jan 18

De paardenrace van Siena is dan misschien de beroemdste, de palio van Buti is de eerste van het jaar! Op de eerste zondag na het feest van Sant’Antonio Abate, waar ik jullie gisteren over vertelde, is de strijd tussen de verschillende contrade, wijken, op zijn hoogtepunt. Dit jaar is dat op 22 januari, dus de voorbereidingen zijn al in volle gang!

Afgelopen zondag was de grote loting en dat ging gepaard met een hoop emoties. Uiteraard met een glimlach van oor tot oor en gejuich van de inwoners van de contrada als de wijk het geluk heeft als eerste uit de bus te komen; boosheid en zelfs tranen bij de bewoners van de wijk die de laatste plek moet innemen.

Zeker in deze laatste dagen wordt het hele dorp in gereedheid gebracht voor dit bijzondere evenement. Al weken wapperen vrolijke vlaggen in de wijken, maar nu hangt er bijna bij elk huishouden een vlag buiten. Het bestuur van de stad wordt voor even overgenomen door de capitani, degenen die aan het hoofd van een contrada staan. Iedereen praat over de race, speculeert over de uitslag en informeert naar het paard. Wordt het goed verzorgd? Zijn zijn hoefijzers netjes in orde?

Hoe dichter de zondag nadert, hoe meer de spanning stijgt. Net als in Siena worden ook hier in Buti de paarden naar de kerk van de contrada begeleid, waar ze worden gezegend en waar met de hele wijk wordt gebeden voor de overwinning. Kaarsjes worden opgestoken, kruisjes geslagen, Weesgegroetjes en schietgebedjes gepreveld. Zelfs als niet-inwoner voel je de spanning met de minuut stijgen deze week. Als ik door de straten van Buti wandel en de zeven verschillende contrade doorkruis, probeer ik me voor te stellen hoe het hier de rest van het jaar zal zijn. Is het stadje dan nog steeds zo strikt onderverdeeld? Komt de wijk dan nog steeds op de eerste plaats?

Ik vraag het aan een van de oude mannetjes die rond de stal van de wijk La Croce hangen. Zichtbaar trots knikt hij. Ja, de contrada is en blijft belangrijk. Ik moet het zo zien: het is je familie. En familie komt het hele jaar door op de eerste plaats, volgens deze bijna 80-jarige Giuseppe.

Hij vraagt of ik meer wil weten over de geschiedenis van de palio hier. Op mijn bevestigende antwoord trekt hij me mee naar zijn huis, twee deuren verderop. Er komt een heel oud fotoalbum op tafel, vol met knipsels en foto’s. Terwijl hij voorzichtig door het album bladert, vertelt hij over de eerste aanwijzingen van een paardenrace op deze plek. Die zou zijn geweest op 13 september 1848, maar er zijn ook aantekeningen gevonden van een eerste Sant’Antonio-feest op 14 januari 1805, waar paarden in optocht door het dorp werden geleid.

Hij wijst op een affiche, waarop te lezen staat:

‘Buti sarà diviso in sei contrade , ognuna delle quali farà capo ad una delle sei Chiese di cui il paese si onora : Chiesa Pievania – Chiesa di San Francesco – Chiesa di San Rocco – Chiesa dell’Ascensione – Chiesa di San Nicolao – Cappella delle Case Popolari’

Hiermee werd op 15 december 1960 het dorp ineens in zes wijken onderverdeeld, met elk een eigen kerk, die vanaf dat moment allesbepalend zouden zijn:

* Pievania, met als wapen een wit kruis op een azuurblauwe ondergrond
* San Francesco, met een zwart/geel wapenschild
* San Nicolao, met een zwart/wit schild
* San Rocco, met een rood/wit wapenschild
* Ascensione, met een groen/zwart schild
* La Croce, met een rood/zwart schild

Die kleuren zie je overal in het dorp terug, en ook in het fotoalbum maken de zwart-witfoto’s langzamerhand plaats voor deze kleuren. Uiteraard overheerst het rood/zwart van La Croce, want alle overwinningen en bijzonderheden worden in het album breed uitgemeten. Ook nu nog, tijdens het voor de zoveelste keer doorbladeren van het beduimelde album, wordt Giuseppe af en toe emotioneel. Met tranen in zijn ogen aait hij de foto van een paard dat succesvol is geweest, en hij zucht diep. Dit gaat inderdaad verder dan deze feestdag, het is pure en oprechte liefde voor en loyaliteit aan een wijk, een familie, een historie.

Ik mag dan ook pas weggaan als ik beloof een kaarsje op te gaan steken voor zijn wijk, en zondag, vanuit Florence, zal bidden voor een goede afloop. Als jullie dat nu ook doen, dan kan Giuseppes palio niet meer stuk!

Getagd met:
jul 29

Deze maand staat op Ciao tutti de Palio van Siena centraal. Maar de paardenrace in Siena is niet de enige Palio. Vandaag een greep uit de meest bijzondere Italiaanse Palio-tradities.

In Ferrara kennen ze net als in Siena de Palio als paardenrace. Sterker nog, de Palio di San Giorgio, zoals de race hier heet, is de oudste paardenrace ter wereld. Hoewel minder bekend dan de Palio van Siena, is de Palio van Ferrara zeker niet minder mooi om te zien.

Ook hier strijden de verschillende contrade tegen elkaar om een palio in de wacht te slepen. Het zijn echter niet alleen de paarden die de overwinning kunnen behalen. Elk weekend in mei kunnen de contrade punten in de wacht slepen. Er zijn wedstrijden voor vaandelzwaaiers en trommelaars en er is een feestelijke parade waarvoor de inwoners van Ferrara hun traditionele kledij uit de kast halen. De stoet voert naar het Castello Estense. Hier legt elke contrada een eed af aan de hertogen van de D’Este-familie.

Tijdens het laatste weekend van mei vindt dan de grande finale plaats. Het Piazza Ariosto, een groot ovaal plein met een verlaagd middenstuk, is verbouwd tot toneel voor de race. De Palio bestaat in Ferrara, anders dan in Siena, uit vier verschillende races: de race van de putti (jongens), de race van de putte (meisjes), de race van de asine (ezels), en – de belangrijkste – de race van de cavalli (paarden).

Net als in Siena werd de Palio in Ferrara twee keer per jaar gehouden: op 23 april ter ere van San Giorgio, de beschermheilige van de stad, en op 15 augustus ter ere van Maria Hemelvaart. Nu vinden alle feestelijkheden en races zoals gezegd in mei plaats. Wie echter op een ander moment in Ferrara verblijft, kan toch een glimp van de Palio opvangen. De fresco’s die de muren van de Salone dei Mesi in het Palazzo Schifanoia versieren, geven namelijk een aantal fragmenten van de Palio van 1471 weer. In dat jaar werd de Palio opgedragen aan Borso D’Este, die door paus Paulus II was benoemd tot Hertog van Ferrara. De race ging gepaard met extra veel feestelijkheden, zo getuigen ook de feestvierende mensen op de fresco’s.

Maakt een ezelrace in Ferrara deel uit van de Palio, in Asciano, een dorpje in Toscane, vindt op de tweede zondag van september een heuse Palio dei Ciuchi plaats, een ezelrace waar geen paard aan te pas komt. Wat in de jaren tachtig is begonnen als een parodie op de Palio van Siena, is inmiddels uitgegroeid tot een serieus evenement dat de sfeer in het stadje aardig in zijn greep houdt. Zeven stadswijken strijden om de eer. Ook hier weer een schitterende optocht voorafgaand aan de eigenlijke race. Hoewel, race… We hebben het hier natuurlijk wel over ezels en die zijn niet zo makkelijk als paarden. Het zou dus zo maar kunnen gebeuren dat een paar rondjes een uur in beslag nemen, als de ezels überhaupt de ene poot voor de andere willen zetten.

Een dergelijke ezelrace wordt elk jaar ook in Asti, een stadje in Piemonte, georganiseerd. Hier barst de strijd echter niet los tussen wijken onderling, maar tussen twee verschillende steden, Asti en Alba, hetgeen het allemaal nog spannender maakt. De rivaliteit kan hoog oplopen! De inwoners van Asti, organiseerden voor het eerst een paardenrace in 1275. De race werd gehouden ter ere van San Lorenzo, de patroonheilige van Alba. Aangezien de race net buiten de stadsmuren plaatsvond, bleef hij voor de inwoners van het naastgelegen Alba niet bepaald onopgemerkt. Zij besloten hun buren te imiteren en zetten zelf een race op poten, maar dan binnen de eigen stadsmuren. Deze race zou echter niet met paarden maar met ezels worden gereden.

Na een jarenlange onderlinge strijd besloten beide gemeenten in 1967 samen een ezelrace op touw te zetten, waarbij de twee steden het tegen elkaar op moesten nemen. Op de eerste zondag van oktober worden beide stadjes in oude luister hersteld. Alleen daarom is het al leuk om deze ezelrace een keer mee te maken. De Palio is tevens de opening van de Fiera del Tartufo, de truffelbeurs. Net als in Asciano doen de ezels precies waar ze zin in hebben en kun je niet altijd van een echte race spreken. Meer dan bij de andere races is het in Asti echter wel zaak om niet als laatste over de finish te hobbelen. De wijk die namelijk als allerlaatste over de streep komt, krijgt voor straf een ansjovis. Het jaar erop moet die wijk de catering van het evenement verzorgen, waarbij de gerechten worden gemaakt op basis van… juist, ja: ansjovis.

In Montepulciano hadden ze een vooruitziender blik: niks geen paarden, ezels en al zeker geen ansjovis als straf. Nee, in dit kleine Toscaanse dorpje rollen elke laatste zondag van augustus de wijnvaten door de straten!

  

Tijdens de Bravio delle Botti, de race van de wijnvaten, nemen de verschillende stadsdelen het tegen elkaar op door enorm zware wijnvaten (ik hoorde vorig jaar zeer uiteenlopende gewichten genoemd worden door de omstanders, van tachtig tot wel tweehonderdvijftig kilo) tegen de heuvel op te rollen. De race wordt ook hier voorafgegaan door een stoet van mensen in middeleeuwse kledij, maar het heeft ook wel wat om al die mannen met ontbloot bovenlijf te zien ploeteren. Bij de Palio gaat het – als er tenminste paarden aan te pas komen – vaak zo snel dat je geen idee hebt wat er gebeurt, maar tijdens deze wijnvatenrace kun je in alle rust kijken, aanmoedigen en foto’s maken. De race wordt afgesloten met een feestelijke maaltijd op het Piazza Grande, waarbij de wijn uit de vaten natuurlijk als eerste soldaat wordt gemaakt.

In Gubbio ten slotte moet je de laatste zondag van mei goed uit je ogen kijken. Hier vindt dan namelijk de traditionele Palio della Balestra plaats, een wedstrijd kruisboogschieten.

Op het Piazza della Signoria zoeven de pijlen met een enorme snelheid op hun doel af, de roos van een schietschijf die op 36 meter afstand is geplaatst. Doordat het lijkt alsof alle pijlen in de roos belanden, is het vaak ondoenlijk om uit te maken wie de winnaar is. Dit levert hoogoplopende, verhitte Italiaanse discussies op, zeker omdat ook hier weer twee dorpjes tegen elkaar strijden. De inwoners van Gubbio nemen het op tegen de dorpelingen van Sansepolcro, dat even verderop ligt. Maar zodra duidelijk wordt wie de winnaar is, is alle strijd vergeten en kan het grote feestvieren beginnen!

jul 23

Vorig jaar trotseerde ik de augustusdrukte in Siena om de Palio mee te maken, en met name de aanloop naar deze paardenrace. Op uitnodiging van Serena reisde ik naar Siena en bracht ik een week door op en rond het Piazza del Campo, met de opdracht elke avond thuis te komen met het laatste nieuws over de Palio. Als tegenprestatie nam zij me mee naar alle festiviteiten die normaal gesproken niet voor toeristen toegankelijk zijn.

Zo schoof ik samen met haar en haar zoon op de avond voorafgaand aan de Palio aan bij La Cena della Contrada van de wijk Aquila. Elke contrada die aan de Palio deelneemt, organiseert de avond voorafgaand aan de grote race een groot diner in de openlucht. Door de hele stad staan lange tafels, gedekt in de kleuren van de contrada. Moeders en oma’s staan de hele dag in de keuken. Er worden bergen pasta gemaakt, tomaten ontveld, blaadjes basilicum fijngestampt en plakken vlees gesneden.

Onder het genot van vele gangen lekker eten wordt er al een voorproefje genomen op de overwinning. Uiteraard worden er ook bemoedigende toespraken gehouden en wordt om de hap het volkslied ten gehore gebracht. Dat kende ik na de antipasto dan gelukkig ook van buiten, zodat ik – uiteraard ook voorzien van een fazzoletto – helemaal in de schoenen van een Aquilina kon stappen.

Wie ook een keer zo’n bijzonder diner wil meemaken, kan uiteraard een beroep doen op Serena. Op www.amicasiena.it vind je een overzicht van wat ze allemaal voor je kan regelen: je verblijf, een interessante rondleiding door de stad of een van de vele musea, een cursus Italiaans, een speciaal arrangement voor de Palio, een kook- of schildercursus, niets is Serena te gek.

Mocht je volgend jaar ook zo’n bijzonder Palio-diner willen meemaken, oefen dan wel alvast onderstaand lied. Wie weet mag je net als ik bij de Aquilini aanschuiven…

L’inno dell’Aquila

Immensa folla che gremisci piazza,
dubbi puoi aver se corre l’Aquilon.
La sua vittoria è certa perchè ha l’ali
e avanti a tutti sempre resterà.

Anche se il Palio è spesso lottato,
con un cavallo alato che puoi far?
E’ l’Aquilon giallo, celeste e nero
primo su tutti vedono arrivar…

Aquila vola,
chi di te più in alto ancor potrebbe andar?
Quasi ammaliate,
restan tutte le contrade ad ammirar.

Se tu sei sovran dell’aria
della Piazza sarai tu,
la più bella e sempre prima,
chi potrà arrivarti più?

L’uccello nostro
è il più bello e nel mondo non ha ugual.
Chi combatte col suo rostro
presto vinto nella polvere cadrà!

Giubbetto d’or dai simboli imperiali,
che ardito sfrecci in dura tenzon.
Non puoi temer se anche i più grossi
dettano legge e voglion far i padron.

Poi viene il giorno che il valore vero,
di una contrada fulgere già sa.
E’ l’Aquilon giallo, celeste e nero
primo su tutti vedono arrivar

Aquila vola
che di te più in alto ancor potrebbe andar.
Quasi ammaliate,
restan tutte le Contrade ad ammirar.

Se tu sei sovran dell’aria
della Piazza sarai tu,
la più bella e sempre prima,
chi potrà arrivarti più.

L’uccello nostro
è il più bello e nel mondo non ha ugual.
Chi combatte col suo rostro
presto vinto nella polvere cadrà

folla menigte / massa
dubbi twijfels
correre rennen / racen
certa zeker
ali vleugels
   
spesso vaak
lottato bevochten
un cavallo alato een gevleugeld paard
giallo geel
vedono zij zien
   
volare vliegen
alto hoog
quasi bijna
ammaliate betoverd
ammirare bewonderen
   
sovran heerser
l’aria de lucht / hemel
più meer
bella mooi
prima eerst
   
l’uccello de vogel
il mondo de wereld
combattere strijden
il rostro de snavel / bek
la polvere het stof / het zand
   
giubbetto hesje / vest
imperiali keizerlijk
dura hard / moeilijk
temere vrezen
far i padron de baas spelen
   
poi dan / vervolgens
il giorno de dag
il valore de waarde / de moed
vero waar / echt
già al / reeds

Getagd met:
jul 16

Tijdens onze eerste avond in Siena stuitten we, toen we terugwandelden naar ons hotel, dat zoals ik gisteren al vertelde in het hart van de Contrada della Chiocciola ligt, op een grote stoet zingende contradaioli. Nu had Serena me vorig jaar een aantal van deze inni (volksliederen) gegeven om te bestuderen, dus ik neuriede een beetje mee. De contradaioli bekeken me met nieuwsgierige, ietwat verbaasde blik. Bij het refrein aangekomen nodigden ze ons uit een stukje mee te wandelen en te zingen, hetgeen we natuurlijk graag deden.

Na een aantal rondes door de stad voelden we ons bijna echte Chiocciolini. We werden meegetroond naar de kerk en het museum van de contrade, die normaal gesproken alleen tijdens de nacht volgend op de Palio geopend zijn voor buitenstaanders. Vol trots toonde de capitano ons het ene na het andere aandenken, van eerder gewonnen cenci (vaandels) tot oude kostuums, vlaggen en trommels.

In de kerk zagen we het altaar waar het paard voorafgaand aan de Palio wordt gezegend. Het was bedekt met de kleurige Chiocciola-vlag en er werd vol ontzag naar gestaard, alsof het heilige krachten zou bevatten die een winst op het Piazza del Campo een handje zouden kunnen helpen. Helaas behoorde Chiocciola niet tot de deelnemers aan de Palio van 2 juli en is deelname in augustus afhankelijk van de trekking die op 11 juli zal plaatsvinden. Er wordt nu dus in de kerk vooral gebeden om een gunstige loting, die Chiocciola 16 augustus op het Piazza del Campo moet brengen.

Aan de contradaioli zal het zeker niet liggen, al geloof ik eerder in de kracht van het lied. Om het ook voor iedereen van buiten de contrada begrijpelijk te maken, vind je hieronder niet alleen de tekst maar ook een korte verklarende woordenlijst. Cantiamo!

L’inno della Chiocciola
Luister naar Chiocciola

Viva, viva! Le nostre bandiere
alla gloria del sole innalziamo.
Sciogli al vento, o baldo alfiere
il vessillo dei nostri color.

Gloria a te, nostra Chiocciola bella:
di te parla, di Siena, la storia:
Sia benigna, a te sempre, la stella
e ti guidi a nuova vittoria!

Cinquantaquattreesimo palio che abbiamo,
caro teniamo, caro teniamo
ed ai sessanta or s’avvicina,
o Chiocciolina, o Chiocciolina!

Suoni ovunque, di canti e di festa,
di San Marco il rione esultante;
dal tuo guscio solleva la testa
e gioisci del nostro gioir.

Rosso, giallo e celeste, i colori
del vessillo, a te dedicato,
son, per sempre, segnati nei cuori
di coloro che il cuore t’hanno dato.

Cinquantaquattreesimo Palio che abbiamo,
caro teniamo, caro teniamo
ed ai sessanta or s’avvicina,
o Chiocciolina, o Chiocciolina!

A te, Chiocciola, noi solo pensiamo
quando in Piazza del Campo tu sei:
sol per te, sol per te trepidiamo
invocando vittoria per te.

Sulla pista vediamo un cavallo:
primo giungere, al traguardo, veloce.
E’ guarnito di rosso e di giallo:
il tuo nome gridiamo a gran voce!

Cinquantaquattreesimo Palio che abbiamo,
caro teniamo, caro teniamo
ed ai sessanta or s’avvicina,
o Chiocciolina, o Chiocciolina!

innalzare (ver)heffen
il vento de wind
baldo overmoedig / driest
alfiere vaandrig
il vessillo vaandel / vlag
la storia de geschiedenis / het verhaal
benigna welwillend / gunstig
sempre altijd
la stella de ster
la vittoria de overwinning
abbiamo wij hebben
caro lief, geliefd
teniamo wij houden (vast)
avvicinarsi dichterbij komen
sessanta zestig
ovunque overal
il rione esultante de juichende / jubelende wijk
il guscio het huisje (van de slak)
la testa het hoofd
gioire zich verheugen / blij zijn
celeste hemelsblauw
dedicato opgedragen aan
il cuore het hart
coloro degenen
i colori de kleuren
pensiamo wij denken
quando wanneer
sol per te alleen voor jou
trepidiamo bezorgd zijn / inzitten (over)
invocare aanroepen
un cavallo een paard
giungere bereiken
veloce snel
guarnito versierd
la voce de stem

Getagd met:
jul 14

Begin juli nam ik jullie al mee naar de lekkerste bakkerijtjes van Siena, la dolce città. Naast koekjes staat deze Toscaanse stad echter ook bekend om zijn panforte, dat letterlijk ‘stevig brood’ betekent. Deze lekkernij is inderdaad stevig, maar maakt ook onmiskenbaar deel uit van de echte sapori di Siena

De geschiedenis van de panforte gaat bijna net zo ver terug als de geschiedenis van de Palio. Volgens de kenners werd de eerste panforte al rond 1200 gemaakt, toen de handel met het Verre Oosten dankzij de kruistochten enorm tot bloei was gekomen. De inwoners van Siena maakten voor het eerst kennis met tot dan toe onbekende kruiden als kaneel, koriander, kruidnagel, kardemom en nootmuskaat. In eerste instantie waren het natuurlijk alleen de rijke inwoners van de stad die van deze bijzondere specerijen konden proeven, maar al gauw kregen ook de kloosterlingen toegang tot deze ‘geheime’ smaakmakers. Zij kregen deze kostbare ingrediënten vaak cadeau van de handelaren, als blijk van dank voor een veilige reis en een behouden thuiskomst.

Hoewel de kruiden eerst nog een beetje angstvallig werden bekeken – wat moest men er in vredesnaam mee doen? – wist een nieuwsgierige non er wel raad mee. Ze mengde de kruiden door elkaar en roerde dit mengsel door het deeg van het honingbrood dat ze elke ochtend voor haar medezusters bakte. Dit viel zo in de smaak dat de zusters niets anders meer wilden eten: de panforte was geboren.

Al snel kregen ook de mensen buiten het klooster lucht van dit heerlijke brood; vanwege de geurige kruiden zaten ze ’s ochtends al watertandend achter hun eigen brood, dat vergeleken bij de panforte maar saai was. Helaas moest de ‘gewone man’ nog even geduld hebben. Het stevige, geurige brood werd een steeds groter succes aan de Italiaanse hoven, en de nonnen konden al snel niet meer aan de enorme vraag voldoen. Er moest een groter netwerk gezocht worden om de broden te verspreiden. Toen ook nog eens bekend werd dat de kruiden tevens een medicinale werking hadden, kwam de handel in panforte in handen van de farmacie, de apotheken.

In 1559 kregen de apothekers zelfs het exclusieve recht op het maken van panforte. Ferdinando De’ Medici, die op dat moment het bestuur over Siena voerde, bepaalde dat panforte alleen nog maar verkocht mocht worden via de apotheken, die dolblij waren met dit lekkerste medicijn ooit. Aan het begin van de negentiende eeuw konden de apothekers de vraag echter ook niet meer aan. De productie werd overgeheveld naar verschillende fabriekjes, die wel nog allemaal binnen de stadsgrenzen lagen. Panforte hoorde namelijk nog steeds alleen uit Siena te komen!

Deze uitbreiding bracht natuurlijk ook enige verandering met zich mee. Zo werd er her en der geëxperimenteerd met de receptuur, door bijvoorbeeld chocoladestukjes aan het deeg toe te voegen of de hele panforte te bestrijken met gesmolten chocolade.

De panforte die nu het meest bekend is, ontstond relatief laat, in 1879. Koningin Margherita vereerde de stad in augustus met een bezoek, aangezien ze de Palio wel eens met eigen ogen wilde aanschouwen. De hele stad was natuurlijk in rep en roer en iedereen ging koortsachtig aan de slag om de nodige voorbereidingen te treffen. De bakkers bogen zich over een uniek recept voor een speciale panforte. Uiteindelijk besloten ze een geraffineerder kruidenmengsel te gebruiken dan voor de gewone panforte. Als finishing touch bestrooiden ze de bovenzijde van de panforte met een dikke laag poedersuiker, zodat het brood er meer als een taart uit zou zien.

Zo werd de Panforte Margherita geboren, die inmiddels over de hele wereld bekend is. Dit tot groot ongenoegen van de bakkers in Siena, die stug volhouden dat zij de enige zijn die de echte panforte kunnen maken. In 1927 stichtten zij dan ook een soort consortium om het oorspronkelijke recept van de panforte te beschermen en wereldwijde exploitatie te voorkomen. De panforte draagt ook nu nog steeds een IGP-keurmerk, waarmee de authenticiteit van de panforte di Siena is gewaarborgd.

Ook nu nog wordt de panforte voornamelijk gebakken door kleine bedrijfjes of zelfstandige, ambachtelijke banketbakkers. Wanneer je door de smalle straatjes van de stad loopt, hoef je je neus maar achterna te lopen om een verse panforte te vinden. Wil je eerst een klein stukje proeven, bestel dan een klein puntje. Eenmaal geproefd, wil je vast ook een lekker stuk voor de thuisblijvers meenemen, of – nog beter – de ingrediënten om thuis zelf aan de slag te gaan. Bij de Antica Drogheria Manganelli (zie voor het adres Ciao tutti van 3 juli 2010) vind je amandelen, gekonfijte vruchtjes, ouwel en het ‘geheime’ kruidenmengsel.

Voor ongeveer 8 personen heb je het volgende nodig:

150 gram bloem, plus wat extra om te bestuiven
150 gram kristalsuiker
150 gram geroosterde amandelen
150 gram gekonfijte cederappel
75 gram gekonfijte sinaasappel
2 eetlepels honing
1 eetlepel van het ‘geheime’ kruidenmengsel
(bestaande uit o.a. kaneel, koriander, kruidnagel, nootmuskaat, piment en steranijs)
40 ml water
een vel ouwel
poedersuiker

Roer de suiker en de honing door het water. Breng het mengsel aan de kook en wacht tot het een temperatuur van ongeveer 120 °C heeft bereikt. Als je van de siroop draden kunt trekken, voeg je de in blokjes gesneden gekonfijte vruchtjes toe. Roer alles goed door elkaar en haal de pan van het vuur.

Meng er dan de amandelen, de bloem en het kruidenmengsel doorheen en blijf kneden tot er een homogene massa ontstaat.

Leg het deeg op een met bloem bestoven werkvlak. Bekleed een bakvorm met een doorsnee van 20 cm met de ouwel. Rol het deeg uit en leg het op de ouwel. Druk het stevig aan. Bestrooi de bovenkant van het deeg met een beetje bloem en bak de panforte 15 tot 20 minuten in een voorverwarmde oven (180 °C).

Haal de panforte uit de oven, haal alle bloem eraf en knip de uitstekende randjes van de ouwel af. Bestrooi de bovenkant met poedersuiker, zet een kopje koffie en smullen maar!

Getagd met:
jul 12

Van Rome het wapen, van Siena de kleuren, aldus de beginregels van het lied van de Contrada della Lupa, de wijk van de wolvin. In aanloop naar de Palio zingen de contradaioli uit volle borst:

‘Di Roma lo stemma
di Siena i colori
c’infiammano i cuori
di schietta virtù.’

Oftewel:

‘Van Rome het wapen,
van Siena de kleuren
die onze harten doen ontvlammen
van pure deugd.’

Het is niet geheel toevallig dat een van de contrade vernoemd is naar de wolvin. Wie goed oplet tijdens een wandeling door de stad, ziet de wolvin overal opduiken, ook buiten de naar haar genoemde contrada.

   

Het verhaal wil namelijk dat Siena gesticht is door de zonen van Remus. Remus kennen we allemaal van het verhaal van de stichting van Rome. Hij zou samen met zijn broer Romulus door een wolvin zijn opgevoed. Later streden beide broers om de heerschappij over de stad Rome, hetgeen Remus met de dood moest bekopen. Zijn broer werd de eerste koning van Rome en gaf zijn naam aan de Eeuwige Stad. Hoewel Remus verslagen was, verdween hij niet uit de Italiaanse geschiedenis. Dankzij zijn zonen…

Zijn zonen, Aschius en Senius, zouden namelijk direct na de overwinning van hun oom Rome zijn ontvlucht. Romulus wilde namelijk de hele familie van Remus uitroeien, zodat niemand hem meer van de troon zou kunnen stoten. Helaas voor hem stonden er voor de zonen van Remus twee paarden klaar, een met een wit zadeldek en een met een zwart zadeldek.

De broers gingen op pad en trokken vanuit Rome in noordelijke richting. Een wolvin vergezelde hen en wees hen de weg naar Siena. Na een lange tocht wees de wolvin deze stad aan als nieuwe verblijfplaats voor de twee broers. Toen de broers waren bijgekomen van hun reis, zouden ze het Castello Senio hebben gebouwd, precies op de plek waar nu Siena ligt.

Daardoor is de zogende wolvin ook het symbool van Siena geworden en kom je haar, net als in Rome, op elke straathoek tegen. Kijk maar eens goed om je heen op het plein voor de Duomo, in de Duomo, op het Piazza del Campo, op de binnenplaats van het Palazzo Pubblico… De kleuren die gebruikt worden in het wapen van Siena zijn zwart en wit, naar de zadeldekken van de paarden die de broers op hun vlucht bereden. Ook deze kleuren kom je overal tegen, op de wapens boven de boogramen van het Palazzo Pubblico, op de vlag van Siena en natuurlijk op de vlag van Lupa.

  

Lupa is overigens de nonna van Siena: de contrada die het langst geen Palio meer heeft gewonnen. Het is te hopen dat Lupa in augustus mag deelnemen en dan ook weer eens weet te winnen, dat zou recht doen aan de mooie spreuk uit het volkslied.

Getagd met:
jul 11

De paarden van de verschillende contrade hebben elk hun eigen stal. Daar worden ze dag en nacht bewaakt door de contradaioli, de inwoners van de contrada. Er mag natuurlijk niks met de paarden gebeuren en er mogen zeker geen vijandige contradaioli in de buurt komen… Stel dat ze het paard proberen te verwonden of van slag proberen te maken…

Elk paard moet daarom ook in deze puzzel naar zijn eigen stal (aangegeven door het huisje met hek) worden gebracht. De stallen raken elkaar natuurlijk niet, ook niet diagonaal – er ligt een veilige afstand tussen de stallen van de verschillende contrade. De paarden mogen elkaar zoals je ziet wel raken, en ze mogen ook een andere stal raken. Maar als ze de stal in zouden kunnen lopen, zie je om hen heen alleen maar witte vakjes.

De cijfers naast en onder het diagram geven aan hoeveel stallen er in de betreffende rij of kolom staan. Lukt het jou elk paard veilig onder te brengen in zijn eigen stal?

Stuur een scan van de oplossing voor 31 juli 2010 naar winnen@ciaotutti.nl, o.v.v. Alle paarden op stal. De winnaar kan straks thuis zelf een Palio organiseren: de stichting ten behoud van de Palio in Siena stelde een zeer toepasselijke prijs ter beschikking: het enige echte Palio-spel, waarmee je de prachtige paardenrace op je eigen terras of in je eigen huiskamer tot leven kunt brengen:

Getagd met:
jul 08

Deze kreet echoot tijdens de honderd dagen voorafgaand aan de Palio door de wijk Civetta. Alle contradaioli, jong en oud, zingen uit volle borst het volkslied van de contrada, hetgeen de overwinning zou moeten afdwingen. Luister maar mee!

Luister naar Civetta va

Il Castellare è tutto in festa;
quanta letizia c’è nei nostri cuori!
Inneggiamo alla Civetta,
inneggiamo ai suoi colori.
Sventola al vento la Bandiera,
rulla il tamburo, tutti a te corriam;
per te fremiam,
per te cantiam
un inno di passion.

Civetta và,
Civetta và,
tu gloria e vanto sei di tutta la città.
Civetta và,
Civetta và,
sei Priora e fieri ci sentiam.

Ecco alla mossa già i fantini andar,
freme la Piazza e urla piena di passion.
Per te soltanto
noi viviamo l’incanto
di una corsa che il cuore soffrirà…

Civetta và,
Civetta và,
Palio stasera si festeggerà!

Piazza del Campo è tutta in festa:
Siena ritorna come ai tempi d’or!
Suona lento il campanone,
torna Cecco tra di noi.
Tutti in Contrada questa sera.
Il cavallino benedetto è già.
Ora corriam,
ora cantiam,
un inno di passion…

Maar er wordt niet alleen gezongen; alles wordt uit de kast gehaald om ervoor te zorgen dat Castellare, waar het hoofdkwartier van Civetta gevestigd is, de overwinning op zijn naam mag schrijven. Iemand van buiten Siena kan zich vaak nauwelijks iets voorstellen bij al deze commotie, maar voor de Sienezen is de Palio het belangrijkste hoogtepunt van het jaar.

John Appel heeft dat gevoel een aantal jaren geleden perfect tot uiting weten te brengen in zijn documentaire The Last Victory, waarin twee inwoners van Civetta tijdens de dagen voorafgaand aan de Palio worden gevolgd en geïnterviewd. Hoofdpersoon van de film is Egidio, de 92-jarige nestor van Civetta. Een vitale oude man, met als grootste wens dat zijn wijk nog één keer de Palio weet te winnen. Alleen dan kan hij rustig sterven, aldus Egidio.

Egidio neemt John Appel mee naar het hoofdkwartier van zijn contrada, naar het diner op de avond voorafgaand aan de Palio en naar de stal waar het paard wordt verzorgd door de 21-jarige Paolo, die de Palio voor het eerst als stalknecht meemaakt. Hij vertegenwoordigt de jonge generatie wijkgenoten die nog nooit een overwinning heeft gezien. Civetta had namelijk op het moment van filmen (2003) al sinds 1979 geen enkele overwinning meer weten te behalen.

De film vertelt het kleinere persoonlijke verhaal van de verschillende hoofdpersonen terwijl ze zich voorbereiden op de race. Hun levenslot, verdriet, nostalgie en geluksmomenten. Zo kijkt Egidio de Palio niet op het Piazza del Campo of met andere contradaioli in Castellare, maar thuis, met zijn hoofd bijna in de televisie, omdat hij de spanning anders niet meer aan kan. Zo kan hij ook beter zijn teleurstelling verwerken, als blijkt dat Civetta wederom naast de vaandel grijpt.

Na het kijken van The Last Victory begrijp je pas echt wat de Palio voor de inwoners van Siena betekent. De film toont de saamhorigheid van een wijk die leeft tussen hoop en teleurstelling, hoe de Palio is ingebed in een kleine maar hechte samenleving. Politiek, religie, traditie en bijgeloof zijn er allemaal mee verweven. Voor de Sienezen is de Palio niet slechts een evenement van één dag, of een toeristische trekpleister, nee, het is veel meer dan dat: het is een manier van leven.

Dat bleek vorig jaar augustus wel, toen Civetta tijdens de Palio van 16 augustus, na jarenlang te hebben verloren, als eerste over de finish kwam. Aangezien ook na het verschijnen van The Last Victory geen succes meer was geboekt, waren de Civettini uitzinnig van vreugde. Ik stond midden op het Piazza del Campo en wist niet wat me overkwam. Van alle kanten renden uitzinnige ‘uiltjes’ naar het paard (de befaamde Istriceddu) en Brio (alias Andrea Mari), de ruiter. De eerste minuten had ik al mijn aandacht nodig om in die golvende massa op de been te blijven.

Toen de rust op het plein weer ietwat was teruggekeerd, trokken de meeste Civettini naar de Duomo, om Maria te bedanken voor deze overwinning. Het paard en de ruiter voorop, en daarachter een stoet lachende, huilende, biddende en zingende contradaioli. Na een ererondje in de kerk trok de hele stoet naar Castellare, waar het feest uiteraard werd voortgezet. De klok van het kerkje van Civetta weerklonk onophoudelijk, de deuren van het museum werden wijd opengezet, de rode wijn vloeide rijkelijk en de meeste mannen en jongens bleven tot diep in de nacht rondjes door de wijk lopen, uiteraard met de gewonnen Palio maar natuurlijk ook met een heel leger aan trommelaars en vaandeldragers.

Uiteraard was ik erg benieuwd of Egidio deze overwinning nog mee had mogen maken. Ik besloot een van de vrouwen die bij de deur van het museum zat naar hem te vragen. Tot mijn grote verrassing nam ze me bij de hand en bracht ze me bij Egidio, inmiddels 98 jaar oud maar dolgelukkig na deze overwinning. Hij straalde van oor tot oor en brabbelde onophoudelijk ‘Abbiamo vinto, abbiamo vinto!’, ‘We hebben gewonnen, we hebben gewonnen!’. Ik feliciteerde hem met de overwinning en we toostten op het feit dat zijn grootste wens in vervulling was gegaan. Hij liet vol trots de fontein van Civetta zien, een vliegende uil van brons die hoog boven de hoofden van de contradaioli over de binnenplaats van Castellare vliegt. Uiteraard moest ook het museum worden bezocht, waarbij Egidio met tranen in zijn ogen vertelde over de overwinning van 1979.

Na al die verhalen was het inmiddels vreselijk laat geworden, maar buiten liepen de trommelaars nog even enthousiast rond. Tot diep in de nacht zou het overwinningslied door de stad schallen. Egidio en ik namen afscheid en ik sprak de wens uit dat we bij de eerstvolgende overwinning wederom samen zouden toosten. Of Civetta mag deelnemen aan de Palio van augustus is afhankelijk van de trekking op 11 juli. Er zijn nog drie plaatsen vrij voor 10 contrade. Giraffa, Leocorno, Istrice, Civetta, Onda, Lupa, Chiocciola, Pantera, Torre en Aquila maken allemaal nog kans op een startplaats. Op 2 juli 2011 doet Civetta zeker mee, maar of Egidio dat nog mag meemaken… Speriamo!

Getagd met:
jul 04

Toen ik vorig jaar in Siena aan mijn cursus Italiaans voor gevorderden begon, kregen we allereerst een stencil uitgereikt met de titel Vocabolario di sopravvivenza per il Palio: Woordenlijst om de Palio te overleven. Mijn medestudenten en ik keken elkaar een beetje lacherig aan: ook zonder deze specifieke kennis zouden we deze eeuwenoude paardenrace weten te doorgronden, dachten we.

Binnen vijf minuten wisten we al dat we de lijst hard nodig zouden hebben. De inwoners van Siena praten in juli en augustus nauwelijks ergens anders over dan over de Palio, die het hele dorp in zijn greep heeft. De wereldpolitiek, Berlusconi, voetbal, lekker eten… alles verdwijnt een paar weken naar de achtergrond.

Maar dat is nog niet alles, nee, voor de Palio bestaat er inderdaad een soort taal voor ingewijden, met woorden die je in de rest van Italië nooit hoort of ziet, maar die in Siena ten tijde van de Palio van levensbelang zijn wil je niet met je mond vol tanden staan.

Inmiddels ben ik gelukkig – met dank aan ras-Sienezen Sonia en Serena – ingewijd in de taal van de Palio en kan ik een aardig woordje meepraten. Voor iedereen die de berichtgeving over de Palio van eergisteren en die van 16 augustus wil volgen, heb ik hier de belangrijkste termen op een rijtje gezet:

ALFIERE vaandelzwaaier
BARBARESCO de contradaiolo die zorg draagt voor het paard
BARBERO het paard dat deelneemt aan de Palio
BUCARE het winnen van de Palio
CAMPANINA de klok van de kerk van de contrada, die de hele nacht door wordt geluid wanneer de contrada de overwinning heeft behaald
CAMPANONE de klok boven in de Torre del Mangia, op het Piazza del Campo
CANAPE het dikke koord waarachter de paarden zich moeten verzamelen voordat de Palio van start gaat
CAPITANO de contradaiolo die tijdens de Palio de leiding heeft over de contrada en de strategie van de race uitdenkt
CAPPOTTO wanneer een contrada zowel de Palio van 2 juli als die van 16 augustus wint
CASATO de laatste bocht van het parcours, vlak voor de finish
CENCIO het vaandel dat de winnende contrada als beloning krijgt, ook wel palio genoemd (vandaar de naam Palio)
CONTRADA wijk in Siena; er zijn 17 verschillende contrade en aan elke Palio nemen 10 contrade deel
CONTRADAIOLO inwoner van de contrada die actief bij de wijk betrokken is
CORO een groep contradaioli die zingen ter aanmoediging van ruiter en paard
CORSA de paardenrace zelf, de spannendste minuten van de gehele Palio
ENTRONE de binnenplaats van het Palazzo Pubblico, waar de paarden zich voor de race verzamelen
FANTINO de ruiter
FARE BUIO letterlijk: ‘donker worden’, een uitdrukking die door de Sienezen wordt gebruikt om aan te geven dat het veel te lang duurt voordat de Palio van start kan gaan
FAZZOLETTO halsdoek die de verschillende contradaioli tijdens de (aanloop naar de) Palio dragen om duidelijk te maken uit welke contrada ze afkomstig zijn
FONTANINA fontein; elke contrade heeft zijn eigen fontein, waar op de dag van de patroonheilige alle nieuwe contradaioli worden gedoopt
GIRO stoet van contradaioli die door de stad trekken (behalve door de vijandelijke contrade)
GUARDAFANTINO contradaiolo die verantwoordelijk is voor het welbevinden van de ruiter 
MASGALANO prijs voor de contrada die in juli en augustus het mooiste optreden heeft verzorgd tijdens de optocht over het Piazza del Campo
MATERASSI de matrassen die in de hoek van het Piazza del Campo zijn geplaatst, zodat de ruiters en paarden niet al te hard terecht komen als ze uit de bocht vliegen
MOSSA hier stellen de paarden zich op (achter il canape) en wordt het startsein gegeven
MOSSIERE degene die alle paarden naar het startpunt roept en erop toeziet dat de ruiters hun paarden juist opstellen
MUSEO museum; elke contrada heeft zijn eigen museum, waar alle gewonnen vaandels, oude kostuums en andere herinneringen aan eerdere races te zien zijn
NONNA letterlijk: ‘oma’, de contrada die het langst geen overwinning heeft weten te behalen – de huidige nonna is de contrada Lupa
PALCHI de tribunes vanwaar je de Palio kunt aanschouwen – mits je een goedgevulde portemonnee meeneemt
PALIO met Palio wordt zowel de paardenrace zelf bedoeld als de prijs die de winnende contrada mee naar huis mag nemen: een uniek vaandel dat elke keer door een andere kunstenaar ontworpen wordt
CORTEO STORICO een historische stoet met vaandelzwaaiers, ridders en ruiters die voorafgaand aan de Palio door de stad trekt
PROVA  ruiters en paarden bereiden zich voor op de Palio door een aantal keer een ‘proefronde’ te rijden op het Piazza del Campo – erg leuk om dan even te gaan kijken, zeker ’s ochtends kun je voor een schijntje op de tribune plaats nemen
PROVA GENERALE de generale repetitie, de avond voorafgaand aan de Palio
PROVE DI NOTTE 2 dagen voordat de paarden worden toegewezen aan de contrade galopperen ze ’s ochtends om 5 uur over het Piazza del Campo, zodat de contradaioli kunnen bedenken op welk paard ze moeten inzetten
QUATTROGIORNISTA iemand die zich slechts tijdens de Palio aansluit bij een contrada
RINCORSA de contrada die in rincorsastaat, moet als laatste het startgebied (het gebied tussen de touwen) betreden – zodra het paard binnen de touwen is, mag de race van start gaan
RINGOLLATA het winnen van de Palio in augustus als de tegenstander de Palio van juli in de wacht heeft weten te slepen
RIONE het grondgebied van de contrada
RIVENDUTO een contradaiolo die zijn contrada verlaat om zich bij een andere aan te sluiten
SCOSSO een paard zonder ruiter
S. MARTINO de moeilijkste bocht op het parcours
SOCIETA’ plek waar de contradaioli elkaar ontmoeten, samen eten en angstvallig de vorderingen van hun paard in de gaten houden
SPENNACCHIERA een stoffen versiering in de kleuren van de contrada die aan het hoofd van het paard wordt bevestigd
STAMBURATA het geluid van de trommelaar die de vaandelzwaaiers vergezelt, hetgeen in juli en augustus overal in Siena te horen is
STALLA de stal van het paard, vaak mooi versierd en ten tijde van de Palio goed bewaakt
SUNTO bijnaam van de klok van de Torre del Mangia op het Piazza del Campo
TAMBURINI de trommelaars, die in aanloop naar de Palio dag en nacht oefenen op een pleintje in de eigen contrada en meelopen in de vele optochten, vaak vergezeld van de vaandelzwaaiers
TONDINO wanneer de druk bij de start te groot wordt, rijden de paarden alvast een rondje om het Piazza del Campo
TRATTA op 29 juni en 13 augustus worden de paarden die door de strenge keuring van dierenartsen van de gemeente Siena zijn gekomen getoond aan de verschillende contrade; ze rennen een aantal rondjes om het plein zodat de capitani kunnen zien wat hun kwaliteiten zijn en vervolgens worden ze toegewezen aan de 10 deelnemende contrade
TUFO de zandsoort die op het Piazza del Campo wordt aangebracht en waarop de paarden hun rondjes rennen

 

   Bandiera – Vlag

   Cavallo – Paard

  Fazzoletti – Halsdoeken

   Giro – Stoet

   Tamburino – Trommelaar

Getagd met:
jul 02

Nadat de mossiere (degene die het touw mag laten zakken ten teken dat de race van start kan gaan) de paarden wel vier keer een rondje over het Piazza del Campo moest laten rijden omdat ze te onrustig waren, was het toen het touw voor de vijfde keer op het zand neerplofte raak: een geldige start. Onda, Giraffa en Drago waren snel weg, maar helaas voor hen: Selva gaat er uiteindelijk met de Palio vandoor. Op naar de Duomo voor de dankzegging aan Maria en dan is het feest in de wijk van het woud!

 

Voor wie wil weten tegen wie Selva het ook alweer moest opnemen, hierbij de startvolgorde van de contrade, gevolgd door de naam van het paard en de ruiter:

LEOCORNO – Giostreddu – Giuseppe Zedde alias Gingillo
ONDA – Giove Deus – Jonatan Bartoletti alias Scompiglio
GIRAFFA – Lampante – Gianluca Fais alias Vittorio
BRUCO – Elimia – Virginio Zedde alias Lo Zedde
SELVA – Fedora Saura – Silvano Mulas alias Voglia
NICCHIO – Istriceddu – Luigi Bruschelli alias Trecciolino
ISTRICE – Elfo di Montalbo – Francesco Caria alias Tremendo
DRAGO – Insomma – Alessio Migheli alias Girolamo
AQUILA – Gammede – Federico Ghiani

Met achter het tweede touw (in rincorsa zoals ze dat in Siena noemen) TORRE – Leo Lui – Antonio Siri alias Amsicora.

Getagd met:
preload preload preload