Ga op pad met onze City Walks!

Het kleine geluk bijna verlost te zijn

Alleen al om de titel zou dit boek alle fans van De eenzaamheid van de priemgetallen moeten aanspreken. Hoewel de boekenrecensent van La Repubblica het een boek vindt dat ‘is doordrenkt van pijn en verdriet’, is het verhaal veel hoopvoller dan De eenzaamheid van de priemgetallen.

Het kleine geluk bijna verlost te zijn is in eerste instantie het kleine geluk van Giulia, die nog maar een klein meisje is als haar moeder zelfmoord pleegt.

‘Giulia, ik moet nu weg, papa staat beneden, je weet dat hij boos wordt als mama hem laat wachten. Maar dat is een beetje gespeeld, net als bij toneel. Toneel vind je toch leuk, schatje?
Mama, kunnen we ook een keer naar het circus?
We gaan naar alles wat jij wilt, maar nu moet je hier op me wachten, liefje.

Giulia rende het balkon op. Haar moeder gaf haar een kus op haar hoofd en ging schrijlings op het balkonhek zitten. Ze schudde haar hoofd heen en weer alsof ze last had van haar haar in haar ogen, en ze stampte met haar voet op de grond, als om te zeggen: Kom hier, ga hier zitten.
Oké, goed zo.

Mama, mag ik ook met mijn beentjes naar buiten zitten?
Hoezo, beentjes? Kijk eens hoe groot je al bent, dat zijn reuzenbenen, lekkere reuzenbenen om in te bijten, en jij bent mijn zonnetje. Wees lief, doe wat oma zegt, loop rechtop en eet niet te veel chocoladerepen, daar krijg je buikpijn van. Oma komt zo en dan neemt ze je mee naar huis.

Hoi, dan slaap ik vanavond bij oma!
Ja, maar maak het niet te laat voor haar.
Mama, wanneer kom je dan weer terug?
Heel gauw, maar ga nu maar naar binnen want als mama steeds naar je kijkt, wil ze niet meer weg en dan wordt papa boos.
Mama?
Ja, wat is er, schat?
Waar is papa eigenlijk?
Die staat om de hoek te wachten, lieverdje. Nu moet je naar binnen.
Mama, ik hou heel veel van je.
Ga naar binnen, schatje.
Goed, mama.
Jij bent mijn gehoorzame soldaatje.
Ik hou heel veel van je, mama.

Giulia haalde een been naar binnen. Door de kapotte verflaag had ze een rode plek op haar huid gekregen, maar ze zei er niets over. En voor de allereerste keer leek haar moeder niets te merken. Ze schudde nog steeds met haar hoofd, alsof haar haar in haar ogen prikte. Giulia had een schoen verloren, maar toen ze keek waar hij was gevallen, zag ze hem niet. En geluid was er niet te horen geweest. Mama keek haar glimlachend aan.
Maakt niet uit, die pakt mama wel. Ga maar naar binnen, lief engeltje van me.’

Dat Giulia’s moeder een einde aan haar leven maakt, tekent niet alleen Giulia’s leven, maar ook dat van haar buurjongetje Marco, die er getuige van is geweest, en dat van haar oma Agata, die de zorg voor het meisje op zich neemt. Ze proberen er het beste van te maken, maar ze blijven worstelen met hun herinneringen, het gemis, de vragen…

Jaren later keert Giulia terug naar huis om voor haar dementerende oma te zorgen. Ze ontmoet ook Marco weer, die nog steeds in het tegenoverliggende appartement woont. Hij leeft samen met Leni, een prostituee. Agata’s warrige herinneringen aan het verleden en de verleidingen van Leni doorbreken het stilzwijgen. Alle vier zoeken ze geborgenheid, maar niemand slaagt erin zichzelf of een ander een beetje geluk te geven. Bij allemaal komt echter meer en meer het intense verlangen naar boven om voorgoed verlost te worden van het verleden; om eindelijk echt gelukkig te zijn.

Chiara Valerio vertelt deze geschiedenis van pijn en verlossing in een kristalheldere taal, waar geen ontkomen aan is. Zij geeft elk personage een eigen stem en een eigen visie op het verleden, terwijl ze een toekomst tegemoet gaan die vol verrassingen is. Chiara Valerio neemt je mee op een zoektocht naar geluk, hoe klein ook. Zoals Marco het uiteindelijk zo mooi verwoordt: ‘Er zijn gelukkige, blije mensen en er zijn mensen die gelukkig zijn ondanks.’

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *