Naar hoofdinhoud Naar navigatie
12 juni 2026

Het Droompad – wandel met Twan Huys van München naar Venetië

Het leek een prachtig en krankzinnig idee: een wandeling over de hoogste bergen van Europa. Vier weken, vijfhonderdvijfenvijftig kilometer en ruim tweeëntwintigduizend hoogtemeters over het Droompad, een uitdagende route van München naar Venetië, dwars door de Alpen en de Dolomieten.

Ondergedompeld in ongerepte natuur, weergaloze panorama’s, weg van het wereldnieuws, zou er ruimte komen voor intieme gesprekken. Aarzelend stemt Twans zoon Jack in met dit epische wandelavontuur, beiden onwetend wat hen onderweg allemaal te wachten staat.

In Het Droompad tekent Twan Huys hun ervaringen op, in een prachtig meanderend verhaal over vaderschap, rouw en vooral over de helende kracht van wandelen in de bergen.

Wandel een stukje mee over het Droompad

We wandelen als voorproefje een stukje van het Droompad met Twan en Jack mee, van Corvara naar Rifugio Boè:

‘In alle vroegte loopt het hotel leeg. Wielrenners staan buiten opgewonden in afwachting van het startschot. Een helikopter van een plaatselijk televisiestation vliegt met oorverdovend lawaai door het dal en over ons hotel, op weg naar de start van het parcours.

Het dorp is vandaag geheel vergrendeld voor de Maratona dles Dolomites, alleen wandelaars mogen de straat nog oversteken op weg naar hun route. Er heerst een uitbundige sfeer langs de kant van de weg. Sommige bezoekers zwaaien naar ons alsof ze weten dat we, net als de wielrenners, een zware klim voor de boeg hebben. En daar hebben ze gelijk in.

De top van de Piz Boè ligt op 3152 meter en de tocht ernaartoe is een zwarte route, ongeschikt voor beginnende wandelaars. Voor de zekerheid informeerde ik gisteravond telefonisch bij de huttenwaard van onze slaapplaats Rifugio Boè over de zwaarte van onze tocht.

‘Prima te doen morgen,’ verzekerde ze me. ‘Er ligt geen sneeuw, dus er is goed zicht op het pad.’
Sneeuw in juli? Daar hadden we helemaal geen rekening mee gehouden.

De tocht vandaag is een pittige, niet ongevaarlijke route langs de loodrechte rotswanden van het Sellamassief. Vanaf het topstation van de Piz Boè gondolalift lopen we naar Rifugio Franz Kostner.

Vanaf hier begint een glibberige en steile gruishelling, veroorzaakt door afbrokkelende rotswanden hogerop in het gebergte. Een lastige tocht, volgens de kenners, waarbij bergervaring en technische behendigheid zijn vereist op moeilijke stukken, met als beloning het overweldigende uitzicht op de top van Piz Boè.

Als ik naar de imposante, kaarsrechte, grijze bergwand kijk, vraag ik me serieus af hoe technisch behendig wij eigenlijk zijn. Ervaring met dit soort beklimmingen hebben we niet.

Het panoramische uitzicht verschuilt zich achter de bewolking. De vraag is of we een herhaling van gisteren krijgen, met kans op regen en onweer. Bij Rifugio Franz Kostner informeer ik nog eens bij een lokale medewerker van de skilift naar het weer en de route richting Rifugio Boè.

‘Ga je daar vandaag naartoe? Waarom in godsnaam? Het weer is toch slecht. Ik zou het risico nooit nemen!’
Jack kijkt me ongeduldig aan.
‘Pap, we gaan! Het komt wel goed.’
Hij heeft gelijk, geen gezeur, op naar boven en genieten van de klim.

We zijn de enige wandelaars op de route. Het eerste deel van het pad is smal maar overzichtelijk. Pas na de skiliften op 2500 meter hoogte wordt het spannend.

Vanaf nu gaat de klim over een ondergrond van grind, zo glas als ijs. De zolen van onze bergschoenen krijgen maar nauwelijks grip op het smalle pad. We klimmen verder en komen aan bij het steilste deel van de route waar staalkabels aan de bergwand en houten gammele trappen een val of glijpartij moeten voorkomen. Hoe kom ik hier eigenlijk tot stilstand als ik uitglij of struikel? Houvast is er niet op deze glijbaan.

‘Steile route, Jack,’ praat ik via hem mezelf moed in, ‘oppassen hier.’ Jack neemt het voortouw en klimt over het grind en de rotsblokken soepel omhoog.

We hebben alle kracht in onze handen en voeten nodig om niet onderuit te gaan en trekken ons omhoog aan de staalkabels en uitstekende rotsen. Tergend langzaam kruipen we tegen de bergwand, met zweet op de rug en verkrampte handen. Het valt niet mee. Jack klimt zwaar hijgend omhoog. Ik voel mijn hartslag tekeergaan. Plotseling hangt er aan de andere kant van de berg een zwart touw.

‘Zijn we aan de verkeerde kant van de berg omhoog aan het klimmen?’ vraagt Jack zich af.
‘We zien wel, eerst omhoog de berg op, want oversteken naar de andere kant is geen optie.’

Er gaapt een gat van een meter of drie en een diep ravijn tussen onze kant van de bergwand en de zwarte touwen aan de overkant. Alle spierkracht is nodig om lichaam, stokken en de steeds zwaarder aanvoelende rugzak omhoog te sjouwen.

Vandaag ben ik blij met de wolken en mist waarin de afgronden van de Piz Boè zich verschuilen. Hoogtevrees krijgt geen kans, ik blijf trefzeker. Als trage slakken wurmen we ons meter voor meter omhoog door de bergschacht.

Het einde lijkt nog lang niet in zicht, maar plotseling staan we met een laatste hijs aan de staalkabel op een plateau. Victory, opgelucht kijken we om ons heen en zien door de mistvlagen de toppen van het gebergte.

Een houten paal met de routeborden is omgewaaid en ligt richtingloos op de berg. Waarheen nu? Gelukkig heeft de Italiaanse Alpenvereniging het routenummer 638 om de zoveel meter op de rotsen geschilderd. Vanaf hier zijn we weer bijna terug op de Droompadroute.

Vermoeid, maar zonder problemen beklimmen we de bergwand, pauzeren voor een broodje en bewonderen het landschap. Nog een paar kilometer tot we de berghut Capanna Piz Fassa op de top van de Piz Boè in zicht krijgen.

Volgens onze weerapp is er noodweer op komst. We maken haast voordat regen en onweer ons inhalen. In de verte wordt het al grijs.

Twee uur later staan we boven op het terras op 3512 meter hoogte van Rifugipo Capanna Piz Fassa, de schuilhut waarvan het bouwmateriaal door eigenaar Guido Bernard en zijn broers op de schouders naar boven is gedragen. Daarbij verbleekt onze klim vandaag tot een minimale inspanning.

De Droompadreisgids bezweert ons in Capanna Piz Fassa. ‘Nergens zijn zonsopgang en zonsondergang zo wonderschoon als hierboven.’ Jammer genoeg zit de hut al vol en is er bijna geen uitzicht door de bewolking.

In de schuilhut komen we op adem, drinken een warme chocomel en vervolgen de tocht met een laatste afdaling naar Rifugio Boè. Net voor aankomst steekt een harde storm op en begint het te regenen. Een snoeiharde windvlaag sleept Jack bijna mee over de rand van de afgrond van het plateau, de diepte in.
‘Ging het toch nog bijna mis voor de eindstreep,’ zegt Jack geschrokken.

In de verte zie ik onze schuilplaats voor de nacht. Rifugio Boè ligt op 2873 meter hoogte midden in het niets, op een stenen maanplateau eenzaam omringd door witte rotsen. Deze hoogste slaapplaats tussen München en Venetië is een paar jaar geleden gerenoveerd en ziet er met een groot restaurant, slaapzalen, kamers en gelukkig een bar, fantastisch uit.

We hebben mazzel, want net nadat we binnen zijn barst het noodweer los. Regen en later hagelstenen kletteren op het terras. Ik kan niet geloven dat we hier hoog en droog binnen zit-ten. Buiten vechten wandelaars met minder geluk tegen de elementen.

Binnen is het behaaglijk warm, en omdat veel wandelaars door het slechte weer Rifugio Boè niet kunnen bereiken, is er voor ons een privékamer beschikbaar. Weer geen slaapzaal vannacht en geen snurkers, wel een warme douche. Heerlijk.’

Lees verder in

Het Droompad | Twan Huys | ISBN 9789044654950 | € 24,99 | uitgeverij Prometheus | bestel Het Droompad bij je lokale boekhandel of bij bol.com (ook beschikbaar als e-book)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Ciao tutti is hét startpunt voor je vakantie naar Italië, bomvol persoonlijke tips. Buon viaggio!