Ga op pad met onze City Walks!

Tussen droom en daad

Tijdens een Italiaans etentje kwam laatst het idee weer even op tafel: zou het niet heerlijk zijn om een keer te voet naar de Eeuwige Stad af te reizen? Drie maanden de tijd nemen om elke stap die je dichter bij Rome zet heel bewust te zetten, om te genieten van alle moois onderweg, om net als Hannibal over de Alpen te trekken en Italië aan je voeten zien liggen…

Helaas blijft het voor mij voorlopig nog wel bij dromen. Drukke werkzaamheden staan een bezoek aan Rome wel toe, maar dan toch het liefst per vliegtuig, zodat ik ook zoveel mogelijk tijd kan doorbrengen in de stad in plaats van op weg naar de stad. Gelukkig zijn er anderen die de weg naar Rome te voet aflegden en daar een verslag van bijhielden.

Een van hen is Jan Blokker jr. Wat hem te wachten staat weet hij niet. En misschien wil hij het ook helemaal niet weten. Hij loopt gewoon. En dat is genoeg. Op zijn website vertelt hij:

‘Hoe het zo gekomen is, valt niet meer te achterhalen. Het moet ontstaan zijn in Rome, ergens in het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw. Ik heb een aantekening teruggevonden uit 1995; toen was het er al, het idee. Ik zou een keer die stad binnen willen komen door de Porta del Popolo, zoals vroeger alle reizigers uit het noorden. Maar dan wel te voet, na een reis die maanden had geduurd, anders was het niet echt.

Het is er toen niet van gekomen. Want tussen droom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren. Ik was het hele plan al lang vergeten, toen ik twee jaar geleden het onderwijs verliet. En opeens was het daar weer: ik zou toch altijd nog een keer naar Rome lopen?

Het is onmogelijk om Rome te leren kennen en níet verliefd te worden. Zoiets heeft ooit de Duitse dichter Goethe geschreven in zijn Italienische Reise, het verslag van zijn grand tour in de jaren 1786-’88. En zo is het ook.

Mijn liefde voor Rome is een liefde op het tweede gezicht. De eerste kennismaking duurde te kort, amper 24 uur. Aan het eind van de zomer van 1978 bracht ik er, op doorreis, een nacht door, en een lange dag. De stad was verwarrend, ik begreep niet wat ik zag, en ik was al snel heel erg moe. Pas jaren later heb ik mijn route van die dag weten te reconstrueren, en waar we die avond hebben gegeten.

De echte verliefdheid kwam twee jaar later: voor het eerst als begeleider van een groep schoolkinderen op Romereis. Alles was nieuw en spannend. Ik wilde zien en steeds weer opnieuw zien. Ik haastte me, met kleine groepjes leerlingen aan mijn zijde, van de ene kerk naar de andere, om er vooral maar niet één te missen. “Kind geweest met de kinderen,” zei een collega schamper. Ik bezocht plaatsen die ik daarna nooit meer heb kunnen zien, en ik wekte daarmee de afgunst van de oudere begeleiders: “Wat! Ben jij in de Santa Maria Antiqua geweest? Dat is mij nou nog nooit gelukt.”

De liefde is niet gesleten, hoe zou het ook kunnen. Ik hou van de pleinen, de kerken, de fonteinen, de stank en het lawaai. Ik hou van de hitte en het stof, de vieze muren van de S. Carlino alle Quattro Fontane, het levensgeluk in de Villa Giulia, en het ethisch reveil van de Ara Pacis. Maar wat me vooral fascineert is het voortdurende gebruik en hergebruik van alles wat er in 25 eeuwen is gebouwd.

En dan nu dus alsnog, zoveel jaren later, te voet naar Rome. Velen zijn mij voorgegaan. De bekendste Nederlandse Romeganger is ongetwijfeld Bertus Aafjes, die in 1936, 22 jaar oud, vanuit Amsterdam vertrok met een ransel en sandalen en een tweedehandsch mandolien,” Iedereen kent Een voetreis naar Rome, maar ik denk dat niemand het echt heeft gelezen. En het is ook eigenlijk niet te lezen. Het moet in de tijd van verschijnen, zó kort voor het eerste optreden van de vijftigers, al hopeloos verouderd hebben geklonken.

Ik volg het spoor van beroemde reizigers: Maarten Luther en Erasmus, Miguel de Montaigne, Goethe en François de Chateaubriand (van de gelijknamige biefstuk). En de sporen van miljoenen pelgrims die zich eeuwen lang uit alle delen van de wereld naar de stad hebben begeven om, eenmaal aangekomen, allen schaamteloos te worden uitgekleed door de plaatselijke toeristen-maffia. Er is niet veel veranderd in al die eeuwen.

Reizigers uit het noorden kwamen binnen over de Via Flaminia, die uitloopt op de Porta del Popolo; nú is dat een zeventiende-eeuws bouwwerk, maar hij staat op de plaats waar altijd al de ingang door de stadsmuur was. Van daaruit stak de reiziger dan het Piazza del Popolo over en liep in een rechte lijn op het wereldberoemde centrum af, het Capitool, waarop ooit de tempel van Jupiter, Juno en Minerva stond, en tegenwoordig de tempel gewijd aan het vaderland, het Vittoriano. Van onder de poort zou je de heuvel moeten kunnen zien liggen, ware het niet dat er een obelisk in het beeld staat.

Mijn reis is van alles een klein beetje, een pelgrimage, een openbare liefdesverklaring aan de stad van mijn leven, een fysieke prestatie. Maar bovenal is het een hink-stap-sprong door de geschiedenis. Het zijn de sporen van het verleden die ik zoek; en dat mag van alles wezen, want waar het de geschiedenis betreft ben ik een alleseter. Ik heb mijn route bepaald op grond van die honger. Maar welbeschouwd hoef ik nauwelijks te zoeken, en zou ik alle kanten op kunnen lopen want ik struikel over de resten van het verleden. Al in de eerste twee weken van mijn tocht, tussen Amsterdam en Zuid Limburg, kom ik door alle historische aardlagen: Romeinen en Batavieren, Merovingers en hun hofmeiers, Karel de Grote en zijn kleinzoons, Bourgondiërs, Habsburgers, pelgrims en reizende intellectuelen, oorlogszuchtige Franse koningen en revolutionairen, arrogante Hollanders, perfide Brabanders, slachtoffers en aanstichters van zowel de eerste als de tweede wereldoorlog. Ze zijn er allemaal, schijnbaar zonder enige orde, op de grote vuilstort van het Europese verleden. Alles is geschiedenis en de geschiedenis is overal; en het is steeds weer nieuw en spannend.

Bestaat er zoiets als een Europese geschiedenis? In ieder geval is er wel heel veel van, en er is op ons continent sprake van een unieke traditie van geschiedschrijving. De Romeinen, die de landen ten noorden van de Alpen als eersten verenigden door ze te veroveren, hebben ons de drang nagelaten om het verleden vast te houden. Al sinds meer dan tweeduizend jaar is de geschiedenis hier echt gedocumenteerd, en niet alleen opgeslagen als verhaal of mythologie. Dat vind je nergens anders in de wereld.

Zolang als er een notie heeft bestaan van Europa (en dat is sinds de bisschop van Rome zich begin zevende eeuw met zijn rug naar de oude Griekse wereld toekeerde, en volgelingen zocht in het noordwesten) is er sprake geweest van een droom van eenheid, maar daar tegenover evenzeer bittere strijd en stammentwist. De Europese geschiedenis is fundamenteel tweeslachtig. Van beide facetten wil ik zoveel mogelijk zien en meemaken. Daarom reis ik langs oude hoofdsteden van een verenigd Europa: Aken bijvoorbeeld, de hoofdstad van Karel de Grote, en Trier, het Romeinse centrum van het continent, zetel van een “hulpkeizer”, vader van Constantijn de Grote. En ik reis met evenveel ontroering langs plaatsen waar oorlogen hebben gewoed of werden voorbereid.

Op 7 april ben ik vertrokken, op 8 augustus hoop ik aan te komen. Ik reis alléén, met mijn schoenen en mijn rugzak. En anders dan die vele pelgrims en reizigers uit het verleden ben ik voorzien van alle gemakken van de moderne communicatie. Ik sta in voortdurend contact met de wereld die ik voor vier maanden achter me heb gelaten, via laptop, een eigen website, mobiele telefoon, een dictafoon en een gps-systeem (dat het overigens niet doet). Ik beschik over kaarten, digitaal en op papier, en een moderne camera.

Hannibal trok over de Alpen op aanwijzing van onbetrouwbare gidsen, voortdurend lastig gevallen door een vijandige bevolking. Ik volg zijn spoor aan de hand van historische studies en wegwijzers; ik overnacht in comfortabele hotels en pensions waar ik door vriendelijke kasteleins en herbergiers wordt opgevangen.

Natuurlijk heb ik me terdege voorbereid, zowel fysiek als mentaal. Ik heb vele kilometers gewandeld, door weer en wind, over vlak terrein, door de modder en in de heuvels, met en zonder bagage. Ik heb een kapitaal besteed aan kaarten en reisgidsen, waarvan ik overigens de meeste uiteindelijk niet zal meenemen (te veel gewicht) Ik heb me op al mijn pleisterplaatsen zorgvuldig historisch georiënteerd. Vele uren ben ik bezig geweest met het testen van mijn materiaal (schoeisel, lichte kleding, regenkleding, rugzak, watertank e.d.) Ik heb de reis over de digitale snelweg zorgvuldig uitgestippeld. Ik ben zeker niet over één nacht ijs gegaan!

En dan is het eindelijk zover. Na anderhalf jaar voorbereiding trek ik op een ochtend mijn schoenen aan, ik stommel de trap af, laat de deur achter me dichtvallen en ik loop. Wonderlijk onaangedaan ben ik. Ik heb gezwaaid naar degenen die me nakeken en ik ben gewoon vertrokken. Op weg naar de poort en het plein, oneindig ver weg in tijd en ruimte. Zo ver weg dat ik me er geen voorstelling van kan maken, ondanks alle voorbereiding. Al na enkele dagen heb ik geen idee meer waar ik heen moet en hoe ver het nog is.

Ik reis van Amsterdam door het Gooi via het land van de Batavieren door Limburg naar het zuiden. Ik verblijf enige tijd in die gebieden waar tussen 1914 en 1918 het “IJzeren Gordijn” van loopgraven was neergelaten. Via het oude Middenrijk van keizer Lotharius wandel ik over de toppen van de Jura naar Genève en vandaar de Alpen tegemoet. In het spoor van Hannibal kom ik over de Col du Montgenèvre Italië binnen. In Turijn neem ik enkele dagen rust. Dan bereik ik Pavia, aan de voet van de Apennijnen.

Op weg naar de stad waarheen alle wegen leiden, scharrel ik door een Europees verleden dat ik zelf moet reconstrueren, op grote afstand gevolgd door een handjevol vrienden en kennissen. Ik word gevolgd door heel veel mensen, eerst nog van verre, maar van steeds dichterbij; totdat ze me inhalen onder de Porta del Popolo. Als ik het haal.’

Het hele verslag van zijn voettocht vind je in het boek Alle wegen naar Rome. Echt een aanrader,ook als je niet van plan bent een voetreis naar het zuiden te ondernemen.

Alle wegen naar Rome
Jan Blokker jr.
ISBN 9789025436858
€ 15,00
uitgeverij Contact

Op de website van Jan Blokker, www.janblokkerjr.org, vind je – naast een paar verhalen over zijn voettocht naar Rome – ook mooie observaties over zijn verblijf in Rome (onder het kopje Honderd dagen Rome). Veel leesplezier – en alvast een goede reis, want zoals het Parool al schreef: na het lezen van dit boek popel je om ook op pad te gaan!

Ontdek onze droomplekken in Italië!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *