Naar hoofdinhoud Naar navigatie
6 oktober 2026

De bewaker – de nieuwe roman van Niccolò Ammaniti

In zijn nieuwste roman De bewaker verkent Niccolò Ammaniti de verborgen verlangens van een tiener, die – samen met zijn familie – een oud en dodelijk geheim bewaakt.

De dertienjarige Nilo Vasciaveo woont in een afgelegen dorpje op Sicilië, samen met z’n moeder en z’n tante. Vriendjes heeft hij niet, maar dat vindt Nilo niet erg.

Officieel heeft zijn familie een marmerverwerkingsbedrijf, maar dat is slechts een dekmantel. Al van jongs af aan heeft zijn moeder hem ingeprent dat hun familie een geheime opdracht heeft: eeuwenlang zijn de Vasciaveo’s al de bewakers van iets fabelachtigs, iets wat leeft in hun badkamer.

Wanneer een mooie, vrijgevochten vrouw en haar dochter in hun dorpje neerstrijken, raakt het leven van de Vasciaveo’s uit balans. Bewaker zijn betekent ook dat je zelf gevangen bent. Iets wat Nilo niet langer kan verdragen, als hij voor het eerst de liefde ontdekt…

Een fragment uit De bewaker

We delen alvast een voorproefje van het boek: ‘Hij heette Jacques Huppeldepup en hij was op de racefiets vanuit Parijs. Hij was heel Italië doorgefietst tot aan Sicilië, met de droom om de kraters van de Etna te beklimmen. Die kon hij niet ten uitvoer brengen, want de draad van zijn bestaan kruiste die van het onze, en zijn einde markeerde het begin van dit verhaal.

De pech van de wielrenner was dat hij even stopte op een paar meter van de plek waar de Scunsulatu en Santino bezig waren notaris Scordato te verstikken.

Het was een zachte avond, ook al was het hartje winter, de hemel pulseerde van de melkwegstelsels en satellietentreintjes, en de fiets zoefde vooruit.

Hij was bijna aangekomen in Triscina, maar besloot even te pauzeren. Alleen even een jointje roken, zijn blaas legen en de rest van zijn broodje salami opeten. Hij zette de fiets tegen het afdak bij de halte van de bus naar Mazara del Vallo en ging onder een haperende tl-lamp zitten draaien. Over de dienstregeling had iemand met een spuitbus LAATSTE HALTE NAAR DE HEL gekalkt.

Er kwam geen sterveling voorbij op straat, alleen blafte in de verte een hondje aan een ketting zijn keel schor.

De wielrenner nam een hap van het broodje, maar het was taai en hij gooide het op de uitpuilende vuilnisbak. Hij stak de joint op, stapte over de vangrail en drong in een eucalyptusbosje dat de rijksweg scheidde van de parallelweg die iets lager lag.

Toen hij de juiste boomstam had gevonden zette hij zijn benen wijd om niet over zijn fietsschoenen te pissen, kneep zijn ogen halfdicht, met de joint tussen zijn tanden, en haalde hem uit zijn gulp.

Ik heb Santino gevraagd hoe het mogelijk was dat ze hem opmerkten. ‘Doordat hij was vergeten de lamp op zijn helm uit te doen,’ zei hij.

De twee huurmoordenaars in een BMW 1-serie drukten een kussen op het gezicht van de notaris, die geenszins van plan was om naar de andere wereld te gaan. Scordato was een zwaarlijvige hartpatiënt, maar hij vocht als een leeuw. Hoe harder ze het kussen op zijn gezicht drukten, hoe sterker hij werd.

De Scunsulatu, ‘de droevige’, was een schriele man van tegen de zeventig, maar Santino was sterk en gespierd en ondanks zijn jonge leeftijd een ervaren huurmoordenaar. Hij had zijn ranglijst van beste manieren om iemand te ver­moorden. Het eenvoudigst was de bom, dan de mitrailleur, gevolgd door het geweer en het pistool.

Het mes, daar moest je handigheid in hebben, maar iemand verstikken was echt zwaar. Het enige wat nog erger was, was misschien verdrinking.
‘Soms denk je dat ze dood zijn, maar dan komen ze ineens weer bij. Net als kikkers.’

Maar goed, die twee waren dus bezig de notaris koud te maken toen ze ineens werden beschenen door een lichtje dat aanging tussen de bomen. De twee killers keken elkaar ver­baasd aan terwijl die arme stakker onder hen tegenstribbelde met de laatste krachten die hij nog overhad.

‘Grijp hem! Schiet op! Deze doe ik wel,’ beval de Scunsulatu aan Santino.
De Scunsulatu was oud en had last van oprispingen, hij at lichte maaltijden en dronk geen wijn of koffie. Hij vertelde dat hij die klachten had gekregen na de dood van Pepito, zijn geliefde poedel.

De wielrenner stond hem nog even af te schudden, met zijn gedachten god weet waar, toen hij ineens een paar meter verderop een takje hoorde breken. Hij keek op en zijn hoofd­lamp verblindde een man die op hem af kwam. Die schermde zijn ogen af met zijn hand die een pistool omklemde.

Achter hem zag de Fransman een BMW die flonkerde als een ruimteschip dat op een verlaten planeet is geland, met het portier aan de bestuurderskant wijdopen, en een magere vent die de bestuurder probeerde te verstikken. Aan de uitlaat was een groene plastic buis bevestigd, om zelfmoord te simuleren.

De Fransman was een groot liefhebber van tv-series, met name over de misdaad, en even meende hij dat hij in een aflevering van Breaking Bad of Narcos was beland, of misschien op een filmset.

Ook in Italië werden series over de maffia gemaakt, maar hij zag geen lampen, geen filmcrewleden, geen monitors, en daaruit leidde hij af dat het geen fictie was maar werkelijkheid. Hij stopte zijn piemel in zijn onderbroek en ontsnapte met een sierlijke pirouette naar de rijksweg.’

Lees verder in

De bewaker | Niccolò Ammaniti | vertaald door Manon Smits (oorspronkelijke titel: Il custode) | ISBN 9789048880645 | € 21,99 | uitgeverij Lebowski | koop De bewaker bij je lokale boekhandel of bij bol.com (ook beschikbaar als e-book en als luisterboek)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ciao tutti is hét startpunt voor je vakantie naar Italië, bomvol persoonlijke tips. Buon viaggio!