jan 28

Ondanks de romantiek van alle lokale marktjes en heerlijke kleine winkeltjes om me heen waar ik het liefst snuffel en nieuwe ontdekkingen doe, kan het soms zomaar zijn dat ik mezelf terugvind in zo’n overweldigende ipermercato. Een mammoetsupermarkt waar je werkelijk voor alles terecht kunt. Van fietsbanden tot ingemaakte kersen en van flanellen huispakken tot gebloemd briefpapier.

Ik sta wat verdwaasd voor de vele vierkante meters pastasoorten die hier staan uitgestald als ik wat verderop een bekende stem in het Nederlands hoor. Als ik nieuwsgierig om het schap heen loop, zie ik tot mijn grote verrassing inderdaad een bekende staan: Esther Bos. Vorig jaar was ik bij haar en Simona op bezoek in het Toscaanse Il Canto del Maggio (zie Ciao tutti van 26 januari en 27 januari). Esther biedt met haar Beleef Toscane een aantal culinaire voor- en najaarsarrangementen aan met net een tikje méér. Met het gevoel ‘thuis’ te zijn bij de Italianen, met heerlijk koken, eten en vertoeven in een dromerig minidorpje.

Ze begroet me blij verrast en vertelt me dan honderduit over de heerlijkheden van haar afgelopen Beleefherfst: het aanhoudende zonnige weer, óók in november, het proeven van een Vin Santo met de potentie van een luxe cognac, de smaak ontdekken van een risotto met brandnetel, het ultieme recept voor parelhoen met kastanjes, de door het droge zomerseizoen schamel uitgevallen olijfoogst die echter een ongekend rijke olie opleverde en de hartelijke gastvrijheid van Cinzia, de vrouw des huizes van ‘Moraiolo’. Een levendig boerenhuis van drie generaties waar Esthers gasten nu ook een plekje vinden. ‘Daar moet ik je echt nog eens mee naar toe nemen,’ besluit ze, terwijl ze snel nog een pak risottorijst uit het schap grist. ‘Kijk maar even,’ zegt ze, terwijl ze me haar telefoon geeft. ‘Je gelooft je ogen niet als je dit ziet!’

‘Dat pak rijst is overigens voor een nieuw uit te proberen recept,’ legt ze uit. ‘Voor fritelle di riso, rijstbeignets. Al noem ik ze met mijn dochter Jozefbollen, dat klinkt leuker,’ lacht ze. ‘En dat zijn het in feite ook. Tegenwoordig zie je al met Carnaval, maar traditioneel gezien worden ze op 19 maart gegeten, de dag van S. Giuseppe, St. Jozef en tegelijkertijd ook vaderdag in Italië.

Volgens overlevering was Jozef na zijn vlucht naar Egypte genoodzaakt om beignets te verkopen om zijn gezin te onderhouden. De Romeinen gaven hem daarom al de vrolijke bijnaam il frittellaro, de frituurman. Middenin de vastentijd wordt er nu op zijn heiligendag ‘gesmokkeld’ en heeft iedere regio wel zijn eigen gefrituurde gebak. Van de zoete zeppole uit Napels getopt met banketbakkersroom en kersen tot de hartige crespeddi van Sicilië met ricotta en ansjovis. Maar ik hou van de Toscaanse, met rijst en een zweem citroen,’ besluit ze.

‘Er bestaan honderden verschillende recepten van en evenzoveel verschillende meningen over. Mét rozijnen of zonder. Mét gist of zonder. Het originele recept stamt ergens uit de late middeleeuwen, maar ik doe het vandaag met dit recept van Simona.’ Ze krabbelt voor mij (en voor jullie natuurlijk) het recept op een papiertje. Zo kunnen ook wij genieten van een Italiaanse vastentraditie!

Frittelle di S. Giuseppe
(St. Jozefbollen)

250 gram rijst (liefst met een kleine ronde korrel, zoals risottorijst)
600 ml melk
400 ml water
mespuntje zout
3 eidooiers
3 eiwitten
1 borrelglaasje Vin Santo
100 gram suiker
zakje vanillesuiker
wat citroen- en sinaasappelrasp
3 tot 4 eetlepels bloem
olie om te frituren
extra kristalsuiker om te bestrooien

Kook de rijst in het water met de melk, het snufje zout en de citroen- en sinaasappelrasp. Giet de rijst af indien nodig en laat deze afkoelen (dit kun je ook al een dag van tevoren doen).

Voeg dan de eidooiers, Vin Santo en de suiker aan toe. Gebruik zoveel bloem als nodig is om er een stevig mengsel van te maken; het mag niet ‘weglopen’. Laat het mengsel zo’n half uurtje rusten (het originele recept heeft het zelfs over vele uren!).

Klop voor het bakken de eiwitten stijf en spatel ze voorzichtig door de rijst. Verhit het frituurvet en schep dan met een lepel balletjes van het rijstmengsel in het vet. Frituur de balletjes goudbruin en laat ze uitlekken op keukenpapier. Rol ze ten slotte door de suiker.

‘Voor de luxe versie kun je het hart nog vullen met wat banketbakkersroom.’ Esther glundert al als ze eraan denkt. En ze maakte het nog even aanlokkelijker door ter plekke Simona van Il Canto del Maggio te bellen voor een heus Toscaans wijnadvies. Haar favorieten: De Aleatico van het wijnhuis Vitereta, een passitowijn (van ingedroogde druiven) die niet al te zoet is. Of een Montepulciano di Vendemmia Tardiva (van late oogst).

Ondertussen zijn we bij de kassa aangekomen en Esther zet alle veelbelovende ingrediënten voor dit lekkers op de band. Ik krijg spontaan zin om de frittelle – en nog meer carnavalslekkers – zelf bij haar te gaan maken en proeven! Jullie ook? Kijk dan eens op Beleef Toscane onder Maschere & Misteri.

Ik zeg Esther gedag met de belofte haar snel op te zoeken op die prachtige plek en slenter terug naar de afdeling pasta om weer vertwijfeld voor de enorme keuze te staan, maltagliati of fusillli bucati? Ik ben er voorlopig nog niet uit!

jan 27

Loes Janssen Miraglia geeft ons vandaag een verrukkelijk recept voor zelfgemaakte cannelloni op Siciliaanse wijze. Cannelloni komen oorspronkelijk uit Emilia-Romagna maar worden inmiddels in heel Italië bereid. De recepten verschillen sterk van elkaar, niet alleen per regio maar ook per huishouden. De betekenis van cannelloni in het Italiaans is letterlijk ‘grote pijpen’. Cannelloni zijn een gewaardeerde primo piatto waar ook Italiaanse kinderen (mijn zoontje vormt daarop geen uitzondering) dol op zijn. Cannelloni volgens onderstaand recept verschijnen op Sicilië met Kerst op tafel, maar smaken natuurlijk ook in januari heerlijk!

Ingrediënten
(voor 6 personen)

Deeg:
300 gram bloem
3 eieren
snufje zout
15 ml water

Vulling:
een halve ui
1 teentje knoflook
3 eetlepels olijfolie
dikke plak gekookte ham (circa 150 gram)
4 gekookte eieren
200 gram rundergehakt
100 gram gekookte erwten
zout en peper
8 eetlepels tomatensaus

50 gram geraspte pecorino (harde schapenkaas)
1 eetlepel broodkruim

Bereid het deeg: zeef de bloem en maak er een berg van met een kuiltje in het midden. Breek de eieren boven het kuiltje en klop ze met een vork los, waarbij de bloem vanuit de randen beetje bij beetje wordt meegeklopt. Voeg ook een snufje zout toe.

Kneed het deeg vervolgens circa 15 tot 20 minuten op een met bloem bestoven oppervlak totdat het soepel en elastisch is. Draai er een bal van en bedek deze met een schone theedoek of wikkel deze in plastic huishoudfolie en laat het circa 30 minuten rijzen.

Rol het deeg hierna met een deegroller uit op een met bloem bestoven werkvlak.* Rol vanuit het midden naar de buitenkant en draai het deeg steeds. Vouw het deeg dubbel als het een dikte heeft gekregen van circa 5 mm. Daarna begint het uitrollen weer van vooraf aan. Herhaal deze handelingen een keer of 8. De uiteindelijke lap deeg moet een dikte van 2,5 mm hebben.

Snijd de lappen pasta vervolgens in vierkanten van 10 bij 10 cm. Breng een royale hoeveelheid water met zout in een grote pan aan de kook. Kook de pastavellen, een paar per keer, al dente. Verwijder ze met een schuimspaan uit de pan, houd ze onder stromend koud water en leg ze op een schone theedoek te drogen. Bedek de lappen pasta met een extra theedoek om uitdroging aan de randen te voorkomen.

Warm de oven voor op 180 graden.

Bereid de vulling: hak de ui en knoflook fijn en fruit ze in olijfolie. Snijd de ham in blokjes en de eieren in plakjes. Voeg het gehakt, de ham, de erwten, de eieren, zout en peper aan de ui en knoflook toe. Bak alles enkele minuten op hoog vuur. Roer regelmatig en voeg dan de tomatensaus toe. Laat het geheel nog eens circa 5 minuten op hoog vuur staan (of totdat de tomatensaus voldoende is ingedikt) en schep regelmatig om.

Schep vervolgens een beetje van de vulling op elk vierkantje deeg en rol de cannelloni op. Leg ze in een ingevette ovenschaal. Strooi de kaas en het broodkruim erover en plaats de schaal circa 25 minuten in de oven. Dien het gerecht onmiddellijk op.

*verdeel het deeg eventueel in twee porties om het uitrollen te vergemakkelijken en herhaal bovenstaande instructies voor beide porties deeg

recept & foto: Loes Janssen Miraglia

jan 26

Zeven jaar geleden bracht een grondige zoektocht het atelier van Da Vinci aan het licht. Het bleek zich midden in Florence te bevinden, direct naast het klooster van de Santissima Annunziata. Ook hier ging veel giswerk aan vooraf en ging niet alles van een leien dakje…

Het idee om onderzoek te doen kwam van kunsthistoricus Alessandro del Meglio, die aan het hoofd stond van het cartografisch archief van het instituut dat naast het voormalige klooster van de Santissima Annunziata was gevestigd. Hij wilde in kaart brengen in hoeverre de ruimtes van zijn kantoor vroeger gebruikt werden en welke functie ze hadden.

Hij wist al wel dat de ruimtes voor 1864 toebehoorden aan het naastgelegen klooster van de Santissima Annunziata, maar de rest was nog in raadselen gehuld. Wederom gaf Vasari de hint die nodig was om verder onderzoek te doen. Hij had vrij specifiek vermeld dat Leonardo Da Vinci in 1500 zijn intrek had genomen in het genoemde klooster, onder andere om een doek met de heilige Anna en Jezus te schilderen (dat nu in de National Gallery in Londen te bewonderen is).

Leonardo bleef in elk geval in het klooster wonen tot dit werk voltooid was. Vasari tekende op dat Da Vinci het schilderij, toen het helemaal naar zijn zin was, aan de Florentijnen toonde. Twee dagen lang mochten de inwoners van de stad ‘de pracht van Leonardo zien, die iedereen verbaasde’.

De nieuwsgierigheid van Del Meglio was gewekt en hij dook in andere documenten om te achterhalen waar Da Vinci dan precies had gewoond en gewerkt. Hij wist de hand te leggen op een bron waarin wordt beweerd dat Leonardo had verbleven in ‘vijf aan elkaar gekoppelde ruimtes die via een trap met de eerst verdieping zijn verbonden’. Deze trap bleek in 1864, toen Florence de hoofdstad van Italië werd, te zijn afgesloten, omdat het klooster een gedeelte van zijn behuizing moest afstaan aan de staat.

Del Meglio wilde echter meer bewijs in handen hebben voor hij daadwerkelijk op onderzoek uit zou gaan in de ruimtes van het voormalige klooster. Hij bestudeerde de brieven en aantekeningen die Leonardo optekende. Toen hij hierin geen directe aanwijzingen vond, verlegde hij zijn onderzoek naar documenten van Leonardo’s tijdgenoten.

In een brief van Pietro da Novellara zag hij de aantekeningen van Vasari bevestigd. Deze Pietro noteerde dat Da Vinci tijdens zijn verblijf in het klooster van de Santissima Annunziata de vlucht van vogels bestudeerde. In een van de gangen naar de trap zijn vage fresco’s aangetroffen met afbeeldingen van vogels in duikvlucht. In de Codex Atlanticus, een van de omvangrijke aanteken- en schetsboeken van Leonardo, tekeningen die vrijwel exact overeenkomen met deze fresco’s.

Ook een ander fresco duidt op Leonardo’s aanwezigheid in deze ruimtes. Hoewel er nog slechts een silhouet van een engel te zien is, valt deze schets vrij eenduidig aan Da Vinci toe te wijzen. De engel heeft namelijk precies dezelfde vorm als de engel die Leonardo schilderde voor zijn Annunciatie, die ik jullie in december al liet zien en die in het echt te bewonderen is in de Galleria degli Uffizi.

Leonardo schijnt zijn atelier in het klooster van de Santissima Annunziata echter niet alleen gebruikt te hebben om te schilderen. Volgens Vasari zag Leonardo er streng op toe dat niemand zijn vertrekken binnenwandelde. Het gerucht was dat hij precies in deze ruimtes lijken ontleedde om nog beter en preciezer personen te kunnen portretteren en mensen in een natuurlijke houding te schilderen.

In het gebouw waar het atelier van Da Vinci zich bevond, is nu het Militair Geografisch Instituut (IGM) gevestigd. Het is de bedoeling dat de vertrekken waar ooit de geest van Da Vinci heeft gehuisd, worden opengesteld voor publiek. Wanneer dat gaat gebeuren, is echter nog de vraag. Uiteraard houd ik jullie hierover op de hoogte, maar tot die tijd kunnen we alleen maar gissen naar wat de gevel van de Santissima Annunziata in dat geheime atelier verbergt…

jan 25

In december vorig jaar berichtte de Volkskrant dat ‘historici van over de hele wereld een petitie hebben getekend waarmee ze willen voorkomen dat er verder wordt gezocht naar wat omschreven wordt als het beste werk van Leonardo Da Vinci ooit. Om erachter te komen of dat werk bestaat – en in welke staat het verkeert – moet namelijk geboord worden in een eveneens beroemd fresco dat in 1563 over de vermeende Da Vinci heen werd geschilderd.’

Nog steeds laaien de emoties hoog op als er over de vermeende Da Vinci wordt gesproken. Sommige onderzoekers willen het verloren werk dolgraag vinden en restaureren. Anderen vinden de beschadigingen die door de zoektocht worden toegebracht onaanvaardbaar. Wie er gelijk krijgt? Dat is afwachten. In de tussentijd een situatieschets.

Da Vinci kreeg in 1503 opdracht om een belangrijke slag uit de geschiedenis van Florence op de muur van het Palazzo Vecchio te vereeuwigen. Twee jaar later zette hij de eerste streken op de muur, maar al gauw bleek dat zijn nieuwe schildertechniek te wensen over liet. De verf droop van de muur en het was onmogelijk voor Da Vinci om het fresco zoals hij dat voor ogen had te voltooien. Althans, dat is het verhaal dat Vasari heeft opgetekend. Wetenschappers hebben deze conclusie altijd in twijfel getrokken en gaan ervan uit dat Da Vinci zijn werk weldegelijk heeft voltooid.

Het ontwerp van wat Da Vinci op de muur zou hebben willen schilderen, kennen we overigens niet precies. Er is wel nog een schets van Peter Paul Rubens van een deel van het werk, maar daarop kunnen de geleerden helaas weinig baseren. Ook de schetsen van krijgshoofden die Da Vinci waarschijnlijk voor dit werk maakte, onthullen niet meer dan Rubens’ schets.

Toen Da Vinci zijn fresco De slag om Anghiari al vijf jaar had verwaarloosd en het er steeds meer op leek dat hij het niet af zou maken, besloot Vasari om iets anders over Da Vinci’s werk heen te schilderen. Niet de strijd om Florence, maar de familie De’ Medici moest de hoofdrol spelen. Sinds 1563 tooit zijn werk een van de muren van het Palazzo Vecchio, op de plek waar dus ooit ruimte voor Leonardo Da Vinci was gereserveerd.

Maar wat is er met het werk van Leonardo gebeurd? Heeft Vasari het verwijderd? Is het overgeschilderd? Wetenschappers denken dat Vasari Da Vinci’s werk niet heeft durven weghalen, maar anders te werk is gegaan. Hij zou blanco muren voor de oude fresco’s hebben gezet, waarop hij heeft geschilderd. Het werk van Da Vinci zou in dat geval dan nog steeds in het Palazzo Vecchio te vinden zijn…

Radarbeelden hebben dit vermoeden bevestigd. Tussen de muur waarop Vasari zijn fresco heeft aangebracht en de wand die daar weer achter staat, zit namelijk wel wat ruimte. Reden genoeg voor de Amerikaanse kunsthistoricus Maurizio Seracini om op zoek te willen gaan naar de verloren Da Vinci. Deze Seracini wist de burgemeester van Florence ervan te overtuigen en kreeg toestemming om op zoek te gaan naar de verloren Da Vinci.

Omdat dat echter niet zonder slag of stoot kan, en het fresco van Vasari behoorlijk beschadigd raakt door het onderzoek, zijn andere historici het hier niet mee eens en tekenden ze de hier boven genoemde petitie. Als het onderzoek echter doorgaat, wordt met behulp van een speciale camera een soort verborgen pigment onthuld, waardoor men kan vaststellen of er een Da Vinci achter Vasari’s werk schuilt. Voor het zover is, moeten de onderzoekers echter eerst de petitie naast zich neerleggen. Ook moet er geld ingezameld worden om het onderzoek te kunnen financieren. Dat zal in de huidige tijd niet meevallen…

Toch zijn de meeste mensen nieuwsgierig. Ze wachten met smart op het onderzoek. Want wat als er inderdaad een Da Vinci achter de schildering van Vasari zit? Vasari stookt de boel ook nog wel een beetje op, zelfs na zijn dood. Hij heeft zijn eigen schildering namelijk gebruikt om een hint achter te laten, die zou verwijzen naar het werk van Da Vinci. In een van de vlaggen lezen we cerca, trova. Oftewel: wie zoekt, die vindt…

Getagd met:
jan 24

Florence kent naast de kale façade van de San Lorenzo, die ik jullie gisteren liet zien, nóg een kerk met een kale voorgevel. Daarvoor moeten we wel naar de wijk Oltrarno, aan de overkant van de Arno.

Daar vind je het gezellige Piazza di Santo Spirito, een plein dat wordt gedomineerd door de gele voorgevel van de Santo Spirito. Hoewel de kale voorgevel wellicht anders doet vermoeden, is deze kerk een van de mooiste van Florence. Michelangelo kwam er graag en Bernini zou zelfs ooit hebben gezegd dat hij deze kerk het mooiste godshuis ter wereld vond.

De kerk is gebouwd naar een ontwerp van Brunelleschi, net als de Duomo en de San Lorenzo. In eerste instantie wilde Brunelleschi de kerk met het gezicht naar de Arno aanleggen. De bewoners van de huizen op het stuk tussen het huidige plein en de rivier lagen echter lange tijd dwars, waardoor de plannen uiteindelijk werden gewijzigd.

In 1444 ging de bouw echt van start, maar twee jaar later overleed Brunelleschi plotseling en stokten de werkzaamheden, zoals ook bij de San Lorenzo het geval was. Hoewel de bouw in 1452 weer werd opgepakt, stokte de bouw al snel opnieuw, toen de kerk in maart 1471 werd verwoest door een grote brand.

De voormalige refter in het klooster links van de kerk, waar nu het museum Fondazione Salvatore Romano is gevestigd, is het enige deel van het originele ontwerp dat overeind is gebleven. Hier vind je prachtige fresco’s van Andrea Orcagna, met als onderwerp het laatste avondmaal en de kruisiging van Jezus, en werken van onder anderen Donatello en Ammannati. Het museum is vernoemd naar een Napolitaanse kunstliefhebber die zijn verzameling aan beelden aan het klooster schonk.

De kerk zelf herbergt een crucifix dat Michelangelo voor de abt van het klooster zou hebben gemaakt om hem te bedanken voor zijn verblijf aldaar. Volgens de overlevering zou Michelangelo van deze abt bovendien de mogelijkheid hebben gekregen de lijken van het bijbehorende hospitaal te bestuderen. Ook is er een prachtige Madonna met kind te zien van Filippino Lippi, die op de achtergrond de iets verderop gelegen Porta San Frediano heeft geschilderd.

Brunelleschi maakte ook een ontwerp voor de façade van de Santo Spirito, maar dit is nooit uitgevoerd. Na al die eeuwen is de voorgevel dus nog steeds heel kaal, net als die van de San Lorenzo. Hoewel deze simpele, gele voorgevel eigenlijk wel heel mooi staat, zeker in het zachte zonlicht, wordt er door de Florentijnen nog wel eens verlangend uitgekeken naar een nieuw ontwerp. In Caffè Ricchi, een koffiebarretje aan het Piazza di Santo Spirito, vind je een keur aan ontwerpen voor de gevel van de kerk, variërend van het logo van Gucci tot een fauteuil met een kat en een bord spaghetti. Kijk maar mee:

jan 23

Florence kent prachtige kerken. De bekendste is natuurlijk de Duomo, de dom met de enorme koepel, die iedere bezoeker (tevergeefs) in zijn geheel op de foto probeert te krijgen. De façade van de dom is uitgevoerd in marmer in de kleuren wit (uit Carrara), roze (uit de Maremma) en groen (uit Prato). Er zijn zoveel schitterende details te zien dat je bijna niet weet waar je moet kijken.

Net als bij de koepel had het nogal wat voeten in de aarde voordat deze voorgevel stond. Het eerste ontwerp voor de gevel werd gemaakt door Arnolfo di Cambio, maar toen het ontwerp voor ongeveer een derde was uitgevoerd kwamen de werkzaamheden stil te liggen. Het duurde erg lang voor men verder bouwde aan de gevel; pas na zo’n 600 jaar werd de buitenzijde van de Duomo voltooid.

Veel van de originele versieringen die ooit de voorgevel tooiden, zijn nu te bewonderen in het bij de Duomo horende museum. Leuk om nog te vertellen is dat het ooit de bedoeling was dat de beroemde David van Michelangelo een van de pijlers van de Duomo zou sieren. Vanwege de enorme omvang van het beeld werd dit plan echter al snel van tafel geveegd. Een aantal commissieleden stelde de trappen van de Duomo voor, maar ook dit idee bleek niet haalbaar te zijn – vandaar de huidige plek op het Piazza della Signoria.

Terug naar de kerken in Florence. Want niet alle grote godshuizen in Florence hebben zo’n mooie voorgevel als de Duomo. Sterker nog, een aantal kerken heeft nog steeds een onvoltooide façade. Een van de bekendste voorbeelden van zo’n kerk met een kale voorgevel is de San Lorenzo. Ondanks de vele voorstellen die door bekende en onbekende architecten en kunstenaars gedaan zijn om de gevel te verfraaien, kijken de Florentijnen nog steeds aan tegen een kale, bakstenen gevel.

De eerste oorzaak voor deze kale gevel is het feit dat de architect van de kerk, Brunelleschi (ja, dat is dezelfde als degene die de koepel van de dom ontwierp), sterft zonder een ontwerp te hebben gemaakt voor de voorgevel van de kerk. Daardoor hebben zijn opvolgers geen duidelijk beeld voor ogen. Wat zou de grote Brunelleschi hebben gewild? Hoe zou de voorgevel er in zijn ogen uit hebben gezien?

In de zestiende eeuw neemt Leo X, lid van de De’ Medici-familie, het heft in handen. Hij wil de voorgevel voltooid hebben en schrijft een ontwerpwedstrijd uit. Onder anderen Raphael en Michelangelo dienen een voorstel in. Michelangelo’s ontwerp wordt bekroond met de overwinning en de grote kunstenaar krijgt tevens de opdracht zijn façade te bouwen.

Michelangelo gaat akkoord en vertrekt naar Carrara om toezicht te houden op het winnen van de blokken marmer die hij voor de gevel wil gebruiken. Leo X wil echter dat hij marmer uit Pietrasanta gebruikt, hetgeen tot zo’n grote onenigheid leidt, dat de paus het contract met Michelangelo verbreekt. Met als gevolg dat de San Lorenzo het nog wat langer zonder voorgevel moet doen…

Vlak voor de dood van de laatste telg van de De’ Medici’s, Anna Luisa, in 1743, worden er nogmaals verschillende ontwerpen ingediend door Florentijnse kunstenaars. Hoewel een van hen de opdracht krijgt en Anna Luisa geld had gereserveerd voor de voltooiing van de voorgevel, loopt het project wederom spaak.

Weer een eeuw later volgde wederom een ontwerpwedstrijd, waarvoor 74 verschillende voorgevels werden ingezonden. Helaas zat er volgens de juryleden geen enkel ontwerp bij dat paste bij de klassieke ideeën zoals onder anderen Michelangelo die had opgetekend. Ook in 1905 wordt nog een poging gedaan om via een ontwerpwedstrijd een gevel te realiseren, maar ook dan blijft een definitief resultaat uit. Maar mocht iemand zich geroepen voelen nog een ontwerp te maken…

Getagd met:
jan 22

Als ik bij vrienden ga eten, durven ze me vaak geen Italiaanse maaltijden voor te schotelen. De reden? Ze denken dat ik al die pasta wel moe zal zijn en graag eens iets anders eet. Of ze durven het niet aan omdat ze denken de kwaliteiten van een Italiaanse kok niet te kunnen evenaren. Gelukkig ben ik niet zo’n lastige eter en laat ik me ook graag boerenkoolstamppot of couscous voorschotelen, maar het is wel bijzonder te merken dat ik – een enkele uitstekende uitzondering daargelaten – nooit een bord pasta of risotto geserveerd krijg.

Of ik zo kritisch ben? Tja, het perfect al dente koken van pasta luistert natuurlijk ook nogal nauw en wie me ooit een cappuccino voorschotelde na het avondeten doet dat geen tweede keer meer ;-) Maar eten bij vrienden gaat toch vooral om het gezellig samen eten, en dan neem ik veel meer voor lief dan als ik in Italië rondreis om trattoria’s, wijnbarretjes en ijssalons te beoordelen.

En bovendien, achter mijn fornuis gaat er ook wel eens iets mis. Ik herinner me nog een tagliatelle met room waar toch echt iets te veel peper overheen was gedraaid (mea culpa). Zelf verse pasta maken en die dan groen kleuren met spinazie; don’t try this at home.

Soms duurt het ook even voor je iets onder knie hebt. De eerste keer dat ik arancini, gefrituurde risottoballetjes, maakte (iets waar ik inmiddels gelukkig bedreven in ben, want ze zijn zóó lekker) staat me ook nog goed voor de geest. Ik was veel te ongeduldig en liet de risotto niet goed afkoelen, waardoor de balletjes eenmaal in de olie uit elkaar vielen en elke korrel gefrituurd werd.

