen beloofden terwijl jij als een goedgelovige idioot in de deuropening van je armoedige hutje stond.

Die leugenachtige honden waren geen haar beter dan de missionarissen van weleer en de meedogenloze slavendrijvers van de blanke ondernemingen. Met één hand lieten ze je kraaltjes en spiegeltjes zien terwijl ze in de andere, verborgen achter hun rug, de verraderlijke instrumenten van de onderwerping hielden: een geweer en een bijbel. Europa was geen plek voor mensen als hij.

Die boodschap zou hij op korte termijn overbrengen. Emmanuel was doodsbang, maar tegelijkertijd trots op het feit dat hij er de afgelopen maanden in was geslaagd wat geld achter te houden van de kleine bedragen die bij de Zanzibar over de toog gingen. Binnenkort zou hij genoeg hebben gespaard voor een enkele reis economyclass terug naar Lagos. Hij had besloten via een omweg te gaan, van Catania op Sicilië via Boekarest naar Addis Abeba en dan naar huis.

Hij durfde geen directe vlucht te nemen vanuit Rome. De mannen van Aspromonte zouden pisnijdig zijn, want stelen van hen was het ergste wat je kon doen. Het betekende zonder pardon je doodvonnis en je werd ter plekke geliquideerd. Ze hadden overal in Italië mensen, misschien zelfs daarbuiten, hoewel hij daar liever niet over nadacht. Emmanuel had zijn uiterste best gedaan om zich ervan te overtuigen dat hij, zodra hij op Sicilië in het vliegtuig zat en op weg was naar een kort verblijf in Roemenië, voorgoed van ze verlost zou zijn. Dat was wat hij boven alles wilde.

Het dwergzijdeaapje haalde hem uit zijn dagdroom door met zijn shotglas langs de tralies van zijn kooi te ratelen.’

Lees verder in

De binnenste cirkel | David Hewson | vertaald door Gert van Santen | ISBN 9789022584170 | € 19,99 | uitgeverij Boekerij | bestel De binnenste cirkel via deze link bij bol.com | ook verkrijgbaar als e-book

2x per week Italiaanse inspiratie

Meld je aan voor de Ciao tutti nieuwsbrief - en ontvang de digitale editie van onze City Walk Klassiek Rome als cadeautje:

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *