jul 30

Italianen hebben een zwak voor schoonheid. Dat komt niet alleen naar voren in hun sprankelende taalgebruik, de vele aanspreektitels die in Italië nog aan de orde van de dag zijn en de mooie, stijlvolle kleding waarmee de Italianen zelfs hartje zomer door de stad lopen. Nee, het hele leven van de Italiaan is doordrongen van gevoel voor schoonheid, tot in de kleinste details. In het Italiaans spreekt men van dan ook vaak over fare la bella figura. Eenvoudig vertaald betekent dit ‘een goed figuur slaan’, maar het precieze gevoel dat achter fare la bella figura schuilgaat wordt hiermee niet helemaal gedekt.

Omdat het concept niet makkelijk in één zin is uit te leggen, besloot Mieke van Delden een heel boek te wijden aan deze term.

Zij laat zien dat la bella figura in elk segment van de Italiaanse samenleving is doorgedrongen:

Bella figura doet de vader die zijn leven lang spaart om zijn dochter de mooiste dag van haar leven te geven. De mooiste kapel voor de officiële ceremonie, het duurste kasteel voor de receptie. Een goed figuur sla je door te laten zien hoe je gezien wilt worden. Wat is je status, wat vind je belangrijk je vrienden aan te bieden?

Bella figura doen de ouders die hun dochter de communie laten doen. Wat verwacht de gemeenschap waarin je leeft van je? Je doet je best met je gezin goed verzorgd en in mooie kleren naar de kerk te komen. Natuurlijk, de betekenis van de communie is belangrijk, maar vooral de aankleding telt.

Bella figura doet de ober in het restaurant. Hij vertelt je vol trots wat de ingrediënten in de pasta zijn, daarbij wijzend op de Italiaanse keuken en zijn historie.

Bella figura doet de groenteman op de markt. De manier waarop hij zijn producten aanprijst, trots alsof het de pareltjes van de markt zijn.

Bella figura zorgt er ook voor dat je naar de laatste mode gekleed gaat, een zonnebril naar de nieuwste trend draagt en voor de dames: schoenen met hakken van acht centimeter, waarmee je over de straatkeitjes paradeert alsof je als mannequin op de catwalk loopt. Bella figura gaat echter verder dan de buitenkant.

Bella figura doet elke huisvrouw die je vraagt hoe je pomodori inmaakt. Ja, beslist met een takje basilicum erbovenop. Nee, absoluut geen basilicum, gewoon puur. Even opkoken. Nee, niet koken. Vraag de mevrouw in de winkel waar je de pomodori-molen koopt, de moeder van je vriendin, de baas van de camping, de buurman: allemaal hebben ze vol overtuiging de beste manier van inmaken.

Bella figura zit in de genen van een eeuwenoud volk, want in Italië, het land van de wijn, moet ik de eerste Italiaan nog tegenkomen die te diep in het glaasje gekeken heeft.’

Mieke van Delden brengt in Bella figura de Italiaanse levensstijl in woord en beeld tot leven, van Toscane tot Napels, van opera tot damesschoenen en van processies tot padre Pio. Hierbij alvast een voorproefje:

Alles weten over la bella figura ? Op www.bellafigura.nl schrijft Mieke van Delden regelmatig een column over haar Italiaanse leven. Ook lees je hier hoe Bella Figura tot stand is gekomen en kun je Mieke via deze website uitnodigen voor een lezing over haar en onze passie: Italia!

  • Share/Bookmark
jul 29

Deze maand staat op Ciao tutti de Palio van Siena centraal. Maar de paardenrace in Siena is niet de enige Palio. Vandaag een greep uit de meest bijzondere Italiaanse Palio-tradities.

In Ferrara kennen ze net als in Siena de Palio als paardenrace. Sterker nog, de Palio di San Giorgio, zoals de race hier heet, is de oudste paardenrace ter wereld. Hoewel minder bekend dan de Palio van Siena, is de Palio van Ferrara zeker niet minder mooi om te zien.

Ook hier strijden de verschillende contrade tegen elkaar om een palio in de wacht te slepen. Het zijn echter niet alleen de paarden die de overwinning kunnen behalen. Elk weekend in mei kunnen de contrade punten in de wacht slepen. Er zijn wedstrijden voor vaandelzwaaiers en trommelaars en er is een feestelijke parade waarvoor de inwoners van Ferrara hun traditionele kledij uit de kast halen. De stoet voert naar het Castello Estense. Hier legt elke contrada een eed af aan de hertogen van de D’Este-familie.

Tijdens het laatste weekend van mei vindt dan de grande finale plaats. Het Piazza Ariosto, een groot ovaal plein met een verlaagd middenstuk, is verbouwd tot toneel voor de race. De Palio bestaat in Ferrara, anders dan in Siena, uit vier verschillende races: de race van de putti (jongens), de race van de putte (meisjes), de race van de asine (ezels), en – de belangrijkste – de race van de cavalli (paarden).

Net als in Siena werd de Palio in Ferrara twee keer per jaar gehouden: op 23 april ter ere van San Giorgio, de beschermheilige van de stad, en op 15 augustus ter ere van Maria Hemelvaart. Nu vinden alle feestelijkheden en races zoals gezegd in mei plaats. Wie echter op een ander moment in Ferrara verblijft, kan toch een glimp van de Palio opvangen. De fresco’s die de muren van de Salone dei Mesi in het Palazzo Schifanoia versieren, geven namelijk een aantal fragmenten van de Palio van 1471 weer. In dat jaar werd de Palio opgedragen aan Borso D’Este, die door paus Paulus II was benoemd tot Hertog van Ferrara. De race ging gepaard met extra veel feestelijkheden, zo getuigen ook de feestvierende mensen op de fresco’s.

Maakt een ezelrace in Ferrara deel uit van de Palio, in Asciano, een dorpje in Toscane, vindt op de tweede zondag van september een heuse Palio dei Ciuchi plaats, een ezelrace waar geen paard aan te pas komt. Wat in de jaren tachtig is begonnen als een parodie op de Palio van Siena, is inmiddels uitgegroeid tot een serieus evenement dat de sfeer in het stadje aardig in zijn greep houdt. Zeven stadswijken strijden om de eer. Ook hier weer een schitterende optocht voorafgaand aan de eigenlijke race. Hoewel, race… We hebben het hier natuurlijk wel over ezels en die zijn niet zo makkelijk als paarden. Het zou dus zo maar kunnen gebeuren dat een paar rondjes een uur in beslag nemen, als de ezels überhaupt de ene poot voor de andere willen zetten.

Een dergelijke ezelrace wordt elk jaar ook in Asti, een stadje in Piemonte, georganiseerd. Hier barst de strijd echter niet los tussen wijken onderling, maar tussen twee verschillende steden, Asti en Alba, hetgeen het allemaal nog spannender maakt. De rivaliteit kan hoog oplopen! De inwoners van Asti, organiseerden voor het eerst een paardenrace in 1275. De race werd gehouden ter ere van San Lorenzo, de patroonheilige van Alba. Aangezien de race net buiten de stadsmuren plaatsvond, bleef hij voor de inwoners van het naastgelegen Alba niet bepaald onopgemerkt. Zij besloten hun buren te imiteren en zetten zelf een race op poten, maar dan binnen de eigen stadsmuren. Deze race zou echter niet met paarden maar met ezels worden gereden.

Na een jarenlange onderlinge strijd besloten beide gemeenten in 1967 samen een ezelrace op touw te zetten, waarbij de twee steden het tegen elkaar op moesten nemen. Op de eerste zondag van oktober worden beide stadjes in oude luister hersteld. Alleen daarom is het al leuk om deze ezelrace een keer mee te maken. De Palio is tevens de opening van de Fiera del Tartufo, de truffelbeurs. Net als in Asciano doen de ezels precies waar ze zin in hebben en kun je niet altijd van een echte race spreken. Meer dan bij de andere races is het in Asti echter wel zaak om niet als laatste over de finish te hobbelen. De wijk die namelijk als allerlaatste over de streep komt, krijgt voor straf een ansjovis. Het jaar erop moet die wijk de catering van het evenement verzorgen, waarbij de gerechten worden gemaakt op basis van… juist, ja: ansjovis.

In Montepulciano hadden ze een vooruitziender blik: niks geen paarden, ezels en al zeker geen ansjovis als straf. Nee, in dit kleine Toscaanse dorpje rollen elke laatste zondag van augustus de wijnvaten door de straten!

  

Tijdens de Bravio delle Botti, de race van de wijnvaten, nemen de verschillende stadsdelen het tegen elkaar op door enorm zware wijnvaten (ik hoorde vorig jaar zeer uiteenlopende gewichten genoemd worden door de omstanders, van tachtig tot wel tweehonderdvijftig kilo) tegen de heuvel op te rollen. De race wordt ook hier voorafgegaan door een stoet van mensen in middeleeuwse kledij, maar het heeft ook wel wat om al die mannen met ontbloot bovenlijf te zien ploeteren. Bij de Palio gaat het – als er tenminste paarden aan te pas komen – vaak zo snel dat je geen idee hebt wat er gebeurt, maar tijdens deze wijnvatenrace kun je in alle rust kijken, aanmoedigen en foto’s maken. De race wordt afgesloten met een feestelijke maaltijd op het Piazza Grande, waarbij de wijn uit de vaten natuurlijk als eerste soldaat wordt gemaakt.

In Gubbio ten slotte moet je de laatste zondag van mei goed uit je ogen kijken. Hier vindt dan namelijk de traditionele Palio della Balestra plaats, een wedstrijd kruisboogschieten.

Op het Piazza della Signoria zoeven de pijlen met een enorme snelheid op hun doel af, de roos van een schietschijf die op 36 meter afstand is geplaatst. Doordat het lijkt alsof alle pijlen in de roos belanden, is het vaak ondoenlijk om uit te maken wie de winnaar is. Dit levert hoogoplopende, verhitte Italiaanse discussies op, zeker omdat ook hier weer twee dorpjes tegen elkaar strijden. De inwoners van Gubbio nemen het op tegen de dorpelingen van Sansepolcro, dat even verderop ligt. Maar zodra duidelijk wordt wie de winnaar is, is alle strijd vergeten en kan het grote feestvieren beginnen!

  • Share/Bookmark
jul 28

Twee weken geleden schreef ik al over de Sala dei Nove (Zaal van de Negen) in het Palazzo Pubblico, waar de vroegere bestuurders van de stad hebben laten afbeelden hoe een ideaal bestuur eruit zou moeten zien. In opdracht van het College van Bestuur van Siena beschilderde Ambrogio Lorenzetti de wanden met fresco’s die de gevolgen van het goede en het slechte bestuur weergeven.

Lorenzetti schilderde de fresco’s, die drie wanden van de zaal in beslag nemen, tussen 1337 en 1339. Zijn werk is in een aantal opzichten uniek te noemen. Zo was er tot die tijd nog geen enkel fresco gewijd aan een niet-religieus onderwerp. Uniek is ook de wijze waarop Lorenzetti op het grote fresco van de gevolgen van goed bestuur voor de stad en het platteland de stad Siena en haar omgeving heeft afgebeeld.

Om het leven in een goed geordende stadstaat zo realistisch mogelijk weer te geven, moest Lorenzetti de huizen en de straten vullen met allerlei verschillende mensen en activiteiten. Zo zie je vrolijk dansende vrouwen, bouwvakkers die hard aan een woning bouwen, winkeliers die achter hun toonbank staan en een adellijk jachtgezelschap dat de stad verlaat terwijl van de andere zijde volgeladen ezels de stad in worden geleid.

Juist door die vrolijke en drukke menigte valt de waarheidsgetrouwe weergave van de gebouwen meer op. De vele details, zoals links de koepel en de markante, zebragestreepte toren van de dom, laten je uren heen en weer lopen voor het schilderij. Het uitzicht rechts over het platteland rond Siena is het eerste echte landschap dat sinds de Klassieke Oudheid is opgetekend, waarbij wel gelijk duidelijk wordt dat de mens hier bezit heeft genomen van de natuur. Ook dat is een van de vele voordelen van een goed bestuur. Op de hellingen groeien wijnstokken, terwijl even verderop de boeren op het land aan het werk zijn.

Terug naar de goede regering, die we op de middelste wand zien afgebeeld. Helemaal aan de linkerzijde zetelt een grote vrouw, die symbool staat voor de rechtvaardigheid. Boven deze vrouw zweeft de wijsheid, die een enorme weegschaal vasthoudt die door de rechtvaardigheid precies in balans wordt gehouden. Vanaf de weegschaal lopen twee koorden, die door Concordia, symbool voor de eendracht, tot een dik touw worden gedraaid. Dit touw wordt doorgegeven aan vierentwintig burgers, die op hun beurt het touw aan de grote mannenfiguur geven. Onder deze heerser zie je de wolvin en de tweeling Romulus en Remus weer terugkomen (zie ook Ciao tutti van 12 juli).

Links en rechts van de grote heerser zitten enkele vrouwen die de verschillende deugden uitbeelden: van links naar rechts pax (vrede), fortitudo (kracht), prudentia (behoedzaamheid), magnanimitas (ruimhartigheid), temperantia (gematigdheid) en justitia (rechtvaardigheid). Boven het hoofd van de heerser nog drie onmisbare ingrediënten voor een goed bestuur: geloof, hoop en liefde. Rechtsonder zie je een groepje gevangenen dat door soldaten wordt bewaakt en wacht op berechting – rechtvaardigheid is niet voor niets twee keer op het fresco afgebeeld.

Waartoe deze goede regering leidt, zagen we net al: een drukke, florerende stad waarin allerlei activiteiten worden ontplooid, omringd door een vruchtbaar platteland dat zorg draagt voor voedsel en wijn. Boven het land zweeft een gevleugelde vrouwenfiguur die staat voor de securitas, oftewel de zekerheid, die een goed bestuur met zich mee brengt.

Heel anders is de situatie op de tegenoverliggende wand, waar Lorenzetti de slechte regering en de gevolgen daarvan voor de stad in één fresco heeft afgebeeld. De enorme hoofdfiguur, symbool voor de tirannie, wordt omgeven door een aantal gruwelijke medestanders die de stad in de richting van de afgrond duwen: crudelitas (wreedheid), proditio (verraad), fraus (bedrog), furor (woede), divisio (verdeeldheid) en guerra (oorlog). Boven zijn hoofd zweeft nog meer verschrikkelijks, namelijk avaritia (gierigheid), superbia (trots) en vanagloria (ijdelheid). De rechtvaardigheid, die bij de goede regering zo belangrijk is, ligt geboeid aan de voeten van de tiran, met naast haar een gebroken weegschaal. Het evenwicht is zoek: in de stad is het een grote chaos en het platteland maakt een desolate indruk.

Dit is gelukkig niet het Siena zoals we dat na het bezoek aan de Sala dei Nove om ons heen zien, al kijk je na de prachtige details op het fresco van Lorenzetti wel met een heel ander oog naar de stad!

  • Share/Bookmark
jul 27

Als fervent soepliefhebber zet ik ook ‘s zomers graag soep op tafel – maar dan wel koud!

Gazpaccio Caprese
met mozzarella en croutons

Ingrediënten
(voor 4 personen)

1 kilo rijpe, geurige tomaten, in blokjes
200 gram wortelen, in kleine stukjes
100 gram bleekselderij, in kleine stukjes
2 theelepels zout
1 theelepel witte peper, fijngemalen
2 theelepels rodewijnazijn
½ eetlepel basilicum-knoflookolie
olijfolie
4 sneden oud brood
2 bollen buffelmozzarella
2 eetlepels basilicum, fijngesneden

Pureer de groenten in een keukenmachine, samen met het zout, de witte peper en de azijn. Wrijf de verkregen puree door een middelgrote zeef. Roer er de basilicum-knoflookolie doorheen. Verhit een beetje olijfolie in een koekenpan en bak hierin het in blokjes gesneden brood droog en krokant. Maak met een meloensteker kleine balletjes van de mozzarella.

Vul vier gekoelde glazen of borden met de koude soep en verdeel de mozzarellaballetjes over de vier porties. Garneer met de croutons en de fijngehakte peterselie. Schenk er nog een beetje basilicum-knoflookolie over en serveer direct.

Lekker met een frisdroge witte wijn. A tavola!

Dit zomerse recept is afkomstig uit het kookboek La vita è bella! – Italiaans vegetarisch van Jolande Burg. Jolande Burg woont, net als Frans van Munster (zie Ciao tutti van 10 juli) in Puglia, waar ze inspiratie opdeed voor de recepten in dit boek.  

Jolande: ‘Sinds een jaar of anderhalf hebben mijn man en ik een tweehonderd jaar oude villa in een van de meest onbedorven stukken van Italië, Apulië. Een gebied met eeuwenoude olijfbomen, landhuizen en trulli, oude koepelwoningen in de olijfgaarden te midden van citroen- en amandelbomen, cactussen en wilde bloemen. Het is superromantisch allemaal en aangezien het gebied in de volksmond ‘de moestuin van Italië’ heet, is dit een inspiratiebron geworden voor mijn manier van vegetarisch koken.’

En inspirerend zijn de recepten in La vita è bella! zeker. Bij het zien van gerechten als carpaccio met bietjes en gorgonzoladressing, caponatataartjes, auberginekroketten of limoen-honing panna cotta duik ik in elk geval snel de keuken in. Si, la vita è bella!

  • Share/Bookmark
jul 26

‘Terwijl ik in de kathedraal opging in de herinnering aan dat zeldzame, emotionele gedweep van Umberto, kwam er een groep Britse toeristen achter me staan; hun gids vertelde geanimeerd over de vele mislukte pogingen om de oude grafkelder van de kathedraal te vinden en op te graven, die naar verluidt in de middeleeuwen had bestaan maar kennelijk voorgoed verloren was gegaan.

Ik luisterde een poosje geamuseerd naar de sensationele draai die de gids aan het verhaal gaf, voordat ik de kathedraal weer aan de toeristen overliet en de Via del Capitano afslenterde om, tot mijn grote verrassing, weer op de Piazza Postierla te belanden, recht tegenover de espressobar van Malèna.

De andere keren dat ik er was geweest, was het druk op het pleintje, maar vandaag was het aangenaam rustig, misschien omdat het siëstatijd was en gloeiend heet. Tegenover een sokkel met een gebeeldhouwde wolf en twee zogende baby’s erop stond een kleine fontein, waar een vervaarlijk ogende metalen vogel boven hing. Twee kinderen, een jongen en een meisje, waren elkaar met water aan het bespatten en renden heen en weer, joelend van plezier, terwijl een rij oude mannen op korte afstand in de schaduw zat, zonder jas maar met hun hoed op, die met milde blik hun eigen onsterfelijkheid beschouwden.

‘Hallo daar!’ zei Malèna toen ze me zag binnenkomen. ‘Luigi heeft goed werk gedaan, nietwaar?’
‘Hij is een genie.’ Ik liep naar haar toe en voelde me op een vreemde manier thuis toen ik over de koele toog leunde. ‘Ik ga nooit meer uit Siena weg zolang hij hier is.’

Ze lachte hardop, een hartelijke, speelse lach waardoor ik me weer afvroeg wat het geheime ingrediënt in het leven van deze vrouwen was. Wat het ook was, het ontbrak mij ten enenmale. Het was zoveel meer dan gewoon zelfvertrouwen; het leek de kunst te zijn jezelf lief te hebben, gul en geestdriftig, met lichaam en ziel, waaruit op natuurlijke wijze de overtuiging voortvloeide dat iedere man op de hele planeet er hevig naar verlangde om hetzelfde te mogen doen.

‘Hier…’ Malèna zette een espresso voor me neer en legde er met een knipoogje een biscotto naast: ‘Eet meer. Daar krijg je… je weet wel, karakter van.’
‘Wat een woest ogend schepsel,’ merkte ik op over de fontein buiten. ‘Wat voor vogel is het?’
‘Dat is onze adelaar, aquila in het Italiaans. De fontein is onze… o, wat is het ook alweer?’ Ze beet op haar lip, zoekend naar het woord. ‘Fonte battesimale… ons doopvont? Ja! Hier brengen we onze baby’s zodat ze aquilini worden, kleine adelaartjes.’
‘Is dit de contrada van de Adelaar?’ Ik keek rond naar de andere klanten, plotseling helemaal kippenvellig.’

De Amerikaanse Julie Jacobs is in Siena om de geheime erfenis van haar overleden moeder te zoeken. In een bankkluis treft ze de oerversie van Romeo en Julia’s liefdesgeschiedenis aan, waarin wordt verteld over de vete tussen twee Toscaanse families: de familie Salimbeni en de familie Tolomei. Dan stuit Julie op een waarschuwing die aan haarzelf is gericht: ‘Er rust een vloek op jouw familie en daarmee ook op jou, want je echte naam is Giulietta Tolomei.’ Julie duikt de geschiedenis van beide families in, en stuit al gauw op een intrigerend verhaal.

Na een bloedige aanval van de familie Salimbeni op de familie Tolomei, in 1340, blijkt Giulietta Tolomei de enige overlevende te zijn. Dankzij Lorenzo, een monnik, weet ze naar de stad te vluchten. Onderweg wordt ze echter aangevallen door handlangers van de familie Salimbeni. Een jonge Sienese edelman, Romeo Marescotti, redt Giulietta en Lorenzo van hun belagers. Romeo wordt verliefd op Giulietta, en zij op hem. Maar hun heimelijke liefde wordt wreed verstoord wanneer Giulietta gedwongen wordt te trouwen met Messer Salimbeni.

Tijdens de zoektocht naar haar familiegeschiedenis merkt Julie dat niet iedereen blij is met haar aanwezigheid in Siena. Hoe ver strekt de vloek uit het verleden zich uit?

Julia is een adembenemende historische roman, die je bijna 500 pagina’s lang meevoert naar het veertiende-eeuwse Siena. Heerlijk herkenbaar voor wie er verblijft, maar degenen die het boek gewoon in de tuin of op de camping lezen niet getreurd: je waant je echt even in de straatjes en op de pleinen van Siena. Alleen het boekomslag met het prachtige Piazza del Campo laat je al wegdromen…

  • Share/Bookmark
Getagd met:
jul 25

Serena, die tijdens mijn logeerpartij al snel in de gaten had hoe groot mijn passie voor boeken was, nam me op een van mijn laatste dagen in Siena mee naar het Archivio di Stato, het staatsarchief, dat is gevestigd in het Palazzo Piccolomini. Het archief is helaas niet altijd toegankelijk voor toeristen, maar wanneer je een paar dagen voor je bezoek per mail of telefoon informeert of je langs kunt komen, ben je meestal van harte welkom. Het is de moeite in elk geval meer dan waard, want in dit archief bevindt zich een van de mooiste bezittingen van Siena: de Tavolette di Biccherna.

De Tavolette di Biccherna zijn houten plankjes, die lange tijd werden vervaardigd als boekomslagen. Het kantoor van de Biccherna, dat verantwoordelijk was voor alle administratie van de stad, gebruikte deze tavolette tot diep in de achttiende eeuw om rekeningen, balansen, boekhoudingen en andere financiële stukken samen te binden. De boeken werden vervolgens gearchiveerd door de camarlingo, het hoofd van de schatkamer.

Gelukkig zijn veel van deze tavolette bewaard gebleven: in totaal beschikt het Archivio over 105 tavolette, die allemaal tentoongesteld worden. De tavolette zijn erg belangrijk voor de geschiedschrijving van de stad, want behalve dat de financiële gegevens zelf natuurlijk veel inzicht geven in de historie van Siena, doen ook de omslagen zelf dat. Op elk omslag werd namelijk een voorstelling geschilderd die betrekking had op de familie of het bedrijf wiens boekhouding was opgenomen, of op de algemene geschiedenis van de stad. Door de boekomslagen te bekijken, komt Siena voor je ogen tot leven.

De eerste boekomslagen waren vaak nog vrij simpel. De oudste tavoletta die nog is teruggevonden is van de hand van Giulio di Pietro. Het omslag zou dateren uit 1258, en is dus ruim 750 jaar oud. De monnik die op het omslag aan het werk is, is broeder Ugo, die in die tijd de functie van camarlingo van de Sienese schatkamer bekleedde.

Vaak bevatten de tavolette een inscriptie, waarin we meestal de datum kunnen terugvinden, evenals de namen van de betreffende familie. Als illustratie worden in de begintijd van de tavolette vaak de familiewapens weergegeven:

         

Later, zo halverwege de vijftiende eeuw, worden de boekomslagen meer en meer echte schilderijtjes. De familiewapens spelen niet langer de hoofdrol; in plaats daarvan worden belangrijke politieke, religieuze en historische gebeurtenissen afgebeeld. Zo is het volgende omslag een dankbetuiging aan Maria, die Siena beschermde tijdens een verwoestende aardbeving enkele kilometers verderop.

De stad neemt langzamerhand een steeds belangrijker rol in op de tavolette, zodat een wandeling door het Archivio di Stato een wandeling door de geschiedenis van Siena is. Een kleine greep uit de prachtige omslagen die te zien zijn:

        
     

   

Aan het eind van je bezoek wacht je overigens nog een verrassing: vanaf het balkon van het Palazzo Piccolomini heb je een uniek uitzicht over het Piazza del Campo en ligt Siena letterlijk aan je voeten!

Archivio di Stato
Via Banci di Sopra 52, Siena
assi.archivi.beniculturali.it

  • Share/Bookmark
jul 25

Nu de renners in de Tour de France vandaag hun laatste etappe rijden, mag ik vast wel weer even over de Giro schrijven, de grote Italiaanse wielertocht die dit jaar in Amsterdam startte. Van een trouwe fan van Ciao tutti kreeg ik namelijk het boek Het roerige leven van Alfonsina Strada in handen, dat het verhaal vertelt van de eerste vrouw die ooit de Giro reed. Nu ben ik eerlijk gezegd niet zo’n wielerfan, maar ik werd vanaf de eerste pagina gegrepen door deze dappere Alfonsina. In een tijd waarin vrouwen slechts werden gezien als accessoire van de man (en dat meen ik serieus: Italiaanse vrouwen kregen pas in 1946 stemrecht), wist Alfonsina met vasthoudendheid en een gerechtvaardigde trots de obstakels te overwinnen die haar onconventionele leven met zich meebracht.

‘Als het in onze tijd was gebeurd – een vrouw die de Giro rijdt samen met de mannen – zou de wereld op zijn kop hebben gestaan: kranteninterviews, specials op tv, fotoreportages, hordes sponsoren die hun merknaam aan het fenomeen wilden verbinden. Maar het gebeurde in 1924. De informatieverstrekking was gebrekkig, de journalistiek kende de betekenis van het woord ‘scoop’ nog niet, en wat vrouwen betreft: die moesten vooral thuisblijven en kinderen maken – een filosofie die niet alleen werd gepropageerd door de antifeministische vertegenwoordigers van het fascisme en de kerk, maar die bovendien door een overgrote meerderheid van de mensen werd onderschreven. Zodat elke onderneming met een hoofdpersoon van het ‘zwakke geslacht’ of die nu sportief of sociaal was, als nieuwlichterij werd beschouwd en dus enige argwaan wekte. Om over promiscuïteit nog maar te zwijgen: nog in 1932 werd het Ondina Valle – de latere winnares van de 80 meter horden op de Olympische Spelen van Berlijn in 1936 – verboden deel te nemen aan de Olympische Spelen van Los Angeles, omdat ze op de boot naar Amerika de enige vrouw zou zijn tussen alle mannen van het Italiaanse team.

Wellicht is dat de reden dat er aan de inschrijving voor de Giro van 1924 van Alfonsina Strada-Morini amper ruchtbaarheid werd gegeven, ondanks het feit dat Armando Cougnet en Emilio Colombo, respectievelijk hoofdredacteur en directeur van de krant die het evenement organiseerde, La Gazzetta dello Sport, haar met name toestemming hadden gegeven om mee te doen teneinde meer aandacht voor het evenement te genereren.

Dat jaar hadden de gerenommeerde teams om financiële redenen namelijk besloten de koers te boycotten en hun kampioenen niet in te schrijven. Omdat Girardengo en Brunero dus ontbraken, evenals de revelatie van 1923, Bottecchia, zag de Gazzetta zich gedwongen te engageren wie ze maar konden vinden: naast enkele profs van een redelijk niveau en een aantal oudere exponenten van het zogenaamde ‘heroïsche wielrennen’, was dat een flinke schare goedwillende renners, onderverdeeld in de categorieën amateurs, junioren en ‘buiten-klasse’. Deze laatsten waren niet – zoals je zou kunnen denken – superkampioenen, maar mensen die koersten als eenling, met het doel een paar lires te verdienen om van te kunnen leven. In Frankrijk had Henri Desgrange dit type renners, met een fraaie term, désherités gedoopt, kansarmen.

Onder de amateurs – voorzien van een reglementaire licentie van de Italiaanse Wielerunie – bevond zich ook Alfonsina Strada: zoals gezegd, Cougnet en Colombo waren ervan overtuigd dat de opmerkelijke aanwezigheid van een vrouw in het peloton publiciteit zou genereren rond een koers die werd geteisterd door afzeggingen. Met name Colombo wilde haar tegen elke prijs laten meedoen, tegen de zin van andere leden van de organisatie in. Zijn tegenstanders vreesden namelijk dat de deelname van Alfonsina er niet alleen voor zou zorgen dat die editie van de Giro zou veranderen in een schertsvertoning, maar ook dat die voor haarzelf op een fysieke ramp zou uitlopen, die haar voor het leven zou tekenen.

‘Iedereen stond op scherp,’ zou Colombo later aan Rino Negri van de Gazzetta vertellen, ‘klaar om me af te maken als Alfonsina iets ernstigs zou overkomen.’ Ze zou de proeve echter op glorieuze wijze doorstaan. Al na de tweede etappe – zo heeft een van de directeuren van de Giro later toegegeven – werd ‘die vrouwelijke renner’ gezien als ‘de topattractie’ van de ronde.

Omdat ze bekend waren met de gangbare overtuigingen van het volk en met de filosofie van het regime, waren de organisatoren evenwel zeer behoedzaam bij het publiekelijk onthullen van Alfonsina’s naam. Geen enkele vooraankondiging maakte melding van de aanwezigheid van een vrouw in de groep. Sterker nog, dagenlang verscheen haar naam in het geheel niet in de lijst van ingeschrevenen die dagelijks door de Gazzetta werd gepubliceerd.

Totdat drie dagen voor de start naast nummer 72 te lezen stond: Alfonsin Strada uit Milaan. Het is onbekend of die ontbrekende ‘a’ het gevolg was van een doelbewuste opdracht van de directeur om suspense te creëren, of van een fout van de typograaf, die niet kon geloven dat zich onder de ingeschrevenen een Alfonsina zou bevinden.’

Er bevond zich echter wel degelijk een Alfonsina onder de renners, die dag na dag trots over de finish reed – al bereikte ze de eindstreep meestal pas vele uren nadat de mannen eroverheen waren gefietst. Maar dat kon Alfonsina niet deren. Hoewel meer dan zestig van de negentig deelnemers de eindstreep niet wisten te halen, zette Alfonsina door. Ze haalde het, waarmee ze een plek veroverde in de collectieve verbeelding van veel vrouwelijke wielrenners na haar.

Als je bedenkt hoeveel aandacht dé vrouw van de Giro 2010, Yolanthe Cabau van Kasbergen, kreeg, stijgt de bewondering voor Alfonsina’s moed en doorzettingsvermogen alleen nog maar meer. Hopelijk maakt haar verhaal een beetje strijdlust los bij (wieler)vrouwen en zien we ze, samen met Yolanthe, volgend jaar aan de start verschijnen in plaats van aan de finish, op de trappers in plaats van op het erepodium. Hoewel, misschien lukt het met Alfonsina’s voorbeeld wel om een plekje bij de eerste drie te veroveren? Haar verhaal is er inspirerend genoeg voor!

Hoe Alfonsina deze Giro beleefde en hoe ze ertoe kwam de pedalen te bestijgen, wordt op een meeslepende manier uit de doeken gedaan in Het roerige leven van Alfonsina Strada. Nieuwsgierig geworden naar Alfonsina’s levensgeschiedenis? Je kunt Het roerige leven van Alfonsina Strada bestellen via www.inaltreparole.nl. Op deze website vind je eveneens een overzicht van de boekhandels waar het levensverhaal van Alfonsina te koop is. In bicicletta dus, deze zomervakantie!

  • Share/Bookmark
jul 24

Terwijl ik mijn boterhammen voor de lunch smeer, denk ik met heimwee terug aan mijn Italiaanse lunchpauze van vorige week. Of lunchpauze, zo mag je het eigenlijk niet noemen. Denk aan een terrasje met uitzicht op het Piazza del Campo, een heerlijk zonnetje en een groot stuk torta della nonna, oftewel grootmoeders taart, en je kunt je vast wel een voorstelling maken van mijn heimwee.

Mijn Italiaanse lunchpauze…

Daarom ging ik eenmaal thuis direct op zoek naar het lekkerste recept voor deze torta della nonna. Het is een echt Toscaans recept en weer eens wat anders dan alle koekjes die we tot nu toe gebakken hebben deze maand. Rose Gray en Ruth Rogers hielpen me met hun nieuwe kookboek The River Cafe – Klassiek Italiaans Kookboek uit de brand:

Torta della nonna is een zoete pastei die wordt afgedekt met een lekker boterdeeg. De bodem is cakeachtig en wordt gemaakt van heel veel eieren, boter, geraspte citroenschil en suiker. De vulling is een mengsel van losgeklopte schapenricotta en vanillevla, op smaak gebracht met citroen. Diverse vrienden in Toscane hebben deze taart voor ons gemaakt. De originele en lekkerste werd gemaakt door mijn overgrootmoeder Lisa Contini Bonacossi uit Capezzana. We hebben haar recept gebruikt als basis voor deze lichte, romige versie die niet al te zoet is en bestrooid wordt met pijnboompitten.’

Torta della nonna

Ingrediënten:
(voor 12 personen)

voor het deeg:
500 gram kristalsuiker
7 middelgrote biologische eieren
500 g zachte boter
1 kilo bloem
1 eetlepel poedersuiker
1 eetlepel bakpoeder
geraspte schil van 2 citroenen
20 gram pijnboompitten

voor de roomvulling:
200 ml melk
schil en sap van 1 citroen
1 vanillestokje, in de lengte gespleten
250 gram kristalsuiker
3 middelgrote biologische eieren
4 eetlepels bloem
350 gram ricotta, losgeklopt met een vork

Klop voor het deeg de suiker en 6 eieren door elkaar. Meng lepel voor lepel de zachte boter erdoor, gevolgd door de bloem, de poedersuiker, het bakpoeder en de citroenrasp. Meng alles snel, dek het af met plastic folie en zet het 30 minuten in de koelkast.

Breng voor de vulling in een pan met dikke bodem de melk met de citroenschil en het vanillestokje tegen de kook aan. Verwijder de citroenschil, schraap het merg uit het vanillestokje en gooi het stokje weg.

Meng in een kom de suiker met de bloem. Klop de eieren er een voor een door, schenk dit mengsel bij de melk en verwarm alles roerend op laag vuur tot je een dikke vla hebt; dat duurt zo’n 5 minuten. Het is belangrijk dat je de vla verwarmt tot de smaak van de bloem is verdwenen, maar wees voorzichtig: als je het mengsel te snel laat koken, zal de vla schiften. Schenk de vla in een kom en laat hem afkoelen. Roer de ricotta en het citroenrasp door de afgekoelde vla.

Verwarm de oven voor tot 180 °C, beboter een ondiepe taartvorm van 30 cm in doorsnee en bestuif hem met bloem. Rol de helft van het deeg op een met bloem bestoven werkvlak uit tot een lap van 1 cm dik en met ongeveer dezelfde diameter als de vorm. Leg de deeglap in de vorm en druk hem uit, zodat de hele bodem ermee bedekt wordt.

Schep er een dikke laag van de roomvulling op; laat rondom een rand vrij van 1,5 cm. Rol de tweede portie deeg uit. Maak die iets dunner dan de eerste (circa 5 mm) en 2 cm breder in doorsnee. Leg de lap voorzichtig in de vorm, zodat de hele vulling bedekt wordt, en druk hem langs de rand aan met je vingers, tot op het deeg op de bodem van de vorm.

Klop in een kommetje het resterende ei los en bestrijk daarmee de bovenkant van de taart. Bestrooi hem licht met 1 eetlepel kristalsuiker en strooi de pijnboompitten erover. Zet de taart 40 minuten in de voorverwarmde oven.

In dit Klassiek Italiaans Kookboek van het Londense River Cafe nemen Rose Gray en Ruth Rogers je mee naar de authentieke Italiaanse familiekeuken. Tijdens de afgelopen twintig jaar verzamelden ze tijdens hun reisjes naar Italië de klassieke recepten die de Italiaanse keuken haar wereldwijde reputatie hebben gegeven. Daarnaast wisten ze oude Italiaanse familierecepten te achterhalen die van generatie op generatie zijn doorgegeven, maar eigenlijk nooit in een restaurant te krijgen waren. Samen met de schitterende foto s en de prachtige vormgeving maakt dit het kookboek tot een gepassioneerde gids voor iedereen die echt Italiaans wil koken.

Vooral de gebaksectie is om van te watertanden! Je vindt er een recept voor ricciarelli (zie Ciao tutti van 3 juli), crostata (jamtaart), ciambella (een soort cakekrans), torta di Capri (chocoladetaart), florentines, castagnaccio (kastanjetaart), zabaglione en natuurlijk ontbreken ook de cantuccini niet. En dan heb ik het nog niet eens over alle gelati die erin staan – of over wat je naast al die zoetigheid nog kunt eten: pasta, gnocchi, risotto, pizza, vis, vlees, salades… Met recht een klassiek Italiaans kookboek! Klik hier om het boek te bestellen bij bol.com.

  • Share/Bookmark
jul 23

Vorig jaar trotseerde ik de augustusdrukte in Siena om de Palio mee te maken, en met name de aanloop naar deze paardenrace. Op uitnodiging van Serena reisde ik naar Siena en bracht ik een week door op en rond het Piazza del Campo, met de opdracht elke avond thuis te komen met het laatste nieuws over de Palio. Als tegenprestatie nam zij me mee naar alle festiviteiten die normaal gesproken niet voor toeristen toegankelijk zijn.

Zo schoof ik samen met haar en haar zoon op de avond voorafgaand aan de Palio aan bij La Cena della Contrada van de wijk Aquila. Elke contrada die aan de Palio deelneemt, organiseert de avond voorafgaand aan de grote race een groot diner in de openlucht. Door de hele stad staan lange tafels, gedekt in de kleuren van de contrada. Moeders en oma’s staan de hele dag in de keuken. Er worden bergen pasta gemaakt, tomaten ontveld, blaadjes basilicum fijngestampt en plakken vlees gesneden.

Onder het genot van vele gangen lekker eten wordt er al een voorproefje genomen op de overwinning. Uiteraard worden er ook bemoedigende toespraken gehouden en wordt om de hap het volkslied ten gehore gebracht. Dat kende ik na de antipasto dan gelukkig ook van buiten, zodat ik – uiteraard ook voorzien van een fazzoletto – helemaal in de schoenen van een Aquilina kon stappen.

Wie ook een keer zo’n bijzonder diner wil meemaken, kan uiteraard een beroep doen op Serena. Op www.amicasiena.it vind je een overzicht van wat ze allemaal voor je kan regelen: je verblijf, een interessante rondleiding door de stad of een van de vele musea, een cursus Italiaans, een speciaal arrangement voor de Palio, een kook- of schildercursus, niets is Serena te gek.

Mocht je volgend jaar ook zo’n bijzonder Palio-diner willen meemaken, oefen dan wel alvast onderstaand lied. Wie weet mag je net als ik bij de Aquilini aanschuiven…

L’inno dell’Aquila

Immensa folla che gremisci piazza,
dubbi puoi aver se corre l’Aquilon.
La sua vittoria è certa perchè ha l’ali
e avanti a tutti sempre resterà.

Anche se il Palio è spesso lottato,
con un cavallo alato che puoi far?
E’ l’Aquilon giallo, celeste e nero
primo su tutti vedono arrivar…

Aquila vola,
chi di te più in alto ancor potrebbe andar?
Quasi ammaliate,
restan tutte le contrade ad ammirar.

Se tu sei sovran dell’aria
della Piazza sarai tu,
la più bella e sempre prima,
chi potrà arrivarti più?

L’uccello nostro
è il più bello e nel mondo non ha ugual.
Chi combatte col suo rostro
presto vinto nella polvere cadrà!

Giubbetto d’or dai simboli imperiali,
che ardito sfrecci in dura tenzon.
Non puoi temer se anche i più grossi
dettano legge e voglion far i padron.

Poi viene il giorno che il valore vero,
di una contrada fulgere già sa.
E’ l’Aquilon giallo, celeste e nero
primo su tutti vedono arrivar

Aquila vola
che di te più in alto ancor potrebbe andar.
Quasi ammaliate,
restan tutte le Contrade ad ammirar.

Se tu sei sovran dell’aria
della Piazza sarai tu,
la più bella e sempre prima,
chi potrà arrivarti più.

L’uccello nostro
è il più bello e nel mondo non ha ugual.
Chi combatte col suo rostro
presto vinto nella polvere cadrà

folla menigte / massa
dubbi twijfels
correre rennen / racen
certa zeker
ali vleugels
   
spesso vaak
lottato bevochten
un cavallo alato een gevleugeld paard
giallo geel
vedono zij zien
   
volare vliegen
alto hoog
quasi bijna
ammaliate betoverd
ammirare bewonderen
   
sovran heerser
l’aria de lucht / hemel
più meer
bella mooi
prima eerst
   
l’uccello de vogel
il mondo de wereld
combattere strijden
il rostro de snavel / bek
la polvere het stof / het zand
   
giubbetto hesje / vest
imperiali keizerlijk
dura hard / moeilijk
temere vrezen
far i padron de baas spelen
   
poi dan / vervolgens
il giorno de dag
il valore de waarde / de moed
vero waar / echt
già al / reeds
  • Share/Bookmark
Getagd met:
jul 22

Voor iedereen die niet snel bang is vandaag een lijstje met tien thrillers die zich in Toscane afspelen. Nagelbijten gegarandeerd!

1 De naam van de roos – Umberto Eco

William van Baskerville, een geleerde franciscaner monnik uit Engeland, vertrekt in 1327 als speciaal gezant van de keizer naar Italië. Hij moet een ontmoeting organiseren tussen de van ketterij verdachte franciscanen en afgevaardigden van de paus. Al spoedig ontwikkelt zijn verblijf in de abdij zich echter tot een tijd vol apocalyptische verschrikkingen: in de abdij worden zeven misdaden gepleegd. William, een voormalig inquisiteur, wordt door de onderzoekskoorts bevangen. Steeds dieper dringt hij door tot de geheimen van de abdij…

2 Moord in Toscane – Helene Nolthenius

Helene Nolthenius schreef net als Umberto Eco over een middeleeuwse kloosterbroeder die min of meer bij toeval een detectiverol aanneemt. Uit de speurtochten van Lapo Mosca, zoals de broeder heet, koos Nolthenius twee van de spannendste verhalen, die zich afspeelden in 1352 en 1358: Geen been om op te staan en Als de wolf de wolf vreet… Pikant detail is dat alle misdaden die Nolthenius beschrijft echt gebeurd zijn. Wees dus gewaarschuwd!

3 Hannibal – Thomas Harris

Eigenlijk moet je dit boek pas lezen nadat je in Florence bent geweest, want anders durf je er misschien niet meer heen. Zeker is in elk geval dat je een keer extra over je schouder kijkt als je ’s avonds over de Florentijnse keitjes wandelt…

Zeven jaar zijn verstreken sinds de beruchtste seriemoordenaar aller tijden ontsnapte uit gevangenschap. Dr. Hannibal Lecter waart nog steeds rond, genietend van de smaken en geuren van een weinig behoedzame wereld. Maar FBI-agente Clarice Starling is haar ontmoetingen met Hannibal nog lang niet vergeten – en zijn raspende stem spookt nog steeds door haar dromen. Ook Mason Verger herinnert zich dr. Lecter. Hij was zijn zesde slachtoffer. Veger is de schatrijke eigenaar van een varkensslachtimperium en wordt geobsedeerd door wraak. Vanuit zijn beademingsapparaat heeft Verger een wereldwijd web gesponnen. Maar om de doctor te vangen, heeft hij een exquis en onschuldig ogend lokaas nodig; datgene wat Lecter het beste smaakt…

4 Het monster van Florence – Douglas Preston

De jacht op de seriemoordenaar die Thomas Harris inspireerde tot Hannibal Lecter – voor wie één zo’n monsterlijk spannend avontuur in deze prachtige stad nog niet genoeg is!

Tussen 1974 en 1985 werden in de heuvels rond Florence zeven stelletjes vermoord. De politie arresteerde in de loop der jaren meer dan tien mogelijke daders – die allemaal weer werden vrijgelaten. Talloze levens werden verwoest door geruchten en valse beschuldigingen. Maar het Monster van Florence bleef onvindbaar.

In 2000 verhuisde Douglas Preston met zijn gezin naar een dorpje net buiten Florence. Toen hij zich in de geschiedenis van zijn huis verdiepte, bleek het vlak bij een van de moordplekken te liggen. Preston nam contact op met de misdaadjournalist Mario Spezi, die zich jarenlang in de moordzaken had vastgebeten. Spezi had wel een idee in welke kring de seriemoordenaar gezocht moest worden. Samen besloten ze een poging te doen het Monster te ontmaskeren. Hun controversiële onderzoek viel niet in de smaak van de Italiaanse autoriteiten. De auteurs werden zelfs verdacht van medeplichtigheid en verduistering van bewijzen. Preston is sindsdien persona non grata in Italië – maar het boek werd een regelrechte bestseller.

5 Huis van stilte – Sabine Thiessler

Dat Toscaanse huizen vaker een bloederige geschiedenis met zich meedragen, weet ook Sabine Thiessler. In haar eerste boek, Huis van stilte, ontdekt een paddenstoelenzoeker in een eenzaam gelegen oud boerenhuis in Toscane een verschrikkelijk toegetakeld lijk. Het blijkt Sarah te zijn, de Duitse vrouw van trattoria-eigenaar Romano. Haar keel is doorgesneden – maar waarom? Deze brute moord is nog maar het begin van een onheil dat lang hiervoor al onafwendbaar was.

Twintig jaar eerder is Sarah namelijk samen met Romano uit Berlijn weggevlucht om te ontkomen aan haar relatie met een geniale, maar gewelddadige muzikant. In het idyllische Toscane, waar Romano geboren is, beginnen ze een nieuw leven en openen ze een kleine trattoria. Maar hun geluk duurt maar kort; al spoedig raakt hun zoontje na een tragisch ongeval geestelijk gehandicapt. Om dit grote ongeluk het hoofd te bieden, begint Sarah overspelige relaties met verschillende mannen. Ze geeft zich over aan een gevaarlijk leven en realiseert zich niet dat ze langzaamaan door het verleden wordt ingehaald. Het noodlot, dat indertijd in Berlijn begon, neemt als in een klassieke Griekse tragedie bezit van Sarah tot in haar dood. En nog veel verder…

Sabine Thiessler schreef ook de Italiaanse thrillers De kinderverzamelaar en Dodenakker.

6 De Toscaanse tuin – Mark Mills

Maar ook buitenshuis liggen genoeg bloedstollende verhalen voor het oprapen, zoals blijkt in De Toscaanse tuin. Adam Strickland, student aan Cambridge University, krijgt in 1958 een speciale opdracht van zijn professor: hij moet een scriptie schrijven over een beroemde zestiende-eeuwse Toscaanse tuin. Deze tuin blijkt echter niet zomaar een tuin te zijn. Al gauw ontdekt Adam dat de tuin iets mysterieus heeft, iets ongrijpbaars. Signor Docci, de eigenaar van de vreemde en grillige tuin, heeft de tuin aangelegd ter ere van zijn vrouw – waarschijnlijk nadat hij haar heeft vermoord.

Tegelijkertijd ontspint zich een ander intrige. Adam maakt kennis met de oude signora Docci, wier oudste zoon werd doodgeschoten door de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog. En de derde verdieping van de Toscaanse villa, waar die moord plaatsvond, is sindsdien net zo hermetisch afgesloten als de tuin waarover Adam wil schrijven. Twee ruimten, bevroren in de tijd. Maar wat is het verband? Verleden en heden, liefde en intrige vermengen zich in dit uitdagende mysterie, dat een levendig beeld schetst van de ervaring van een onschuldige buitenlander tijdens de onzekere jaren in het naoorlogse Italië.

7 Schijngestalten – Corine Hartman

Florence blijkt populair als plek waar misdaadverhalen zich afspelen. Je kan je er op een zonnige zomers dag weinig bij voorstellen, maar Corine Hartman weet net als Christobel Kent (zie Ciao tutti van 7 mei) zelfs bij een temperatuur van veertig graden af en toe kippenvel over je hele lijf te toveren…

Anne den Hartogh staat niet te popelen om een week naar Florence te gaan. Haar ouders wonen in de Toscaanse hoofdstad, omdat haar vader er baanbrekend onderzoek doet naar de ziekte multiple sclerose. Anne is er met haar oudere zus uitgenodigd om haar vaders vijfenzestigste verjaardag te vieren. Ze houdt van de historische cultuurstad en ook wel van een feestje, maar ze verlangt absoluut niet naar het gezelschap van haar zus en om een heel andere reden ziet ze er als een berg tegenop haar moeder weer te zien.

Tijdens haar vaders feest in een luxe kasteel in de bergen van Rufina krijgt Anne de schrik van haar leven als ze met een dode wordt geconfronteerd. Vreemd genoeg meent iedereen met wie ze haar schokkende ontdekking wil delen dat ze zich moet vergissen. Voor Anne volgt een eenzame zoektocht naar de waarheid. Een zoektocht die haar niet alleen in levensgevaar brengt, maar ook de beangstigende vraag opwerpt: wat doe je als de werkelijkheid een nachtmerrie wordt?

Ook Hartmans In vreemde handen speelt zich in Toscane af. Tegen de achtergrond van het idyllische Toscaanse landschap wordt de spanning met de pagina voelbaarder. Diane is met haar man Robbert en dochter Lieke geëmigreerd naar Toscane om daar een hotel te gaan runnen. Ze hebben zich perfect voorbereid. Ze kennen de taal, hebben alles zorgvuldig geregeld en niets staat hun geluk in de weg… denkt ze. De droom van een zorgeloos bestaan in een aangenaam klimaat verandert echter in een angstaanjagende nachtmerrie als iemand hun plannen dwarsboomt. Als Diana ontdekt wie er verantwoordelijk is voor het leed dat haar gezin treft, betekent dat niet het einde van het drama. Integendeel: Diana wordt op gruwelijke manier met zichzelf en haar verleden geconfronteerd. Een verleden, dat ze juist wilde ontvluchten. Is ze in staat om, koste wat het kost, haar gezin te redden? En zichzelf?

8 De nacht van de zwarte rozen – Nino Filastò

Ook de misdaadromans van Nino Filastò spelen zich af in Florence. De hoofdrol is steeds weggelegd voor advocaat Corrado Scalzi. In De nacht van de zwarte rozen heeft advocaat Scalzi eigenlijk geen zin om zich te verdiepen in de bedreigingen waarmee de louche zakenman Carrubba geconfronteerd wordt. Toch zal hij erbij betrokken raken. Op zijn kantoor krijgt Scalzi bezoek van Carol Ellroy, vriendin van de Amerikaanse kunsthistoricus Wayne James die verdronken is in de haven van Livorno. Carol weigert aan zelfmoord of een ongeluk te geloven. Wayne James was namelijk net als de bedreigde Carrubba geïnteresseerd in de aankoop van enkele sculpturen van Modigliani. Zou dat hem noodlottig zijn geworden?

Corrado Scalzi speelt eveneens de hoofdrol in Filastò’s andere thrillers, Nachtmerrie met dame en Overmacht.

9 Scarabeo – Michele Giuttari

De Toscaanse hoofdstad wordt in Scarabeo evenmin gespaard. Florence wordt opgeschrikt door een reeks wrede, gruwelijke misdrijven, die niets met elkaar te maken lijken te hebben. Vervolgens ontvangt het hoofd van het rechercheteam, Michele Ferrara, de ene raadselachtige brief na de andere, waarin hij met de dood wordt bedreigd. Twee meisjes zijn verwikkeld in een vurige relatie. Een priester en een Amerikaanse journalist hebben één ding gemeen: een vervreemdende schoonheid. Wat verbindt al deze mensen en gebeurtenissen met elkaar? Het onderzoek van Ferrara leidt tot antwoorden, maar ook tot een verontrustende ontknoping.

Michele Ferrara speelt ook de hoofdrol in Giuttari’s tweede boek, Verzwegen. Een meisje blijkt te zijn gestorven aan een overdosis, maar de politie kan haar niet identificeren. Een journaliste komt om terwijl ze enkele mysterieuze gebeurtenissen in de mijnen van Carrara onderzoekt en een man wordt vermoord – vermoedelijk een crime passionel. Onderwijl is er in Toscane een hevige machtsstrijd gaande tussen de Albanese maffia en de Cosa Nostra.

Allemaal routine voor commissaris Michele Ferrara, en er lijkt geen enkel verband tussen deze uiteenlopende zaken. Maar toch… Ferrara komt er langzaam achter dat er wel degelijk iets is wat deze gebeurtenissen met elkaar verbindt. Een aaneenschakeling van geweld en dood, die ook Ferrara zelf – op meer dan één manier – zal weten te raken.

10 Het Medici geheim – Michael White

Ook tijdens de laatste Toscaanse thriller blijven we in Florence. In de crypte van de familie De’ Medici onderzoekt Edie Granger met haar oom Carlin Mackenzie de gemummificeerde lichamen van de machtigste Italiaanse familie van de Renaissance. De vondst van een onbekend zwart object in het lichaam van Cosimo De’Medici heeft grote gevolgen. Voor Mackenzie is het de meest belangwekkende en bedreigende ontdekking uit zijn carrière – zijn leven is hij niet meer zeker. Voor Edie is de vondst het begin van een bezeten en levensgevaarlijke zoektocht. Met spectaculaire wendingen verweeft Michael White het heden met het verleden – zodat je helemaal vergeet dat je gezellig voor de caravan zit te lezen…

Zomers leespakket winnen?
Hopelijk kunnen jullie met deze leestips op vakantie in Italië, lekker thuis of waar dan ook genieten van een bloedstollende Toscaanse thriller. Om een boek te bestellen via bol.com, klik op de titel (in het blauw) van het boek, of hier en zoek de titel direct bij bol.com:

Maar waar ik nu zo benieuwd naar ben: welk boek lezen de lezers van Ciao tutti deze zomer? De biografie van Da Vinci, een streekroman over een tuin vol granaatappelbomen in Sorrento, de culinaire memoires van Casanova? Laat het me weten via winnen@ciaotutti.nl en wie weet win jij dan wel een van de Toscaanse zomerleespakketten!

  • Share/Bookmark
preload preload preload