Maar goed, terug naar het eten bij vrienden. Twee weken geleden werd ik uitgenodigd door mijn ‘oppaskinderen’ (inmiddels 20, 19 en 17 jaar oud) om Italiaans te komen eten. Tijdens het oppassen lang geleden, toen de rollen nog omgedraaid waren en ik ze stukjes brood, pap en andere voedzame dingen probeerde te laten eten, waren ze al dol op samen in de keuken staan en ‘lekkere dingen’ maken. We maakten ooit een tiramisù die ik zonder de slagkracht van de jongste niet meer zo lekker krijg.

Tijdens het etentje zou er iets op het menu staan dat ik nog nooit had gegeten. Toen ik dit de laatste keer hoorde, kreeg ik pens en uier voorgeschoteld (zie mijn blog van 1 november 2011), dus ik was op zijn zachtst gezegd een beetje wantrouwend. Maar deze noviteit was gelukkig een stuk onschuldiger: pasta van een meter lang!

Deze ‘superspaghetti’ is afkomstig uit de Abruzzen en via een biologische winkel in de keuken van Vivianna, Hellen en Edouard beland. Hier lag hij trots te pronken, te midden van allemaal lekkere hapjes die de eerste honger na een lange reis konden stillen.

Maar eigenlijk waren we veel te ongedurig om die spaghetti nog langer te laten wachten. Voor het geval het mis zou gaan tijdens het koken en de spaghetti zou breken of wonderbaarlijk zou krimpen, legden we de lengte van deze spaghetti (die zoals Vivianna terecht opmerkte wel iets wegheeft van een wichelroede) op de gevoelige plaat vast, waarvan akte:

De mouwen werden opgestroopt, een flinke pan water werd aan de kook gebracht en daar ging de meterslange spaghetti… Heel voorzichtig lieten we hem in de pan zakken en zijn draai vinden, zodat alle slierten van een meter goed gaar konden worden. De aanbevolen kooktijd was 10 minuten, maar we bleven er met onze neus bovenop staan om ervoor te zorgen dat er geen dikke spaghettibrij ontstond.

Wonder boven wonder kwam de pasta nog heel uit het vergiet en konden we ook de verse pesto erdoorheen roeren zonder de magische lengte van een meter te verbreken. Waar we echter geen rekening mee hadden gehouden: de pasta moet vanuit de schaal dan ook een beetje leuk op een bord worden geschept. Dankzij de enorme lengte en de zwaartekracht was dat bepaald geen sinecure.

De spaghettislierten die je bovenop pakte, liepen immers door tot helemaal onderin de schaal. Uiteindelijk moest zelfs de schaar eraan te pas komen om iedereen van een portie te voorzien. En dan hebben we het maar niet eens over het draaien van de spaghetti aan je vork, wat zoals onderstaande foto’s laten zien Lady en de Vagebond-achtige taferelen opleverde. Ook was een behoorlijk elastische mond vereist…

Al met al een experiment dat zeker voor herhaling vatbaar is, die meters pasta. Ik zal de komende tijd in Florence goed uitkijken naar deze superspaghetti!

Getagd met:
jan 21

Pasta is hét favoriete eten van veel Nederlanders. Maar vaak ook een van de eerste gerechten die worden geschrapt tijdens een dieet. En dat is zeer onterecht. Mits op de juiste manier bereid, kan het eten van pasta dé manier zijn om gezond en verantwoord af te vallen. De Italianen weten dit natuurlijk al generaties lang, maar voor veel mensen buiten Italië die willen afvallen, is het nog een goed bewaard geheim.

Daarom is er nu het boek Het pastadieet van Anne Dufour. Deze Franse auteur is een absolute grootheid op het gebied van afvallen. Zij heeft al zo’n 120 titels op haar naam staan. Voor Het pastadieet is Frankrijk massaal (af)gevallen!

Pasta bevat niet zoveel calorieën. Pasta heeft een laag GI gehalte (glycemische index). Producten met een lage GI (waaronder fruit, groenten, vlees, vis) worden ook wel de ‘langzame koolhydraten’ genoemd. Zij zorgen voor een lang verzadigd gevoel en een gelijkmatige bloedsuikerspiegel.

Het probleem zit hem vaak in de saus die bij de pasta geserveerd wordt. In Het pastadieet dus geen vette en onverantwoorde sauzen met room, maar bijzonder smaakvolle, gezonde gerechten die niet meteen doen denken aan een dieet. Probeer bijvoorbeeld de verrukkelijke ‘light’ pesto, waarbij in plaats van olie gebruik is gemaakt van sojaroom, een veel minder vet alternatief, en minstens zo lekker!

Niet raar dus dat het pastadieet al snel de koosnaam dolce vita dieet kreeg. Het dieet is makkelijk vol te houden en past perfect in een gezond en gevarieerd eetpatroon. Naast uitgebreide en heldere voedingsinformatie bevat dit boek praktische en vooral lekkere weekmenu’s. De ruim honderd heerlijke recepten zorgen voor veel variatie tijdens het afvallen, maar ook daarna. Kortom: met Het pastadieet wil iedereen wel aan de lijn.

Vandaag alvast een klein voorproefje uit Het pastadieet, met een slanke tagliatelle carbonara. In deze slanke versie van de klassieke pasta carbonara gaat geen room, dat scheelt flink calorieën. Voor een pittiger smaak kun je er wat fijngeknipte bieslook doorheen mengen.

Ingrediënten:

400 gram verse tagliatelle
300 gram ham (in dikke plakken)
4 eidooiers
50 gram fijngeraspte Parmezaanse kaas
versgemalen peper en zout

Kook de tagliatelle volgens de aanwijzingen op de verpakking beetgaar. Snijd de ham in blokjes en bak ze in een antiaanbakpan (zonder boter of olie) rondom bruin. Giet de pasta af en meng in de pan met de ham en Parmezaan. Verdeel het gerecht direct over warme pastaborden. Maal er flink zwarte peper over. Laat in het midden van de pasta voorzichtig een eidooier glijden, die iedereen aan tafel door de pasta kan roeren. Lekker met veldsla.

Kijk voor alle andere recepten, de weekmenu’s en handige scorecards in

Het pastadieet
Anne Dufour
ISBN 9789089895035
€ 17,95
uitgeverij Terra Lannoo

jan 20

Ferragamo is niet het enige modemuseum in Florence. Sinds eind vorig jaar kun je in de stad ook de geschiedenis van Gucci bewonderen. Het in oktober geopende museum in het enorme Palazzo della Mercanzia, aan Piazza della Signoria, toont de 90-jarige geschiedenis van het merk in alle mogelijke facetten.

Het museum beslaat maar liefst 1.700 vierkante meter en telt drie verschillende verdiepingen. Op de begane grond vind je het Gucci-café, een boekwinkel en een Icon Store waar je tassen, accessores en sieraden kunt kopen die speciaal voor het museum zijn ontworpen. Deze onderdelen zijn vrij toegankelijk. Voor het museum zelf moet je een kaartje kopen, maar dat is alleen al vanwege de behuizing de moeite waard.

Een tocht door het museum begint, net als de geschiedenis van Gucci, met de befaamde koffers en andere reisaccessoires. Op de eerste verdieping kun je je vergapen aan tassen en avondkleding, veelal gedragen en geshowd door beroemdheden. Op deze etage vind je ook Flora World, met het bekende Gucci Flora design dat in de jaren zestig door Vittorio Accornero is ontworpen en in 2005 helemaal is gerestyled door niemand minder dan Frida Giannini. De tweede verdieping van het museum is gewijd aan het bekende Gucci-monogram GG. Hier vind je eveneens de lifestyle- en sportruimte met onder meer een Gucci-picknickmand, -schaakspel, -kaarten en –sportitems.

Nog modieuzer is het museum dat Valentino recent opende. Niet alleen vanwege de collectie, maar ook en vooral omdat het een virtueel museum is. Een museum op internet dus, dat je gewoon thuis kunt bezoeken wanneer je maar wil. Het Valentino Garavani Virtual Museum, zoals de volledige naam van het online modemuseum luidt, is via deze link helemaal gratis en voor niets te downloaden.

Als je dat eenmaal hebt gedaan, maak je een virtuele wandeling langs circa 300 creaties, die je van alle kanten kunt bekijken en die allemaal van uitleg zijn voorzien. Hoe werd de jurk gemaakt, waar werd de creatie voor het eerst geshowd en wie was de gelukkige drager? Een van de topstukken is de jurk waarin Jackie Kennedy in 1968 met Aristoteles Onassis in het huwelijk trad. Je kunt de stof voor je gevoel bijna aanraken, en stapt in je verbeelding zo in haar schoenen…

Daarnaast omvat het museum ruim vijfduizend schetsen die Valentino gedurende zijn vijftig jarige carrière tekende, bijna honderd modeshows en een uitgebreide verzameling Valentino-foto’s en –campagnes.

Het is maar goed dat de modegoeroe hiervoor geen ruimte hoeft te huren in een van de dure palazzi in Florence, Rome of Milaan. Als het museum echt zou zijn gebouwd, zou het namelijk ruim 10.000 vierkante meter beslaan…

Al is het wel jammer dat je nu niet, zoals in het Gucci-museum, na een wandeling langs de collectie kunt neerstrijken in het museumcafé, om heerlijk te mijmeren over de verrassende creaties en na te genieten de inspirerende energie die zo’n museumbezoek altijd oplevert. Die stop ik nu, een beetje vervreemd na zo’n virtueel museumbezoek, dan maar in een virtueel blogstukje. En als jullie dan allemaal het museum bezoeken, kunnen we toch nog samen napraten! Ci vediamo da Valentino!

Getagd met:
jan 19

Een van de fijnste Italiaanse gewoonten is la passeggiata, een avondwandeling die niet alleen door oude mensen wordt gemaakt maar waar het hele dorp of de hele stad voor warm loopt. Men loopt door de hoofdstraat, waar mogelijk van plein tot plein, in een kalm tempo, onderwijl keuvelend over, hoe kan het ook anders in Italië, eten. Over wat er tijdens de lunch op tafel stond, en over wat er straks, als iedereen is uitgewandeld, op het menu staat.

Voor de kinderen wordt er een ijsje gekocht, oudere mannetjes maken een korte tussenstop voor een kopje koffie aan de bar, er wordt een sigaret opgestoken en er worden afspraakjes gemaakt. Terwijl ze aan de arm van hun moeders of vriendinnen in laag tempo langs de etalages wandelen, bekijken jonge meisjes in de spiegelende ruiten hun haar, hun kleding of de jongen op wie ze een oogje hebben en die met zijn familie of vrienden juist de tegenovergestelde richting op wandelt.

Duidelijk is dat iedereen zich veel moeite getroost heeft om er op zijn paasbest uit te zien. La passeggiata is dan ook niet zomaar een wandeling; het is een ritueel. Een soort openbare keuring – waarvoor zowel mannen als vrouwen dan ook hun mooiste kleding uit de kast trekken. Zeker in een stad als Florence…

Want hoewel Milaan de naam van modestad met verve en van nature draagt, past deze naam zeker ook meer dan goed bij de hoofdstad van Toscane. Niet alleen omdat je ook hier de mooiste etalages ziet, vol designer jurkjes en vintage schoenen, maar ook omdat Florence de thuishaven is van veel bekende ontwerpers.

Eerder schreef ik al over het prachtige Ferragamo-museum dat in het modedistrict van Florence, rondom de Via de’ Tornabuoni, is gevestigd. Dit bijzondere museum, dat gevestigd is in het dertiende-eeuwse Palazzo Spini-Feroni, geeft door middel van meer dan 10.000 schoenen een beeld van de carrière van de bekende Florentijnse ontwerper en van zijn unieke collectie. Een must voor alle vrouwen (en mannen) die de verleiding voor een nieuw paar schoenen maar moeilijk kunnen weerstaan!

Maar Ferragamo is ook elders in de stad aanwezig. Zo heeft hij zijn naam gegeven aan een aantal superdeluxe hotels aan de oevers van de Arno. Eerst een paar foto’s zodat jullie dezelfde indruk krijgen als ik en echt even over mijn schouder mee kunnen kijken:

Een van de Ferragamo-hotels is Hotel Lungarno, dat niet alleen gasten van over de hele wereld herbergt maar tevens elke dag onderdak biedt aan een collectie van circa zeshonderd originele kunstwerken, waaronder een Picasso. Voor kunst hoef je de deur dus niet uit. Voor een mooie blik op de stad evenmin. Het hotel ligt in de wijk Oltrarno, pal aan de oever van de Arno, en biedt een prachtig uitzicht op de Ponte Vecchio en de koepels, kerken en daken aan de overkant.

Ook Hotel Continentale, eveneens een telg in de Ferragamo-familie, aan de overkant is vanuit Hotel Lungarno goed te zien. Dit hotel is wat strakker en moderner dan zijn weerspiegeling aan de andere zijde van de Arno. Het publiek is hier ook wat jonger en hipper, zeker rond aperitivo-tijd, na la passeggiata. De aanwezigheid van een schitterend dakterras met nog schitterender uitzicht op de stad en de omliggende heuvels helpt hier natuurlijk ook bij, zeker ook omdat deze prachtige plek ook toegankelijk is voor niet-hotelgasten die willen genieten van een drankje op niveau.

Het Gallery Hotel Art, het eerste designhotel van de stad, hoort eveneens bij de Ferragamo-familie. Ook hier veel jonge, hippe Florentijnen, met een hoog creativiteitsgehalte en een perfect gevoel voor stijl. Iedereen komt op zijn mooist de bar binnen, ook op een gewone doordeweekse avond. Na een drankje en een hapje schuiven ze aan in het fusion-restaurant dat bij het hotel hoort. Van crisis is hier geen sprake…

Voor wie iets minder luxe wil slapen, maar toch graag zijn hoofd eens op een Ferragamo-kussen te rusten wil leggen, is er aan de overkant het recent geopende Lungarno Suites. Geen hotel in de strikte betekenis van het woord (de gemeente had namelijk verboden om nog meer hotels te bouwen), maar een appartementencomplex. Elk appartement heeft een prachtige keuken, maar er is geen restaurant. Gelukkig kun je als gast altijd aanschuiven bij een van de andere hotelrestaurants.

De kwaliteit van de hotels wordt regelmatig getest door niemand minder dan Leonardo Ferragamo, directe afstammeling van Salvatore, zelf. Niets wordt aan het toeval overgelaten, zeker niet tijdens de grote mode-events in de stad, zoals Pitti Immagine nu in januari. De hotels zijn dan ook heel populair – het is onmogelijk om er tijdens zo’n modegebeuren een kamer te krijgen.

Gelukkig mag ik wel even een kijkje nemen in alle hotels en suites. Ik geniet van elke seconde, van het adembenemende uitzicht boven op Hotel Continentale tot de enorme badkamers (die soms groter zijn dan mijn werkruimte), van de echte Picasso tot de lekkere hapjes tijdens het aperitivo-buffet. Voorlopig is het genoeg om van een verblijf hier te dromen; van alle moois zou ik geloof ik toch niet snel de slaap kunnen vatten… Wie dat toch wil proberen en een nachtje in een van Ferragamo’s fantastische hotels wil slapen, kan een kijkje nemen op de website www.lungarnocollection.com.

Voor de echte liefhebbers van luxe is er overigens nog een ander Ferragamo-pareltje. Verderop langs de Arno, ter hoogte van de Ponte Santa Trinità. In het Palazzo Capponi, waar Hannibal Lecter in het vervolg op de film Silence of the lambs zijn toevlucht zocht, kun je een suite huren die net zoveel moois te bieden heeft als de stad zelf. Aan alles is gedacht: hemelbedden, kroonluchters van Murano-glas, badkamers vol marmer en als klap op de vuurpijl een balzaal met schitterende fresco’s.

Je zou bijna niet meer naar buiten willen om de stad te verkennen, hetgeen toch niet helemaal de bedoeling is van een weekendje Florence. Ik houd het daarom liever bij dromen. Dromen over een nachtje luxe slapen in deze luxueuze hotels, over een butler die je ’s ochtends wekt met een schuimige cappuccino, over dikke badjassen en echte Picasso’s. Om ontnuchterd wakker te worden en jullie door middel van dit stukje heel even mee te laten dromen voor de nieuwe dag begint… Sogni d’oro dus allemaal, voor heel even, en dan snel weer over tot de orde van de dag. Buona giornata!

preload preload preload