Naar hoofdinhoud Naar navigatie
17 april 2026

Het Lemon Tree Hotel – reis mee naar de Italiaanse Rivièra

Zodra je het nieuwe boek Het Lemon Tree Hotel in handen hebt, waan je je aan de Italiaanse Rivièra. Vanaf de cover straalt Portofino je tegemoet, terwijl het verhaal letterlijk wordt omhuld door zonnige citroenen. Perfect om te lezen als je heimwee naar Italië hebt!

In het dorpje Vernazza heeft de familie Mazzone een oud klooster met uitzicht op de Italiaanse Rivièra omgetoverd tot het elegante Lemon Tree Hotel. Voor Chiara, haar dochter Elene en kleindochter Isabella is deze plek de drijvende kracht in hun leven.

Maar dan checken twee onverwachte gasten in die alles veranderen: Chiara’s oude vlam Dante, en een Duitse jongeman die opvallend veel lijkt te weten over de geschiedenis van het hotel.

Onder de zomerse zon is Isabella vastbesloten zijn ware bedoelingen te achterhalen. Wordt het geheime verleden van het Lemon Tree Hotel eindelijk ontrafeld?

Lees alvast een fragment

‘Na de ruzie en Dantes aftocht naar huis kroop Chiara in bed, al wist ze dat ze niet zou kunnen slapen. Hoe kon ze ook, na alles wat er vandaag was gebeurd?

Ze sloot haar ogen en probeerde haar ademhaling te reguleren. Ze zag hun gezichten nog voor zich, kon de nauwelijks verholen wrok nog horen in de woorden die over en weer waren gegaan – tussen deze twee mannen van wie ze op de hele wereld het meest hield: haar vader en Dante Rossi.

Dante kende ze pas sinds een paar weken, maar zoals mamma altijd zei over de ingrediënten waarmee ze kookte: ‘Het is een kwestie van kwaliteit, lieverd, niet van kwantiteit.’ En dan was er nog lotsbestemming…

Papà kende ze natuurlijk al haar hele leven. Zittend op zijn knie had ze al naar zijn verhalen geluisterd nog voordat ze ze echt kon begrijpen. Verhalen over L’Antico Convento, het oude klooster dat was omgebouwd tot het Lemon Tree Hotel waar ze nu woonden en waarmee ze hun brood verdienden.

Verhalen over de oorlog, over hoe hij mamma had leren kennen: ‘Ik zag haar in de olijfgaard en opeens was alles glashelder.’
‘Wat was glashelder, papà?’
‘Nou, ons verzet, onze strijd voor vrijheid tegen iedereen die het land dreigde te verwoesten waarvan we zoveel hielden. Mijn hele leven. Alles was opeens glashelder, lieverd, toen ik in je moeders ogen keek.’

Chiara slaakte een diepe zucht. Was dat voor Dante net zo? Ze dacht aan de donkere, veelbetekenende blikken die hij haar kant op wierp als hij dacht dat Chiara de enige was die ze kon zien. Was het voor hem ook allemaal glashelder als hij haar in de ogen keek? Ze hoopte het maar.

Ze staarde naar het hoge, schuine plafond, enkel verlicht door dunne streepjes maanlicht die door de houten latjes van de luiken wisten te glippen. Ze was dol op deze kamer en dacht vaak aan de nonnen die hier ooit hadden geslapen, net als haar tante Giovanna, die nu een eigen huisje had op het hotelterrein. Chiara zou willen dat Dante op een dag iets vergelijkbaars aan hun dochter vertelde. Maar…

Er was een heel grote ‘maar’. En die betrof onder andere Alonzo Mazzone, op wie haar ouders hun oog hadden laten vallen. Hij was de zoon van de vrienden bij wie ze in het krijt stonden (al was dat een ander verhaal, en Chiara had geen zin om daar nu aan te denken).

Een ‘maar’ die haar eraan herinnerde dat ze pas zestien was – ‘te jong om te weten wat je wil,’ had mamma gisteren nog gezegd toen ze haar dochter erop betrapte dat ze naar Dante Rossi stond te kijken, die handig de netten van de olijfoogst bijeen raapte en tegelijkertijd Chiara die blik toewierp die haar alles zei wat ze wilde weten.

En er was nog meer. Nu was het een ‘maar’ met ook nog eens de bittere nasmaak van de harde woorden die vandaag waren gevallen.

Een geluid bij het raam verstoorde haar gedachten en ze knipperde verrast. Dat kon Dante niet zijn – die was teruggegaan naar Corniglia en zou zo snel niet terugkomen. Regen? Niet waarschijnlijk.

De hemel was vanavond helder geweest en papà had gezegd dat het weer zeker twee dagen lang niet zou omslaan. Een vallende dakpan? Het Lemon Tree Hotel was oud en bouwvalliger dan ze zouden wilden.

In zijn eerdere bestaan als klooster had het geweld meegemaakt, en lijden, maar Chiara dacht graag dat het ondanks al die tegenslagen een gevoel van vredigheid en spiritualiteit had weten te behouden. En de staat van het dak was ook weer niet zó slecht.

Opnieuw een geluid bij het raam. Ze schoot overeind. Het klonk als zachte hagel. Of… haar nieuwsgierigheid was gewekt. Daar was het weer! Ze sprong uit bed en haastte zich over de oude houten vloer die al die jarenlang door de nonnen was geboend tot hij glom. Waren het nou… olijven? Zou Dante toch zijn teruggekomen?

Ze zwaaide de luiken open en tuurde het donker in. Het schijnsel van de halfvolle maan wierp een spookachtige, nevelige halo om de olijfbomen. ‘Dante?’ fluisterde ze. Er zwaaide een lichtstraal door de olijfgaard – heel kort maar, en toen nog eens, en nog eens. Drie signalen met een zaklamp, het teken dat ze hadden afgesproken. Ze legde een hand tegen haar keel. Hoe waagde hij het terug te komen?

Chiara pakte haar zaklamp van het dressoir met het marmeren blad en seinde twee keer. Ik kom eraan. Haar lichaam was in één klap klaarwakker, opgestuwd door adrenaline. Dante…

Hij had een aanvaring gehad met haar vader over de olijfolie, was weggestormd en had lopend de drieënhalve kilometer afgelegd over de bergen terug naar Corniglia, zijn eigen dorp, dat voorbij Vernazza in de Cinque Terre lag, ‘de vijf landen’; vijf dorpen gebouwd op de kliffen van Ligurië, deel van de Levante, hun gedeelte van de Italiaanse Rivièra. En nu was hij terug.

Ze sloeg een wollen sjaal over haar witte katoenen nachtpon en trok hem strak om haar schouders. Ze deed haar schoenen aan en opende haar slaapkamerdeur zo stil als ze kon. Haar lichaam voelde strakgespannen en alert, maar in de rest van het pand was geen geluid te horen. Ze ademde diep in en sloop omlaag over de brede, gebogen trap. Het was al laat, bijna middernacht, en haar ouders lagen natuurlijk in bed.

Ze hadden geen gasten; het was november en deze tijd van het jaar was bedoeld voor de olijfoogst. Al was het, zoals papà vaak zei, verleden tijd dat hier in Ligurië honderd bomen nog een gezin een zeker bestaan konden bieden.

Het was olie van de hoogste kwaliteit, extra vergine Riviera di Levante. Maar in la cucina was olie altijd onontbeerlijk, toch? Olijfhout had bovendien de heerlijkste geur en warmte, en beide waren nuttig in een hotel…

Gelukkig lag de slaapkamer van haar ouders aan de andere kant van het huis en Chiara hoopte dan ook dat ze niet betrapt zou worden. Snel glipte ze langs de receptiebalie de keuken in met het hoge plafond. Haar zachte voetstappen werden geabsorbeerd door de koele tegels, en de leegte van deze ruimte – die anders gevuld was met veel drukte en heerlijke aroma’s – had nu iets spookachtigs.

Ze stapte naar buiten door de keukendeur die direct uitkwam op de olijfgaard die het Lemon Tree Hotel aan drie kanten omsloot. ‘Dante?’ fluisterde ze. Ze huiverde even van de koude lucht op haar huid en van nog iets anders, iets krachtigs wat in haar leek op te vlammen en haar bijna deed exploderen.’

Lees verder in

Het Lemon Tree Hotel | Rosanna Ley | vertaald door Marijne Thomas | ISBN 9789020561197 | € 19,99 | uitgeverij Zomer & Keuning | koop Het Lemon Tree Hotel bij je lokale boekhandel of bij bol.com (ook beschikbaar als e-book, al mis je dan de prachtige special edition met citroenprint op de bladzijden)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ciao tutti is hét startpunt voor je vakantie naar Italië, bomvol persoonlijke tips. Buon viaggio!